EuraStudy
Samenvattingen/Muziek/Instrumentarium, stemsoorten en bezetting
Samenvattingen · MuziekNL · HAVO

Instrumentarium, stemsoorten en bezetting

Dit onderwerp gaat over wie of wat de muziek maakt: de instrumenten (geordend in families), de menselijke stemsoorten, en de bezetting (welke en hoeveel spelers/zangers samen). Je leert het symfonieorkest en de gangbare ensembles kennen. Het herkennen van instrumenten en bezetting is een van de meest gestelde vragen op de luistertoets en steunt op je kennis van klankkleur.

3 Onderdelen·~12 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0777 / 15
Examenprofiel
De instrumentfamilies (strijkers, houtblazers, koperblazers, slagwerk, toetsen) kennen en instrumenten erin plaatsenDe stemsoorten (sopraan, alt, tenor, bas) kennen en herkennenDe opbouw van het symfonieorkest en gangbare ensembles/bezettingen kennenDe bezetting van een fragment horend bepalen (solo, ensemble, koor, orkest)
Operatoren:benoemherkenbeschrijfordenbepaal

basisniveau

Beheers vooral de vier grote families en het onderscheid solo / ensemble / orkest; dat komt vrijwel altijd terug.

verhoogd niveau

Wie een instrument bespeelt, herkent verwante instrumenten sneller; luister gericht naar het verschil tussen bijvoorbeeld hobo en klarinet.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Instrumentarium, stemsoorten en bezetting
    • 01De instrumentfamilies○
    • 02Stemsoorten en het koor◐
    • 03Het symfonieorkest en de ensembles◐
§ 01

De instrumentfamilies#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Instrumenten worden geordend in families op grond van de manier waarop ze geluid maken; die indeling helpt je bij het herkennen op de luistertoets. De strijkers (viool, altviool, cello, contrabas) maken geluid door snaren te strijken met een strijkstok; ze klinken warm en zangerig en kunnen ook getokkeld (pizzicato) worden. De houtblazers (fluit, hobo, klarinet, fagot, en ook de saxofoon) maken geluid door een trillende luchtkolom, meestal met een riet; hun kleuren lopen uiteen van de heldere fluit tot de scherpe hobo. De koperblazers (trompet, hoorn, trombone, tuba) maken geluid met trillende lippen in een mondstuk en klinken vol en glanzend. Zie afbeelding 1 (Afb. 1) voor de indeling van de instrumenten in families. Deze indeling is de ruggengraat van elke bezettingsvraag: je bepaalt eerst tot welke familie een klank behoort en pas daarna welk instrument precies.

Indeling van de instrumenten in families

InstrumentfamiliesBoomdiagram, 10 paden, Gegevens: Strijkers → viool, altviool; Strijkers → cello, contrabas; Houtblazers → fluit, hobo; Houtblazers → klarinet, fagot; Koperblazers → trompet, hoorn; Koperblazers → trombone, tuba; Slagwerk → pauken, marimba; Slagwerk → trom, bekkens; Toetsen → piano, orgel; Toetsen → klavecimbelStrijkersHoutblazersKoperblazersSlagwerkToetsenInstrumentenviool, altvioolcello, contrabasfluit, hoboklarinet, fagottrompet, hoorntrombone, tubapauken, marimbatrom, bekkenspiano, orgelklavecimbel
Afb. 1Afb. 1 — De instrumentfamilies, geordend naar de manier waarop ze geluid maken.
Naast deze drie klassieke orkestfamilies zijn er nog twee belangrijke groepen. Het slagwerk (percussie) maakt geluid door slaan, schudden of wrijven; het verdeelt zich in gestemd slagwerk dat toonhoogtes kan spelen (pauken, marimba, klokkenspel) en ongestemd slagwerk dat vooral ritme en kleur levert (kleine trom, bekkens, triangel). De toetsinstrumenten vormen een groep apart: de piano (waarbij hamertjes snaren aanslaan — eigenlijk een snaarinstrument met toetsen), het klavecimbel (waarbij de snaren worden getokkeld — kenmerkend voor de barok) en het orgel (waarbij lucht door pijpen wordt geblazen). Deze verschillen zijn hoorbaar en betekenisvol: het klavecimbel klinkt tokkelend en kan niet geleidelijk harder of zachter, terwijl de piano dat juist wél kan. Herken je een klavecimbel, dan wijst dat sterk op barok; hoor je een expressieve piano met dynamische nuance, dan eerder op de klassieke periode of later.
Instrumenten hebben elk een eigen toonhoogtebereik (register), en samen dekken de families het hele hoorbare bereik van heel laag tot heel hoog. Binnen de strijkers loopt het bereik van de hoge viool via de altviool en cello naar de zeer lage contrabas; binnen de blazers van de hoge fluit of trompet naar de lage fagot of tuba. Componisten benutten dit hele bereik en de verschillende kleuren om een rijk en gelaagd klankbeeld te maken: een lage tubalijn onder heldere violen, een solohobo boven strijkers. Bij het luisteren helpt het register om instrumenten te onderscheiden (een lage, houterige lijn is eerder een fagot of cello dan een fluit) en om de textuur te horen (welke instrumenten dragen de melodie, welke de bas, welke de begeleiding?). Kennis van de families én hun bereik maakt je bezettingsanalyse betrouwbaar, ook bij een druk orkestfragment.
Uitgewerkt voorbeeld

