EuraStudy
Samenvattingen/Muziek/Jazz, pop en wereldmuziek
Samenvattingen · MuziekNL · HAVO

Jazz, pop en wereldmuziek

Naast de westerse kunstmuziek is er een enorme wereld van jazz, populaire muziek en muziek uit andere culturen. Dit onderwerp behandelt de blues en de jazz (improvisatie, swing, het bluesschema), de populaire muziek (songvorm, couplet-refrein), en de wereldmuziek (muziek uit uiteenlopende culturen met eigen toonsystemen en instrumenten). Je leert de hoorbare kenmerken van deze genres herkennen.

3 Onderdelen·~12 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 1

T·131313 / 15
Examenprofiel
De blues en jazz (bluesschema, blue notes, improvisatie, swing) aan hun kenmerken herkennenDe opbouw van een popsong (couplet, refrein, brug) en de standaard songvorm begrijpenWereldmuziek als muziek uit uiteenlopende culturen met eigen toonsystemen en instrumenten herkennenBelangrijke namen en verschijnselen uit jazz en pop kennen (bijvoorbeeld Miles Davis, improvisatie)
Operatoren:benoemherkenbeschrijfanalyseervergelijk

basisniveau

Beheers de kern: jazz = swing en improvisatie; pop = couplet-refreinvorm; wereldmuziek = andere toonsystemen en instrumenten.

verhoogd niveau

Wie zelf speelt of improviseert, ervaart de bluesvorm en de swing van binnenuit; luister van blues via jazz naar hedendaagse pop.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Jazz, pop en wereldmuziek
    • 01Blues en jazz: improvisatie en swing◐
    • 02Populaire muziek en de songvorm◐
    • 03Wereldmuziek: muziek van andere culturen●
§ 01

Blues en jazz: improvisatie en swing#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De blues ontstond rond 1900 uit de muziek van Afro-Amerikanen in het zuiden van de Verenigde Staten en werd de wortel van vrijwel alle latere populaire muziek. Muzikaal heeft de blues twee kenmerken die je moet kennen. Het eerste is het bluesschema: een vast, terugkerend akkoordschema van twaalf maten, gebouwd op de functies tonica, subdominant en dominant (T–T–T–T–S–S–T–T–D–S–T–T), waar solisten telkens overheen spelen. Het tweede zijn de blue notes: licht verlaagde tonen (met name de verlaagde terts en septiem) die de blues zijn kenmerkende ‚blauwe’, weemoedige kleur geven. Zie afbeelding 1 (Afb. 1) voor het twaalfmaats bluesschema. De blues wordt vaak gezongen met een klaagzang-achtig, expressief karakter en heeft een sterke, dansbare puls. Op de luistertoets herken je de blues aan het twaalfmaats schema, de blue notes en de weemoedige, ‚rauwe’ expressie.

