EuraStudy
Samenvattingen/Filosofie/Integriteit en verantwoordelijkheid
Samenvattingen · FilosofieNL · HAVO

Integriteit en verantwoordelijkheid

Goed handelen vraagt niet alleen de juiste theorie, maar ook integriteit (heelheid en betrouwbaarheid van karakter) en het dragen van verantwoordelijkheid voor je daden. In dit onderwerp onderzoek je wat integriteit is, onder welke voorwaarden iemand verantwoordelijk is, het onderscheid tussen gezindheids- en verantwoordelijkheidsethiek (Weber), en hoe je een concreet moreel dilemma beredeneert.

3 Onderdelen·~14 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 1

T·0777 / 11
Examenprofiel
Het begrip integriteit uitleggen (heelheid, consistentie tussen waarden en handelen)De voorwaarden voor morele verantwoordelijkheid (vrijheid, kennis, toerekeningsvatbaarheid) benoemenHet onderscheid gezindheidsethiek versus verantwoordelijkheidsethiek (Weber) hanterenEen moreel dilemma analyseren en beargumenteerd afwegen
Operatoren:leg uitverklaarberedeneerbeoordeelanalyseerweeg af

basisniveau

Beheers de kern: wat integriteit is en welke voorwaarden nodig zijn om iemand verantwoordelijk te houden.

verhoogd niveau

Pas het onderscheid gezindheids- versus verantwoordelijkheidsethiek toe op een dilemma en weeg de voorwaarden voor verantwoordelijkheid tegen elkaar af.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Integriteit en verantwoordelijkheid
    • 01Wat is integriteit?◐
    • 02Verantwoordelijkheid en de voorwaarden ervan◐
    • 03Gezindheids- en verantwoordelijkheidsethiek●
§ 01

Wat is integriteit?#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Integriteit is een sleutelbegrip in de ethiek van het karakter, en het woord verraadt zijn betekenis: het komt van het Latijnse integer, dat 'heel' of 'ongeschonden' betekent (zie Afb. 1). Iemand met integriteit is innerlijk heel: er is samenhang tussen wat hij zegt te waarderen en wat hij werkelijk doet, tussen zijn woorden en zijn daden, en tussen zijn handelen in verschillende situaties. Een integer mens laat zich niet uit elkaar spelen door druk, verleiding of eigenbelang, maar blijft trouw aan zijn waarden, ook als dat lastig of nadelig is. Integriteit is dus meer dan eerlijkheid: het is een houding van betrouwbaarheid en consistentie waarin je overtuigingen en je gedrag een geheel vormen. Deze deugd sluit aan bij de deugdethiek uit de eerdere onderdelen: goed handelen komt voort uit een gevormd, samenhangend karakter, en integriteit is de heelheid van dat karakter.

Integriteit als heelheid

IntegriteitGraaf, Waarden → Integriteit (heelheid), Woorden → Integriteit (heelheid), Daden → Integriteit (heelheid), Spanning: loyaliteit → Integriteit (heelheid)WaardenWoordenDadenIntegriteit(heelheid)Spanning:loyaliteitzet onder druk
Afb. 1Afb. 1 — Integriteit is de heelheid waarin waarden, woorden en daden samenvallen; loyaliteit kan die heelheid onder druk zetten.
Waarom is integriteit meer dan zomaar regels volgen? Omdat regels van buitenaf komen, terwijl integriteit van binnenuit komt: de integere mens doet het goede niet omdat het moet of omdat er iemand meekijkt, maar omdat het bij hem hoort. Dat verklaart waarom we integriteit vooral zichtbaar vinden worden onder druk: iemand die de waarheid spreekt terwijl liegen voordeliger zou zijn, of die weigert mee te doen aan iets wat tegen zijn overtuiging ingaat ook als iedereen het doet, toont integriteit. Belangrijk is dat integriteit veronderstelt dat je waarden ook werkelijk de jouwe zijn en dat je bereid bent er de gevolgen van te dragen. Een schijnbaar integere houding die alleen standhoudt zolang het niets kost, is geen echte integriteit. Zo raakt integriteit aan de autonomie uit de Kant-lijn: je bindt jezelf aan je eigen waarden en laat je daarin niet van buitenaf sturen.
Integriteit kan ook onder spanning komen te staan, en die spanning wordt op het examen graag getoetst. Soms botsen twee waarden die je allebei onderschrijft, zodat je aan de ene alleen trouw kunt blijven door de andere te schenden; dan raakt je heelheid onder druk en moet je afwegen welke waarde in dit geval zwaarder weegt. Ook kan loyaliteit aan een groep, een organisatie of een vriend botsen met je eigen morele overtuiging: blijf je trouw aan de groep, of aan je waarden? Het bekende geval van de klokkenluider maakt dit scherp: iemand ontdekt een misstand in zijn organisatie en moet kiezen tussen loyaliteit en zwijgen enerzijds, en zijn overtuiging dat het onrecht aan het licht moet komen anderzijds. Integriteit betekent hier niet star vasthouden aan een regel, maar een verantwoorde, samenhangende keuze maken en daarvoor instaan.
Waarom is dit begrip belangrijk voor de rest van de ethiek en voor het examen? Omdat integriteit het brugbegrip is tussen de morele theorie en de handelende persoon: theorieen zeggen wat goed is, integriteit gaat over of iemand daar consequent naar leeft. Bij een casus over bijvoorbeeld een klokkenluider, een ambtenaar onder druk of een leider die zijn beloften breekt, kun je integriteit inzetten om te beoordelen of de persoon trouw blijft aan zijn waarden en of zijn woorden en daden een geheel vormen. Let op dat je integriteit niet verwart met koppigheid of met altijd je zin doordrijven; het gaat om samenhang tussen waarden en handelen, niet om onbuigzaamheid. Een sterk antwoord definieert integriteit als heelheid en consistentie, verbindt haar met de autonomie en de deugdethiek, en past haar toe op de casus, waarbij het ook de spanning met loyaliteit of botsende waarden benoemt. Zo leg je de brug naar de verantwoordelijkheid, die de andere kant van goed handelen vormt.
Uitgewerkt voorbeeld

Integriteit onder druk

Een ambtenaar krijgt de opdracht een rapport gunstiger voor te stellen dan de feiten toelaten. Beredeneer met het begrip integriteit wat er op het spel staat en wat een integere houding vraagt.

  1. 01Waarden benoemen

    De ambtenaar hecht aan waarheid en betrouwbaarheid; het rapport verdraaien botst met die waarden.

  2. 02Heelheid toetsen

    Integriteit vraagt samenhang tussen waarden en daden: het rapport verdraaien zou zijn woorden (waarheid belangrijk vinden) en zijn daden uit elkaar drijven; zijn heelheid komt onder druk.

  3. 03Spanning met loyaliteit

    Er speelt loyaliteit aan zijn leidinggevende en zijn baan. Een integere houding betekent hier niet blind gehoorzamen, maar trouw blijven aan de waarheid en daarvoor instaan, en de spanning verantwoord oplossen.

Resultaat: Integriteit vraagt dat de ambtenaar zijn waarden (waarheid) en zijn daden een geheel laat vormen en het rapport niet verdraait, ook al botst dat met loyaliteit en eigenbelang. De casus toont dat integriteit vooral onder druk zichtbaar wordt.

Eindexamen-focus

  • Je moet integriteit kunnen uitleggen als heelheid en consistentie tussen waarden en handelen, en het onderscheiden van louter regels volgen.
  • Je moet integriteit kunnen toepassen op een casus waarin waarden of loyaliteiten botsen (bijvoorbeeld een klokkenluider).

