Dit onderwerp behandelt wat een parlementaire democratie is. Je leert de kenmerken kennen (volkssoevereiniteit, representatie, machtenscheiding en grondrechten), onderscheidt directe van indirecte democratie, kent de politieke grondrechten en de geschiedenis van de uitbreiding van het kiesrecht, en zet de democratie tegenover de dictatuur.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: in een democratie ligt de hoogste macht bij het volk, dat via verkiezingen vertegenwoordigers kiest.
verhoogd niveau
Verdieping: doorzie hoe volkssoevereiniteit, representatie en grondrechten samen een parlementaire democratie vormen en haar van een dictatuur onderscheiden.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De keten van volkssoevereiniteit
Iemand stelt: „In een democratie beslist gewoon de meerderheid, dus als de meerderheid een minderheid haar geloof wil verbieden, mag dat.” Beoordeel deze stelling.
De stelling reduceert democratie tot het meerderheidsbeginsel en negeert de andere kenmerken.
Een democratie kent ook grondrechten (zoals godsdienstvrijheid) die minderheden beschermen tegen de meerderheid, en een rechtsstaat die dat afdwingt.
De meerderheid mag niet zomaar grondrechten van een minderheid afnemen; democratie en rechtsstaat begrenzen de macht van de meerderheid.
Resultaat: De stelling klopt niet: democratie is meer dan het meerderheidsbeginsel; grondrechten en rechtsstaat beschermen minderheden tegen de meerderheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe volkssoevereiniteit, representatie en grondrechten samen een parlementaire democratie vormen. Geef bij elk kenmerk een voorbeeld uit Nederland.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — parlementaire democratie (CvTE / Examenblad)
Directe versus indirecte democratie
Bepaal welke vorm van democratie het is: (a) burgers stemmen in een referendum over een verdrag; (b) de gemeenteraad besluit over een nieuwe wijk; (c) een burgerforum adviseert de raad. Benoem telkens de vorm.
Burgers beslissen zelf rechtstreeks: directe democratie (referendum).
Gekozen raadsleden beslissen namens de inwoners: indirecte, representatieve democratie.
Burgers denken mee maar beslissen niet zelf; het advies gaat naar de gekozen raad — een mengvorm met een direct element binnen een indirect stelsel.
Resultaat: (a) directe democratie, (b) indirecte democratie, (c) een mengvorm; het onderscheid zit in wie uiteindelijk beslist.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beredeneer voor een concreet, gevoelig onderwerp of je het via een referendum (direct) of via het parlement (indirect) zou willen beslissen, en waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — directe en indirecte democratie (CvTE / Examenblad)
Uitbreiding van het kiesrecht in Nederland
Een 18-jarige gaat voor het eerst stemmen; een 30-jarige staat als kandidaat op een kieslijst. Benoem per persoon welk kiesrecht hij uitoefent en leg het onderscheid uit.
Wie stemt, oefent het actief kiesrecht uit: het recht om te kiezen.
Wie zich verkiesbaar stelt, oefent het passief kiesrecht uit: het recht om gekozen te worden.
Actief = mogen stemmen; passief = mogen worden gekozen — twee kanten van hetzelfde kiesrecht.
Resultaat: De stemmer oefent actief kiesrecht uit, de kandidaat passief kiesrecht; samen vormen zij het volledige kiesrecht.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom het beginsel „één persoon, één stem” de kern van de politieke rechtsgelijkheid vormt, en verbind dit met de uitbreiding van het kiesrecht.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — politieke rechten en kiesrecht (CvTE / Examenblad)
Democratie versus dictatuur
In een land worden verkiezingen gehouden, maar de oppositiekranten zijn verboden, de belangrijkste tegenkandidaat zit vast en de rechters worden door de president benoemd. Beoordeel of dit een democratie is.
Er zijn wel verkiezingen, maar de vraag is of ze vrij en eerlijk zijn — dat is hier twijfelachtig.
Verboden oppositiekranten en een opgesloten tegenkandidaat betekenen dat er geen vrije pers en geen vrije oppositie is.
Rechters die door de president worden benoemd, zijn niet onafhankelijk; de machtenscheiding ontbreekt.
Resultaat: Nee: de vorm van verkiezingen verhult dat vrije pers, oppositie en onafhankelijke rechtspraak ontbreken — het is een schijndemocratie, feitelijk een dictatuur.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel een lijst van vier kenmerken op waaraan je kunt aflezen of een land een echte democratie is, en licht per kenmerk toe waarom het onmisbaar is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — democratie en dictatuur (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad