Onderzoeksontwerp (domein E1) is het redeneergedeelte van de examenstatistiek: hoe je van een probleemstelling naar een meetbare onderzoeksvraag komt, hoe je een representatieve steekproef uit een populatie trekt, welk meetniveau een variabele heeft, en hoe je een dataverzameling beoordeelt op vertekening, betrouwbaarheid en validiteit. Dit is CE-stof voor alle profielen; je wordt hier vooral getoetst met „leg uit”- en „beoordeel”-vragen in plaats van met berekeningen.
4 Onderdelen~23 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Onderzoeksontwerp (domein E1) is CE-stof voor alle profielen: je beoordeelt in woorden een gegeven onderzoeksopzet — probleemstelling, steekproef, variabelen en vertekening.
verhoogd niveau
Wie zelf een profielwerkstuk of praktische opdracht opzet, gebruikt dezelfde begrippen om de eigen dataverzameling te verantwoorden en kritiekpunten voor te zijn.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — De onderzoekscyclus
Een schoolleiding constateert: „We hebben het idee dat leerlingen te weinig slapen en dat dit hun prestaties schaadt.” Scherp dit aan tot één onderzoekbare onderzoeksvraag, benoem de variabelen en operationaliseer ze.
De probleemstelling is nog algemeen en bevat twee vage begrippen: „te weinig slapen” en „prestaties”. Beide moeten meetbaar worden gemaakt, en de doelgroep en periode moeten worden afgebakend.
„Slaap” → het gemiddelde aantal uren slaap per nacht op schooldagen (zelfrapportage over één week). „Prestaties” → het gemiddelde rapportcijfer van het laatste rapport. Zo worden beide begrippen telbaar.
Onafhankelijke variabele: het aantal uren slaap per nacht (de verklarende factor). Afhankelijke variabele: het gemiddelde rapportcijfer (wat verklaard wordt). Doelgroep: de bovenbouwleerlingen van deze school, dit schooljaar.
„Hangt bij de bovenbouwleerlingen van onze school het gemiddelde aantal uren slaap per nacht op schooldagen samen met hun gemiddelde rapportcijfer?” Dit is een samenhangvraag: meetbaar, afgebakend en eenduidig.
Resultaat: Onderzoeksvraag: „Hangt bij onze bovenbouwleerlingen het gemiddelde aantal uren slaap per nacht op schooldagen samen met het gemiddelde rapportcijfer?” Onafhankelijke variabele = uren slaap; afhankelijke variabele = rapportcijfer; beide geoperationaliseerd en de doelgroep afgebakend.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een gemeente wil weten of een nieuw fietspad de veiligheid verbetert. Formuleer hierbij één meetbare, afgebakende onderzoeksvraag, benoem de onafhankelijke en de afhankelijke variabele, en geef voor het begrip „veiligheid” een bruikbare indicator met een korte verantwoording.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 2 — Aselecte steekproefmethoden
Afb. 3 — Representatieve versus scheve steekproef
Responspercentage
Het aandeel van de benaderde personen dat ook echt heeft meegedaan. Een laag responspercentage waarschuwt voor non-responsvertekening: de mensen die niet meededen, kunnen systematisch afwijken van wie wel meedeed.
Een schoolkrant wil weten hoeveel tijd leerlingen aan huiswerk besteden. Een redacteur vraagt het aan de eerste 30 leerlingen die na de laatste bel de mediatheek in lopen. Benoem populatie, steekproefkader en steekproefmethode, en beoordeel de representativiteit.
De uitspraak gaat over alle leerlingen van de school — dat is de populatie.
De steekproef bestaat uit de 30 ondervraagde leerlingen. Het feitelijke steekproefkader is niet „alle leerlingen”, maar „leerlingen die na de laatste bel de mediatheek bezoeken” — een veel kleinere, bijzondere groep.
Er wordt genomen wie toevallig voorhanden is; niemand wordt geloot. Dit is een gemakssteekproef, dus niet-aselect.
Wie na school naar de mediatheek gaat, maakt waarschijnlijk juist méér huiswerk dan gemiddeld. De steekproef is daardoor systematisch scheef: het gemiddelde zal de werkelijke huiswerktijd overschatten. De uitkomst is niet representatief voor alle leerlingen.