Veelgemaakte fouten

  • Integriteit gelijkstellen aan eerlijkheid; het is breder: samenhang tussen je waarden en al je daden.
  • Integriteit verwarren met koppigheid: het gaat om consistentie met je waarden, niet om altijd je zin doordrijven.

Actieve herhaling

Een medewerker ontdekt dat zijn bedrijf gegevens vervalst. Beredeneer met het begrip integriteit hoe hij trouw kan blijven aan zijn waarden en welke spanning met loyaliteit daarbij speelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 02

Verantwoordelijkheid en de voorwaarden ervan#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Verantwoordelijkheid is het begrip waarmee we mensen aanspreken op hun daden: iemand is verantwoordelijk als hij terecht geprezen of berispt, beloond of gestraft kan worden voor wat hij deed (zie Afb. 2). Maar we houden niet iedereen voor alles verantwoordelijk; daarvoor moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. De eerste is vrijheid: je bent alleen verantwoordelijk voor wat je vrij hebt gedaan, dat wil zeggen: wat je ook had kunnen laten. Wie met een wapen op het hoofd gedwongen wordt iets te doen, of wie door een reflex of een aandoening niet anders kon, handelt niet vrij en is daarvoor niet (volledig) verantwoordelijk. Deze voorwaarde verbindt de verantwoordelijkheid rechtstreeks met het debat over de vrije wil uit de antropologie: als het strikte determinisme klopt en niemand ooit anders had kunnen handelen, komt de hele praktijk van verantwoordelijkheid onder druk.

Voorwaarden voor verantwoordelijkheid

VoorwaardenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Voorwaarde · Kernvraag · Ontbreekt bij; Vrijheid · Had hij anders kunnen handelen? · dwang, reflex, aandoening; Kennis / overzicht · Wist of kon hij het weten? · onvoorzienbaar gevolg; Toerekeningsvatbaar · Kon hij goed van kwaad scheiden? · jong kind, ernstige stoornis, gemarkeerde cel: Had hij anders kunnen handelen?VOORWAARDEKERNVRAAGONTBREEKT BIJVrijheidHad hij anders kunnenhandelen?dwang, reflex, aandoeningKennis / overzichtWist of kon hij het weten?onvoorzienbaar gevolgToerekeningsvatbaarKon hij goed van kwaadscheiden?jong kind, ernstige stoornisVerantwoordelijkheid
Afb. 2Afb. 2 — De drie voorwaarden voor verantwoordelijkheid; ontbreekt er een, dan is iemand niet of minder aansprakelijk.
De tweede voorwaarde is kennis of het kunnen overzien: je bent alleen verantwoordelijk voor gevolgen die je wist of redelijkerwijs had kunnen weten. Wie zonder het te kunnen weten iemand schade berokkent (een verborgen gebrek, een onvoorzienbaar ongeluk), treft minder of geen blaam dan wie de gevolgen kende en toch doorging. Wel geldt hier dat je verantwoordelijk kunt zijn voor je onwetendheid zelf als je je bewust dom hield of een plicht om je te informeren verzaakte. De derde voorwaarde is toerekeningsvatbaarheid: je bent alleen verantwoordelijk als je in staat bent goed en kwaad te onderscheiden en je gedrag daarop af te stemmen. Een zeer jong kind of iemand met een ernstige stoornis die het onderscheid tussen goed en kwaad niet kan maken, is niet of verminderd toerekeningsvatbaar en daardoor niet of minder verantwoordelijk. Deze drie voorwaarden (vrijheid, kennis, toerekeningsvatbaarheid) samen bepalen of, en in welke mate, iemand aansprakelijk is.
Naast de vraag wanneer iemand verantwoordelijk is, is er de vraag waarvoor en tegenover wie, en daar helpt een verdere ordening. Je kunt verantwoordelijk zijn voor je daden (retrospectief: rekenschap afleggen over wat je deed) en voor een taak of zorg naar de toekomst toe (prospectief: de verantwoordelijkheid voor het welzijn van je kinderen, voor je werk, voor het milieu). Ook kun je individueel verantwoordelijk zijn (jij persoonlijk) of collectief (een groep, een bedrijf, een samenleving), wat bij grote vraagstukken als klimaat of onrecht ingewikkeld wordt: draagt ieder afzonderlijk een deel, of de groep als geheel? En je legt verantwoordelijkheid af tegenover verschillende instanties: jezelf (je geweten), anderen, de wet, of een hogere instantie. Op het examen wordt gevraagd deze voorwaarden en soorten te herkennen en toe te passen: is deze persoon verantwoordelijk, in welke mate, waarvoor en tegenover wie?
Waarom is dit begrip zo centraal? Omdat verantwoordelijkheid de scharnier is tussen ethiek en de morele praktijk van prijzen, berispen, belonen en straffen, en juist die praktijk staat op het spel in veel examencasussen. Bij een casus over bijvoorbeeld een minderjarige dader, iemand die onder dwang handelde, een onvoorzienbaar ongeluk of het collectieve klimaatprobleem, moet je de voorwaarden nagaan: was de persoon vrij, wist hij het, was hij toerekeningsvatbaar, en gaat het om individuele of collectieve verantwoordelijkheid? Zo koppel je de verantwoordelijkheid aan het debat over de vrije wil (was er ruimte om anders te handelen?) en aan de integriteit (staat de persoon voor zijn daden in?). Een sterk antwoord benoemt de voorwaarden, past ze zorgvuldig toe op de casus, en beredeneert in welke mate en tegenover wie de persoon verantwoordelijk is, in plaats van kortweg 'ja' of 'nee' te zeggen.
Uitgewerkt voorbeeld

Verantwoordelijkheid toetsen

Een automobilist rijdt iemand aan doordat een kind plotseling de weg oprent, terwijl hij zich aan de regels hield. Beredeneer met de voorwaarden of hij moreel verantwoordelijk is.

  1. 01Vrijheid toetsen

    De automobilist reed vrij, maar de aanrijding zelf was het gevolg van een plotselinge, onvermijdelijke situatie; hij kon het ongeval niet vermijden.

  2. 02Kennis toetsen

    Hij kon niet weten of voorzien dat het kind zou oprennen; het gevolg lag buiten wat hij redelijkerwijs kon overzien.

  3. 03Conclusie trekken

    Omdat de voorwaarde kennis/overzicht ontbreekt en hij zich aan de regels hield, is hij moreel niet (of nauwelijks) verantwoordelijk, ook al is hij feitelijk de veroorzaker.

Resultaat: De automobilist is moreel niet verantwoordelijk voor de aanrijding: hoewel hij vrij en toerekeningsvatbaar was, ontbrak de voorwaarde dat hij het gevolg kon voorzien. De casus toont dat feitelijke veroorzaking niet hetzelfde is als morele verantwoordelijkheid.

Eindexamen-focus

  • Je moet de voorwaarden voor morele verantwoordelijkheid (vrijheid, kennis/overzicht, toerekeningsvatbaarheid) kunnen benoemen en toepassen.
  • Je moet soorten verantwoordelijkheid kunnen onderscheiden (voor daden versus voor een taak; individueel versus collectief) en de verbinding met de vrije wil kunnen leggen.

Veelgemaakte fouten

  • Iemand zonder meer volledig verantwoordelijk houden zonder de voorwaarden (vrijheid, kennis, toerekeningsvatbaarheid) na te gaan.
  • Individuele en collectieve verantwoordelijkheid door elkaar halen bij grote vraagstukken als het klimaat.

Actieve herhaling

Een zestienjarige veroorzaakt schade tijdens een uit de hand gelopen groepsactie. Beredeneer met de voorwaarden voor verantwoordelijkheid in welke mate en tegenover wie hij verantwoordelijk is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 03

Gezindheids- en verantwoordelijkheidsethiek#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een verhelderend onderscheid bij verantwoordelijk handelen komt van de socioloog en filosoof Max Weber, die twee houdingen tegenover elkaar zette: de gezindheidsethiek en de verantwoordelijkheidsethiek (zie Afb. 3). De gezindheidsethiek (Gesinnungsethik) beoordeelt een handeling naar de zuiverheid van de bedoeling en de trouw aan het beginsel: je doet wat volgens je overtuiging goed is en houdt je aan je principe, ongeacht de gevolgen. Deze houding sluit aan bij de plichtsethiek: de goede wil en de juiste regel tellen, niet de uitkomst. Ze heeft iets nobels (je blijft trouw aan je waarden, ook als het je slecht uitkomt), maar loopt het risico blind te zijn voor de schade die je met goede bedoelingen kunt aanrichten; wie koste wat het kost aan zijn beginsel vasthoudt, kan met een zuiver geweten een ramp veroorzaken.

Gezindheid versus verantwoordelijkheid

Gezindheid en gevolgTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Houding · Maatstaf / verwante stroming · Risico; Gezindheidsethiek · zuivere bedoeling; plichtsethiek · blind voor de gevolgen; Verantwoordelijkheidsethiek · de gevolgen; gevolgenethiek · principes te snel opgeven; Rijpe houding · waarden plus gevolgen · moeilijke afweging, gemarkeerde cel: de gevolgen; gevolgenethiekHOUDINGMAATSTAF /VERWANTESTROMINGRISICOGezindheidsethiekzuivere bedoeling;plichtsethiekblind voor de gevolgenVerantwoordelijkheidsethiekde gevolgen; gevolgenethiekprincipes te snel opgevenRijpe houdingwaarden plus gevolgenmoeilijke afwegingWeber
Afb. 3Afb. 3 — Weber onderscheidt trouw aan het beginsel (gezindheid) van rekenschap over de gevolgen (verantwoordelijkheid).
De verantwoordelijkheidsethiek (Verantwortungsethik) beoordeelt een handeling daarentegen mede naar de te verwachten gevolgen, en houdt de handelende persoon aansprakelijk voor die gevolgen. Deze houding sluit aan bij de gevolgenethiek: je moet vooraf inschatten wat je daad teweegbrengt en die gevolgen meewegen en aanvaarden, ook als dat betekent dat je je zuivere beginsel soms moet buigen voor het voorkomen van erger. Ze is realistischer en houdt rekening met de wereld zoals die is, maar loopt het risico dat je uit naam van de gevolgen je principes te gemakkelijk opgeeft en alles rechtvaardigt met 'het doel heiligt de middelen'. Weber betoogde dat vooral wie politieke of bestuurlijke macht draagt, zich niet kan verschuilen achter de zuiverheid van zijn bedoelingen, maar de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van zijn beslissingen moet dragen; toch verwierp hij de gezindheid niet volledig, en zag hij een rijpe houding als een verbinding van beide.
Dit onderscheid is scherp toepasbaar op dilemma's waarin bedoeling en gevolg uiteenlopen, en dat maakt het examenrelevant. Neem een leider die uit principe weigert ooit een compromis te sluiten of geweld te gebruiken, ook als dat betekent dat een groter kwaad niet wordt afgewend: de gezindheidsethiek prijst zijn trouw aan het beginsel, de verantwoordelijkheidsethiek verwijt hem dat hij de rampzalige gevolgen niet heeft voorkomen. Of andersom: een bestuurder die zijn principes buigt om erger te voorkomen, wordt door de verantwoordelijkheidsethiek geprezen om zijn realisme maar door de gezindheidsethiek verweten dat hij zijn waarden verkwanselt. Bij een casus kun je beide houdingen benoemen, toepassen en tegen elkaar afwegen, waarbij je let op de vraag hoeveel macht en overzicht de handelende persoon heeft, want juist dat bepaalt volgens Weber hoe zwaar de gevolgen wegen.
Waarom sluit dit onderdeel het ethiekblok zo goed af? Omdat het de theoretische stromingen (plicht versus gevolgen) verbindt met de concrete vraag hoe een verantwoordelijk mens handelt, en omdat het de begrippen integriteit en verantwoordelijkheid samenbrengt. Integriteit vraagt trouw aan je waarden (verwant met de gezindheid), verantwoordelijkheid vraagt rekenschap over de gevolgen (verwant met de verantwoordelijkheidsethiek), en een rijpe morele houding zoekt de balans: trouw aan je waarden en toch de gevolgen onder ogen zien. Op het examen wordt gevraagd het onderscheid uit te leggen, een dilemma ermee te analyseren en een beargumenteerd standpunt in te nemen, waarbij je de tegenwerping van de andere houding betrekt. Een sterk antwoord formuleert beide houdingen precies, koppelt ze aan de plichts- en gevolgenethiek, past ze toe op de casus en weegt af, in plaats van eenzijdig voor bedoeling of gevolg te kiezen.
Uitgewerkt voorbeeld

Bedoeling of gevolg?

Een arts belooft altijd de volledige waarheid te vertellen, maar een terminale patient vraagt hem hoopvol of het goed komt. Analyseer met de gezindheids- en de verantwoordelijkheidsethiek.

  1. 01Gezindheidsethiek toepassen

    De arts is trouw aan zijn beginsel (altijd de waarheid) en zou de patient de volle waarheid vertellen, ongeacht de gevolgen; de zuiverheid van de bedoeling telt.

  2. 02Verantwoordelijkheidsethiek toepassen

    De verantwoordelijkheidsethiek vraagt naar de gevolgen: onnodig hard de hoop wegnemen kan de patient schaden. De arts moet die gevolgen meewegen en zijn beginsel eventueel tactvol buigen (eerlijk maar zorgvuldig).

  3. 03Afwegen

    Een rijpe houding verbindt beide: eerlijk blijven (waarde) maar de vorm en het moment afstemmen op de gevolgen voor de patient. Zo blijft de arts integer zonder de gevolgen te negeren.

Resultaat: De gezindheidsethiek eist onverkorte eerlijkheid, de verantwoordelijkheidsethiek weegt de schade van die eerlijkheid mee. Een beargumenteerd standpunt verbindt beide: eerlijk en tegelijk zorgvuldig, zodat trouw aan de waarde en verantwoordelijkheid voor de gevolgen samengaan.

Eindexamen-focus

  • Je moet het onderscheid tussen gezindheidsethiek (trouw aan het beginsel) en verantwoordelijkheidsethiek (rekenschap over de gevolgen) van Weber kunnen uitleggen.
  • Je moet het onderscheid kunnen toepassen op een dilemma en verbinden met de plichts- en gevolgenethiek, met een beargumenteerd standpunt.

Veelgemaakte fouten

  • De gezindheidsethiek gelijkstellen aan 'goede bedoelingen zijn genoeg' zonder de link met de plichtsethiek en het risico van blindheid voor gevolgen te noemen.
  • De verantwoordelijkheidsethiek verwarren met principeloosheid; ze weegt de gevolgen mee, maar hoeft niet alle middelen te heiligen.

Actieve herhaling

Een bestuurder buigt zijn principe (nooit onderhandelen met een tegenstander) om een grotere ramp te voorkomen. Beredeneer deze keuze vanuit de gezindheids- en de verantwoordelijkheidsethiek en neem een standpunt in.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Wat is integriteit?◐
    • 02Verantwoordelijkheid en de voorwaarden ervan◐
    • 03Gezindheids- en verantwoordelijkheidsethiek●

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Integriteit en verantwoordelijkheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl

Vorig onderwerp

Het goede leven

Volgend onderwerp

Sociale filosofie: centrale begrippen en de rechtvaardige samenleving

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.