EuraStudy
Samenvattingen/Fries/Friese literatuurgeschiedenis en stromingen
Samenvattingen · FriesNL · HAVO

Friese literatuurgeschiedenis en stromingen

De Friese literatuur heeft een lange geschiedenis, van de grondlegger Gysbert Japicx in de zeventiende eeuw, via de negentiende-eeuwse opbloei rond de gebroeders Halbertsma, tot de vernieuwende twintigste eeuw en de levende hedendaagse letteren. In dit onderwerp leer je de belangrijkste periodes, stromingen, auteurs en werken kennen en kun je een werk in de juiste periode plaatsen. Alle genoemde auteurs, werken en jaartallen zijn echt.

4 Onderdelen·~15 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 4

T·111111 / 13
Examenprofiel
De hoofdlijnen van de Friese literatuurgeschiedenis en de belangrijkste periodes kennen.Kernauteurs en sleutelwerken (Gysbert Japicx, de Halbertsma's, twintigste-eeuwse en hedendaagse schrijvers) herkennen.Een Fries werk of auteur in de juiste periode en stroming plaatsen en dat beargumenteren.
Operatoren:plaatsbeschrijfleg uitverklaarvergelijkorden

basisniveau

Voor het schoolexamen literatuur: ken de grote lijnen en enkele sleutelauteurs en -werken per periode.

verhoogd niveau

Wie zich verdiept, kan stromingen (zoals de Jongfryske Mienskip) en de ontwikkeling van de Friese taal als literaire taal met elkaar in verband brengen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Friese literatuurgeschiedenis en stromingen
    • 01Gysbert Japicx en de zeventiende eeuw◐
    • 02De negentiende-eeuwse opbloei: de Halbertsma's◐
    • 03De twintigste eeuw: beweging en vernieuwing◐
    • 04De hedendaagse Friese literatuur◐
§ 01

Gysbert Japicx en de zeventiende eeuw#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De geschiedenis van de geschreven Friese literatuur begint in de zeventiende eeuw met Gysbert Japicx (1603-1666), geboren in Boalsert (Bolsward). Hij geldt als de grondlegger, de 'vader' van de Friese letterkunde. Dat is bijzonder, want in zijn tijd was het Fries vooral een spreektaal: bestuur, kerk en literatuur gingen in het Nederlands. Gysbert Japicx bewees dat je in het Fries volwaardige, kunstige poezie kon schrijven, met dezelfde vormvastheid als de grote renaissancedichters in andere talen. De tijdlijn (Afb. 1) laat zien hoe de hele Friese literatuurgeschiedenis zich vanaf dat beginpunt ontvouwt.

Tijdlijn van de Friese literatuur

Friese literatuurgeschiedenisTijdlijn van 1600 tot 2025, 1668: Gysbert Japicx, Friesche Rymlerye, 1822: Halbertsma, De Lapekoer, 1844: Selskip foar Fryske Taal, 1871: Rimen en Teltsjes, 1915: Jongfryske Mienskip, 1966: Van der Velde, De fûke, 2017: Dichter fan Fryslân, 1600–1700: 17e eeuw: Gysbert Japicx, 1700–1800: 18e eeuw: relatieve stilte, 1800–1900: 19e-eeuwse opbloei, 1900–2000: 20e eeuw: vernieuwing, 2000–2025: Hedendaags1600jaar17e eeuw: GysbertJapicx18e eeuw:relatieve stilte19e-eeuwse opbloei20e eeuw:vernieuwingHedendaags1668Gysbert Japicx,Friesche Rymler…1822Halbertsma, DeLapekoer1844Selskip foarFryske Taal1871Rimen enTeltsjes1915JongfryskeMienskip1966Van der Velde,De fûke2017Dichter fanFryslân
Afb. 1Van Gysbert Japicx (1668) via de negentiende-eeuwse opbloei tot vandaag; de pijl rechts geeft aan dat de literatuur doorloopt.
Zijn belangrijkste werk is de bundel 'Friesche Rymlerye', die na zijn dood in 1668 werd uitgegeven. Daarin staan liefdesgedichten, gelegenheidsgedichten, samenspraken en berijmde psalmen. Gysbert Japicx putte uit de klassieke en renaissancistische traditie, maar deed dat volledig in het Fries, en moest daarvoor de taal als het ware literair uitvinden: hij koos woorden, vormen en een spelling die pasten bij verheven poezie. Juist doordat hij liet zien dat het Fries daartoe in staat was, werd hij het ijkpunt waar latere generaties zich op konden beroepen.
De betekenis van Gysbert Japicx reikt ver voorbij zijn eigen eeuw. Toen de Friese beweging in de negentiende eeuw op zoek ging naar een eigen literaire traditie, vond ze in hem het grote voorbeeld: een dichter van formaat die had bewezen dat het Fries een cultuurtaal kon zijn. Niet voor niets is de belangrijkste Friese literaire prijs naar hem vernoemd, de Gysbert Japicxpriis, die door de provincie Fryslân wordt toegekend. Zo verbindt zijn naam de zeventiende eeuw met de literatuur van vandaag.
Na Gysbert Japicx volgde geen onmiddellijke bloei; de achttiende eeuw was voor de geschreven Friese literatuur betrekkelijk stil. Het Fries bleef vooral de taal van het dagelijks leven en van het gesproken woord, terwijl het geschreven, officiele en literaire verkeer overwegend Nederlandstalig was. Er verschenen wel Friese teksten, maar geen beweging van de omvang die later zou ontstaan. Deze relatieve stilte maakt de plotselinge opbloei in de negentiende eeuw des te opvallender - en verklaart waarom Gysbert Japicx zo'n eenzame reus in de vroege geschiedenis is.
Wie de zeventiende eeuw wil samenvatten, onthoudt drie dingen: Gysbert Japicx is de grondlegger van de geschreven Friese literatuur; zijn 'Friesche Rymlerye' (1668) is het eerste grote monument; en hij bewees dat het Fries een volwaardige literaire taal kon zijn. Die drie feiten vormen het vertrekpunt van elk overzicht van de Friese letteren. Ze verklaren ook waarom hij, eeuwen later, nog altijd als maatstaf geldt en waarom zijn naam aan de hoogste literaire onderscheiding is verbonden.
Uitgewerkt voorbeeld

De betekenis van Gysbert Japicx formuleren

Waarom wordt Gysbert Japicx de vader van de Friese literatuur genoemd? Formuleer een volledig antwoord.

  1. 01Stap 1 - Plaats hem in de tijd

    Gysbert Japicx leefde van 1603 tot 1666, in de zeventiende eeuw, toen het Fries vooral een spreektaal was.

  2. 02Stap 2 - Noem zijn prestatie

    Hij schreef kunstige poezie volledig in het Fries en bundelde die in 'Friesche Rymlerye' (postuum, 1668); daarmee toonde hij aan dat het Fries een literaire cultuurtaal kon zijn.

  3. 03Stap 3 - Leg het gevolg uit

    Latere generaties beriepen zich op hem als groot voorbeeld; de belangrijkste Friese literaire prijs, de Gysbert Japicxpriis, is naar hem vernoemd.

Resultaat: Gysbert Japicx (1603-1666) is de grondlegger omdat hij als eerste volwaardige literatuur in het Fries schreef ('Friesche Rymlerye', 1668) en zo bewees dat het Fries een cultuurtaal is; de hoogste Friese literaire prijs draagt zijn naam.

Eindexamen-focus

  • Je moet Gysbert Japicx kunnen plaatsen als de zeventiende-eeuwse grondlegger van de geschreven Friese literatuur en zijn hoofdwerk 'Friesche Rymlerye' (1668) noemen.
  • Je moet kunnen uitleggen waarom hij belangrijk is: hij bewees dat het Fries een volwaardige literaire taal kon zijn.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de Friese literatuur pas in de negentiende eeuw begint; de geschreven traditie start al bij Gysbert Japicx in de zeventiende eeuw.
  • De Gysbert Japicxpriis verwarren met de auteur; de prijs is naar hem vernoemd, maar dateert van veel later.

Actieve herhaling

Leg in enkele zinnen uit waarom Gysbert Japicx de grondlegger van de Friese literatuur wordt genoemd, en noem zijn belangrijkste werk met het jaartal.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

De negentiende-eeuwse opbloei: de Halbertsma's#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Sleutelfiguren van de negentiende eeuw

De negentiende eeuwTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Auteur / instituut · Werk / rol · Jaar; Gebroeders Halbertsma · De Lapekoer fan Gabe Skroar · 1822; Selskip foar Fryske Taal · taalgenootschap · 1844; Gebroeders Halbertsma · Rimen en Teltsjes (verzameld werk) · 1871, gemarkeerde cel: Rimen en Teltsjes (verzameld werk)AUTEUR / INSTITUUTWERK / ROLJAARGebroeders HalbertsmaDe Lapekoer fan Gabe Skroar1822Selskip foar Fryske Taaltaalgenootschap1844Gebroeders HalbertsmaRimen en Teltsjes (verzameldwerk)1871
Afb. 2De gebroeders Halbertsma en het Selskip 1844 dragen de negentiende-eeuwse opbloei.

Kernpunten

In de negentiende eeuw kwam de Friese literatuur pas echt tot bloei, gedragen door een breder gevoel van nationaal en regionaal zelfbewustzijn dat door heel Europa opkwam. In Fryslân kreeg dat de vorm van een hernieuwde belangstelling voor de eigen taal, geschiedenis en volkscultuur. Waar Gysbert Japicx nog een eenling was, ontstond nu een beweging: schrijvers, verzamelaars en taalliefhebbers die het Fries als schrijftaal wilden versterken. De tabel (Afb. 1) zet de sleutelfiguren en -werken van deze eeuw op een rij.
De centrale namen zijn de gebroeders Halbertsma: Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869), Eeltsje Hiddes Halbertsma (1797-1858) en Tsjalling Hiddes Halbertsma (1792-1852). Zij schreven gedichten, verhalen en samenspraken in een levendig, herkenbaar Fries, dicht bij de spreektaal van het gewone volk. Hun werk begon met een klein boekje, 'De Lapekoer fan Gabe Skroar' (1822), dat in de loop van de tijd steeds verder werd uitgebreid. Door hun toegankelijke stijl bereikten de Halbertsma's een groot publiek en maakten ze het lezen van Fries weer gewoon.
Het verzamelde werk van de gebroeders Halbertsma verscheen in 1871 onder de titel 'Rimen en Teltsjes' (Rijmen en Vertellingen). Dit boek werd het fundament van de moderne Friese literatuur: generaties Friezen groeiden ermee op, en het liet zien dat proza en poezie in het Fries konden bestaan naast het Nederlands. 'Rimen en Teltsjes' is daarmee een van de belangrijkste titels uit de hele Friese literatuurgeschiedenis - te vergelijken met een nationaal huisboek dat de taal en de verhaalcultuur bewaarde en doorgaf.
De literaire opbloei ging hand in hand met organisatie. In 1844 werd het 'Selskip foar Fryske Taal- en Skriftekennisse' opgericht, kortweg het Selskip 1844: een genootschap dat de studie en het gebruik van het Fries wilde bevorderen. Zulke verenigingen gaven de Friese beweging een blijvende structuur; ze organiseerden bijeenkomsten, gaven teksten uit en hielden de taalkwestie op de agenda. Literatuur en taalstrijd waren in deze eeuw dus nauw verweven: wie voor het Fries schreef, droeg tegelijk bij aan de erkenning van de taal.
Wie de negentiende eeuw samenvat, onthoudt: de Friese literatuur kwam tot bloei binnen een bredere beweging van taalbewustzijn; de gebroeders Halbertsma zijn de centrale auteurs; hun 'Rimen en Teltsjes' (1871) is het fundament van de moderne Friese letteren; en het Selskip 1844 gaf de beweging organisatie. Deze eeuw legde de basis waarop de twintigste-eeuwse schrijvers konden voortbouwen - en verschoof de Friese literatuur van een eenzaam begin naar een levende traditie.
Uitgewerkt voorbeeld

De negentiende-eeuwse opbloei uitleggen

Waarom is de negentiende eeuw belangrijk voor de Friese literatuur? Betrek de Halbertsma's en het Selskip 1844 in je antwoord.

  1. 01Stap 1 - De bredere beweging

    In de negentiende eeuw groeide overal in Europa de belangstelling voor eigen taal en volkscultuur; in Fryslân leidde dat tot een Friese taal- en literatuurbeweging.

  2. 02Stap 2 - De auteurs en het werk

    De gebroeders Halbertsma schreven toegankelijk Fries; hun verzamelde werk 'Rimen en Teltsjes' (1871) werd het fundament van de moderne Friese literatuur.

  3. 03Stap 3 - De organisatie

    Het in 1844 opgerichte Selskip foar Fryske Taal- en Skriftekennisse gaf de beweging structuur en verbond literatuur met de strijd voor erkenning van het Fries.

Resultaat: De negentiende eeuw bracht de opbloei: binnen een brede taalbeweging schreven de gebroeders Halbertsma 'Rimen en Teltsjes' (1871), het fundament van de moderne Friese literatuur, terwijl het Selskip 1844 de beweging organiseerde.

Eindexamen-focus

  • Je moet de negentiende-eeuwse opbloei kunnen koppelen aan de gebroeders Halbertsma en hun verzamelbundel 'Rimen en Teltsjes' (1871).
  • Je moet weten dat literatuur en taalbeweging samengingen, met het Selskip 1844 als organiserend genootschap.

Veelgemaakte fouten

  • De titel 'Rimen en Teltsjes' aan een enkele auteur toeschrijven; het is het verzamelde werk van de drie gebroeders Halbertsma.
  • Het jaartal van het verzamelwerk (1871) verwarren met dat van het eerste boekje 'De Lapekoer fan Gabe Skroar' (1822).

Actieve herhaling

Beschrijf de rol van de gebroeders Halbertsma in de negentiende-eeuwse Friese literatuur en noem hun belangrijkste titel met het jaartal.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

De twintigste eeuw: beweging en vernieuwing#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Twintigste-eeuwse Friese literatuur

De twintigste eeuwTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Auteur / beweging · Werk / rol · Jaar; Obe Postma · dichter (land en tijd) · 1868-1963; Douwe Kalma / Jongfryske Mienskip · verheffing literair niveau · 1915; Trinus Riemersma · Fabryk (experimentele roman) · 1964; Rink van der Velde · De fûke (populaire roman) · 1966, gemarkeerde cel: verheffing literair niveauAUTEUR / BEWEGINGWERK / ROLJAARObe Postmadichter (land en tijd)1868-1963Douwe Kalma /JongfryskeMienskipverheffing literair niveau1915Trinus RiemersmaFabryk (experimentele roman)1964Rink van der VeldeDe fûke (populaire roman)1966
Afb. 3Van Obe Postma en de Jongfryske Mienskip tot de naoorlogse roman van Van der Velde en Riemersma.

Kernpunten

In de twintigste eeuw werd de Friese literatuur volwassen en veelzijdig. Aan het begin van de eeuw stond de dichter Obe Postma (1868-1963), bekend om zijn ingetogen poezie over het Friese land, de boerenwereld en de tijd. Zijn werk verbindt een persoonlijke, bespiegelende toon met een sterk gevoel voor het landschap, en hij geldt als een van de grote Friese dichters. De tabel (Afb. 1) zet de belangrijkste twintigste-eeuwse namen en werken op een rij.
Een keerpunt was de oprichting van de 'Jongfryske Mienskip' (Jong-Friese Gemeenschap) in 1915, met de dichter en criticus Douwe Kalma (1896-1953) als drijvende kracht. Kalma vond dat de Friese literatuur ambitieuzer moest zijn: niet alleen gemoedelijke volkslectuur, maar literatuur die zich kon meten met de grote wereldliteratuur. De Jongfryske Mienskip bracht een nieuwe, strijdbare generatie samen en verhief de eisen aan vorm en inhoud. Daarmee professionaliseerde de beweging: het Fries moest een literatuur van niveau voortbrengen, geopend naar Europa.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een sterke prozatraditie op, met romans die een breed publiek bereikten of juist experimenteerden. Rink van der Velde (1932-2001) schreef toegankelijke, populaire romans; zijn 'De fûke' (1966), over een oude palingvisser tijdens de oorlog, werd een klassieker en is nog altijd geliefd. Trinus Riemersma (1938-2011) koos juist voor vernieuwing en experiment; zijn debuutroman 'Fabryk' (1964) brak met conventies en liet zien dat het Fries ook een moderne, gedurfde roman aankon. Zo groeiden populaire en experimentele lijnen naast elkaar.
De twintigste eeuw kende ook een bloei aan literaire prijzen en tijdschriften die schrijvers aanmoedigden. Naast de Gysbert Japicxpriis (de hoogste onderscheiding van de provincie) kwam de Rely Jorritsmapriis, een jaarlijkse prijs uit de nalatenschap van de boer-dichter Rely Jorritsma (1905-1952), die sinds de jaren vijftig aan de beste ingezonden gedichten en verhalen wordt toegekend. Zulke prijzen en de bijbehorende tijdschriften gaven het Friese schrijverschap een podium en zorgden voor een gestage aanwas van nieuw werk.
Wie de twintigste eeuw samenvat, ziet drie bewegingen: een verheffing van het literaire niveau (Kalma en de Jongfryske Mienskip, vanaf 1915), een rijke naoorlogse roman (van de populaire Van der Velde tot de experimentele Riemersma) en een stelsel van prijzen dat het schrijverschap ondersteunde. Samen maakten ze van het Fries een moderne literaire taal met een breed scala aan genres en stemmen - de basis voor de levende hedendaagse letteren.
Uitgewerkt voorbeeld

Twee twintigste-eeuwse romanschrijvers vergelijken

Vergelijk Rink van der Velde en Trinus Riemersma aan de hand van een werk. Wat is het verschil?

  1. 01Stap 1 - Rink van der Velde

    Van der Velde (1932-2001) schreef toegankelijke, populaire romans. 'De fûke' (1966) gaat over een oude palingvisser in oorlogstijd en werd een geliefde klassieker.

  2. 02Stap 2 - Trinus Riemersma

    Riemersma (1938-2011) koos voor experiment en vernieuwing. Zijn debuut 'Fabryk' (1964) brak met de gangbare vorm en toonde dat het Fries ook een moderne, gedurfde roman aankon.

  3. 03Stap 3 - Het verschil

    Beiden vernieuwden de Friese roman, maar in tegengestelde richting: Van der Velde naar toegankelijkheid en een breed publiek, Riemersma naar experiment en literaire vernieuwing.

Resultaat: Van der Velde ('De fûke', 1966) staat voor de populaire, toegankelijke roman; Riemersma ('Fabryk', 1964) voor de experimentele, vernieuwende roman. Samen tonen ze de breedte van de naoorlogse Friese literatuur.

Eindexamen-focus

  • Je moet de Jongfryske Mienskip (1915) en Douwe Kalma kunnen noemen als de beweging die het literaire niveau van het Fries wilde verhogen.
  • Je moet enkele naoorlogse romanschrijvers en hun werk kunnen plaatsen (Rink van der Velde, 'De fûke', 1966; Trinus Riemersma, 'Fabryk', 1964).

Veelgemaakte fouten

  • De populaire en de experimentele lijn door elkaar halen; Van der Velde schreef toegankelijk, Riemersma juist vernieuwend.
  • Denken dat de Friese literatuur in de twintigste eeuw stilstond; het is juist de eeuw van verheffing, vernieuwing en een brede romantraditie.

Actieve herhaling

Noem twee twintigste-eeuwse Friese schrijvers met een werk en beschrijf het verschil in hun stijl of aanpak.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 04

De hedendaagse Friese literatuur#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

De hedendaagse Friese letteren

HedendaagsTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Naam / institutie · Rol · Jaar; Dichter fan Fryslân · provinciale dichterspost · sinds 2017; Tsead Bruinja · Dichter des Vaderlands (Fries en Nederlands) · 2019-2021; Tresoar (Ljouwert) · Fries letterkundig centrum · -; Leeuwarden-Fryslân · Culturele Hoofdstad van Europa · 2018, gemarkeerde cel: Dichter fan FryslânNAAM / INSTITUTIEROLJAARDichter fan Fryslânprovinciale dichterspostsinds 2017Tsead BruinjaDichter des Vaderlands(Fries en Nederlands)2019-2021Tresoar (Ljouwert)Fries letterkundig centrum-Leeuwarden-FryslânCulturele Hoofdstad vanEuropa2018
Afb. 4Dichters, prijzen en instituties houden de Friese literatuur vandaag levend.

Kernpunten

De Friese literatuur is vandaag springlevend, met dichters en prozaschrijvers die in het Fries publiceren en volop aan het bredere Nederlandse en internationale literaire leven deelnemen. Een zichtbaar teken daarvan is de provinciale dichterspost 'Dichter fan Fryslân', die de provincie in 2017 instelde: een dichter die voor een aantal jaren het gezicht van de Friese poezie is en over actuele thema's schrijft. De tabel (Afb. 1) zet enkele hedendaagse namen en instituties op een rij die de Friese letteren dragen.
Dat het Fries geen geisoleerde taal is, blijkt uit schrijvers die in twee talen thuis zijn. De dichter Tsead Bruinja (geboren 1974) schrijft zowel in het Fries als in het Nederlands en was van 2019 tot 2021 Dichter des Vaderlands, de landelijke dichter van Nederland. Dat een Friestalige dichter die nationale rol vervulde, laat zien dat de Friese literatuur meetelt in het grotere geheel. Zulke bruggenbouwers brengen Friese poezie onder de aandacht van een publiek dat geen Fries leest, zonder de eigen taal op te geven.
De hedendaagse literatuur steunt op een stevige infrastructuur van instituties. In Ljouwert (Leeuwarden) bevindt zich Tresoar, het Fries historisch en letterkundig centrum, dat de Friese literatuur bewaart, ontsluit en bevordert. De belangrijkste prijzen lopen door: de Gysbert Japicxpriis van de provincie blijft de hoogste literaire onderscheiding, en de jaarlijkse Rely Jorritsmapriis stimuleert nieuw werk van gevestigde en beginnende auteurs. Zulke instellingen en prijzen zorgen ervoor dat er blijvend in het Fries wordt geschreven, uitgegeven en gelezen.
Een hoogtepunt voor de zichtbaarheid van de Friese cultuur en literatuur was het jaar 2018, toen Ljouwert samen met de provincie Culturele Hoofdstad van Europa was (Leeuwarden-Fryslân 2018). Dat evenement bracht taal, literatuur, muziek en beeldende kunst uit Fryslân onder de aandacht van een internationaal publiek en versterkte het zelfbewustzijn van de Friese cultuursector. Het liet zien dat een kleine taal met een grote traditie een plek kan opeisen op het Europese podium.
Wie de hedendaagse periode samenvat, onthoudt: de Friese literatuur is levend en tweetalig verankerd (met figuren als de Dichter fan Fryslân sinds 2017 en Tsead Bruinja als Dichter des Vaderlands 2019-2021); ze steunt op instituties als Tresoar en op de Gysbert Japicx- en Rely Jorritsmapriis; en met Leeuwarden-Fryslân 2018 stond ze op het Europese podium. Zo loopt de lijn van Gysbert Japicx tot vandaag ononderbroken door - de open pijl aan het eind van de tijdlijn (Afb. 1 in het eerste onderdeel) staat niet voor niets.
Uitgewerkt voorbeeld

De levendigheid van de hedendaagse Friese literatuur aantonen

Toon met twee concrete voorbeelden aan dat de Friese literatuur vandaag springlevend is.

  1. 01Stap 1 - Een levende dichterspost

    De provincie stelde in 2017 de 'Dichter fan Fryslân' in: een actuele dichter die over eigentijdse thema's schrijft. Dat toont dat er nu in het Fries gedicht wordt.

  2. 02Stap 2 - Verankering in het grotere geheel

    Tsead Bruinja (geboren 1974), die in het Fries en het Nederlands schrijft, was Dichter des Vaderlands (2019-2021). Een Friestalig dichter in die landelijke rol laat zien dat de Friese literatuur meetelt.

  3. 03Stap 3 - Institutionele steun

    Tresoar in Ljouwert bewaart en bevordert de literatuur, en de Gysbert Japicx- en Rely Jorritsmapriis blijven nieuw werk stimuleren.

Resultaat: De Dichter fan Fryslân (sinds 2017) en Tsead Bruinja als Dichter des Vaderlands (2019-2021), gesteund door Tresoar en de literaire prijzen, tonen dat de Friese literatuur vandaag springlevend is.

Eindexamen-focus

  • Je moet weten dat de Friese literatuur vandaag levend is, met instituties als Tresoar en posities als de Dichter fan Fryslân (sinds 2017).
  • Je moet kunnen uitleggen dat Friese schrijvers zoals Tsead Bruinja ook in het bredere Nederlandse literaire leven meetellen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de Friese literatuur een afgesloten verleden is; ze is springlevend, met actuele dichters, prijzen en instituties.
  • Leeuwarden-Fryslân 2018 (Culturele Hoofdstad) verwarren met een literaire prijs; het was een breed cultureel evenementenjaar.

Actieve herhaling

Noem twee tekenen dat de Friese literatuur vandaag levend is, en leg bij elk kort uit waarom het dat aantoont.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Gysbert Japicx en de zeventiende eeuw◐
    • 02De negentiende-eeuwse opbloei: de Halbertsma's◐
    • 03De twintigste eeuw: beweging en vernieuwing◐
    • 04De hedendaagse Friese literatuur◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Friese literatuurgeschiedenis en stromingen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO)

Vorig onderwerp

Literaire begrippen en tekstanalyse

Volgend onderwerp

Friese cultuur, geschiedenis en landskennis

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.