Een instrument in zijn familie plaatsen

Je hoort een laag, ietwat houterig en nasaal blaasinstrument dat de baslijn speelt. In welke familie hoort het, en welk instrument is het waarschijnlijk?

  1. 01Familie bepalen

    Het is een blaasinstrument met een houterige, rietachtige klank (geen glanzend koper). Dat wijst op de houtblazers.

  2. 02Register

    De klank is laag en speelt de baslijn. Binnen de houtblazers is de fagot het lage instrument.

  3. 03Bevestiging

    De combinatie van rietklank, laag register en het houterige, wat komische timbre past bij de fagot.

Resultaat: Het instrument is een fagot, een houtblazer (rietinstrument) in het lage register. Door eerst de familie (houtblazers) en dan het register (laag) te bepalen, kom je betrouwbaar tot het juiste instrument.

Eindexamen-focus

  • Je ordent instrumenten in de families strijkers, houtblazers, koperblazers, slagwerk en toetsen en plaatst een gehoorde klank eerst in de juiste familie.
  • Je herkent kenmerkende instrumenten (klavecimbel → barok; piano met dynamiek → klassiek en later) en gebruikt het register om instrumenten te onderscheiden.

Veelgemaakte fouten

  • De saxofoon bij het koper indelen; de saxofoon is een HOUTblazer (rietinstrument), ook al is hij van metaal — de manier van geluid maken (riet) bepaalt de familie.
  • Piano en klavecimbel verwarren; de piano slaat snaren aan met hamertjes (dynamisch mogelijk), het klavecimbel tokkelt de snaren (geen geleidelijke dynamiek, barok).

Actieve herhaling

Orden tien instrumenten naar keuze in de juiste familie (strijkers, houtblazers, koperblazers, slagwerk, toetsen). Beluister daarna een fragment en bepaal welke families je hoort en, waar mogelijk, welke instrumenten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — instrumentarium (CvTE / Examenblad)

§ 02

Stemsoorten en het koor#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De menselijke stem is een instrument op zich, en de stemsoorten worden ingedeeld naar toonhoogtebereik. Bij vrouwen (en kinderen) onderscheiden we de sopraan (het hoogste bereik, helder), de mezzosopraan (daaronder) en de alt (het laagste vrouwenbereik, warm en donker). Bij mannen onderscheiden we de tenor (het hoogste mannenbereik, vaak stralend), de bariton (daaronder) en de bas (het laagste, diep en vol). De vier hoofdstemmen sopraan, alt, tenor en bas worden vaak afgekort tot SATB en vormen samen de standaardindeling van een gemengd koor. Zie afbeelding 2 (Afb. 2) voor de stemsoorten van hoog naar laag. Bij het luisteren herken je een stemsoort aan de toonhoogte én de kleur: een sopraan klinkt hoog en helder, een bas laag en vol. Deze indeling helpt zowel bij vocale bezettingsvragen als bij het analyseren van koormuziek.

Stemsoorten van hoog naar laag

Tabel met 3 kolommen en 4 rijen, gemarkeerde cel: hoog, helderTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Stemsoort · Type · Bereik en kleur; Sopraan · vrouw / kind · hoog, helder; Alt · vrouw · laag, warm; Tenor · man · hoog, stralend; Bas · man · laag, vol, gemarkeerde cel: hoog, helderSTEMSOORTTYPEBEREIK EN KLEURSopraanvrouw / kindhoog, helderAltvrouwlaag, warmTenormanhoog, stralendBasmanlaag, vol
Afb. 2Afb. 2 — De vier hoofdstemsoorten (SATB) van hoog (sopraan) naar laag (bas).
Een koor is een groep zangers, en de samenstelling bepaalt de klank. Een gemengd koor bevat alle vier de SATB-stemmen (mannen en vrouwen samen) en heeft daardoor het volle bereik; een vrouwenkoor of mannenkoor bevat alleen de hoge respectievelijk lage stemsoorten en klinkt daardoor helderder of donkerder. In koormuziek zijn de vier stemmen meestal gelijkwaardig verdeeld: de sopranen dragen vaak de melodie, de bassen het harmonische fundament, en alten en tenoren de middenstemmen die de akkoorden opvullen. Dit vierstemmige zetten (SATB-harmonie) is de basis van veel kerkmuziek, koralen en volksliederen. Wanneer de vier stemmen zich onafhankelijk bewegen en met elkaar verweven zijn, ontstaat polyfone koormuziek (kenmerkend voor renaissance en barok); wanneer ze samen in blokakkoorden bewegen, ontstaat een homofone, hymne-achtige klank.
Solo- en samenzang worden op verschillende manieren gecombineerd, en dat onderscheid komt terug op de luistertoets. Bij een solo zingt één stem, eventueel met begeleiding; bij een duet, trio of kwartet zingen twee, drie of vier solisten samen; bij een koor zingt een grote groep, waarbij meerdere zangers per stemsoort dezelfde partij zingen. In veel vocale werken wisselen solo en koor elkaar af: in een opera, oratorium of cantate hoor je aria's (solozang, expressief) afgewisseld met koorstukken (de massa, groots) en recitatieven (halfsprekend gezongen tekst die het verhaal voortstuwt). Bij het luisteren bepaal je dus eerst: hoor ik één stem (solo) of vele (koor), en welke stemsoorten? Dat vertelt je iets over de bezetting én soms over het genre en de stijlperiode van het fragment. Kennis van stemsoorten maakt je vocale bezettingsanalyse net zo precies als die van instrumenten.
Uitgewerkt voorbeeld

Solo of koor, welke stemsoort?

Je hoort een hoge, heldere vrouwenstem die alleen zingt boven een orkest, met veel expressie en versieringen. Wat is de bezetting en het stemtype?

  1. 01Solo of groep

    Er zingt maar één stem, die duidelijk boven het orkest uitkomt. Dit is een solo, geen koor.

  2. 02Stemsoort

    De stem is hoog en helder en behoort tot een vrouw: dat is een sopraan, de hoogste stemsoort.

  3. 03Genre-aanwijzing

    Een expressieve, versierde sopraansolo met orkestbegeleiding is typisch een aria, zoals in een opera of oratorium.

Resultaat: Het is een solo voor sopraan met orkest, vermoedelijk een aria. Door eerst solo-versus-koor en dan de stemsoort te bepalen, benoem je de vocale bezetting precies — en de aria-vorm geeft bovendien een aanwijzing voor het genre.

Eindexamen-focus

  • Je kent de stemsoorten (sopraan, mezzosopraan, alt / tenor, bariton, bas) en de SATB-indeling van een gemengd koor.
  • Je onderscheidt solo, ensemble (duet/trio/kwartet) en koor en herkent aria, koor en recitatief in vocale werken.

Veelgemaakte fouten

  • De sopraan als een instrument benoemen in plaats van als de hoogste (vrouwen)stemsoort; stemsoorten zijn ingedeeld naar toonhoogtebereik, van sopraan (hoog) tot bas (laag).
  • Een solozanger met begeleiding een ‚koor’ noemen; een koor bestaat uit een grote groep met meerdere zangers per stemsoort, niet uit één solist.

Actieve herhaling

Beluister een vocaal fragment en bepaal of je een solostem, een klein ensemble of een koor hoort, en welke stemsoort(en). Geef bij een koor aan of de stemmen samen in akkoorden bewegen (homofoon) of onafhankelijk verweven zijn (polyfoon).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — stemsoorten en koor (CvTE / Examenblad)

§ 03

Het symfonieorkest en de ensembles#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het symfonieorkest is de grootste standaardbezetting van de westerse kunstmuziek en is opgebouwd uit de instrumentfamilies in een vaste opstelling. De kern zijn de strijkers, die het grootst in aantal zijn en meestal de melodie en het harmonische fundament dragen; zij zitten vooraan in een halve cirkel om de dirigent. Daarachter zitten de houtblazers en de koperblazers, en helemaal achteraan het slagwerk. De dirigent leidt het geheel en houdt de spelers samen in tempo en dynamiek. Zie afbeelding 3 (Afb. 3) voor de gangbare bezettingen van klein naar groot. Het orkest is in de loop van de geschiedenis gegroeid: een klassiek orkest (Haydn, Mozart) was betrekkelijk klein, terwijl een laat-romantisch orkest (Wagner, Mahler) enorm werd, met veel blazers en slagwerk. De omvang en samenstelling van het orkest zijn daardoor zelf een aanwijzing voor de stijlperiode van een fragment.

