EuraStudy
Samenvattingen/Maatschappijleer/Socialisatie, identiteit en groepsvorming
Samenvattingen · MaatschappijleerNL · HAVO

Socialisatie, identiteit en groepsvorming

Mensen worden gevormd door hun omgeving: via socialisatie leren zij de waarden en normen van hun cultuur, en zo ontwikkelen zij hun identiteit. In dit onderwerp leer je hoe socialisatie werkt en welke socialiserende instituties (gezin, school, media, vrienden) daarbij een rol spelen, hoe identiteit ontstaat en hoe groepsvorming het gedrag beinvloedt.

3 Onderdelen·~13 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 3

T·151515 / 16
Examenprofiel
Het proces van socialisatie en de rol van de socialiserende instituties uitleggenDe begrippen identiteit, rol en sociale controle omschrijven en toepassenGroepsvorming en het onderscheid tussen ingroup en outgroup analyseren
Operatoren:leg uitverklaarbeschrijfberedeneeranalyseervergelijk

basisniveau

Beheers de kern: via socialisatie leer je de waarden en normen van je omgeving; gezin, school, vrienden en media zijn de socialiserende instituties.

verhoogd niveau

Analyseer hoe socialisatie, rollen en sociale controle samen de identiteit vormen en hoe groepsvorming vooroordelen kan voeden.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Socialisatie, identiteit en groepsvorming
    • 01Socialisatie en socialiserende instituties◐
    • 02Identiteit en rollen◐
    • 03Groepsvorming, ingroup en outgroup◐
§ 01

Socialisatie en socialiserende instituties#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Socialisatie is het proces waarin een mens de waarden, normen en gedragingen van zijn cultuur aanleert en zo een volwaardig lid van de samenleving wordt (zie Afb. 1). Doordat cultuur niet aangeboren maar aangeleerd is, moet ieder mens haar via socialisatie overnemen: je leert je moedertaal, de manieren, de opvattingen over goed en kwaad en de verwachtingen die bij je omgeving horen. Socialisatie begint in de vroege jeugd (primaire socialisatie, vooral in het gezin) en gaat het hele leven door (secundaire socialisatie, op school, op het werk, in verenigingen). Het resultaat is dat mensen binnen een cultuur grotendeels dezelfde waarden en normen delen, waardoor samenleven mogelijk wordt. Socialisatie verklaart zo waarom mensen uit dezelfde omgeving op elkaar lijken in hun opvattingen en gedrag, en waarom mensen uit verschillende culturen kunnen verschillen.

Socialisatie en de socialiserende instituties

Socialisatie-agentenGraaf, Gezin (primair) → Individu (wordt gevormd), School → Individu (wordt gevormd), Vriendengroep (peers) → Individu (wordt gevormd), Media → Individu (wordt gevormd)Individu(wordt gevor…Gezin(primair)SchoolVriendengroep(peers)Media
Afb. 1Afb. 1 — De socialiserende instituties (gezin, school, vrienden, media) dragen de cultuur over aan het individu.
Socialisatie verloopt via socialiserende instituties (ook wel socialisatie-agenten): de personen, groepen en instellingen die de cultuur overdragen. De belangrijkste zijn het gezin, de school, de vriendengroep (peers), de media en het werk. Het gezin is de eerste en meest invloedrijke: hier leert een kind de basiswaarden, de taal en de eerste normen. De school draagt kennis over maar ook waarden als samenwerken, op tijd komen en respect. De vriendengroep wordt vooral in de jeugd belangrijk: jongeren nemen normen en gewoonten van leeftijdsgenoten over. De media brengen beelden, waarden en opvattingen die het denken beinvloeden. Elk van deze instituties draagt zijn deel bij aan de vorming van een mens; samen bepalen zij grotendeels wie iemand wordt.
De socialiserende instituties kunnen elkaar versterken maar ook tegenspreken, en dat maakt socialisatie een complex proces. Wanneer gezin, school en omgeving dezelfde waarden overdragen, versterken zij elkaar en wordt de boodschap consistent. Maar de instituties kunnen ook botsen: de waarden die een kind thuis leert, kunnen verschillen van wat het op school of onder vrienden of via de media tegenkomt. Vooral in de pluriforme samenleving kunnen jongeren opgroeien tussen verschillende culturele invloeden, bijvoorbeeld tussen de cultuur van het ouderlijk gezin en die van de school en de vriendengroep. Zulke tegenstrijdige socialisatie kan tot spanningen leiden, maar ook tot een rijke, meervoudige identiteit. Bij een analyse kun je aangeven welke instituties welke waarden overdragen en of zij elkaar versterken of tegenspreken.
Bij socialisatie hoort de sociale controle: het geheel van reacties waarmee een groep gewenst gedrag beloont en ongewenst gedrag afkeurt. Sociale controle kan formeel zijn (via regels, wetten en officiele sancties, zoals een boete of een straf) of informeel (via reacties van mensen om je heen, zoals een goedkeurende blik, een compliment, roddel of afkeuring). Door sociale controle leren mensen zich aan de normen te houden, ook zonder dat er steeds een politieagent bij staat: de afkeuring of waardering van de omgeving stuurt het gedrag. Sociale controle is zo het mechanisme dat de aangeleerde normen in stand houdt. Bij een examenopgave kun je met de begrippen socialisatie, socialiserende instituties en sociale controle uitleggen hoe iemand de waarden en normen van zijn omgeving overneemt en waarom mensen zich grotendeels aan die normen houden.
Uitgewerkt voorbeeld

Sociale controle herkennen

Een leerling komt te laat en krijgt van de school een officiele waarschuwing, terwijl klasgenoten hem afkeurend aankijken. Bepaal welke vormen van sociale controle hier optreden.

  1. 01Formele controle

    De officiele waarschuwing van de school is formele sociale controle: een sanctie op grond van een regel.

  2. 02Informele controle

    De afkeurende blikken van de klasgenoten zijn informele sociale controle: een reactie uit de omgeving zonder officiele regel.

  3. 03Effect

    Beide vormen sporen de leerling aan zich aan de norm (op tijd komen) te houden; zo houdt sociale controle de aangeleerde normen in stand.

Resultaat: De officiele waarschuwing is formele sociale controle, de afkeurende blikken zijn informele sociale controle. Samen sturen zij het gedrag naar de norm; zo werkt sociale controle bij socialisatie.

Eindexamen-focus

  • Je moet het proces van socialisatie en de rol van de socialiserende instituties (gezin, school, peers, media) kunnen uitleggen.
  • Je moet het onderscheid tussen formele en informele sociale controle kunnen toepassen.

Veelgemaakte fouten

  • Socialisatie beperken tot de kindertijd; secundaire socialisatie gaat het hele leven door (werk, verenigingen).
  • Sociale controle gelijkstellen aan officiele straffen; ook informele reacties (afkeuring, roddel, waardering) sturen het gedrag.

Actieve herhaling

Leg uit hoe het gezin, de school en de vriendengroep elk bijdragen aan de socialisatie van een jongere, en geef een voorbeeld van formele en van informele sociale controle.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 02

Identiteit en rollen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Identiteit is het beeld dat iemand van zichzelf heeft: wie je bent, waar je bij hoort en wat je van jezelf vindt (zie Afb. 2). De identiteit ontstaat door socialisatie en door de wisselwerking met de omgeving: je vormt je zelfbeeld mede op grond van hoe anderen op je reageren. Men onderscheidt vaak de persoonlijke identiteit (je unieke eigenschappen, karakter en levensverhaal) en de sociale identiteit (het besef bij bepaalde groepen te horen, zoals een familie, een geloof, een nationaliteit of een subcultuur). Identiteit is geen vast gegeven maar ontwikkelt zich, vooral in de jeugd, en kan veranderen. In een pluriforme samenleving kunnen mensen een meervoudige identiteit hebben: zij horen tegelijk bij meerdere groepen en combineren verschillende culturele invloeden, wat zowel verrijkend als soms verwarrend kan zijn.

Identiteit en rollen

Identiteit en rolTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Begrip · Betekenis · Voorbeeld; Persoonlijke identiteit · je unieke eigenschappen · karakter, levensverhaal; Sociale identiteit · besef bij groepen te horen · familie, geloof, nationaliteit; Rol · verwachtingen bij een positie · leerling, werknemer, ouder, gemarkeerde cel: besef bij groepen te horenBEGRIPBETEKENISVOORBEELDPersoonlijke identiteitje unieke eigenschappenkarakter, levensverhaalSociale identiteitbesef bij groepen te horenfamilie, geloof,nationaliteitRolverwachtingen bij eenpositieleerling, werknemer, ouderIdentiteit en rollen
Afb. 2Afb. 2 — De onderdelen van identiteit (persoonlijk en sociaal) en het begrip rol, met betekenis en voorbeeld.
Bij identiteit hoort het begrip rol: het geheel van verwachtingen dat aan een bepaalde positie in de samenleving is verbonden. Iedereen vervult meerdere rollen tegelijk: dezelfde persoon is bijvoorbeeld kind, leerling, vriend, werknemer en burger, en aan elke rol zijn andere verwachtingen (rolpatronen) verbonden. Rollen worden via socialisatie aangeleerd: je leert wat er van een leerling, een ouder of een werknemer wordt verwacht. Soms botsen rollen met elkaar (rolconflict), bijvoorbeeld als de verwachtingen van je werk en van je gezin tegelijk aandacht vragen. Het begrip rol laat zien dat gedrag niet alleen van de persoon afhangt, maar ook van de positie die iemand inneemt en de verwachtingen die daarbij horen; dezelfde persoon gedraagt zich anders in verschillende rollen.
Identiteit en rollen hangen samen met de groepen waartoe iemand behoort, want die groepen leveren waarden, normen en een gevoel van erbij horen. Een deel van je identiteit ontleen je aan de groepen waarmee je je verbindt: je familie, je vriendengroep, je geloofsgemeenschap, je nationaliteit. Deze groepen bieden houvast en een gevoel van verbondenheid, maar bakenen ook af wie erbij hoort en wie niet. Zo ontstaat het onderscheid tussen de ingroup (de groep waartoe je jezelf rekent, het 'wij') en de outgroup (de groep waartoe je jezelf niet rekent, het 'zij'). Dit onderscheid is een natuurlijk gevolg van groepsvorming, maar het kan ook vooroordelen voeden: mensen zijn geneigd de eigen groep positiever te zien dan andere groepen. Zo verbindt de vorming van identiteit zich met groepsvorming en met de spanningen in de pluriforme samenleving.
Het denken over identiteit, rollen en groepen is een gereedschap om menselijk gedrag in zijn sociale context te begrijpen, en dat is de kern van de sociaal-culturele benadering. Bij een casus kun je met deze begrippen analyseren hoe iemands identiteit is gevormd (door welke socialisatie en groepen), welke rollen en verwachtingen zijn gedrag sturen, en hoe het onderscheid tussen ingroup en outgroup meespeelt. Zo verklaar je gedrag niet alleen uit de persoon, maar uit de sociale vorming en de groepen waartoe iemand behoort. Een sterk antwoord verbindt de persoonlijke en de sociale identiteit, benoemt de rollen en verwachtingen, en laat zien hoe groepsvorming zowel verbondenheid als afbakening en vooroordeel kan voortbrengen. Daarmee bereid je de analyse van migratie en integratie voor, waarin identiteit en groepsvorming een grote rol spelen.
Uitgewerkt voorbeeld

Rollen en rolconflict

Een leerling met een bijbaan moet op dezelfde avond werken en een schoolopdracht afmaken. Analyseer met het begrip rol wat hier gebeurt.

  1. 01Rollen benoemen

    De leerling vervult twee rollen tegelijk: die van werknemer (verwachting: op tijd werken) en die van leerling (verwachting: de opdracht afmaken).

  2. 02Conflict

    De verwachtingen van beide rollen vragen tegelijk aandacht en zijn niet allebei tegelijk te vervullen: er is een rolconflict.

  3. 03Verklaring

    Het gedrag hangt hier niet alleen van de persoon af, maar van de botsende verwachtingen die bij de twee posities horen.

Resultaat: De leerling zit in een rolconflict: de verwachtingen van de rol van werknemer en die van leerling botsen. Het begrip rol laat zien dat gedrag mede wordt bepaald door de posities en verwachtingen, niet alleen door de persoon.

Eindexamen-focus

  • Je moet de begrippen identiteit (persoonlijk en sociaal), rol en rolpatroon kunnen omschrijven en toepassen.
  • Je moet het onderscheid tussen ingroup en outgroup kunnen uitleggen en met groepsvorming verbinden.

Veelgemaakte fouten

  • Identiteit als een vast, aangeboren gegeven zien; identiteit ontwikkelt zich door socialisatie en wisselwerking met de omgeving.
  • Rollen en persoonlijkheid gelijkstellen; een rol is een geheel van verwachtingen bij een positie, en iedereen vervult meerdere rollen.

Actieve herhaling

Leg uit hoe dezelfde persoon in verschillende rollen (bijvoorbeeld als leerling en als werknemer) ander gedrag kan vertonen, en hoe het onderscheid tussen ingroup en outgroup vooroordelen kan voeden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 03

Groepsvorming, ingroup en outgroup#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Mensen zijn sociale wezens die zich in groepen organiseren, en groepsvorming beinvloedt sterk hoe zij denken en zich gedragen (zie Afb. 3). Een groep is een aantal mensen dat zich met elkaar verbonden voelt, gemeenschappelijke normen deelt en zichzelf als groep ziet. Groepen geven mensen een gevoel van verbondenheid, steun en identiteit, en bieden houvast door gedeelde waarden en normen. Tegelijk oefent de groep invloed uit op het individu: via groepsdruk passen mensen hun gedrag en opvattingen aan om erbij te horen en niet buiten de groep te vallen. Groepsvorming verklaart zo waarom mensen zich soms anders gedragen in een groep dan alleen, en waarom de mening en de normen van de groep zoveel invloed hebben op het individu.

