De wijsgerige antropologie (domein B) stelt de vraag „wat is de mens?”. Dit onderwerp behandelt de kernbegrippen — mensbeeld, essentie en existentie, natuur en cultuur — en de toonaangevende antwoorden van Plato en Aristoteles tot Descartes, Darwin, Sartre en de filosofische antropologie. Je leert die visies beschrijven, vergelijken en beargumenteerd beoordelen.
4 Onderdelen~17 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Ken de vier grote mensbeelden (antiek, christelijk, modern-naturalistisch, existentialistisch) en het onderscheid essentie/existentie.
verhoogd niveau
Kun je een mensbeeld verbinden met de gevolgen ervan voor ethiek en vrijheid, en de filosofische antropologie (Plessner, Gehlen) toepassen op het techniekthema.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Een opvoeder zegt: „Kinderen zijn van nature egoïstisch; zonder strenge regels ontaarden ze in wildebrassen.” Welk mensbeeld ligt hieraan ten grondslag en welk gevolg trekt de spreker eruit?
De mens (het kind) wordt gezien als van nature geneigd tot eigenbelang en wanorde — een pessimistisch, van-nature-slecht mensbeeld, verwant aan Hobbes.
Uit dit mensbeeld volgt de norm dat een sterke, externe ordening (strenge regels) nodig is om het kwaad in toom te houden. Het mensbeeld draagt de conclusie.
Een tegenovergesteld mensbeeld (Rousseau: de mens is van nature goed, de maatschappij bederft hem) zou tot een heel andere opvoeding leiden: ruimte en vertrouwen in plaats van dwang.
Resultaat: Onder de uitspraak ligt een pessimistisch mensbeeld (mens van nature egoïstisch) dat rechtstreeks de norm van strenge dwang oproept; een optimistisch mensbeeld zou het omgekeerde adviseren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf het mensbeeld achter de uitspraak „de mens is in wezen een vrij wezen dat zelf betekenis geeft aan zijn leven” en geef één gevolg ervan voor de ethiek.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (wijsgerige antropologie) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Tijdlijn van de wijsgerige antropologie
„Er bestaat geen vaste menselijke natuur; ieder mens kiest wie hij wordt en draagt daarvoor de volle verantwoordelijkheid.” Bij welke positie hoort deze uitspraak, en hoe verhoudt zij zich tot Aristoteles?
De ontkenning van een vaste natuur plus de nadruk op keuze en verantwoordelijkheid is de kern van het existentialisme (Sartre): de existentie gaat vooraf aan de essentie.
Aristoteles is essentialist: de mens hééft een natuur (redelijk, sociaal dier) met een ingebouwde bestemming (eudaimonia). Wie de mens is, ligt in aanleg vast.
Bij Sartre is de mens radicaal vrij omdat niets hem vastlegt; bij Aristoteles is vrijheid het gelukken van je natuur, niet het scheppen ervan uit het niets.
Resultaat: De uitspraak is existentialistisch en staat lijnrecht tegenover Aristoteles' essentialisme: geen gegeven natuur tegenover een natuur met ingebouwde bestemming.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom Darwins evolutietheorie het essentialistische mensbeeld onder druk zet en welke ruimte dat schept voor een existentialistische visie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (mensbeelden) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De mens als Mängelwesen: van tekort naar cultuur
Leg uit hoe Gehlens begrip Mängelwesen verklaart waarom techniek geen bijkomstigheid maar een wezenskenmerk van de mens is.
De mens is instinctarm en niet gespecialiseerd: de natuur rust hem niet toe voor een vaste leefwijze.
Omdat instincten en natuurlijke uitrusting tekortschieten, moet de mens zijn omgeving zelf beheersbaar maken om te overleven.
Werktuigen en techniek compenseren het biologische tekort; ze zijn dus geen extraatje maar de manier waarop dit onvoltooide wezen überhaupt kan bestaan.
Resultaat: Voor Gehlen is techniek de compensatie van een biologisch tekort en daarmee een wezenskenmerk van de mens, niet een toevoeging aan een verder complete natuur.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beoordeel de stelling „de mens is niets dan een dier met een grotere hersenschors” met behulp van Plessners begrip excentrische positionaliteit.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (natuur en cultuur) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Vier mensbeelden vergeleken
Vergelijk het naturalistische en het existentialistische mensbeeld op het punt van de menselijke vrijheid en geef een beargumenteerd oordeel over welke visie hier het sterkst staat.
De mens is een product van evolutie en natuurwetten; zijn gedrag is in beginsel door oorzaken bepaald, wat de ruimte voor een echte vrije wil beperkt (neiging tot determinisme).
De mens is radicaal vrij: hij is niet vastgelegd en kiest zichzelf; vrijheid is geen illusie maar de kern van het mens-zijn.
Het naturalisme heeft de wetenschap mee maar dreigt onze ervaring van keuze en verantwoordelijkheid weg te verklaren; het existentialisme eert die ervaring maar onderschat lichamelijke en sociale gebondenheid.
Een verdedigbaar tussenstandpunt (compatibilisme, of de filosofische antropologie) erkent de natuurlijke bepaaldheid én een reële, zij het begrensde, vrijheid — en doet zo recht aan beide inzichten.
Resultaat: Beide visies hebben een sterk punt; een afgewogen oordeel kiest niet blind maar zoekt een positie die de wetenschappelijke bepaaldheid én de ervaren vrijheid verenigt.
Veelgemaakte fouten
VWO-verdieping
Verdieping: onderzoek hoe een gekozen mensbeeld doorwerkt in een concreet debat (bijv. over straf, euthanasie of mensverbetering door techniek). Laat zien dat de uitkomst van zo'n debat vaak al besloten ligt in het onderliggende mensbeeld, en reflecteer op de vraag of we een mensbeeld überhaupt „bewijzen” kunnen of alleen beter of slechter kunnen beargumenteren.
Actieve herhaling
Kies twee mensbeelden en beargumenteer welk van de twee het beste recht doet aan zowel de biologische als de vrije, betekenisgevende kant van de mens.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (visies vergelijken) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)