Een vector is een grootheid met een grootte én een richting, weer te geven als een pijl of als een paar kentallen . Je telt vectoren op, vermenigvuldigt ze met een getal, en berekent hun lengte met . Het inproduct verbindt de kentallen met de hoek tussen de vectoren en levert het criterium voor loodrechte stand: .
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Vectoren, lengte, het inproduct en loodrechte stand horen tot de centraal-examenstof van subdomein E3.
verhoogd niveau
Verdieping zit in het gebruik van het inproduct om hoeken te berekenen, in de normaalvector van een lijn en in vectorbewijzen van meetkundige eigenschappen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Vectoren optellen met de kop-staartmethode
Optellen en scalair vermenigvuldigen
Reken per kental: optellen telt de kentallen op, scalair vermenigvuldigen schaalt beide kentallen.
Vector tussen twee punten
De kentallen zijn de verschillen van de coördinaten; verplaatsingen tel je op tot de totale verplaatsing.
Gegeven en . Bereken , en de vector met en .
Tel de kentallen op.
Bereken eerst , trek dan af.
Neem de verschillen van de coördinaten van en .
Resultaat: , en .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven en . Bereken en . Bepaal ook met en , en ga na of evenwijdig is met .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Lengte van de vector v = (3; 4)
Lengte van een vector
Pythagoras op de kentallen; de vector is de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
Eenheidsvector en schaling
Delen door de lengte geeft een eenheidsvector; scalair vermenigvuldigen schaalt de lengte met .
Gegeven . Bereken en de eenheidsvector met dezelfde richting.
Gebruik ; het minteken verdwijnt door het kwadraat.
Deel door zijn lengte.
Resultaat: en .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven en de punten , . Bereken , de eenheidsvector van , en de afstand .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
De hoek tussen twee vectoren
Het inproduct
De algebraïsche en de meetkundige uitdrukking voor het inproduct zijn gelijk; samen leveren ze de hoek.
Hoek tussen twee vectoren
Deel het inproduct door het product van de lengtes om de cosinus van de hoek te vinden.
Bereken de hoek tussen en .
Vermenigvuldig de kentallen en tel op.
Bereken en .
Vul in en neem de boogcosinus.
Resultaat: De hoek tussen en is (want ).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bereken het inproduct van en , en bepaal de hoek ertussen. Is de hoek scherp, recht of stomp?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Loodrechte vectoren: inproduct nul
Loodrechte stand
Twee vectoren staan loodrecht precies als hun inproduct nul is (want ).
Normaalvector
Verwissel de kentallen en keer één teken om om een loodrechte (normaal)vector te krijgen.
Toon aan dat en loodrecht staan, en geef een normaalvector van de lijn met richtingsvector .
Bereken .
Omdat het inproduct nul is, staan en loodrecht op elkaar.
Verwissel de kentallen van en keer één teken om.
Resultaat: , dus loodrecht; een normaalvector van de lijn is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ga na of en loodrecht staan. Bepaal een normaalvector van de lijn en van de lijn met richtingsvector .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen
CvTE / DUO