Ingroup en outgroup

Ingroup en outgroupGraaf, Groepsvorming → Ingroup (wij), Groepsvorming → Outgroup (zij), Outgroup (zij) → Stereotypen en vooroordelenGroepsvormingIngroup (wij)Outgroup (zij)Stereotypen envooroordelenkan voeden
Afb. 3Afb. 3 — Groepsvorming schept een ingroup (wij) en een outgroup (zij); dat wij-zijdenken kan stereotypen en vooroordelen voeden.
Bij groepsvorming ontstaat het onderscheid tussen de ingroup en de outgroup, dat de basis vormt voor veel spanningen in de samenleving. De ingroup is de groep waartoe iemand zichzelf rekent (het 'wij'), de outgroup de groep waartoe hij zichzelf niet rekent (het 'zij'). Mensen zijn geneigd de eigen groep positiever te beoordelen dan andere groepen en de leden van de outgroup als meer op elkaar lijkend te zien (het outgroup-homogeniteitseffect). Dit is een natuurlijk gevolg van groepsvorming, maar het ligt aan de basis van stereotypering, vooroordelen en soms discriminatie: de neiging om de eigen groep te bevoordelen en de andere groep negatief in te schatten. Het herkennen van het ingroup-outgroupmechanisme helpt om te begrijpen waar wij-zijdenken en groepsspanningen vandaan komen.
Groepsvorming en het wij-zijdenken hangen samen met de begrippen uit de voorgaande onderwerpen en met de spanningen in de pluriforme samenleving. Stereotypen (vereenvoudigde beelden van een groep) en vooroordelen (vooraf vastliggende oordelen) worden versterkt door het onderscheid tussen ingroup en outgroup en door de manier waarop groepen in de media worden getoond (beeldvorming). Wanneer verschillende bevolkingsgroepen elkaar als outgroup zien en weinig contact hebben, kunnen wantrouwen en vooroordelen groeien, wat de sociale cohesie ondermijnt. Omgekeerd kan contact tussen groepen, waarbij mensen elkaar als individu leren kennen, vooroordelen juist verminderen (de contacthypothese). Zo verbindt groepsvorming zich met de vraag hoe een pluriforme samenleving haar samenhang bewaart en hoe vooroordelen ontstaan of afnemen.
Het analyseren van groepsvorming en het ingroup-outgroupmechanisme is waardevol omdat het veel maatschappelijke verschijnselen verklaart, van vriendengroepen tot polarisatie. Bij een casus kun je met deze begrippen laten zien hoe een groep het gedrag van het individu beinvloedt (groepsdruk), hoe het onderscheid tussen wij en zij ontstaat, en hoe dat tot stereotypen, vooroordelen of juist tot verbondenheid leidt. Een sterk antwoord verbindt groepsvorming met identiteit (mensen ontlenen hun identiteit deels aan hun groepen), met beeldvorming (de media versterken of doorbreken stereotypen) en met de sociale cohesie in de pluriforme samenleving. Zo laat je zien dat je gedrag in zijn sociale context begrijpt en dat je het wij-zijdenken kunt herkennen als een bron van zowel verbondenheid als spanning. Daarmee heb je het gereedschap om de vraagstukken rond migratie en integratie, die het thema afsluiten, grondig te analyseren.
Uitgewerkt voorbeeld

Wij-zijdenken analyseren

Supporters van twee sportclubs zien elkaar als tegenstanders en spreken elkaar negatief toe, ook buiten de wedstrijd. Analyseer dit met de begrippen ingroup, outgroup en vooroordeel.

  1. 01Groepsvorming

    De supporters vormen elk een groep met een sterk wij-gevoel; de eigen club is de ingroup.

  2. 02Outgroup

    De andere club is de outgroup ('zij'); de supporters beoordelen de eigen groep positiever en de andere negatiever.

  3. 03Vooroordeel

    Dit wij-zijdenken voedt stereotypen en vooroordelen over de andere supporters, die het gedrag ook buiten de wedstrijd sturen.

Resultaat: De supporters vormen een ingroup en zien de andere club als outgroup; het wij-zijdenken voedt vooroordelen. Contact waarbij zij elkaar als individu leren kennen, kan die vooroordelen verminderen.

Eindexamen-focus

  • Je moet groepsvorming, groepsdruk en het onderscheid tussen ingroup en outgroup kunnen uitleggen en toepassen.
  • Je moet kunnen aangeven hoe het ingroup-outgroupmechanisme stereotypen en vooroordelen kan voeden en hoe contact ze kan verminderen.

Veelgemaakte fouten

  • Groepsvorming alleen positief zien; ze geeft verbondenheid, maar voedt via het wij-zijdenken ook stereotypen en vooroordelen.
  • Denken dat vooroordelen onveranderlijk zijn; contact tussen groepen (elkaar als individu leren kennen) kan ze verminderen.

Actieve herhaling

Twee groepen leerlingen op school hebben weinig contact en spreken negatief over elkaar. Analyseer met de begrippen ingroup, outgroup en vooroordeel hoe deze spanning ontstaat en hoe contact kan helpen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Socialisatie en socialiserende instituties◐
    • 02Identiteit en rollen◐
    • 03Groepsvorming, ingroup en outgroup◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Socialisatie, identiteit en groepsvorming

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl

Vorig onderwerp

Pluriforme samenleving: cultuur, normen en waarden

Volgend onderwerp

Migratie, integratie en multiculturaliteit

EuraStudy·Samenvattingen T·15·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.