Toonhoogte is de parameter van hoog en laag. Dit onderwerp bouwt de toonhoogteleer op: de notennamen en de chromatische ladder van twaalf halve tonen, de opbouw van majeur- en mineurladders uit vaste toonstappenpatronen, de toonsoorten en hun samenhang in de kwintencirkel, en de intervallen met hun naam, kwaliteit en omvang in halve tonen. Deze theorie is CE-stof: je zet haar in bij luister- en notatievragen om toonladders te herkennen, toonsoorten af te leiden en intervallen te benoemen.
4 Onderdelen~15 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: ken het majeurpatroon H-H-h-H-H-H-h en de intervalomvang in halve tonen; die twee laten je vrijwel elke toonhoogtevraag oplossen.
verhoogd niveau
Verdieping: de drie mineurvormen onderscheiden, de kwintencirkel gebruiken om toonsoorten te vergelijken en intervalkwaliteit (rein, groot, klein, overmatig, verminderd) precies benoemen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Een octaaf op het klavier
Hoeveel halve tonen liggen er tussen E en A, en welke tonen passeer je?
Begin op E en tel elke volgende toets (wit of zwart) als een halve toon.
Tussen E en F ligt geen zwarte toets: dat is 1 halve toon.
F-Fis(1)-G(2): 2 halve tonen.
G-Gis(1)-A(2): 2 halve tonen. Totaal 1 + 2 + 2 = 5 halve tonen.
Resultaat: Tussen E en A liggen 5 halve tonen (via F, Fis, G, Gis). Dat is precies een reine kwart — je hebt met de klaviermethode een interval berekend, wat in de laatste sectie terugkomt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken (of stel je voor) een octaaf op het klavier en geef bij elke zwarte toets beide namen (kruis- en molnaam). Wijs daarna de twee plaatsen aan waar tussen twee witte toetsen slechts een halve toon ligt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — toonhoogte en chromatiek (CvTE / Examenblad)
De opbouw van de majeurladder
Bouw de toonladder G-majeur op met het patroon H-H-h-H-H-H-h en bepaal welke toon je moet verhogen.
Begin op G en pas het patroon toe: G, dan een hele toon naar A, een hele naar B.
Na B een halve toon: B naar C (klopt met de witte toetsen).
Hele tonen: C naar D, D naar E, E naar ...? Van E een hele toon komt uit op Fis (niet F).
Van Fis een halve toon naar G. Zo sluit de ladder: G-A-B-C-D-E-Fis-G.
Resultaat: G-majeur is G-A-B-C-D-E-Fis-G: je moet de F verhogen tot Fis (een kruis) om de halve stap op de juiste plaats (7e-8e toon, Fis-G) te krijgen. G-majeur heeft daarom een voortekening van een kruis.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bouw de toonladder G-majeur op met het patroon H-H-h-H-H-H-h en noteer welke toon je moet verhogen. Bouw daarna a-mineur (natuurlijk) op en geef aan welke toon je in de harmonische vorm verhoogt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — toonladders (majeur en mineur) (CvTE / Examenblad)
De kwintencirkel
Een stuk heeft een mol in de voortekening en eindigt op de toon F. Bepaal de toonsoort.
Een mol (Bes) hoort bij F-majeur of bij de parallelle d-mineur.
Het stuk eindigt op F en klinkt helder/majeur: dat wijst op F als grondtoon.
De parallelle mineur van F-majeur is d-mineur (kleine terts onder F); die zou op D eindigen, niet op F.
Slottoon F en majeurkarakter samen met een mol geven F-majeur.
Resultaat: Het stuk staat in F-majeur: een mol in de voortekening (Bes), een slottoon F en een majeurkarakter. Was het op D geeindigd en donker geweest, dan had d-mineur (dezelfde voortekening) meer voor de hand gelegen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een stuk heeft twee kruizen in de voortekening. Welke majeur- en welke parallelle mineurtoonsoort horen daarbij? Geef ook aan welke twee tonen verhoogd zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — toonsoorten en kwintencirkel (CvTE / Examenblad)
De intervallen binnen het octaaf
Intervalafstanden op een getallenlijn
Benoem het interval C-A naar getal, kwaliteit en omvang in halve tonen, en zeg of het consonant is.
C-D-E-F-G-A zijn zes stamtonen: het is een sext.
Van C tot A op het klavier: C-Cis-D-Dis-E-F-Fis-G-Gis-A = 9 halve tonen.
Een sext van 9 halve tonen is een grote sext (de kleine sext is 8).
Sexten zijn consonant.
Resultaat: C-A is een grote sext van 9 halve tonen, en die is consonant. De methode — getal tellen (stamtonen), halve tonen tellen (klavier), kwaliteit opzoeken — werkt voor elk interval.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal voor de intervallen C-A, D-F en E-Bes het getal, de kwaliteit en de omvang in halve tonen, en zeg bij elk of het consonant of dissonant is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — intervallen (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad