EuraStudy
Samenvattingen/Culturele en Kunstzinnige Vorming/Verkennen: eigen kunstervaring, interesses en opvattingen
Samenvattingen · Culturele en Kunstzinnige VormingNL · HAVO

Verkennen: eigen kunstervaring, interesses en opvattingen

Domein A begint met verkennen: je onderzoekt welke kunst en cultuur je al kent, wat je mooi of lelijk vindt en waar die voorkeuren vandaan komen. Je leert dat ‚kunst’ en ‚cultuur’ ruime, veelbesproken begrippen zijn en dat smaak persoonlijk én cultureel bepaald is. Dit hele domein hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.

3 Onderdelen·~15 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0111 / 10
Examenprofiel
Je eigen kunstzinnige en culturele ervaringen, interesses en voorkeuren onderzoeken en onder woorden brengen (domein A, verkennen)De begrippen kunst en cultuur in verschillende betekenissen kunnen omschrijven en toepassenJe eigen opvattingen over kunst herkennen als persoonlijk én cultureel gevormd (smaak, waarde, functie)Een culturele biografie opstellen: je culturele levensloop en beïnvloeding beschrijven (handelingsdeel, geen CE)
Operatoren:verkenbeschrijfleg uitonderbouwvergelijkreflecteer

basisniveau

CKV is voor alle HAVO-profielen (NT, NG, EM, CM) een verplicht gemeenschappelijk vak; de verkenning in domein A is voor iedereen gelijk.

verhoogd niveau

Wie kunstvakken (kunst algemeen, tekenen, muziek) of maatschappijvakken volgt, kan de verkenning verrijken met vakbegrippen, maar dat is verdieping, geen extra eindexameneis.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Verkennen: eigen kunstervaring, interesses en opvattingen
    • 01Wat is kunst? Wat is cultuur?○
    • 02Je culturele biografie◐
    • 03Smaak, waardeoordeel en argumentatie◐
§ 01

Wat is kunst? Wat is cultuur?#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Functies van kunst

Graaf, 6 knopen, 5 kantenGraaf, Kunstwerk → Schoonheid / genot, Kunstwerk → Boodschap / protest, Kunstwerk → Herinneren / herdenken, Kunstwerk → Verfraaien / gebruik, Kunstwerk → VermaakKunstwerkSchoonheid /genotBoodschap /protestHerinneren /herdenkenVerfraaien /gebruikVermaak
Afb. 2Afb. 2 — Eén kunstwerk kan meerdere functies tegelijk vervullen.

Kernpunten

Voordat je je eigen kunstervaring kunt verkennen, moet je weten waarover je het hebt — en juist daar begint de moeilijkheid, want ‚kunst’ en ‚cultuur’ zijn twee van de meest omstreden begrippen die er bestaan. Bij CKV wordt van je verwacht dat je die begrippen niet als vaststaande feiten behandelt maar als vragen die je zelf, met argumenten, kunt invullen. Cultuur betekent letterlijk ‚bewerking’ (van het Latijnse colere, verzorgen, bebouwen): alles wat mensen máken en betekenis geven, tegenover wat ‚vanzelf’ in de natuur ontstaat. In die brede antropologische betekenis is cultuur de hele manier waarop een groep leeft — taal, eten, gewoonten, godsdienst, kleding, feesten. In een smallere betekenis bedoelen we met ‚cultuur’ juist de kunsten en het geestelijke leven: theater, muziek, literatuur, beeldende kunst. Zie afbeelding 1 (Afb. 1) voor deze twee betekenissen naast elkaar.