Resultaat: Populatie = alle leerlingen; steekproef = 30 mediatheekbezoekers; kader = mediatheekbezoekers na de bel; methode = gemakssteekproef (niet-aselect). Niet representatief: mediatheekgangers maken vermoedelijk meer huiswerk, dus de huiswerktijd wordt overschat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een webwinkel plaatst op zijn homepage een knop „Doe mee aan ons klanttevredenheidsonderzoek” en rapporteert dat 92% tevreden is. Benoem de populatie, het steekproefkader en de steekproefmethode, en beoordeel met argumenten of dit percentage representatief is voor alle klanten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 4 — De vier meetniveaus
Bepaal voor elk van deze variabelen het meetniveau en, waar van toepassing, of ze discreet of continu zijn: (a) postcode, (b) hotelclassificatie in sterren (1–5), (c) temperatuur in °C, (d) lichaamsgewicht in kg.
Een postcode is een label voor een gebied; de getallen kennen geen zinvolle grootte of volgorde (1011 is niet „minder” dan 3500). Dus nominaal — een kwalitatieve variabele, ook al ziet ze er numeriek uit.
Meer sterren betekent een hogere klasse, dus er is een rangorde, maar de afstand tussen 1 en 2 sterren is niet aantoonbaar gelijk aan die tussen 4 en 5. Dus ordinaal.
Gelijke verschillen zijn betekenisvol (van 10 naar 15 °C is dezelfde stap als van 20 naar 25 °C), maar 0 °C is een afspraak, geen absoluut nulpunt. Dus interval; continu, want elke tussenwaarde is mogelijk.
Er is een absoluut nulpunt (0 kg = geen massa), dus verhoudingen zijn zinvol (8 kg is twee keer 4 kg). Dus ratio; continu, want gewicht is een meetgrootheid.
Resultaat: (a) postcode = nominaal; (b) sterren = ordinaal; (c) temperatuur in °C = interval, continu; (d) gewicht = ratio, continu. Alleen bij (c) en (d) is een rekenkundig gemiddelde verantwoord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een enquête legt vast: (a) het rugnummer van een speler, (b) de eindstand op een marathon (1e, 2e, 3e …), (c) de temperatuur in °C bij de start, (d) de looptijd in minuten en (e) het aantal drinkposten dat een loper gebruikte. Geef voor elke variabele het meetniveau, en voor de kwantitatieve variabelen of ze discreet of continu zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 5 — Betrouwbaarheid versus validiteit (dartbord)
Een radioprogramma vraagt luisteraars via een online formulier: „Bent u voor of tegen de nieuwe rondweg?” Van de inzenders is 78% tegen. Analyseer de opzet: benoem populatie, steekproef en variabele met haar meetniveau, en beoordeel de betrouwbaarheid, de validiteit en de mogelijke vertekening.
De impliciete populatie is (vermoedelijk) alle inwoners van de gemeente. De steekproef bestaat uit de luisteraars die het formulier zelf invulden — een zelfselectiesteekproef, dus niet-aselect.
De variabele is de mening „voor/tegen”: twee categorieën zonder rangorde. Dat is een nominale (kwalitatieve) variabele; alleen tellen en percentages zijn zinvol, geen gemiddelde.
Selectievertekening: alleen wie het programma hoort én de moeite neemt te reageren, doet mee — geen afspiegeling van de gemeente. Zelfselectie en non-respons versterken dit: mensen met een sterke (vaak tegen-)mening reageren eerder dan de onverschillige meerderheid.
De vraag is duidelijk en zou bij herhaling een vergelijkbare (scheve) uitkomst geven, dus de meting is redelijk betrouwbaar. Ze is echter niet valide als schatting voor de héle gemeente: de opzet meet de mening van een uitgesproken deelgroep, niet van de populatie.
Het percentage tegenstanders is vrijwel zeker een overschatting van de werkelijke weerstand in de gemeente, doordat tegenstanders oververtegenwoordigd zijn in de zelfselectiesteekproef. De uitkomst mag niet naar alle inwoners worden gegeneraliseerd.
Resultaat: Populatie = inwoners van de gemeente; steekproef = zelfselecterende inzenders (niet-aselect); variabele = voor/tegen = nominaal. De meting is redelijk betrouwbaar maar niet valide voor de populatie; selectie- en non-responsvertekening overschatten waarschijnlijk het aandeel tegenstanders.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een fabrikant meldt dat 8 van de 10 gebruikers zijn tandpasta aanraden, op basis van reacties die klanten vrijwillig terugstuurden. Benoem welke vertekening(en) hier spelen, leg voor elk uit waarom, en beredeneer of het percentage de werkelijke tevredenheid over- of onderschat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen
CvTE / DUO