Het twaalfmaats bluesschema

Tabel met 3 kolommen en 6 rijen, gemarkeerde cel: D (dominant)Tabel met 3 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Maten · Functie · In C (voorbeeld); 1 tot 4 · T (tonica) · C; 5 tot 6 · S (subdominant) · F; 7 tot 8 · T (tonica) · C; 9 · D (dominant) · G; 10 · S (subdominant) · F; 11 tot 12 · T (tonica) · C, gemarkeerde cel: D (dominant)MATENFUNCTIEIN C (VOORBEELD)1 tot 4T (tonica)C5 tot 6S (subdominant)F7 tot 8T (tonica)C9D (dominant)G10S (subdominant)F11 tot 12T (tonica)C
Afb. 1Afb. 1 — Het twaalfmaats bluesschema op de functies tonica (T), subdominant (S) en dominant (D).
Uit de blues en andere Afro-Amerikaanse muziek groeide vanaf de jaren twintig de jazz, die twee eigenschappen tot kern maakte: de improvisatie en de swing. Improvisatie betekent dat muzikanten ter plekke, spontaan, nieuwe melodieën verzinnen over een bekend akkoordschema in plaats van een vaststaande partij te spelen; elke uitvoering is daardoor uniek. Swing is het kenmerkende ritmische gevoel van de jazz: de achtste noten worden ongelijk gespeeld (lang–kort in plaats van gelijk) en de muzikanten spelen net vóór of ná de strakke tel, wat de muziek een soepel, ‚zwaaiend’, voortstuwend gevoel geeft. Samen met de veelvuldige syncopen maken improvisatie en swing de jazz onmiddellijk herkenbaar. Op de luistertoets hoor je jazz aan het geïmproviseerde karakter (vrije solo's over een begeleiding), de swing en de typische bezettingen (combo of bigband).
De jazz kent een rijke geschiedenis met veel stijlen en grote namen. Uit de vroege blues en ragtime ontstond de swing van de bigbands (jaren dertig en veertig), daarna de virtuoze bebop (jaren veertig), de ingetogen cool jazz en talloze latere stromingen. Een centrale figuur is de trompettist Miles Davis (1926–1991), wiens album ‚Kind of Blue’ (1959) tot de invloedrijkste jazzplaten aller tijden behoort. Andere grote namen zijn Louis Armstrong (trompet en zang) en Duke Ellington (bigband). De jazz heeft de hele populaire muziek beïnvloed en leeft in talloze vormen voort. Voor de luistertoets is het beslissende herkenningspunt de combinatie van improvisatie (vrije, ter plekke bedachte solo's), swing (het soepele, ongelijke ritmegevoel) en de jazzbezettingen. Hoor je een solist die vrij improviseert over een swingende ritmesectie, dan wijst dat op jazz.
Uitgewerkt voorbeeld

Jazz herkennen

Je hoort een klein ensemble (piano, contrabas, drums) waarover een saxofoon een vrije, telkens andere melodie speelt; het ritme voelt soepel en ongelijk, net naast de strakke tel. Plaats het fragment.

  1. 01De solo

    De saxofoon speelt een vrije, ter plekke bedachte melodie over de begeleiding: dat is improvisatie, een kernkenmerk van jazz.

  2. 02Het ritme

    Het soepele, ongelijke ritmegevoel (lang–kort, net naast de tel) is swing, het andere kernkenmerk van jazz.

  3. 03De bezetting

    Piano, contrabas, drums en een blazer vormen een jazzcombo, een typische kleine jazzbezetting.

Resultaat: Het fragment is jazz. De combinatie van improvisatie (vrije saxofoonsolo), swing (het ongelijke, voortstuwende ritme) en een jazzcombo maakt dat onmiskenbaar — precies de kenmerken die je op de luistertoets moet benoemen.

Eindexamen-focus

  • Je herkent de blues aan het twaalfmaats bluesschema (T–S–D), de blue notes en de weemoedige expressie.
  • Je herkent jazz aan de improvisatie (vrije solo's), de swing (ongelijk, voortstuwend ritmegevoel) en de bezettingen (combo, bigband); je kent Miles Davis.

Veelgemaakte fouten

  • Improvisatie verwarren met ‚zomaar wat spelen’; jazzimprovisatie volgt juist een vast akkoordschema (zoals het bluesschema) — de vrijheid zit in de melodie, niet in de harmonie.
  • Swing als ‚snel’ opvatten; swing is een ritmisch GEVOEL (ongelijke achtsten, net naast de tel), niet een tempo — ook een langzame jazz kan swingen.

Actieve herhaling

Beschrijf het twaalfmaats bluesschema in de functies T, S en D. Beluister een jazzfragment en benoem waaraan je hoort dat het jazz is (improvisatie, swing, bezetting).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — jazz en blues (CvTE / Examenblad)

§ 02

Populaire muziek en de songvorm#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De populaire muziek (pop, rock en verwante genres) beheerst het hedendaagse muziekleven en heeft eigen, herkenbare kenmerken. De standaardbezetting is de band: zang, (elektrische) gitaar, basgitaar, toetsen en drumstel, vaak aangevuld met andere instrumenten. Het ritme is meestal in een strakke, dansbare 4/4-maat met een duidelijke beat, waarbij het drumstel en de basgitaar het ritmische en harmonische fundament leggen (de zogeheten ritmesectie). De harmonie is over het algemeen eenvoudig en tonaal: veel popsongs gebruiken slechts een handvol akkoorden, vaak de vertrouwde functies tonica, subdominant en dominant. Zie afbeelding 2 (Afb. 2) voor de standaard songvorm. Op de luistertoets herken je populaire muziek aan de bandbezetting met drumstel en (bas)gitaar, de strakke beat en de op de zang gerichte, eenvoudige opbouw.

De standaard songvorm

Graaf, 6 knopen, 5 kantenGraaf, Couplet 1 → Refrein, Refrein → Couplet 2, Couplet 2 → Refrein, Refrein → Brug (contrast), Brug (contrast) → Refrein (slot)Couplet 1RefreinCouplet 2RefreinBrug (contrast)Refrein (slot)
Afb. 2Afb. 2 — Een gangbare songvorm: coupletten (verhaal) en een terugkerend refrein, met een brug voor contrast.
De vorm van een popsong is meestal opgebouwd uit een klein aantal terugkerende delen. Het couplet (vers) heeft telkens dezelfde melodie maar andere tekst en vertelt het ‚verhaal’; het refrein (chorus) is het pakkende, terugkerende hoogtepunt met steeds dezelfde tekst en melodie, dat de kern van de song bevat. Vaak is er ook een brug (bridge): een contrasterend deel dat één keer voorkomt en voor afwisseling zorgt vóór het laatste refrein, en soms een intro en outro. Een veelvoorkomend schema is dus: couplet – refrein – couplet – refrein – brug – refrein. Deze couplet-refreinvorm is in feite een moderne variant van de eeuwenoude afwisseling van herhaling (het terugkerende refrein) en contrast (de wisselende coupletten en de brug). Op de luistertoets bepaal je de vorm door de terugkeer van het refrein te volgen en de coupletten en een eventuele brug te herkennen.
De populaire muziek is enorm gevarieerd en gelaagd, met talloze genres die elk eigen kenmerken hebben (rock, hiphop, elektronische dansmuziek, soul, en vele meer), maar ze delen de nadruk op de zang, een sterke ritmische puls en een toegankelijke, tonale harmonie. In de opname- en productietechniek ligt bovendien een belangrijk verschil met de klassieke muziek: veel populaire muziek bestaat primair als studio-opname, waarbij de klank in de studio wordt vormgegeven (met effecten, meersporenopname en elektronische klanken) in plaats van als live-uitvoering van een partituur. Klankkleur is daarbij bepalend: het verschil tussen een akoestische en een vervormde elektrische gitaar, of tussen verschillende synthesizerklanken, kleurt het hele nummer. Voor de luistertoets hoef je niet elk subgenre te kennen, maar je herkent populaire muziek aan de bandbezetting, de strakke beat, de couplet-refreinvorm en de op de zang en de productie gerichte opzet.
Uitgewerkt voorbeeld

De vorm van een popsong bepalen

In een popsong hoor je een gezongen deel met een verhaal, dan een pakkend, herkenbaar deel met steeds dezelfde tekst, dan weer een verhaal-deel op dezelfde melodie als eerst maar met nieuwe tekst, en weer het pakkende deel. Benoem de delen en de vorm.

  1. 01Het verhaal-deel

    Het deel met wisselende tekst dat het verhaal vertelt, is het couplet.

  2. 02Het pakkende deel

    Het herkenbare deel met steeds dezelfde tekst en melodie dat terugkeert, is het refrein.

  3. 03De structuur

    Couplet 1 – refrein – couplet 2 (zelfde melodie, andere tekst) – refrein. Dit is de couplet-refreinvorm.

Resultaat: De song heeft de couplet-refreinvorm: wisselende coupletten (het verhaal) afgewisseld met een terugkerend refrein (het hoogtepunt). Dat de coupletten dezelfde melodie hebben ondanks andere tekst, maakt ze tot hetzelfde deel — herhaling en contrast in een moderne gedaante.

Eindexamen-focus

  • Je herkent populaire muziek aan de bandbezetting (zang, gitaar, basgitaar, drumstel), de strakke 4/4-beat en de eenvoudige tonale harmonie.
  • Je herkent de songvorm: couplet (verhaal), refrein (terugkerend hoogtepunt) en brug (eenmalig contrast), en volgt de terugkeer van het refrein.

Veelgemaakte fouten

  • Couplet en refrein verwisselen; het couplet heeft telkens andere tekst (het verhaal), het refrein telkens dezelfde tekst en melodie (het terugkerende hoogtepunt).
  • De coupletten als ‚nieuwe delen’ tellen omdat de tekst verschilt; dezelfde melodie is hetzelfde deel, ook al is de tekst per couplet anders.

Actieve herhaling

Beluister een popsong en breng de vorm in kaart: markeer de coupletten, het refrein en een eventuele brug, en noteer het schema (bijvoorbeeld couplet–refrein–couplet–refrein–brug–refrein). Benoem de instrumenten van de bandbezetting.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — populaire muziek en songvorm (CvTE / Examenblad)

§ 03

Wereldmuziek: muziek van andere culturen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Wereldmuziek is een verzamelnaam voor de muziek van culturen buiten de westerse kunst- en popmuziek: de klassieke en volksmuziek van Afrika, Azië, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en vele andere gebieden. Deze muziek is zo veelvormig dat er geen enkel gedeeld kenmerk is, maar juist de verschillen met de westerse muziek maken haar leerzaam: ze laat zien dat de westerse conventies (majeur/mineur, de twaalftoons-verdeling van het octaaf, harmonie in akkoorden) slechts één van vele mogelijkheden zijn. Zo gebruiken veel niet-westerse muziektradities andere toonsystemen — toonladders met andere afstanden, of toonhoogtes die tussen onze halve tonen in liggen (microtonen) — en soms geen harmonie in onze zin, maar juist een rijk ontwikkeld ritme of een centrale melodie. Zie afbeelding 3 (Afb. 3) voor enkele wereldmuziektradities met een kenmerk. Op de luistertoets herken je wereldmuziek aan ongewone (voor westerse oren ‚andere’) toonsystemen, andere instrumenten en soms complexe ritmes.

Enkele wereldmuziektradities

Tabel met 3 kolommen en 4 rijen, gemarkeerde cel: polyritmiek, call-and-responseTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Traditie · Kenmerk · Regio; Indiase klassieke muziek · raga, tala, sitar, tabla · India; West-Afrikaanse muziek · polyritmiek, call-and-response · West-Afrika; Gamelan · metalofonen, gongs, eigen toonsysteem · Indonesie; Latijns-Amerikaanse muziek · sterke dansritmes, percussie · Latijns-Amerika, gemarkeerde cel: polyritmiek, call-and-responseTRADITIEKENMERKREGIOIndiase klassieke muziekraga, tala, sitar, tablaIndiaWest-Afrikaanse muziekpolyritmiek, call-and-responseWest-AfrikaGamelanmetalofonen, gongs, eigentoonsysteemIndonesieLatijns-Amerikaanse muzieksterke dansritmes, percussieLatijns-Amerika
Afb. 3Afb. 3 — Enkele wereldmuziektradities met een kenmerkend instrument of principe.
Enkele grote muziektradities buiten het Westen tonen die rijkdom. In de Indiase klassieke muziek staan de raga (een melodisch toonsysteem met een eigen sfeer en vaste toonopbouw) en de tala (een cyclisch ritmisch patroon) centraal, met instrumenten als de sitar (een langhalzige snaarinstrument) en de tabla (handtrommels), boven een doorlopende grondtoon (drone). In veel West-Afrikaanse muziek is het ritme allesbepalend: meerdere trommels spelen tegelijk verschillende ritmes die in elkaar grijpen (polyritmiek), met een sterke rol voor herhaling en call-and-response (voorzang en koorantwoord). In de gamelanmuziek van Indonesië spelen ensembles van gestemde metalofonen en gongs in eigen toonsystemen met een gelaagde, glinsterende klank. Deze voorbeelden laten zien hoe elk gebied eigen instrumenten, toonsystemen en ritmes ontwikkelde. Je hoeft ze niet in detail te kennen, maar het besef dat er zulke andere systemen bestaan, is belangrijk.
Wereldmuziek is bovendien nauw verweven met de culturele en maatschappelijke functie van muziek: veel niet-westerse muziek is verbonden met rituelen, feesten, arbeid, religie of gemeenschapsleven en is niet primair bedoeld voor een concertzaal met stil luisterend publiek. Muziek maakt daar vaak deel uit van dans, ceremonie of samenzijn, en de grens tussen musici en publiek is vloeiender. In onze geglobaliseerde wereld beïnvloeden tradities elkaar bovendien voortdurend: westerse pop neemt ritmes en klanken uit andere culturen over, en niet-westerse muzikanten combineren hun tradities met westerse invloeden, wat allerlei mengvormen (crossover, fusion) oplevert. Voor de luistertoets is het belangrijkste dat je wereldmuziek herkent aan de ongewone toonsystemen, de andere instrumenten en de soms complexe ritmiek, en dat je begrijpt dat de westerse muziektheorie niet universeel is maar één cultureel systeem naast vele andere. Dat inzicht verbreedt je hele muzikale blik.
Uitgewerkt voorbeeld

Wereldmuziek herkennen

Je hoort een langhalzig snaarinstrument dat een melodie speelt met tonen die tussen de westerse toonhoogtes in glijden, boven een doorlopende grondtoon, begeleid door handtrommels met een ingewikkeld ritmisch patroon. Plaats het fragment.

  1. 01Toonsysteem

    De melodie gebruikt tonen die tussen onze halve tonen in liggen (microtonen, glijdend), niet het westerse twaalftoonssysteem. Dat wijst op een niet-westerse traditie.

  2. 02Instrumenten

    Een langhalzig snaarinstrument boven een doorlopende grondtoon (drone), met handtrommels: dat past bij de Indiase klassieke muziek (sitar en tabla).

  3. 03Ritme

    Het ingewikkelde, cyclische ritmische patroon van de trommels is de tala, het ritmische systeem van de Indiase muziek.

Resultaat: Het fragment is wereldmuziek, vermoedelijk Indiase klassieke muziek (sitar, tabla, raga en tala). De microtonen, de drone en het complexe ritme laten zien dat de westerse begrippen majeur/mineur en akkoorden hier niet gelden — een andere muzikale wereld.

Eindexamen-focus

  • Je herkent wereldmuziek aan ongewone toonsystemen (andere ladders, microtonen), andere instrumenten en soms complexe ritmes (polyritmiek).
  • Je kent enkele tradities (Indiase raga/tala, West-Afrikaanse polyritmiek, Indonesische gamelan) en begrijpt dat muziek daar vaak een functie in ritueel of gemeenschap heeft.

Veelgemaakte fouten

  • Wereldmuziek beoordelen met alleen westerse begrippen (majeur/mineur, akkoorden); veel tradities gebruiken andere toonsystemen en leggen de nadruk op melodie of ritme in plaats van harmonie.
  • Alle niet-westerse muziek op één hoop gooien; wereldmuziek omvat zeer uiteenlopende tradities met elk eigen instrumenten, toonsystemen en ritmes.

Actieve herhaling

Beschrijf twee manieren waarop wereldmuziek kan verschillen van de westerse muziek (bijvoorbeeld in toonsysteem, ritme of functie). Noem één muziektraditie met een kenmerkend instrument of principe.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — wereldmuziek (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Blues en jazz: improvisatie en swing◐
    • 02Populaire muziek en de songvorm◐
    • 03Wereldmuziek: muziek van andere culturen●

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Jazz, pop en wereldmuziek

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Muziek havo — jazz en blues

Vorig onderwerp

Stijlperioden: romantiek en twintigste eeuw

Volgend onderwerp

Muziek in culturele en maatschappelijke context en functie

EuraStudy·Samenvattingen T·13·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.