Bezettingen van klein naar groot

Tabel met 3 kolommen en 5 rijen, gemarkeerde cel: SymfonieorkestTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Bezetting · Aantal spelers · Context; Solo · 1 · recital, solostuk; Strijkkwartet · 4 · kamermuziek; Popband · 4 tot 6 · pop, rock; Jazzcombo · 3 tot 6 · jazz; Symfonieorkest · 50 tot 100+ · klassiek repertoire, gemarkeerde cel: SymfonieorkestBEZETTINGAANTAL SPELERSCONTEXTSolo1recital, solostukStrijkkwartet4kamermuziekPopband4 tot 6pop, rockJazzcombo3 tot 6jazzSymfonieorkest50 tot 100+klassiek repertoire
Afb. 3Afb. 3 — Bezettingen van intiem (solo, kamermuziek) tot groots (symfonieorkest, bigband).
Naast het volledige orkest bestaan er talloze kleinere ensembles, elk met een eigen naam en klank. Kamermuziek is muziek voor een klein aantal spelers, met één speler per partij, oorspronkelijk bedoeld voor een kamer in plaats van een grote zaal. Vaste kamermuziekbezettingen zijn het strijkkwartet (twee violen, altviool, cello — een van de belangrijkste bezettingen van de klassieke en romantische muziek), het pianotrio (piano, viool, cello) en allerlei duo's, trio's en kwintetten. Kamermuziek klinkt intiem en doorzichtig: je kunt elke lijn afzonderlijk volgen, anders dan in de volle orkestklank. Het onderscheid tussen een klein ensemble en een groot orkest is een van de eerste dingen die je op de luistertoets bepaalt, want het bepaalt meteen de schaal en het karakter van de muziek.
In de populaire muziek en de jazz gelden weer andere standaardbezettingen. Een popband bestaat vaak uit zang, (elektrische) gitaar, basgitaar, toetsen en drumstel; een rockband uit een vergelijkbare kernbezetting. In de jazz zijn er de combo (een klein ensemble van bijvoorbeeld piano, contrabas, drums en een blazer) en de bigband (een groot jazzorkest met secties saxofoons, trompetten, trombones en een ritmesectie). Deze bezettingen hebben elk een herkenbare klank: het drumstel en de basgitaar geven pop en rock hun ritmische fundament, de blazerssecties geven de bigband zijn volle, swingende klank. Op de luistertoets bepaal je dus niet alleen hoeveel spelers je hoort, maar ook wélk type ensemble: een symfonieorkest, een strijkkwartet, een popband of een jazzcombo. Dat type is vaak meteen een aanwijzing voor het genre en de periode.
Uitgewerkt voorbeeld

De bezetting en periode bepalen

Je hoort een groot orkest met zeer veel koperblazers en slagwerk, een enorme klank en extreme dynamische contrasten. Welke bezetting, en wat zegt dat over de periode?

  1. 01Bezetting

    De volle klank van veel strijkers, blazers én slagwerk wijst op een groot symfonieorkest, niet op kamermuziek of een band.

  2. 02Omvang als aanwijzing

    De zeer grote omvang, met uitgebreide koper- en slagwerksecties en enorme dynamische contrasten, wijst op een laat-romantisch of vroeg-twintigste-eeuws orkest.

  3. 03Periode koppelen

    Zo groot werd het orkest pas bij componisten als Wagner en Mahler (late 19e eeuw); een klassiek orkest van Mozart was veel kleiner en doorzichtiger.

Resultaat: Het is een groot (laat-romantisch) symfonieorkest. De enorme omvang en de extreme dynamiek zijn niet alleen bezettingskenmerken maar ook stijlaanwijzingen: het orkest groeide juist in de romantiek uit tot deze grootte.

Eindexamen-focus

  • Je kent de opbouw van het symfonieorkest (strijkers, blazers, slagwerk, dirigent) en dat de orkestomvang een aanwijzing is voor de stijlperiode.
  • Je herkent gangbare bezettingen: strijkkwartet en pianotrio (kamermuziek), popband, jazzcombo en bigband.

Veelgemaakte fouten

  • Elk groot geheel van spelers een ‚orkest’ noemen; een strijkkwartet of combo is een klein ensemble (kamermuziek/jazz), geen symfonieorkest.
  • De orkestomvang niet als stijlaanwijzing gebruiken; een klein, doorzichtig orkest wijst eerder op de klassieke periode, een enorm orkest op de laat-romantiek.

Actieve herhaling

Beluister drie fragmenten en bepaal bij elk de bezetting (bijvoorbeeld symfonieorkest, strijkkwartet, popband of jazzcombo). Leg bij één fragment uit welke aanwijzingen (omvang, instrumenten) je tot die bezetting brachten en wat dat zegt over het genre of de periode.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — orkest en bezetting (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01De instrumentfamilies○
    • 02Stemsoorten en het koor◐
    • 03Het symfonieorkest en de ensembles◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Instrumentarium, stemsoorten en bezetting

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Muziek havo — instrumentarium

Vorig onderwerp

Dynamiek, articulatie en klankkleur (timbre)

Volgend onderwerp

Vorm en structuur: muzikale vormprincipes

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.