Notatie is de schrifttaal van de muziek. Dit onderwerp leert je de notenbalk en de sleutels lezen (vioolsleutel, bassleutel), de notennamen op lijnen en in tussenruimten aflezen, en de aanvullende tekens interpreteren (notenwaarden, rusten, voortekening, maataanduiding, dynamiek en articulatie). Daarna komt het lezen van een partituur aan bod — het systeem, de instrumentvolgorde en de aanwijzingen — plus alternatieve notatievormen als het akkoordsymbool en de tabulatuur. Notatievragen bij klinkende fragmenten horen tot het CE.
3 Onderdelen~11 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor iedereen: leer de notennamen op de vioolsleutel (lijnen E-G-B-D-F, tussenruimten F-A-C-E) en de betekenis van de voortekening en maataanduiding.
verhoogd niveau
Verdieping: een partituur volgen met meerdere balken tegelijk en alternatieve notatie (akkoordsymbolen, transponerende instrumenten) lezen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De vioolsleutel en de notennamen
Een noot staat in de middelste tussenruimte van de vioolsleutelbalk. Welke toon is het?
De vioolsleutel legt de tweede lijn van onderen vast als G.
De tussenruimten dragen van onder naar boven F, A, C, E (het woord FACE).
De middelste van de vier tussenruimten is de tweede van onderen: A.
Tel na: onderste ruimte F, dan A — klopt met de tweede tussenruimte.
Resultaat: De noot in de middelste tussenruimte is een A (de tweede tussenruimte in FACE). Door bij de sleutel te beginnen en de reeks af te tellen, lees je elke noot betrouwbaar af.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees op de vioolsleutel de tonen af die op de onderste lijn, in de onderste tussenruimte en op de bovenste lijn staan. Geef daarna de centrale C aan ten opzichte van beide sleutels.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — notenbalk en sleutels (CvTE / Examenblad)
Notatie-elementen en hun betekenis
Een stuk heeft na de vioolsleutel een mol in de voortekening en de aanduiding 3/4, en begint zacht. Wat lees je hieruit af?
Een mol (Bes) wijst op F-majeur of d-mineur (dezelfde voortekening).
3/4 betekent drie kwarttellen per maat: een driedelige maat (walsgevoel).
Zacht begin duidt op een dynamische aanduiding p (piano) onder het begin.
De tekens samen geven toonsoort, metrum en beginsterkte, nog voor de eerste noot klinkt.
Resultaat: Het stuk staat in F-majeur (of d-mineur) in een 3/4-maat en begint piano. Door voortekening, maataanduiding en dynamiek te lezen, ken je de kaders van het stuk voordat je een noot speelt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk (of stel je voor) het begin van een genoteerd stuk met een kruis in de voortekening en een 3/4-maataanduiding. Benoem de toonsoort, het metrum en een dynamische of articulatieaanwijzing die je erin zou verwachten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — notatietekens (CvTE / Examenblad)
De instrumentvolgorde in een partituur
Lees de akkoordsymbolen Dm en G7: welke akkoorden zijn dit en welke tonen bevatten ze?
De hoofdletter D is de grondtoon; de kleine m betekent mineur.
De mineurdrieklank op D is D-F-A.
G is de grondtoon; de 7 betekent een dominant-septiemakkoord.
De majeurdrieklank G-B-D plus de kleine septiem F: G-B-D-F.
Resultaat: Dm is de mineurdrieklank D-F-A; G7 is het dominant-septiemakkoord G-B-D-F. Een leadsheet codeert zo elk akkoord in een kort symbool, dat de musicus zelf tot een begeleiding uitwerkt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf de instrumentvolgorde die je in een orkestpartituur van boven naar beneden verwacht. Lees daarna het akkoordsymbool Dm en G7: welke akkoorden zijn dit?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — partituur en alternatieve notatie (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad