EuraStudy
Samenvattingen/Kunst (algemeen)/Invalshoek: kunst intercultureel
Samenvattingen · Kunst (algemeen)NL · HAVO

Invalshoek: kunst intercultureel

De invalshoek intercultureel onderzoekt wat er met kunst gebeurt wanneer culturen elkaar ontmoeten: hoe kunstenaars ideeën, vormen en motieven aan andere culturen ontlenen, en hoe handel, kolonialisme en globalisering die uitwisseling sturen. Van de Japanse invloed op de impressionisten en de Afrikaanse invloed op het kubisme tot de vermenging van culturen in de hedendaagse kunst: je leert culturele beïnvloeding herkennen, verklaren en kritisch beschouwen.

3 Onderdelen·~14 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 1 · Verdieping 1

T·0777 / 13
Examenprofiel
Culturele uitwisseling en beïnvloeding tussen kunsttradities herkennen en verklarenDe rol van handel, kolonialisme en globalisering in de ontmoeting tussen culturen analyserenToe-eigening (het overnemen van een andere cultuur) kritisch beschouwen en hybride, vermengde kunstvormen herkennen
Operatoren:leg uitverklaaranalyseervergelijktoon aanberedeneer

basisniveau

De invalshoek intercultureel hoort tot de gemeenschappelijke examenstof en is vooral zichtbaar bij de moderne kunst en de massacultuur, maar speelt ook eerder (handel, ontdekkingsreizen).

verhoogd niveau

In het praktische kunstvak kun je zelf uit meerdere culturen putten; op kunst (algemeen) draait het om het herkennen en kritisch verklaren van culturele beïnvloeding.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Invalshoek: kunst intercultureel
    • 01Culturele uitwisseling en beïnvloeding○
    • 02Niet-westerse invloed op de moderne kunst◐
    • 03Kolonialisme, globalisering en vermenging●
§ 01

Culturele uitwisseling en beïnvloeding#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Hoe culturele invloed tot stand komt

Ontmoeting leidt tot uitwisselingGraaf, Handel → Culturele uitwisseling, Reizen en migratie → Culturele uitwisseling, Media → Culturele uitwisseling, Culturele uitwisseling → Nieuwe, gemengde kunstHandelReizen enmigratieMediaCultureleuitwisselingNieuwe, gemengdekunst
Afb. 1Afb. 1 — Culturen ontmoeten elkaar via handel, reizen, migratie en media; daaruit ontstaat uitwisseling en nieuwe, vermengde kunst.

Kernpunten

Kunst is nooit in afzondering ontstaan: culturen hebben altijd ideeën, vormen en motieven aan elkaar ontleend, en het herkennen van zulke beïnvloeding is de kern van deze invalshoek. Wanneer culturen elkaar ontmoeten — door handel, reizen, migratie, verovering of tegenwoordig via de media — nemen kunstenaars vormen, technieken, materialen en onderwerpen van elkaar over en versmelten die met hun eigen traditie. Zo dragen de Griekse en Romeinse kunst sporen van Egyptische en oosterse voorbeelden, en zijn in de islamitische, Byzantijnse en middeleeuwse kunst invloeden uit verschillende culturen samengekomen. Beïnvloeding is dus geen uitzondering maar de regel in de kunstgeschiedenis. Op het examen herken je culturele invloed door in een werk elementen aan te wijzen die uit een andere cultuur afkomstig zijn (een motief, een vorm, een techniek) en te verklaren hoe die in het werk terecht zijn gekomen.
Handel en ontdekkingsreizen brachten culturen in contact en zorgden voor een stroom van vreemde voorwerpen en beelden, en dat verband is examenstof dat de invalshoek met de contexten verbindt. In de zeventiende eeuw brachten Nederlandse handelscompagnieën uit Azië porselein, textiel, lakwerk en andere kostbaarheden naar Europa; deze exotische waren werden verzameld, nagebootst en bewonderd, en beïnvloedden de smaak en de vormgeving (denk aan de opkomst van „Chinees” aandoend aardewerk in Delft). Zo veranderde de ontmoeting met verre culturen wat men mooi vond en hoe men versierde. De uitwisseling verliep vaak ongelijk: het waren de handelaren en verzamelaars van de rijke landen die exotische kunst binnenhaalden. Op het examen kun je gevraagd worden uit te leggen hoe handel en reizen een culturele invloed op de Europese kunst mogelijk maakten en hoe die invloed in concrete voorwerpen zichtbaar wordt.
Beïnvloeding kan alle kanten op werken, en op het examen moet je het onderscheid tussen invloed nemen en invloed uitoefenen kunnen maken. Soms neemt de ene cultuur over van de andere (Europese kunstenaars ontlenen motieven aan Aziatische of Afrikaanse kunst); soms verspreidt een cultuur haar eigen vormen over de wereld (de westerse kunst en de westerse populaire cultuur zijn wereldwijd verspreid geraakt). Vaak is de uitwisseling wederzijds en ontstaan er nieuwe, gemengde vormen. Om invloed te kunnen aantonen, moet je twee dingen laten zien: een overeenkomst in vorm, motief of techniek tússen de werken van twee culturen, én een aannemelijke verklaring hóe die overeenkomst tot stand kwam (handel, reizen, tentoonstellingen, media). Een louter uiterlijke gelijkenis is niet genoeg: er moet een contact of route zijn die de invloed verklaart. Op het examen bouw je zo een overtuigend argument voor culturele beïnvloeding op.
Culturele uitwisseling verrijkt de kunst, maar roept ook de vraag op naar begrip en respect, en die kritische dimensie waardeert het examen als verdieping. Wanneer een kunstenaar vormen van een andere cultuur overneemt, kan dat uit oprechte bewondering en werkelijke studie gebeuren, maar ook oppervlakkig of zelfs misvormend: soms werd een vreemde cultuur vooral als „exotisch”, „primitief” of „mysterieus” gezien en werden haar beelden losgemaakt van hun oorspronkelijke betekenis en gebruik. De overgenomen vorm kreeg dan in de nieuwe context een geheel andere (soms tegengestelde) betekenis. Dit maakt culturele beïnvloeding tot een gevoelig onderwerp: het gaat niet alleen om wát werd overgenomen, maar ook om hóe en met welk begrip. Op het examen laat je zien dat je hier oog voor hebt: je herkent de beïnvloeding, maar beschouwt ook kritisch of de andere cultuur werd begrepen en gerespecteerd of juist versimpeld en misbruikt.
Uitgewerkt voorbeeld

Invloed aantonen via een route

Toon aan dat een Delfts aardewerken bord met een oosters aandoend decor door een andere cultuur is beïnvloed.

  1. 01Benoem het overgenomen element

    Wijs op het blauw-witte kleurgebruik en de motieven die ontleend zijn aan het Chinese porselein.

  2. 02Wijs de bronnencultuur aan

    Deze vorm en versiering zijn kenmerkend voor het geïmporteerde Chinese porselein, niet voor de eigen Europese traditie.

  3. 03Verklaar de route

    Nederlandse handelscompagnieën brachten in de zeventiende eeuw Chinees porselein naar Europa; Delftse pottenbakkers bewonderden en imiteerden het.

  4. 04Concludeer

    De overeenkomst in motief en kleur plus de handelsroute bewijzen de culturele invloed: een Aziatisch voorbeeld werd in Europa nagebootst.

Resultaat: Het blauw-witte decor met oosterse motieven is ontleend aan het Chinese porselein dat via de handel Europa bereikte; Delftse makers bootsten het na. De overeenkomst plus de handelsroute tonen de culturele beïnvloeding aan.

Eindexamen-focus

  • Culturele invloed in een werk aantonen door een overgenomen element te benoemen én de route (handel, reizen, media) te verklaren.
  • Onderscheid maken tussen invloed nemen en invloed uitoefenen, en de uitwisseling kritisch (begrip, respect) beschouwen.

Veelgemaakte fouten

  • Een uiterlijke gelijkenis tussen twee werken zonder meer als bewijs van invloed nemen, zonder een contact of route aan te wijzen.
  • Culturele beïnvloeding alleen als verrijking zien en de mogelijke versimpeling of misvorming van de andere cultuur negeren.

Actieve herhaling

Je krijgt een zeventiende-eeuws Delfts aardewerken bord met een „Chinees” aandoend decor. Toon aan dat dit werk door een andere cultuur is beïnvloed: benoem het overgenomen element en verklaar via welke route (handel) die invloed Europa bereikte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — kunst intercultureel, culturele uitwisseling (CvTE / Examenblad)

§ 02

Niet-westerse invloed op de moderne kunst#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Niet-westerse invloed op westerse stromingen

Intercultureel: bron en invloedTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Stroming · Bron · Overgenomen kenmerk; Impressionisme · Japanse prent · Vlakke kleurvlakken; Post-impressionisme · Japanse prent · Gedurfde kadrering; Kubisme · Afrikaans masker · Geometrische vervorming; Expressionisme · Niet-westers · Krachtige vereenvoudiging, gemarkeerde cel: Afrikaans maskerSTROMINGBRONOVERGENOMEN KENMERKImpressionismeJapanse prentVlakke kleurvlakkenPost-impressionismeJapanse prentGedurfde kadreringKubismeAfrikaans maskerGeometrische vervormingExpressionismeNiet-westersKrachtige vereenvoudiging
Afb. 2Afb. 2 — De moderne westerse kunst vernieuwde zich door contact met culturen die anders keken; elke stroming ontleende eigen kenmerken.

Kernpunten

De ontmoeting met niet-westerse kunst speelde een sleutelrol in de geboorte van de moderne westerse kunst, en dit is de belangrijkste examenstof binnen deze invalshoek. Rond 1900 raakten Europese kunstenaars gefascineerd door kunsttradities die niet volgens het westerse ideaal van natuurgetrouwheid en perspectief werkten: de Japanse prentkunst, de Afrikaanse maskers en beelden, en de kunst van Oceanië. Juist omdat deze kunst „anders” keek — met vlakke vormen, andere perspectieven, krachtige vereenvoudiging en abstractie — bood zij westerse vernieuwers een uitweg uit de eeuwenoude nabootsingstraditie. De kennismaking met niet-westerse vormen hielp hen de natuurgetrouwe weergave los te laten en een nieuwe, vrijere beeldtaal te ontwikkelen. Op het examen kun je gevraagd worden deze invloed te herkennen en uit te leggen hoe het contact met een andere cultuur een westerse stijlvernieuwing op gang bracht.
De Japanse invloed op de negentiende-eeuwse westerse kunst is een concreet en veelgevraagd voorbeeld, dat je met vormkenmerken moet kunnen onderbouwen. Nadat Japan zich voor de handel opende, stroomden Japanse houtsneden (van onder meer meesters als Hokusai en Hiroshige) Europa binnen. Deze prenten verrasten de westerse kunstenaars door hun heldere, vlakke kleurvlakken, hun ongewone, gedurfde kadrering (figuren aangesneden door de rand), hun hoge horizon en hun decoratieve lijnvoering — allemaal in strijd met het westerse perspectief en modelé. Impressionisten en post-impressionisten (onder wie Vincent van Gogh, die Japanse prenten verzamelde en kopieerde) namen deze kenmerken over: de platte kleurvlakken, de gedurfde compositie en de decoratieve lijn. Deze bewondering voor het Japanse (het japonisme) is duidelijk zichtbaar in hun werk. Op het examen toon je de invloed aan door zulke Japanse vormkenmerken in het westerse werk aan te wijzen en de route (de import van prenten) te benoemen.
De Afrikaanse invloed op de vroege twintigste-eeuwse avant-garde is een tweede sleutelvoorbeeld en tegelijk een gevoelig geval, wat het examen als verdieping kan aankaarten. Kunstenaars als Pablo Picasso raakten geboeid door Afrikaanse maskers en beeldhouwwerk, die zij in etnografische musea zagen: de krachtige vereenvoudiging, de geometrische vervorming van het gezicht en de expressieve, niet-natuurgetrouwe vormentaal inspireerden hen tot een radicale breuk met de klassieke weergave. In het kubisme werd de menselijke figuur opgebroken in geometrische vlakken en vanuit meerdere standpunten tegelijk getoond — een aanpak waarin de invloed van de Afrikaanse vormentaal doorwerkt. Tegelijk is dit voorbeeld problematisch: de Afrikaanse voorwerpen werden vaak losgemaakt van hun rituele betekenis en als „primitief” en exotisch bewonderd, zonder begrip van hun oorspronkelijke functie. Op het examen herken je zowel de vormelijke invloed als de kritische kanttekening bij hoe de andere cultuur werd benaderd.
Deze voorbeelden tonen een terugkerend patroon dat je op het examen kunt benoemen en beoordelen: de westerse kunst vernieuwde zich juist door het contact met culturen die anders keken. Waar de westerse traditie eeuwenlang naar natuurgetrouwheid, perspectief en ideale schoonheid streefde, boden de Japanse, Afrikaanse en Oceanische kunst andere principes: vlakheid, vereenvoudiging, abstractie, expressie en symboliek. De ontmoeting met die andere principes werkte als een katalysator voor de moderne kunst en haar afscheid van de nabootsing. Zo is de invalshoek intercultureel onmisbaar om de opkomst van het impressionisme, het expressionisme, het kubisme en de abstractie te begrijpen. Op het examen kun je gevraagd worden dit patroon uit te leggen — de vernieuwing komt mede uit het intercultureel contact — en er tegelijk de kritische vraag bij te stellen of de bronculturen daarbij werkelijk werden begrepen. Zo verbind je de invalshoek intercultureel met de context van het moderne.
Uitgewerkt voorbeeld

Japonisme aantonen

Toon aan dat een post-impressionistisch schilderij door de Japanse prentkunst is beïnvloed.

  1. 01Analyseer het westerse werk

    Benoem de heldere, vlakke kleurvlakken, de gedurfde kadrering (figuren aangesneden door de rand) en de decoratieve, krachtige lijnvoering.

  2. 02Herken de Japanse kenmerken

    Deze eigenschappen — vlakheid, ongewone compositie, hoge horizon, decoratieve lijn — zijn kenmerkend voor de Japanse houtsnede, niet voor de westerse perspectieftraditie.

  3. 03Verklaar de route

    Na de opening van Japan stroomden Japanse prenten Europa binnen; kunstenaars als Van Gogh verzamelden en bestudeerden ze.

  4. 04Concludeer

    De overgenomen vormkenmerken plus de import van prenten bewijzen de Japanse invloed: het japonisme werkt door in het westerse werk.

Resultaat: De vlakke kleurvlakken, de gedurfde kadrering en de decoratieve lijn zijn ontleend aan de Japanse houtsnede, die na de opening van Japan Europa bereikte; kunstenaars bestudeerden deze prenten. Vorm plus route tonen het japonisme aan.

Eindexamen-focus

  • De Japanse invloed (japonisme) op de impressionisten aantonen met vormkenmerken (vlakke kleurvlakken, gedurfde kadrering, decoratieve lijn).
  • De invloed van niet-westerse kunst op de avant-garde (kubisme) herkennen en er de kritische kanttekening (exotisering, verlies van functie) bij plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • De vernieuwing van de moderne kunst geheel op eigen kracht verklaren en de rol van niet-westerse invloeden negeren.
  • De overname van niet-westerse vormen alleen als bewondering zien en het loskoppelen van de oorspronkelijke betekenis (exotisering) buiten beschouwing laten.

Actieve herhaling

Je krijgt een Japanse houtsnede en een post-impressionistisch schilderij met vlakke kleurvlakken en een gedurfde kadrering. Toon aan dat het westerse werk door de Japanse prentkunst is beïnvloed en benoem daarbij ten minste twee overgenomen vormkenmerken.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — niet-westerse invloed op de moderne kunst (CvTE / Examenblad)

§ 03

Kolonialisme, globalisering en vermenging#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Twee gevolgen van culturele ontmoeting

Verrijking en verliesTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Gevolg · Positief · Risico; Uitwisseling · Kruisbestuiving · Uniformering; Overname · Bewondering · Toe-eigening; Machtsverschil · Contact · Roof, onrecht; Vermenging · Nieuwe vorm · Verlies traditie, gemarkeerde cel: Toe-eigeningGEVOLGPOSITIEFRISICOUitwisselingKruisbestuivingUniformeringOvernameBewonderingToe-eigeningMachtsverschilContactRoof, onrechtVermengingNieuwe vormVerlies traditie
Afb. 3Afb. 3 — Culturele ontmoeting kan verrijken én verarmen; een genuanceerd oordeel weegt beide en let op de machtsverhouding.

Kernpunten

Culturele uitwisseling verliep zelden tussen gelijken, en de machtsverhouding erachter — vooral het kolonialisme — is belangrijke verdiepingsstof binnen deze invalshoek. In de koloniale tijd namen Europese landen grote delen van de wereld in bezit; daarbij werden niet alleen grondstoffen maar ook kunstvoorwerpen naar Europa gebracht, vaak door verovering, roof of ongelijke handel. Deze voorwerpen belandden in musea en verzamelingen, losgemaakt van hun makers, hun betekenis en hun gemeenschap. De ontmoeting tussen culturen was hier dus geen vrije uitwisseling maar een gevolg van overheersing: de sterke cultuur bepaalde hoe de kunst van de onderworpen cultuur werd getoond, benoemd en begrepen (of misverstaan). Op het examen laat je zien dat je deze machtsdimensie herkent: culturele beïnvloeding kan samengaan met ongelijkheid en onrecht, en dat kleurt hoe de ene cultuur de andere afbeeldt en waardeert. Tegenwoordig leidt dit tot debatten over de teruggave van geroofde kunst.
In de eigen tijd is de culturele uitwisseling door de globalisering enorm versneld en verbreed, en dit inzicht verbindt de invalshoek met de context van de massacultuur. Door wereldwijde handel, migratie, reizen en vooral de digitale media zijn beelden, muziek, films en stijlen razendsnel over de hele wereld beschikbaar; een kunstenaar in het ene werelddeel kan zich direct laten inspireren door kunst uit een ander. Dit brengt een ongekende kruisbestuiving voort, maar roept ook zorgen op: sommigen vrezen dat de wereldwijde (vaak westerse of Amerikaanse) populaire cultuur lokale tradities overheerst en verdringt, zodat culturen op elkaar gaan lijken. Anderen wijzen erop dat lokale culturen de wereldwijde invloeden juist opnemen en er iets eigens van maken. Op het examen kun je gevraagd worden de gevolgen van de globalisering voor de kunst te beredeneren: zowel de verrijkende kruisbestuiving als het risico van culturele uniformering.
Uit de intensieve ontmoeting van culturen ontstaan nieuwe, gemengde (hybride) kunstvormen, en het herkennen van zulke vermenging is een terugkerende examenopdracht. Wanneer elementen uit verschillende culturen samenkomen, ontstaat vaak iets wat tot geen van de bronculturen alleen behoort maar tot beide tegelijk: een nieuwe stijl, een nieuw genre. Veel populaire muziekvormen zijn zulke mengvormen, ontstaan uit de ontmoeting van muziektradities uit verschillende werelddelen; ook in de beeldende kunst, mode, architectuur en dans verbinden makers hun eigen achtergrond met invloeden van elders tot een eigen, gemengde taal. Kunstenaars met een meervoudige culturele achtergrond maken vaak juist deze vermenging tot hun onderwerp. Op het examen herken je een hybride kunstvorm door de verschillende culturele bestanddelen aan te wijzen en te verklaren hoe zij tot iets nieuws zijn samengesmolten — de vermenging is niet armoede maar creatieve winst.
De invalshoek intercultureel vraagt uiteindelijk om een genuanceerde, kritische blik, en het tonen van die houding onderscheidt een uitmuntend examenantwoord. Culturele uitwisseling is tegelijk een bron van vernieuwing én een terrein van gevoeligheden: hetzelfde overnemen van vormen kan bewondering en verrijking zijn, maar ook toe-eigening zonder begrip, uitbuiting of het uitwissen van betekenis. Bij het beschouwen van intercultureel beïnvloede kunst weeg je daarom meerdere vragen: welke elementen komen waarvandaan, via welke route en machtsverhouding, met welk begrip van de bron, en wat ontstaat er nieuws? Zo vermijd je twee eenzijdige oordelen: het naïeve „uitwisseling is altijd goed” én het afwijzende „elke overname is diefstal”. Op het examen laat je zien dat je de invalshoek volwassen toepast: je herkent de beïnvloeding, verklaart haar route en machtsverhouding, en beoordeelt beargumenteerd of de ontmoeting tot begrip en verrijking of tot versimpeling en onrecht leidde.
Uitgewerkt voorbeeld

Globalisering afwegen

Beredeneer de gevolgen van de globalisering voor de kunst, met oog voor zowel verrijking als risico.

  1. 01Beschrijf de globalisering

    Door wereldwijde handel, migratie en digitale media zijn beelden, muziek en stijlen overal razendsnel beschikbaar en beïnvloeden makers elkaar direct.

  2. 02Benoem de verrijking

    Er ontstaat een ongekende kruisbestuiving: nieuwe, gemengde kunstvormen (bijvoorbeeld in de populaire muziek) die het beste uit meerdere tradities verbinden.

  3. 03Benoem het risico

    Tegelijk kan de wereldwijde (vaak westerse) populaire cultuur lokale tradities overheersen en verdringen, zodat culturen op elkaar gaan lijken.

  4. 04Weeg af

    Een genuanceerd oordeel erkent beide: de globalisering verrijkt de kunst met vermenging, maar bedreigt tegelijk de culturele verscheidenheid.

Resultaat: De globalisering versnelt de culturele uitwisseling: ze brengt verrijkende, hybride kunstvormen voort, maar dreigt lokale tradities te verdringen (uniformering). Een genuanceerd oordeel weegt de kruisbestuiving tegen het verlies van verscheidenheid af.

Eindexamen-focus

  • De machtsdimensie van culturele uitwisseling (kolonialisme, geroofde kunst) herkennen en de gevolgen voor het tonen en begrijpen van niet-westerse kunst uitleggen.
  • Gevolgen van de globalisering (kruisbestuiving én uniformering) beredeneren en hybride, vermengde kunstvormen herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Culturele uitwisseling voorstellen als een vrije ruil tussen gelijken en de machtsverhouding (kolonialisme) daarbij negeren.
  • Hybride, gemengde kunst als „onzuiver” of minderwaardig zien in plaats van als een nieuwe, waardevolle vorm.

Actieve herhaling

Beredeneer welke gevolgen de globalisering heeft voor de hedendaagse kunst. Weeg daarbij zowel de verrijkende kruisbestuiving als het risico van culturele uniformering, en geef bij elk een voorbeeld van culturele vermenging.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — kolonialisme, globalisering en culturele vermenging (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Culturele uitwisseling en beïnvloeding○
    • 02Niet-westerse invloed op de moderne kunst◐
    • 03Kolonialisme, globalisering en vermenging●

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Invalshoek: kunst intercultureel

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — kunst intercultureel, culturele uitwisseling

Vorig onderwerp

Invalshoek: kunst, wetenschap en techniek

Volgend onderwerp

Cultuur van de kerk in de elfde tot en met veertiende eeuw

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.