EuraStudy
Samenvattingen/Lichamelijke opvoeding/Bewegen en samenleving: sportoriëntatie en maatschappelijke betekenis (domein E)
Samenvattingen · Lichamelijke opvoedingNL · HAVO

Bewegen en samenleving: sportoriëntatie en maatschappelijke betekenis (domein E)

Domein E kijkt naar bewegen en sport in de samenleving: je oriënteert je op de vele manieren waarop mensen sporten en bewegen, en je onderzoekt welke betekenis sport heeft voor mensen en de maatschappij. Je leert de verschillende sportsettings, de motieven om te sporten en de functies van sport (gezondheid, plezier, sociaal contact, prestatie) herkennen en verklaren. Dit domein hoort bij het schoolexamen LO; er is geen centraal examen. Zo leer je je eigen sport- en beweegkeuzes in een breder verband plaatsen.

3 Onderdelen·~13 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·121212 / 12
Examenprofiel
Je oriënteren op de verschillende manieren, settings en aanbieders van sport en bewegenMotieven om te sporten en de maatschappelijke functies en betekenis van sport herkennen en verklarenDe eigen sport- en beweegkeuzes en -mogelijkheden onderzoeken en in een breder verband plaatsen
Operatoren:leg uitverklaarbeschrijfonderzoekvergelijkbeoordeel

basisniveau

Sportoriëntatie en de maatschappelijke betekenis van sport horen bij het schoolexamen LO; je verkent het sportaanbod en verklaart de functies van sport.

verhoogd niveau

Wie zich verdiept, kan de maatschappelijke betekenis van sport koppelen aan thema's als gezondheid, integratie, commercie en de rol van sport in de samenleving.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Bewegen en samenleving: sportoriëntatie en maatschappelijke betekenis (domein E)
    • 01Sportoriëntatie: settings en motieven○
    • 02De maatschappelijke betekenis van sport◐
    • 03Sportcultuur: topsport, breedtesport en ontwikkelingen◐
§ 01

Sportoriëntatie: settings en motieven#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Sportsettings vergeleken

Waar mensen sportenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Setting · Kenmerk · Past bij motief; Vereniging · Vaste training, competitie · Prestatie, sociaal; Ongeorganiseerd · Vrij, flexibel · Plezier, vrijheid; Commercieel · Faciliteiten, betalen · Gezondheid, uiterlijk; School · In de les, gratis · Kennismaken, breed, gemarkeerde cel: Prestatie, sociaalSETTINGKENMERKPAST BIJ MOTIEFVerenigingVaste training, competitiePrestatie, sociaalOngeorganiseerdVrij, flexibelPlezier, vrijheidCommercieelFaciliteiten, betalenGezondheid, uiterlijkSchoolIn de les, gratisKennismaken, breed
Afb. 1Afb. 1 — Sporten kan in verschillende settings; elke setting heeft eigen kenmerken en past bij andere motieven.

Kernpunten

Sportoriëntatie betekent dat je je verdiept in de vele manieren waarop mensen sporten en bewegen, zodat je een bewuste keuze kunt maken die bij jou past. Sporten kan in heel verschillende settings (verbanden): in verenigingsverband bij een club, individueel of ongeorganiseerd (zelf hardlopen, fietsen, skaten), in commercieel verband bij een sportschool of fitnesscentrum, of in schoolverband. Elk verband heeft zijn eigen kenmerken: een vereniging biedt vaste trainingen, competitie en een sociale groep, maar vraagt lidmaatschap en gebondenheid; ongeorganiseerd sporten is vrij en flexibel, maar zonder begeleiding of vaste groep; een sportschool biedt faciliteiten en flexibiliteit tegen betaling. Ook het soort sport verschilt enorm — teamsport of individueel, wedstrijd of recreatie, binnen of buiten. Door je op dit aanbod te oriënteren, ontdek je wat past bij je doel, je niveau en je voorkeuren. Op het schoolexamen laat je zien dat je de verschillende settings en het brede sportaanbod kunt beschrijven en met elkaar kunt vergelijken.
Mensen sporten om heel verschillende redenen, en het herkennen van deze motieven helpt je te begrijpen waarom sport voor zoveel mensen aantrekkelijk is. De belangrijkste motieven zijn: gezondheid (fit blijven, afvallen, gezond leven), plezier (ontspanning, genieten van de beweging), sociaal contact (samen sporten, bij een groep horen, vrienden ontmoeten), prestatie (jezelf verbeteren, winnen, wedstrijden spelen), en uiterlijk (er goed uitzien, spieren opbouwen). Voor de een is sport vooral een gezonde gewoonte, voor de ander een sociale bezigheid of een wedstrijd. Dezelfde sport kan om verschillende redenen worden beoefend: iemand voetbalt voor de gezelligheid, een ander om te winnen. De motieven bepalen ook welke setting past: wie prestatie zoekt, kiest eerder een competitieve vereniging; wie plezier en flexibiliteit wil, sport misschien liever ongeorganiseerd. Op het examen kun je gevraagd worden motieven te herkennen en te verklaren waarom iemand voor een bepaalde sport of setting kiest.
Om je te oriënteren onderzoek je ook je eigen beweegsituatie en -mogelijkheden, want de bedoeling is dat je zelf een passende, houdbare keuze maakt. Je brengt in kaart wat jij belangrijk vindt (je motieven), wat je niveau en je conditie zijn, hoeveel tijd en geld je kunt besteden, en welk aanbod er in jouw omgeving is. Zo kun je een sport of beweegvorm kiezen die je waarschijnlijk volhoudt — want een keuze die niet bij je past of niet haalbaar is, houd je niet lang vol. Iemand met weinig tijd en een voorkeur voor vrijheid kiest misschien hardlopen; iemand die graag in een team en met competitie sport, kiest een vereniging. Deze zelfkennis maakt je oriëntatie concreet en persoonlijk. Op het schoolexamen laat je zien dat je je eigen beweegkeuzes kunt onderzoeken en onderbouwen: je verbindt je motieven, mogelijkheden en het aanbod tot een passende keuze, en je kunt uitleggen waarom die keuze bij jou past en houdbaar is.
Uitgewerkt voorbeeld

Motief en setting koppelen

Een leerling wil vooral fit blijven en er goed uitzien, heeft een wisselend rooster en wil zelf bepalen wanneer zij sport. Welke setting past en waarom?

  1. 01Bepaal het motief

    De motieven zijn gezondheid (fit blijven) en uiterlijk (er goed uitzien).

  2. 02Weeg de mogelijkheden

    Een wisselend rooster en de wens zelf te bepalen wanneer zij sport, vragen om flexibiliteit.

  3. 03Sluit vereniging uit

    Een vereniging heeft vaste trainingstijden en competitie; dat past minder bij haar flexibele behoefte.

  4. 04Kies de setting

    Een commerciële setting (sportschool/fitness) biedt flexibele openingstijden en faciliteiten die passen bij gezondheid en uiterlijk.

Resultaat: Een commerciële setting (sportschool) past het best: de flexibele tijden passen bij haar wisselende rooster en wens tot zelf bepalen, en de faciliteiten sluiten aan bij haar motieven gezondheid en uiterlijk.

Eindexamen-focus

  • De verschillende sportsettings (vereniging, ongeorganiseerd, commercieel, school) beschrijven en vergelijken.
  • Motieven om te sporten herkennen en de eigen beweegkeuzes onderzoeken en onderbouwen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat sport maar op één manier bestaat (de vereniging), terwijl er veel settings en beweegvormen zijn.
  • Bij de eigen keuze alleen naar de sport kijken en niet naar de motieven, de haalbaarheid (tijd, geld) en het aanbod in de omgeving.

Actieve herhaling

Onderzoek je eigen beweegsituatie: noem je belangrijkste sportmotief, je mogelijkheden (tijd, geld, omgeving) en kies daarbij een passende setting (vereniging, ongeorganiseerd of commercieel). Leg uit waarom die keuze bij jou past en houdbaar is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein E, sportoriëntatie (CvTE / Examenblad)

§ 02

De maatschappelijke betekenis van sport#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Twee kanten van sport

Sport afwegenGraaf, Positieve functies → Evenwichtig oordeel, Schaduwkanten → Evenwichtig oordeelPositievefunctiesSchaduwkantenEvenwichtigoordeelgezond,sociaaldoping, druk
Afb. 3Afb. 3 — Een evenwichtig oordeel over sport weegt de positieve functies tegen de schaduwkanten af.

Kernpunten

Sport is veel meer dan een vrijetijdsbesteding: ze vervult belangrijke functies in de samenleving, en het herkennen van die functies is de kern van dit onderdeel. De belangrijkste maatschappelijke functies van sport zijn de gezondheidsfunctie (sport houdt mensen fit en gezond en voorkomt ziekten, wat ook de maatschappij geld bespaart), de sociale functie (sport brengt mensen samen, schept contacten en gemeenschapsgevoel en kan groepen verbinden en integreren), de opvoedende functie (sport leert samenwerken, doorzetten, omgaan met winst en verlies en je aan regels houden), de economische functie (sport is een bedrijfstak met werk, sportartikelen, evenementen en media) en de recreatieve functie (sport geeft ontspanning en plezier). Diezelfde sport kan zo tegelijk gezond, sociaal én economisch van belang zijn. Op het schoolexamen laat je zien dat je deze functies kunt benoemen en met voorbeelden kunt verklaren, zodat je begrijpt waarom sport zo'n grote plaats in de samenleving inneemt (zie Afb. 2).

Maatschappelijke functies van sport

Functies van sportTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Functie · Betekenis · Voorbeeld; Gezondheid · Fit en gezond · Minder ziekte; Sociaal · Samen, verbinden · Vrienden, integratie; Opvoedend · Regels, doorzetten · Omgaan met verlies; Economisch · Werk en handel · Sportartikelen, media; Recreatief · Ontspanning, plezier · Vrije tijd, gemarkeerde cel: Vrienden, integratieFUNCTIEBETEKENISVOORBEELDGezondheidFit en gezondMinder ziekteSociaalSamen, verbindenVrienden, integratieOpvoedendRegels, doorzettenOmgaan met verliesEconomischWerk en handelSportartikelen, mediaRecreatiefOntspanning, plezierVrije tijd
Afb. 2Afb. 2 — Sport vervult meerdere maatschappelijke functies tegelijk; elke functie is met een concreet voorbeeld te onderbouwen.
Sport heeft ook een keerzijde, en een genuanceerd beeld — met zowel de positieve als de negatieve kanten — hoort bij een goed examenantwoord. Aan de ene kant zijn er de positieve kanten: gezondheid, verbinding, opvoeding en plezier. Aan de andere kant zijn er schaduwkanten, zoals blessures en overbelasting, doping en oneerlijk spel, te grote prestatiedruk (vooral bij jonge topsporters), agressie en uitwassen rond wedstrijden (denk aan wangedrag van supporters), en de vercommercialisering waarbij geld soms belangrijker lijkt dan de sport zelf. Ook uitsluiting kan voorkomen: niet iedereen heeft evenveel geld, tijd of mogelijkheden om te sporten. Wie de maatschappelijke betekenis van sport bespreekt, benoemt daarom niet alleen de mooie kanten, maar weegt ze tegen de schaduwkanten af. Op het examen kun je gevraagd worden zowel de positieve functies als de negatieve kanten van sport te herkennen en te verklaren, en zo een evenwichtig oordeel over de betekenis van sport te vormen.
Ten slotte plaats je je eigen sport- en beweegleven in dit brede maatschappelijke verband, want de bedoeling van domein E is dat je bewuster naar sport en naar je eigen keuzes kijkt. Je verbindt je eigen motieven en beweegkeuzes met de functies en betekenis van sport in de samenleving: sport jij vooral voor je gezondheid, voor het sociale contact, of voor de prestatie, en hoe verhoudt zich dat tot de rol die sport in de maatschappij speelt? Je denkt na over de waarde die bewegen voor jou en voor anderen heeft, over de mogelijkheden en drempels om te sporten, en over hoe je ook op langere termijn actief kunt blijven. Zo wordt sportoriëntatie meer dan een keuze voor nu: je leert je een leven lang bewust en gezond te blijven bewegen en de betekenis daarvan te doorzien. Op het schoolexamen, vaak in een dossier of onderzoek, laat je zien dat je je eigen beweegleven en de maatschappelijke betekenis van sport met elkaar kunt verbinden en er een onderbouwd oordeel over kunt geven.
Uitgewerkt voorbeeld

Functies en schaduwkant afwegen

Analyseer de maatschappelijke betekenis van het voetbal: noem drie functies met een voorbeeld en één schaduwkant.

  1. 01Gezondheidsfunctie

    Voetbal houdt veel mensen fit en actief; regelmatig sporten voorkomt gezondheidsproblemen.

  2. 02Sociale functie

    De voetbalclub brengt mensen samen, schept vriendschappen en gemeenschapsgevoel en kan groepen verbinden.