Twee betekenissen van cultuur

Het begrip cultuurBoomdiagram, 4 paden, Gegevens: Breed: hele manier van leven → taal, eten, gewoonten; Breed: hele manier van leven → godsdienst, feesten; Smal: de kunsten → beeldende kunst, muziek; Smal: de kunsten → theater, literatuur, filmBreed: hele m…Smal: de kuns…Cultuur = doo…taal, eten, g…godsdienst, f…beeldende kun…theater, lite…
Afb. 1Afb. 1 — Het woord ‚cultuur’ heeft een brede en een smalle betekenis; kunst hoort bij de smalle.
Kunst is een deel van cultuur in die smalle betekenis, maar ook kunst laat zich niet in één zin vangen. Door de eeuwen heen zijn er heel verschillende antwoorden gegeven op de vraag ‚wat is kunst?’. In een klassieke opvatting is kunst nabootsing (mimesis): het zo natuurgetrouw mogelijk weergeven van de werkelijkheid, zoals bij een portret of een landschap. In een romantische opvatting is kunst juist expressie: de uitdrukking van het gevoel, de innerlijke wereld en de originaliteit van de kunstenaar. In een moderne, institutionele opvatting is iets kunst zodra de kunstwereld — musea, critici, publiek — het als kunst behandelt; dan kan zelfs een fabrieksmatig gemaakt urinoir (Marcel Duchamp, ‚Fountain’, 1917) kunst worden. Deze opvattingen sluiten elkaar niet uit maar belichten telkens een andere kant: nabootsing, expressie, betekenis en context.
Een handige manier om greep te krijgen op ‚wat kunst doet’, is te kijken naar de functies van kunst. Kunst kan schoonheid en genot bieden (esthetische functie), een boodschap of protest overbrengen (kritische of engagementfunctie), herinneren en herdenken (denk aan een oorlogsmonument), een ruimte of gebruiksvoorwerp mooier maken (toegepaste of decoratieve functie), of louter vermaken (amusementsfunctie). Datzelfde kunstwerk kan meerdere functies tegelijk hebben: een kathedraal is religieus gebouw, statussymbool, technisch hoogstandje én esthetisch object. Bij het verkennen van je eigen ervaring is het waardevol om te merken welke functie jou het meest raakt — zoek je in kunst vooral schoonheid, ontroering, uitdaging of ontspanning?
Een laatste onderscheid dat je in dit hele vak terug zult zien, is dat tussen hoge cultuur en populaire cultuur. Onder ‚hoge’ of ‚gecanoniseerde’ cultuur verstaat men van oudsher opera, klassieke muziek, museumkunst en literatuur; onder populaire cultuur film, pop, games, streetart en mode. Dat onderscheid is echter niet neutraal: het zegt vooral iets over wie in het verleden de macht had om te bepalen wat ‚echte’ kunst was. Tegenwoordig staan die grenzen ter discussie — graffiti hangt in het museum, film wordt als kunstvorm serieus genomen en een regisseur van een Netflix-serie kan evengoed een kunstenaar zijn. Bij CKV mag je populaire cultuur volwaardig als kunst onderzoeken; sterker nog, juist door beide serieus te nemen ontdek je je eigen, ruimere cultuurbegrip.
Uitgewerkt voorbeeld

Eén object, twee cultuurbegrippen

Neem de Sint-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch. Laat zien dat dit gebouw zowel onder het brede als onder het smalle cultuurbegrip valt, en benoem twee functies van kunst die het vervult.

  1. 01Breed cultuurbegrip

    De kathedraal is onderdeel van een manier van leven: ze getuigt van het katholieke geloof, de middeleeuwse samenleving en de gewoonten (missen, processies) van een hele gemeenschap. In die zin is ze cultuur als ‚levenswijze’.

  2. 02Smal cultuurbegrip

    Tegelijk is het een kunstwerk in de smalle betekenis: gotische architectuur met bewust vormgegeven ruimte, licht, beeldhouwwerk en glas-in-lood. Als bouwkunst hoort ze bij ‚de kunsten’.

  3. 03Functie 1 — religieus/herdenkend

    De kathedraal richt zich op geloof en gedenken: ze is gebouwd om God te eren en overledenen te herdenken. Dat is haar oorspronkelijke, toegepaste functie.

  4. 04Functie 2 — esthetisch

    Voor de bezoeker van nu vervult ze vooral een esthetische functie: de ruimte, de hoogte en het licht roepen bewondering en ontzag op, los van het geloof.

Resultaat: Hetzelfde gebouw is cultuur in beide betekenissen: als levenswijze (breed) én als kunstwerk (smal). Het vervult minstens twee functies — een religieus/herdenkende en een esthetische — die naast elkaar bestaan. Zo laat één voorbeeld zien dat ‚kunst’ en ‚cultuur’ gelaagde begrippen zijn.

Eindexamen-focus

  • In je dossier moet je kunnen uitleggen wat je zelf onder ‚kunst’ en ‚cultuur’ verstaat en dat onderbouwen met voorbeelden — niet één ‚juiste’ definitie reproduceren, maar een beargumenteerd standpunt innemen.
  • Je herkent verschillende opvattingen (nabootsing, expressie, institutioneel) en functies van kunst en kunt ze op concrete werken toepassen; dit is de basis voor alle latere reflectie in domein A.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat er één officiële definitie van kunst bestaat die je moet leren. Er bestaan meerdere, historisch gegroeide opvattingen; CKV vraagt je positie te kiezen en te onderbouwen, niet te reproduceren.
  • Populaire cultuur (film, pop, games, streetart) als ‚geen echte kunst’ afdoen. Bij CKV is populaire cultuur een volwaardig onderzoeksobject; het uitsluiten ervan versmalt je verkenning onnodig.

Actieve herhaling

Kies twee heel verschillende voorbeelden uit je eigen leven — bijvoorbeeld een klassiek schilderij dat je op school zag en een nummer, game of film die je zelf koos. Leg voor beide uit welke opvatting van kunst (nabootsing, expressie of institutioneel) en welke functie (esthetisch, kritisch, herdenkend, toegepast, amusement) er het beste bij past, en beargumenteer of jij ze allebei ‚kunst’ zou noemen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein A (verkennen) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Je culturele biografie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het hart van de verkenning in domein A is je culturele biografie: een beschrijving van je eigen culturele levensloop. De gedachte erachter is dat niemand met een lege smaak wordt geboren. Alles wat je mooi, spannend, saai of raar vindt, is gegroeid uit ervaringen — de muziek die thuis werd gedraaid, de boeken die je (niet) kreeg voorgelezen, de eerste film die indruk maakte, de musea of concerten waar je wel of nooit kwam. Een culturele biografie maakt die geschiedenis zichtbaar en helpt je begrijpen wáárom je bent wie je cultureel bent. Zie afbeelding 3 (Afb. 3) voor de belangrijkste bronnen van invloed.

Bronnen van je culturele smaak

Graaf, 7 knopen, 6 kantenGraaf, Gezin → Mijn culturele smaak, School → Mijn culturele smaak, Vrienden → Mijn culturele smaak, Woonplek → Mijn culturele smaak, Achtergrond → Mijn culturele smaak, Media / algoritmes → Mijn culturele smaakMijn culturelesmaakGezinSchoolVriendenWoonplekAchtergrondMedia /algoritmes
Afb. 3Afb. 3 — Je smaak is gevormd door meerdere bronnen tegelijk; het gezin is meestal de eerste.
Bij het opstellen van een culturele biografie kijk je systematisch naar je beïnvloeders. Het gezin is meestal de eerste en sterkste bron: ouders, broers en zussen geven een smaak, een taal en gewoonten door — dit noemt men wel de primaire socialisatie. Daarna komen school en vrienden erbij (secundaire socialisatie): de leraar die je liet kennismaken met poëzie, de vriendengroep waarmee je naar concerten gaat. Verder spelen de plek waar je opgroeit (stad of dorp, dicht bij een museum of juist niet), je (levensbeschouwelijke) achtergrond en zeker de media een grote rol: streamingdiensten, sociale media en algoritmes sturen tegenwoordig sterk wat je te zien en te horen krijgt. Al deze invloeden samen vormen wat men je culturele bagage of cultureel kapitaal noemt.
Een culturele biografie is geen willekeurige opsomming maar een geordend verhaal. Een beproefde aanpak is de tijdlijn: je zet de belangrijkste culturele ‚eerste keren’ en kantelpunten op een rij van vroeg (kindertijd) naar nu, en beschrijft bij elk moment wat het met je deed en hoe het je smaak veranderde. Een andere aanpak is thematisch: je ordent per kunstdiscipline (muziek, beeld, film, theater, lezen) of per bron van invloed (gezin, school, vrienden, media). Belangrijk is dat je niet alleen beschrijft wát je meemaakte, maar ook duidt: welke ervaringen waren bepalend, welke voorkeuren zijn daaruit ontstaan, en waar zou je je nog in willen verbreden? Juist die duiding maakt het tot reflectie in plaats van een dagboek.
De culturele biografie heeft binnen CKV een dubbele waarde. Ten eerste is ze zelfkennis: door je eigen vorming te doorzien, ga je je smaak minder als ‚natuurlijk’ en meer als gevormd zien — en dat opent de deur naar nieuwsgierigheid naar kunst die je (nog) niet kent. Ten tweede is ze een nulmeting voor de rest van het vak: ze laat zien waar je vertrekt, zodat je aan het eind (in domein D) kunt terugkijken op wat je hebt verbreed en verdiept. Daarom hoort de culturele biografie meestal aan het begin in je (digitale) CKV-dossier, als eerste bewijsstuk van het handelingsdeel.
Uitgewerkt voorbeeld

Van ervaring naar voorkeur

Beschrijf hoe één jeugdervaring een blijvende culturele voorkeur kan verklaren, en benoem welke invloedsbron eraan ten grondslag ligt.

  1. 01De ervaring

    Stel: als kind ging je elke zomer met je opa naar de plaatselijke harmonie die op het dorpsplein speelde. Je zat vooraan, hoorde de trompetten en zag de dirigent.

  2. 02De invloedsbron

    Hier werken twee bronnen samen: het gezin/de familie (opa) en de woonplek (het dorp met een harmonie). Samen zorgden ze voor een herhaalde, positieve blootstelling aan live blaasmuziek.

  3. 03De gevormde voorkeur

    Daaruit is een voorkeur ontstaan voor akoestische, live gespeelde muziek en misschien een lichte weerstand tegen puur elektronische muziek. Die voorkeur voelt ‚vanzelfsprekend’, maar is dus aangeleerd.

  4. 04De reflectie

    Door dit te doorzien besef je dat je smaak gevormd is en niet aangeboren. Dat maakt je nieuwsgieriger: misschien wil je je juist verbreden naar muziek die ver van die jeugdervaring afstaat.

Resultaat: Eén concrete jeugdervaring (harmonie met opa), gedragen door twee invloedsbronnen (familie en woonplek), verklaart een blijvende voorkeur (live akoestische muziek). Deze keten — ervaring → bron → voorkeur → reflectie — is precies wat een goede culturele biografie zichtbaar maakt.

Eindexamen-focus

  • Je stelt een culturele biografie op waarin je je eigen culturele beïnvloeding (gezin, school, vrienden, plek, media) beschrijft én duidt — het gaat om reflectie, niet alleen om opsomming.
  • De biografie werkt als nulmeting: aan het eind van het vak (domein D) moet je erop kunnen terugblikken om je culturele ontwikkeling te laten zien.

Veelgemaakte fouten

  • Een culturele biografie als los feitenlijstje inleveren (‚ik hield van deze band, ik zag die film’) zonder te duiden waaróm die ervaringen je smaak vormden.
  • Alleen naar het gezin kijken en de invloed van media, algoritmes en vrienden vergeten, terwijl die voor jongeren vaak minstens zo bepalend zijn.

Actieve herhaling

Maak een tijdlijn van vijf culturele ‚eerste keren’ of kantelpunten uit je leven (bijvoorbeeld het eerste concert, de eerste keer een museum, een boek of film die je raakte). Beschrijf bij elk moment kort wat er gebeurde, welke invloedsbron erbij hoorde (gezin, school, vrienden, media) en welke voorkeur eruit is voortgekomen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein A (verkennen, culturele biografie) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Smaak, waardeoordeel en argumentatie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

In het dagelijks leven zeggen we snel ‚over smaak valt niet te twisten’ (het Latijnse de gustibus non est disputandum). Bij CKV klopt die uitspraak maar half. Het is waar dat niemand jou kan verplichten iets mooi te vinden; je persoonlijke voorkeur is van jou. Maar zodra je een oordeel geeft — ‚dit is een goede film’, ‚dat schilderij stelt niets voor’ — doe je een uitspraak die je kunt en moet onderbouwen. Het verschil is dat tussen een smaakoordeel (‚ik vind dit mooi’, subjectief, niet betwistbaar) en een waardeoordeel (‚dit is goede kunst’, dat argumenten vraagt). Leren dat onderscheid te maken is een kernvaardigheid van het verkennen.
Een onderbouwd oordeel over kunst steunt op criteria. Veelgebruikte criteria zijn: vakmanschap (is het technisch knap gemaakt?), oorspronkelijkheid (is het vernieuwend of juist een herhaling van bestaand werk?), zeggingskracht (roept het emotie, gedachten of herkenning op?), samenhang (passen vorm en inhoud bij elkaar?) en functionaliteit (doet het wat het wil doen — een affiche dat opvalt, een stoel waarop je prettig zit). Welke criteria je zwaar laat wegen, hangt af van het soort werk en van je eigen opvatting over kunst. Wie kunst vooral als expressie ziet, hecht aan zeggingskracht; wie kunst als ambacht ziet, kijkt eerst naar vakmanschap. Zie afbeelding 4 (Afb. 4) voor een overzicht van deze criteria en de vraag die er telkens bij hoort.

Criteria voor een waardeoordeel

Tabel met 3 kolommen en 5 rijen, gemarkeerde cel: Raakt het?Tabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Criterium · Kernvraag · Kijkt naar; Vakmanschap · Knap gemaakt? · Techniek; Oorspronkelijkheid · Vernieuwend? · Idee; Zeggingskracht · Raakt het? · Emotie; Samenhang · Past vorm bij inhoud? · Geheel; Functionaliteit · Doet het z'n werk? · Doel, gemarkeerde cel: Raakt het?CRITERIUMKERNVRAAGKIJKT NAARVakmanschapKnap gemaakt?TechniekOorspronkelijkheidVernieuwend?IdeeZeggingskrachtRaakt het?EmotieSamenhangPast vorm bij inhoud?GeheelFunctionaliteitDoet het z'n werk?Doel
Afb. 4Afb. 4 — Een waardeoordeel onderbouw je met criteria; elk criterium hoort bij een vraag.
Je opvatting over kunst — je impliciete antwoord op ‚wat is goede kunst?’ — stuurt je oordeel meer dan je denkt. Iemand die vindt dat kunst mooi en herkenbaar moet zijn, zal abstracte of provocerende kunst al snel afwijzen; iemand die vindt dat kunst juist moet uitdagen en schuren, waardeert datzelfde werk hoog. Bij het verkennen is het de bedoeling dat je je eigen opvatting leert herkennen en er kritisch naar kijkt: is ze wel houdbaar bij álle kunst die je tegenkomt, of moet je ze bijstellen? Zo groeit een genuanceerd standpunt in plaats van een reflex. Dit is ook wat kunstcritici doen: ze maken hun criteria expliciet zodat de lezer hun oordeel kan volgen — en er desnoods van kan afwijken.
Ten slotte hoort bij het verkennen het besef dat smaak niet vaststaat maar zich ontwikkelt. Wat je op je twaalfde saai vond, kan je op je zestiende raken; werk dat eerst niets zei, kan na uitleg of een tweede ontmoeting opeens betekenis krijgen. Deze ‚groei van de blik’ is precies waarop CKV mikt: door je te verbreden (domein B) en te verdiepen (domein C) verandert je smaak. Daarom is het waardevol je eerste indrukken eerlijk vast te leggen — ook je afkeer — zodat je later kunt zien hoe je oordeel is opgeschoven. Een oordeel mag veranderen; sterker nog, een veranderend oordeel is een teken dat je culturele zelfbewustzijn groeit.
Uitgewerkt voorbeeld

Van ‚lelijk’ naar onderbouwd oordeel

Iemand zegt over een abstract schilderij van Piet Mondriaan (alleen rechte lijnen en primaire kleurvlakken): ‚Dit is lelijk, dat kan mijn broertje ook.’ Zet dit smaakoordeel om in een onderbouwd waardeoordeel.

  1. 01Herken het smaakoordeel

    ‚Lelijk’ en ‚dat kan mijn broertje ook’ zijn een smaakoordeel plus een impliciet criterium: de spreker hecht aan zichtbaar vakmanschap en herkenbaarheid.

  2. 02Kies passende criteria

    Voor abstracte kunst is puur handvaardig vakmanschap niet het belangrijkste criterium. Zinvoller zijn oorspronkelijkheid (was dit nieuw?) en samenhang (vormt het een doordacht geheel?).

  3. 03Pas de criteria toe

    Oorspronkelijkheid: Mondriaan reduceerde de werkelijkheid radicaal tot lijn, vlak en primaire kleur — in zijn tijd ongehoord vernieuwend. Samenhang: de verhoudingen zijn nauwkeurig uitgebalanceerd; verschuif één lijn en het evenwicht is weg.

  4. 04Formuleer het oordeel

    ‚Ik vind het misschien niet mooi (smaak), maar het is wél goede kunst (waarde): het is baanbrekend van idee en zeer samenhangend van compositie. Dat mijn broertje het na kan maken, klopt technisch, maar hij had het niet als eerste bedácht.’

Resultaat: Het onderbouwde oordeel scheidt smaak (mag je niet mooi vinden) van waarde (het is oorspronkelijk en samenhangend). Door de juiste criteria bij het soort werk te kiezen — hier idee en compositie in plaats van handvaardigheid — verandert een reflex in een verdedigbaar standpunt.

Eindexamen-focus

  • Je onderscheidt een smaakoordeel (‚ik vind het mooi’) van een waardeoordeel (‚het is goede kunst’) en onderbouwt het tweede met expliciete criteria zoals vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht.
  • Je herkent je eigen opvatting over kunst en kunt uitleggen hoe die je oordeel stuurt; je laat zien dat je oordeel zich kan ontwikkelen (open houding).

Veelgemaakte fouten

  • Een oordeel geven zonder criteria: ‚mooi/lelijk’ of ‚goed/slecht’ zonder te zeggen wáárom. Dat is een smaakoordeel dat als waardeoordeel wordt gepresenteerd.
  • Je eerste indruk verwarren met een eindoordeel. Bij CKV mag en moet je oordeel na verbreding en verdieping kunnen verschuiven; een vaste, gesloten mening past niet bij het vak.

Actieve herhaling

Kies een kunstwerk of cultuuruiting dat je op het eerste gezicht niet mooi vindt. Geef eerst je smaakoordeel (‚ik vind het niet mooi omdat…’) en formuleer daarna een zo eerlijk mogelijk waardeoordeel met minstens twee criteria (bijvoorbeeld vakmanschap en zeggingskracht). Leg uit welke opvatting over kunst je oordeel stuurt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein A (opvattingen en oordelen) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Wat is kunst? Wat is cultuur?○
    • 02Je culturele biografie◐
    • 03Smaak, waardeoordeel en argumentatie◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Verkennen: eigen kunstervaring, interesses en opvattingen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma CKV havo/vwo — domein A (verkennen)

Volgend onderwerp

Reflecteren en gedocumenteerd vastleggen

EuraStudy·Samenvattingen T·01·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.