Hoe uit één bevruchte eicel een organisme met honderden verschillende celtypen ontstaat, terwijl al die cellen hetzelfde DNA bevatten. De sleutel is differentiële genexpressie: in elk celtype worden andere genen afgelezen. Je bestudeert celdifferentiatie, de rol van stamcellen en hun potentie, en het ontwikkelingsproces van zygote via deling en differentiatie tot een gevormd organisme.
3 Onderdelen~9 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het CE verklaar je waarom cellen met hetzelfde DNA verschillen en benoem je de stamceltypen.
verhoogd niveau
Verdieping ligt in de moleculaire sturing van differentiatie en de toepassing van stamcellen in de geneeskunde.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Differentiële genexpressie
Verklaar waarom alle lichaamscellen het gen voor het spijsverteringsenzym amylase bezitten, maar alleen speekselklier- en alvleeskliercellen amylase maken.
Elke lichaamscel bevat het volledige genoom en dus ook het amylasegen.
In speeksel- en alvleeskliercellen staat het amylasegen aan (het wordt afgelezen en vertaald), in andere cellen staat het uit.
Alleen de cellen waarin het gen aan staat, maken het amylase-eiwit; de andere cellen bezitten het gen wel maar gebruiken het niet.
Resultaat: Alle cellen hebben het amylasegen, maar door differentiële genexpressie staat het alleen in de klier-cellen aan, zodat alleen die het enzym produceren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een spiercel en een alvleeskliercel bevatten allebei het gen voor insuline, maar alleen de alvleeskliercel maakt insuline. Verklaar dit met differentiële genexpressie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — genexpressie en differentiatie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Afnemende potentie bij differentiatie
Rangschik op afnemende potentie: gedifferentieerde spiercel, bevruchte eicel, pluripotente embryonale stamcel, multipotente beenmergstamcel.
De bevruchte eicel is totipotent: ze kan een volledig organisme vormen, inclusief placenta.
De embryonale stamcel is pluripotent: alle lichaamscellen, maar geen volledig organisme meer.
De beenmergstamcel is multipotent: nog maar een beperkte groep (bloed)celtypen.
De spiercel is gedifferentieerd: geïnstalleerd op één functie, geen andere celtypen meer.
Resultaat: Op afnemende potentie: bevruchte eicel (totipotent) > embryonale stamcel (pluripotent) > beenmergstamcel (multipotent) > spiercel (gedifferentieerd).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Rangschik de volgende cellen op afnemende potentie en licht toe: een multipotente beenmergstamcel, een bevruchte eicel, een pluripotente embryonale stamcel, een gedifferentieerde spiercel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — stamcellen en differentiatie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Ontwikkeling van zygote tot organisme
Leg uit hoe uit een platte handplaat losse vingers ontstaan en welke rol apoptose daarbij speelt.
Eerst wordt een platte handplaat aangelegd, waarin de cellen tussen de toekomstige vingers nog aanwezig zijn.
De cellen tussen de vingerstralen ontvangen een signaal om af te sterven via geprogrammeerde celdood (apoptose).
Doordat juist die cellen verdwijnen, blijven de vingers los van elkaar over; zonder deze apoptose zouden zwemvliezen blijven bestaan.
Resultaat: Apoptose ruimt de cellen tussen de vingerstralen gericht op, waardoor uit de platte handplaat losse vingers worden gevormd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij de aanleg van een hand worden eerst platte handplaten gevormd; daarna ontstaan de losse vingers. Leg uit welke rol apoptose hierbij speelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — ontwikkeling en zelforganisatie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)