  3. 03Economische functie

    Rond het voetbal draait een grote bedrijfstak: clubs, sponsors, media, sportartikelen en werkgelegenheid.

  4. 04Schaduwkant

    Er zijn ook negatieve kanten, zoals wangedrag van supporters, grote prestatiedruk en vercommercialisering.

Resultaat: Voetbal vervult een gezondheids-, sociale en economische functie (fit blijven, verbinden, een bedrijfstak), maar kent ook schaduwkanten zoals supportersgeweld, prestatiedruk en commercie; een evenwichtig oordeel weegt beide af.

Eindexamen-focus

  • De maatschappelijke functies van sport (gezondheid, sociaal, opvoedend, economisch, recreatief) benoemen en met voorbeelden verklaren.
  • Zowel de positieve als de negatieve kanten van sport afwegen en de eigen beweegkeuzes in dit verband plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen de positieve kanten van sport noemen en de schaduwkanten (doping, prestatiedruk, uitsluiting, commercie) negeren.
  • De maatschappelijke functies niet met concrete voorbeelden onderbouwen, waardoor het antwoord vaag blijft.

Actieve herhaling

Kies één sport en beschrijf drie maatschappelijke functies die zij vervult, met bij elke functie een concreet voorbeeld. Noem daarna één schaduwkant van sport en leg uit hoe die de betekenis van sport nuanceert.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — maatschappelijke betekenis van sport (CvTE / Examenblad)

§ 03

Sportcultuur: topsport, breedtesport en ontwikkelingen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Topsport en breedtesport

Twee werelden, één samenhangGraaf, Topsport → Breedtesport, Breedtesport → TopsportTopsportBreedtesportinspireertlevert talent
Afb. 4Afb. 4 — Topsport en breedtesport hangen samen: topsport inspireert tot bewegen, terwijl de brede basis het talent voor de top levert.

Kernpunten

Sport in de samenleving valt grofweg uiteen in twee werelden — topsport en breedtesport — en het onderscheid daartussen helpt je de sportcultuur te begrijpen. Topsport is sport op het hoogste niveau, waarin een kleine groep sporters presteert in wedstrijden en toernooien, vaak beroepsmatig, met veel training, media-aandacht en geld eromheen; denk aan profvoetbal, de Olympische Spelen of het WK. Breedtesport (recreatiesport) is de sport die de grote massa beoefent voor gezondheid, plezier en contact, meestal in de vrije tijd en zonder topambities; denk aan een recreatief hardloopgroepje of het wekelijkse potje bij de sportvereniging. De twee werelden hangen samen: topsport inspireert mensen om zelf te gaan sporten (de „voorbeeldfunctie”), terwijl de brede basis van amateursporters het fundament vormt waaruit toptalent voortkomt. Toch verschillen ze in doel, intensiteit en betekenis. Op het schoolexamen laat je zien dat je topsport en breedtesport kunt onderscheiden en hun onderlinge samenhang kunt uitleggen.
De sportcultuur verandert voortdurend, en het herkennen van enkele grote ontwikkelingen hoort bij een actueel beeld van sport in de samenleving. Een belangrijke ontwikkeling is de individualisering en flexibilisering: steeds meer mensen sporten ongeorganiseerd of bij een commerciële aanbieder in plaats van bij een vereniging, omdat dat beter past bij een druk, wisselend leven. Een tweede is de vercommercialisering en de groei van de sport als bedrijfstak: sponsors, media en grote evenementen maken sport tot een economische kracht, met ook keerzijden. Een derde is de opkomst van nieuwe beweegvormen — van bootcamp en urban sports tot fitness-apps en e-sports — die het klassieke sportbeeld verbreden. En de aandacht voor een gezonde leefstijl en „een leven lang bewegen” groeit, met bewegen als middel tegen de gevolgen van een zittend bestaan. Op het examen kun je gevraagd worden zulke ontwikkelingen te herkennen en te verklaren, en te koppelen aan de settings en motieven uit de eerste paragraaf.
Ten slotte plaatst dit onderdeel je eigen sportbeeld en -keuzes in de bredere sportcultuur, want de bedoeling is dat je bewuster nadenkt over de rol van sport voor jezelf en de samenleving. Je vraagt je af welke plaats topsport en breedtesport voor jou innemen: kijk of beoefen je vooral topsport, of ben je zelf een breedtesporter, en wat betekent sport in jouw dagelijks leven? Je denkt na over hoe de ontwikkelingen in de sportcultuur — individualisering, commercie, nieuwe beweegvormen — jouw eigen keuzes beïnvloeden, en over de kansen en drempels om te (blijven) bewegen. Zo verbind je het grote plaatje van de sportcultuur met je eigen beweegleven en met het ideaal van een leven lang gezond bewegen. Op het schoolexamen, meestal in een dossier of onderzoek, laat je zien dat je de sportcultuur (topsport, breedtesport, ontwikkelingen) kunt beschrijven én er een onderbouwd, persoonlijk standpunt over kunt innemen dat je aan je eigen beweegkeuzes verbindt.

Ontwikkelingen in de sportcultuur

Sport verandertTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Ontwikkeling · Houdt in · Gevolg; Individualisering · Vaker vrij/commercieel · Minder verenigingen; Commercie · Sponsors, media, geld · Sport als bedrijf; Nieuwe beweegvormen · Bootcamp, urban, apps · Breder aanbod; Gezonde leefstijl · Bewegen als medicijn · Leven lang bewegen, gemarkeerde cel: Leven lang bewegenONTWIKKELINGHOUDT INGEVOLGIndividualiseringVaker vrij/commercieelMinder verenigingenCommercieSponsors, media, geldSport als bedrijfNieuwe beweegvormenBootcamp, urban, appsBreder aanbodGezonde leefstijlBewegen als medicijnLeven lang bewegen
Afb. 5Afb. 5 — De sportcultuur verandert: individualisering, commercie, nieuwe beweegvormen en aandacht voor een gezonde leefstijl verbreden het sportbeeld.
Uitgewerkt voorbeeld

Topsport en breedtesport verbinden

Leg met het hardlopen uit wat topsport en breedtesport zijn en hoe ze samenhangen.

  1. 01Beschrijf de topsport

    Topsport in het hardlopen is de kleine groep profs die op het hoogste niveau wedstrijden loopt, zoals een marathon of de Spelen, met veel training en media-aandacht.

  2. 02Beschrijf de breedtesport

    Breedtesport is de grote groep recreatieve hardlopers die voor gezondheid en plezier loopt, bijvoorbeeld in een loopgroepje of tijdens een stadsloop.

  3. 03Leg de voorbeeldfunctie uit

    Topprestaties inspireren veel mensen om zelf te gaan hardlopen: de topsport heeft een voorbeeldfunctie voor de breedtesport.

  4. 04Leg de talentbasis uit

    Omgekeerd komt het toptalent voort uit de grote basis van amateurlopers: zonder brede breedtesport geen nieuwe toppers.

Resultaat: Topsport (profs op het hoogste niveau) en breedtesport (recreatieve lopers) hangen samen: de topsport inspireert mensen om te gaan lopen (voorbeeldfunctie), terwijl de brede basis van amateurlopers het talent voor de top levert.

Eindexamen-focus

  • Topsport en breedtesport onderscheiden en hun onderlinge samenhang (voorbeeldfunctie, talentbasis) uitleggen.
  • Ontwikkelingen in de sportcultuur (individualisering, commercie, nieuwe beweegvormen, gezonde leefstijl) herkennen en aan de eigen beweegkeuzes verbinden.

Veelgemaakte fouten

  • Topsport en breedtesport als volledig los van elkaar zien, terwijl ze samenhangen: topsport inspireert en de brede basis levert talent.
  • Sport als iets onveranderlijks zien en de actuele ontwikkelingen (individualisering, commercie, nieuwe beweegvormen) missen.

Actieve herhaling

Leg het verschil tussen topsport en breedtesport uit met een voorbeeld van elk, en beschrijf hoe ze samenhangen. Noem daarna één ontwikkeling in de sportcultuur en leg uit hoe die jouw eigen sport- of beweegkeuze beïnvloedt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — sportcultuur en ontwikkelingen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Sportoriëntatie: settings en motieven○
    • 02De maatschappelijke betekenis van sport◐
    • 03Sportcultuur: topsport, breedtesport en ontwikkelingen◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Bewegen en samenleving: sportoriëntatie en maatschappelijke betekenis (domein E)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein E, sportoriëntatie

Vorig onderwerp

Bewegen en gezondheid: fitheid, belasting en blessurepreventie (domein D)

EuraStudy·Samenvattingen T·12·MMXXVI

Laatste onderwerp van dit vak — terug naar het vakoverzicht.