Domein G — keuzeonderwerpen — is het deel van wiskunde D dat de school zelf invult: je verdiept je zelfstandig in één of meer thema's die de kern van wiskunde D (bewijzen, structuren, modelleren) verbreden, en je presenteert je bevindingen. Omdat de keuze bij de school ligt, geeft dit hoofdstuk representatieve voorbeelden, geen voorgeschreven lijst: grafentheorie en netwerken (grafen, wegen, circuits, Euler- en Hamiltonpaden), getaltheorie en cryptografie (deelbaarheid, priemgetallen, modulair rekenen en het idee achter RSA), en iteratie, fractals en matrices (zelfgelijkvormigheid en lineaire transformaties). Wiskunde D heeft geen centraal examen; deze stof wordt, net als de rest, in het schoolexamen (SE) getoetst zoals jouw school die heeft ingevuld.
4 Onderdelen~20 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 1 · Verdieping 2
basisniveau
De keuzeonderwerpen bouwen op de algemene vaardigheden van domein A: begrippen scherp definiëren, redeneren en bewijzen, en resultaten helder presenteren. Welke thema's je bestudeert, bepaalt je school.
verhoogd niveau
Elk keuzeonderwerp is een klein wiskundegebied op zich. De kunst is de kernbegrippen te doorgronden, de methode op voorbeelden toe te passen en het verband te leggen met de rest van wiskunde D — en dat overtuigend te presenteren en te onderbouwen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Enkele keuzeonderwerpen van domein G
Ribben in de volledige graaf
In de volledige graaf Kₙ is elk paar punten verbonden; het aantal verbindingen (handdrukken) is n(n−1)/2.
Handshakelemma
De som van alle graden is tweemaal het aantal ribben, want elke ribbe telt bij twee punten mee.
Op een feest geven mensen elkaar allemaal precies één keer een hand. Vat dit op als een graaf: elke persoon een punt, elke handdruk een ribbe (de volledige graaf ). (a) Hoeveel handen schudt ieder? (b) Hoeveel handdrukken zijn er in totaal? (c) Geef een formule voor mensen.
Iedere persoon schudt met de anderen, dus elk punt heeft graad .
De som van de graden is . Volgens het handshakelemma is dat tweemaal het aantal ribben, dus er zijn handdrukken.
Bij mensen heeft elk punt graad , dus . Voor geeft dat , wat klopt.
Resultaat: (a) ieder schudt handen; (b) er zijn handdrukken; (c) bij mensen zijn het er — een algemeen resultaat, gevonden zonder te tellen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een klein netwerk zijn computers onderling allemaal met elkaar verbonden (de volledige graaf ). (a) Hoeveel verbindingen heeft elke computer? (b) Hoeveel kabels zijn er in totaal? (c) Hoeveel kabels zou je bij computers nodig hebben? Gebruik de formule.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 2 — Een graaf met een Eulerpad (het „huisje”)
Euler-circuit (gesloten)
Een samenhangende graaf heeft een gesloten Eulerpad precies als elk hoekpunt een even graad heeft.
Euler-pad (open)
Een open Eulerpad bestaat precies als er hoogstens twee hoekpunten van oneven graad zijn; bij twee begint en eindigt het pad daar.
Bekijk de graaf van het „huisje” (Afb. 2) met hoekpunten en acht ribben. (a) Bepaal de graad van elk hoekpunt. (b) Leg met de stelling van Euler uit of er een Eulerpad bestaat. (c) Geef zo'n pad.
(naar ), (naar ), , en . Controle: ribben.
Er zijn precies twee hoekpunten van oneven graad ( en ) en de graaf is samenhangend. Volgens Euler bestaat er dan een open Eulerpad, dat begint en eindigt in en .
Begin in een oneven punt, bijvoorbeeld : . Alle acht ribben worden precies één keer gebruikt en het pad eindigt in .
Resultaat: (a) graden ; (b) precies twee oneven graden, dus er is een Eulerpad; (c) bijvoorbeeld .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken vier punten en de ribben , , , en (een vierkant met één diagonaal). (a) Bepaal de graad van elk punt. (b) Bestaat er een Eulerpad of een Eulercircuit? Verklaar met de stelling van Euler. (c) Geef, als het kan, zo'n pad.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 3 — Rekenklok modulo 7
Congruentie modulo n
a en b zijn congruent modulo n als n hun verschil deelt — ze hebben dezelfde rest bij deling door n.
Euler-totiënt (RSA)
Voor een product van twee priemgetallen p en q telt φ(n) de getallen onder n die geen factor met n delen; het bepaalt de private sleutel.
RSA: versleutelen en ontsleutelen
Met de openbare (n,e) versleutel je; met de geheime d — waarvoor e·d≡1 (mod φ(n)) — ontsleutel je.
Neem de priemgetallen en . (a) Bepaal en . (b) Kies openbare exponent en bepaal de geheime met . (c) Versleutel de boodschap . (d) Ontsleutel de uitkomst en controleer dat je terugkrijgt.
en .
Zoek met . Omdat , is .
, dus de versleutelde boodschap is .
. Reken via herhaald kwadrateren: , , dus . We krijgen terug.
Resultaat: (a) , ; (b) ; (c) ; (d) , dus de oorspronkelijke boodschap komt terug — precies wat RSA belooft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
(a) Bereken modulo : , en . (b) Bij een mini-RSA met en is en ; kies . Bepaal met . (c) Versleutel met .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 5 — De Sierpinski-driehoek (eerste stap)
Iteratie (recursie)
Herhaal dezelfde regel; de rij x₀,x₁,x₂,… heet de baan van het beginpunt.
Sierpinski-driehoek
Na n stappen zijn er 3ⁿ driehoeken en is de resterende oppervlakte (3/4)ⁿ maal de beginoppervlakte.
Fractale dimensie (Sierpinski)
Drie kopieën op halve schaal geven een dimensie tussen 1 (lijn) en 2 (vlak).
Lineaire transformatie (matrix)
Een 2×2-matrix beeldt het vlak af: draaiingen, schalingen en scheringen; x'=ax+by, y'=cx+dy.
Bij de Sierpinski-driehoek (Afb. 5) haal je in elke stap uit elke driehoek het middelste deel weg, zodat er kleinere driehoeken overblijven met elk de halve zijde. Begin met een driehoek met oppervlakte . (a) Hoeveel driehoeken zijn er na stappen? (b) Welke oppervlakte blijft er na stappen over? (c) Bereken de oppervlakte na stappen.
Elke driehoek wordt vervangen door nieuwe, dus het aantal wordt per stap keer : na stappen zijn er driehoeken.
Een driehoek met de halve zijde heeft een kwart van de oppervlakte. Er blijven over, dus de totale oppervlakte wordt per stap keer : na stappen is het van de beginoppervlakte.
.
Resultaat: (a) driehoeken; (b) oppervlakte ; (c) na stappen ongeveer . Bij doorgaan gaat de oppervlakte naar , terwijl er steeds meer, steeds fijnere driehoeken ontstaan — de fractale structuur met dimensie .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een lineaire transformatie in het vlak hoort bij de matrix . (a) Bereken het beeld van en van . (b) Welke meetkundige transformatie is dit? (c) Wat gebeurt er als je de transformatie vier keer achter elkaar uitvoert?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen