- Centraal examen (CE) — uitsluitend leesvaardigheid (domein A)
- Het centraal examen Fries VWO heeft betrekking op één domein: domein A, Leesvaardigheid. De kandidaat leest in het Fries geschreven artikelen en verslagen (zakelijke, informatieve en betogende teksten) en beantwoordt daarover vragen. De vier getoetste eindtermen zijn: de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven; relaties tussen delen van een tekst aangeven; conclusies trekken over intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur; en standpunten en argumenten herkennen en onderscheiden. Het aantal vragen, de duur en de toegestane hulpmiddelen stelt het CvTE per examenjaar vast (rooster en Septembermededeling). De CE-eindtermen zijn voor havo en vwo gelijkluidend, maar de vwo-teksten hebben een hogere abstractiegraad en ingewikkelder zinsbouw, en de vragen zijn moeilijker.
- Schoolexamen (SE) — luisteren, spreken, gesprekken, schrijven, literatuur, taal & cultuur
- Het schoolexamen toetst de domeinen die niet centraal worden geëxamineerd: domein B (mondelinge taalvaardigheid — B1 luistervaardigheid, B2 spreekvaardigheid, B3 gespreksvaardigheid), domein C (schrijfvaardigheid), domein D (literatuur — D1 literaire ontwikkeling, D2 literaire begrippen, D3 literatuurgeschiedenis), domein E (Friese taal en cultuur — E1 Friese taal, E2 Friese cultuur) en domein F (oriëntatie op studie en beroep). Verplicht in het SE zijn domein E (het niet-gecursiveerde deel) en domein F, plus ten minste twee van de domeinen B, C, D en E; het bevoegd gezag kan er bovendien voor kiezen ook domein A in het SE op te nemen. Vorm, aantal toetsen en weging liggen vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school.
- Literatuur (domein D) — het leesdossier
- Voor het VWO leest de kandidaat minimaal negen oorspronkelijk in het Fries geschreven literaire werken, waarvan minimaal drie van vóór 1945 (op de havo zijn dat er zes). De kandidaat brengt beargumenteerd verslag uit van de leeservaringen (D1), herkent en hanteert literaire begrippen bij de interpretatie van literaire teksten (D2) en geeft een overzicht van de hoofdlijnen van de Friese literatuurgeschiedenis, waarbij hij de gelezen werken in historisch perspectief plaatst (D3).
- Eindcijfer, normering en de positie van het vak
- Het eindcijfer is het (afgeronde) rekenkundige gemiddelde van het CE-cijfer (domein A) en het SE-cijfer; beide tellen even zwaar. De omzetting van de CE-score naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE jaarlijks vaststelt. Fries is een regionaal eindexamenvak dat vrijwel uitsluitend in Fryslân wordt aangeboden; het is géén kernvak (dat zijn Nederlands, Engels en wiskunde), maar telt wel als volwaardig eindexamenvak mee in de slaag-zakregeling. In de onderbouw is Fries in Fryslân voor de meeste scholen een verplicht vak; in de bovenbouw is het een keuze-examenvak.