Al sinds de oudheid geldt de rede als het onderscheidende kenmerk van de mens. Dit onderwerp behandelt de klassieke definitie van de mens als redelijk dier, de spanning tussen rede en emotie (Plato, Aristoteles, de Stoa), het Verlichtingsideaal van de autonome rede (Kant) en de moderne kritiek daarop (Hume, Nietzsche). Het hoort bij domein B, de wijsgerige antropologie.
4 Onderdelen~17 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Ken de mens als redelijk dier, Plato's driedeling van de ziel en Kants „sapere aude”.
verhoogd niveau
Kun je Humes en Nietzsches kritiek op de voorrang van de rede reconstrueren en tegen het rationalisme afwegen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Leg uit hoe uit Aristoteles' definitie van de mens als „redelijk dier” zowel een opvatting over geluk als een opvatting over deugd voortvloeit.
De essentie van de mens is de rede; het goede voor de mens is het goed vervullen van zijn specifieke functie, namelijk een leven volgens de rede.
Eudaimonia (het gelukte leven) is dus niet genot of rijkdom maar een leven waarin de rede alle vermogens ordent — een actief, deugdzaam leven.
Deugd is het door de rede bepaalde juiste midden; praktische wijsheid (phronesis) bepaalt in elke situatie de goede maat tussen tekort en teveel.
Resultaat: Uit de rede-definitie volgt dat geluk in een redelijk geordend, deugdzaam leven bestaat en dat deugd het door de rede bepaalde midden is: definitie, geluk en deugd hangen samen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom de definitie „de mens is een redelijk dier” tegelijk beschrijvend en normatief is, en geef één gevolg van die normatieve lading.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (de mens als redelijk wezen) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Plato's driedeling van de ziel
Leg met behulp van Plato's wagenmennermetafoor uit wat volgens hem rechtvaardigheid in de ziel is, en wat er gebeurt als de begeerte de leiding neemt.
De menner is de rede, het edele paard de moed (thymos), het onwillige paard de begeerte (epithumia).
Rechtvaardigheid in de ziel is dat de rede leidt, de moed haar steunt en de begeerte gehoorzaamt: elk deel doet zijn eigen taak in de juiste rangorde.
Als de begeerte de teugels grijpt, sleept het onwillige paard de wagen mee naar genot en overmaat; de mens wordt onbeheerst en de ziel raakt in disharmonie.
Resultaat: Rechtvaardigheid in de ziel is de harmonische rangorde met de rede aan de leiding; overheerst de begeerte, dan vervalt de mens tot onbeheerstheid en innerlijke wanorde.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk hoe Aristoteles en de Stoa de rol van de emoties in een goed leven zien, en leg uit welke van beide de emoties de meeste waarde toekent.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (rede en emotie) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Leg uit hoe Kants leus „Sapere aude” het rationalistische mensbeeld verbindt met het ideaal van autonomie.
„Durf te denken / heb de moed je eigen verstand te gebruiken”: de oproep om niet op andermans gezag te leunen maar zelf te oordelen.
Onmondigheid is voor Kant het onvermogen zonder leiding van een ander te denken; de Verlichting is de uittreding daaruit door eigen redegebruik.
Wie zijn eigen verstand gebruikt, geeft zichzelf de wet (autos = zelf, nomos = wet). De rede maakt de mens dus autonoom: zowel in kennen als in moreel handelen.
Resultaat: „Sapere aude” maakt het redelijk vermogen tot bron van zelfstandigheid: de mens die zijn eigen verstand gebruikt, wordt autonoom in denken en handelen — de kern van het Verlichtingsideaal.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom het Verlichtingsideaal van de universele rede de grondslag vormt voor gelijke rechten, en noem één risico dat critici in dit ideaal zien.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (Verlichting en rede) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Rationalistisch versus anti-rationalistisch mensbeeld
Reconstrueer Humes stelling dat „de rede de slaaf van de passies is” als argument, en geef één tegenwerping.
De rede kan alleen feiten vaststellen en middelen berekenen (wat leidt tot wat), maar levert uit zichzelf geen motief om te handelen.
Handelen vereist altijd een doel of verlangen; dat komt voort uit de passies, niet uit de rede.
Dus stelt de rede geen doelen maar dient ze de passies: ze rekent uit hoe we bereiken wat de passies willen — de rede is hun „slaaf”.
Wie deze stelling verdedigt, doet dat met argumenten en beroept zich dus op de rede als beoordelaar van wat waar is — dat suggereert dat de rede méér is dan een louter rekenende dienaar.
Resultaat: Humes argument gaat van „rede berekent slechts middelen” en „doelen komen uit passies” naar „rede dient de passies”; de tegenwerping is dat het bekritiseren van de rede zelf redelijke argumentatie veronderstelt.
Veelgemaakte fouten
VWO-verdieping
Verdieping: onderzoek de these dat rede en emotie niet tegengesteld maar verweven zijn (emoties als vormen van waardering en oordeel, bijv. bij Martha Nussbaum). Laat zien hoe deze these zowel het klassieke rationalisme als de romantische omkering corrigeert, en wat ze betekent voor de ethiek en de opvoeding.
Actieve herhaling
Beoordeel de stelling „de mens is in wezen een driftwezen, geen redelijk wezen” door één argument vóór (Nietzsche/Freud) en één tegen (de zelfweerlegging) te geven.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein B (kritiek op de rede) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)