De ethiek (domein C) onderzoekt wat goed handelen is. Dit onderwerp behandelt de kernbegrippen (waarde, norm, descriptief en normatief) en de drie grote normatieve theorieën: de deugdethiek (Aristoteles), de plichtethiek (Kant) en het consequentialisme/utilisme (Bentham, Mill). Je leert ze uitleggen, op een morele casus toepassen en tegen elkaar afwegen.
5 Onderdelen~21 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Ken de drie ethische theorieën en hun kernmaatstaf (deugd, plicht, gevolg) en het onderscheid descriptief/normatief.
verhoogd niveau
Kun je een casus consequent vanuit elke theorie beoordelen én de theorieën met hun kritiek tegen elkaar afwegen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Analyseer de uitspraak „Mensen zijn van nature competitief, dus concurrentie in de samenleving is goed.” Benoem de waarde, de norm en de eventuele drogreden.
„Mensen zijn van nature competitief” is descriptief (een bewering over hoe de mens is). „Concurrentie is goed” is normatief (een waardeoordeel).
Van het feit (competitief van nature) naar de norm (concurrentie is goed) wordt gesprongen zonder normatieve tussenpremisse — dit is de naturalistische drogreden / het is-hoort-probleem.
De redenering werkt alleen met een verzwegen premisse als „wat natuurlijk is, is goed”. Precies die premisse is aanvechtbaar (ook ziekte is natuurlijk).
Resultaat: De uitspraak springt van een descriptief feit naar een normatief oordeel (is-hoort-drogreden); ze werkt alleen met de aanvechtbare verborgen norm „het natuurlijke is goed”.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem een waarde, leid er een concrete norm uit af, en laat zien welke normatieve premisse nodig is om van een feit over de mens naar die norm te komen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (kernbegrippen ethiek) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Mesotes
De morele deugd ligt tussen twee ondeugden; het juiste midden is situatiegebonden en wordt door praktische wijsheid (phronesis) bepaald.
Een vriend vraagt je eerlijke mening over zijn mislukte sollicitatiebrief. Analyseer met de deugdethiek wat de deugdzame reactie is.
Hier botsen eerlijkheid en vriendelijkheid; de gezochte deugd is eerlijke, tactvolle openhartigheid.
Het tekort is vleierij (uit gemakzucht liegen dat de brief goed is); het teveel is botheid (hem hardvochtig afkraken).
Het juiste midden is: eerlijk aangeven wat beter kan, op het juiste moment en op een manier die hem helpt in plaats van kwetst — afgestemd op deze vriend en deze situatie.
Resultaat: De deugdzame reactie is de tactvolle eerlijkheid tussen vleierij en botheid; welke woorden precies passen, bepaalt de praktische wijsheid in deze concrete situatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal voor de deugd „vrijgevigheid” de bijbehorende ondeugden van tekort en teveel, en beschrijf een situatie waarin het juiste midden lastig te vinden is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (deugdethiek) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De toets van de categorische imperatief
Mag je volgens Kant vals spelen bij een examen? Pas de universaliseringstoets toe.
„Ik speel vals bij een examen wanneer dat mij een beter cijfer oplevert en ik niet gepakt word.”
Stel dat iedereen die maxime volgt: bij elk examen wordt vals gespeeld.
Dan verliezen examens en cijfers hun betekenis als betrouwbare maat van kennis; het hele systeem waarop het valsspelen parasiteert, valt weg. De maxime heft zichzelf op.
Je kunt de maxime niet zonder tegenspraak als algemene wet willen; valsspelen is dus verboden. Bovendien gebruik je de anderen (die eerlijk zijn) louter als middel — strijdig met de doel-op-zichformule.
Resultaat: Valsspelen faalt de universaliseringstoets (het ondermijnt het systeem dat het uitbuit) en schendt de doel-op-zichformule; volgens Kant is het daarom verboden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Pas Kants universaliseringstoets toe op de maxime „ik leen geld met de belofte het terug te betalen, terwijl ik weet dat ik dat niet kan”, en leg uit welke tegenspraak ontstaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (plichtethiek) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De utilistische redenering
Een ziekenhuis kan de organen van één gezonde bezoeker gebruiken om vijf stervende patiënten te redden. Wat zegt het (handelings)utilisme, en waarom botst dat met onze rechtvaardigheidsintuïtie?
Vijf levens gered tegen één verloren: naïef toegepast levert het offer een veel groter totaal welzijn op dan niets doen.
Het handelingsutilisme lijkt het offer te eisen, want het maximaliseert het geluk voor het grootste aantal.
Dit schendt de rechtvaardigheid: de onschuldige bezoeker wordt louter als middel gebruikt (strijdig met Kant), en niemand zou nog veilig een ziekenhuis binnengaan.
Een regelutilist wijst het offer af: de regel „artsen doden nooit onschuldigen” heeft op lange termijn het meeste nut (vertrouwen), zodat de theorie de intuïtie deels kan redden.
Resultaat: Het handelingsutilisme lijkt het offer te rechtvaardigen, wat botst met de rechtvaardigheid; het regelutilisme ontwijkt dat door de nutsvraag op het niveau van regels te stellen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beoordeel met het utilisme of een kleine leugen om iemand een fijne verjaardag te bezorgen geoorloofd is, en leg uit waar Kant hier van het utilisme zou verschillen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (consequentialisme) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De drie ethische theorieën vergeleken
Een klokkenluider lekt geheime documenten die een groot maatschappelijk misstand onthullen, maar breekt daarmee een geheimhoudingsplicht en brengt collega's in gevaar. Beoordeel de handeling vanuit de drie theorieën.
Weeg de gevolgen: als de onthulling groot maatschappelijk onrecht stopt en het welzijn van velen dient, meer dan de schade aan enkelen, dan is het lekken juist.
Kijk naar de plichten: de klokkenluider breekt een belofte (geheimhouding), maar heeft mogelijk een sterkere plicht om onrecht te onthullen en mensen niet louter als middel te laten gebruiken. De plichten botsen; de vraag is welke maxime universaliseerbaar is.
Vraag wat een integer, moedig én rechtvaardig mens zou doen: het midden tussen laffe medeplichtigheid en roekeloze onthulling — onthullen op een verantwoorde manier, met oog voor de gevolgen voor onschuldigen.
De theorieën kunnen samenvallen (allen kunnen het onthullen billijken) of botsen (de deontologie kan de gebroken belofte zwaarder wegen). Een eigen oordeel benoemt welk inzicht je doorslaggevend acht en waarom, en bespreekt de sterkste tegenwerping.
Resultaat: Elke theorie levert een eigen redenering op; een goed oordeel past ze zuiver toe, legt de botsing bloot en kiest beargumenteerd, met bespreking van een tegenwerping.
Veelgemaakte fouten
VWO-verdieping
Verdieping: onderzoek of de drie theorieën werkelijk onverenigbaar zijn of elk een deelwaarheid vasthouden. Bespreek een positie (bijv. een pluralistische of een intuïtionistische ethiek) die probeert de inzichten van karakter, plicht én gevolg te combineren, en weeg of zo'n combinatie coherent is of tot willekeur vervalt.
Actieve herhaling
Kies een actuele morele kwestie (bijv. het gebruik van proefdieren) en beoordeel haar vanuit de deugdethiek, de deontologie en het utilisme; formuleer daarna een eigen beargumenteerd standpunt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (ethische theorieën vergelijken) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)