Loading
Loading
Dit onderwerp hoort bij de SE-praktijk van textiele vormgeving: het beeldende textielwerkproces, de reflectie daarop en het werkdossier. Je leert het beeldend werkproces als cyclus doorlopen (orienteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren), hoe beeldend onderzoek en materiaalproeven met vezels, garens, bindingen en verf je werk aandrijven, en hoe je op proces en product reflecteert met vaktaal. Ten slotte bundel je onderzoek, schetsen, materiaalproeven, eindwerk en reflectie in een werkdossier (procesboek) dat samen met het eindwerk de basis vormt voor de schoolexamenbeoordeling.
4Onderdelenca. 23min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
De vaktaal waarmee je je eigen textiele proces verantwoordt, is dezelfde waarmee je op het centraal examen kunst beschouwt: wie zelf weeft, borduurt of verft, leest de keuzes van textielkunstenaars scherper.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, stuurt het eigen werkproces bewuster bij en verantwoordt materiaal-, binding- en kleurkeuzes uitgebreider tegen de criteria in het werkdossier.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Het beeldend werkproces als cyclus
Beschrijf het werkproces van een geweven staal rond het thema 'getij' (eb en vloed) in de vier fasen, en geef een moment aan waarop je terugkeerde naar een eerdere fase.
Je verkent het thema getij: eb en vloed, golfbeweging, de kleuren van water en wad. Je formuleert een ontwerpvraag - hoe laat ik beweging zien in kleur en binding? - en bepaalt wat je wilt onderzoeken.
Je verzamelt bronnen (foto's van water en getijdenkaarten) op een moodboard, schetst golfritmes en weeft kleine proeflapjes in linnenbinding en keperbinding met blauwe en grijze garens om overgangen te testen.
Je kiest de proef die de beweging het sterkst laat zien - een keperbinding met een verloop van donker naar licht - en weeft daarmee het definitieve staal planmatig af, van globale opzet naar detail.
Je merkt dat de kleurovergang te abrupt is; je keert terug naar een nieuwe kleurproef, past het verloop aan, werkt het staal af en evalueert of het getij nu herkenbaar is.
Resultaat: Het staal ontstaat via orienteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren, met een bewuste terugkeer naar de kleurproef toen de overgang te hard was; zo is het cyclische, bijsturende proces zichtbaar en verantwoord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf voor een eigen textiele opdracht rond het thema 'getij' je werkproces in de vier fasen (orienteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren). Geef per fase aan wat je deed en benoem een moment waarop je terugkeerde naar een eerdere fase omdat het materiaal of de techniek daarom vroeg.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - praktijk: het beeldend werkproces (CvTE / Examenblad)
Onderzoeksvormen en hun opbrengst
Onderzoek voor een gevilt object rond het thema 'landschap' welke techniek en kleuren je kiest. Zet de onderzoeksvormen in en beredeneer je keuze.
Je verzamelt luchtfoto's van landschappen, hoogtekaarten en schilderijen met horizonten op een moodboard, en haalt daaruit een beeldtaal van lagen, velden en kleurvlakken.
Je maakt snel veel schetsen van composities: waar leg je de horizon, hoe verdeel je de vlakken, welk ritme van kleuren? Door te divergeren houd je meerdere richtingen open.
Je vilt kleine lapjes met verschillende wolsoorten en kleuren en test hoe je met naaldvilten scherpe randen krijgt en met natvilten juist zachte overgangen, telkens met een aantekening erbij.
Je experimenteert met het invilten van losse vezels voor extra structuur; op grond van je proeven kies je natvilten voor de zachte horizon en naaldvilten voor de scherpe velden.
Resultaat: Het onderzoek loopt van bronnen via schetsen naar materiaalproeven en experiment; de proeven tonen welke viltechniek bij welk landschapsonderdeel past, en dat beredeneerde inzicht stuurt je keuze voor het eindwerk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet voor een gevilt object rond het thema 'landschap' drie onderzoeksvormen in: verzamel bronnen, maak schetsen en doe minstens twee materiaalproeven. Noteer bij elke proef wat je ontdekte over wat het materiaal kan, en beredeneer welke vondst je keuze voor het eindwerk stuurt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - praktijk: beeldend onderzoek en materiaalexperiment (CvTE / Examenblad)
Waarop en wanneer je reflecteert
Reflecteer op een geborduurd paneel rond het thema 'herinnering' dat drukker uitpakte dan je wilde. Doorloop de vier stappen met textiele vaktaal en toets aan de criteria.
Je beschrijft feitelijk: je borduurde een paneel met kettingsteek en Franse knoopjes in gedempte kleuren, waarin vervaagde vormen het thema herinnering moesten dragen.
Met vaktaal: de losse textuur van de knoopjes geeft een korrelig, wazig oppervlak dat het idee van vervagen versterkt, maar op een plek zitten de steken zo dicht dat de rust wegvalt.
Je toetst aan de criteria (thema herkenbaar, techniek beheerst, bewuste kleurkeuze): het thema is goed leesbaar door de vage vormen, maar de te dichte plek maakt het geheel onrustiger dan bedoeld.
Leerinzicht: een volgende keer doe ik eerst een dichtheidsproef, zodat ik de textuur beter beheers en de rust vasthoud.
Resultaat: De reflectie doorloopt alle stappen en verklaart het drukke resultaat met vaktaal (te dichte steken, dus te weinig rust); het oordeel hangt aan de criteria en het leerinzicht is concreet en direct toepasbaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf een reflectie op een geborduurd paneel rond het thema 'herinnering'. Doorloop de stappen terugkijken, analyseren, beargumenteerd oordelen en vooruitkijken, toets je resultaat aan de criteria van de opdracht en gebruik in je analyse minstens twee textiele beeldaspecten (bijvoorbeeld structuur, textuur, patroon of kleur).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - praktijk: reflectie en evaluatie (CvTE / Examenblad)
Van onderdelen naar werkdossier, presentatie en beoordeling
Stel een werkdossier samen voor een geweven wandkleed. Geef aan welke onderdelen erin komen en in welke volgorde, en leg uit hoe het dossier meetelt in je beoordeling.
Je opent met je orientatie: het thema, je moodboard met verzamelde beelden en je patroonschetsen, met korte notities over wat je opviel en wilde onderzoeken.
Je voegt je weefproeven en kleurstaaltjes toe (linnenbinding, keperbinding, verschillende garens), elk met een aantekening over wat wel en niet werkte.
Je legt vast welke binding en kleuren je koos en waarom, en presenteert het afgeronde wandkleed met een totaalfoto en detailfoto's van de textuur.
Je sluit af met een reflectie in vaktaal op proces en product, en licht toe dat dossier en eindwerk samen je praktijk vormen, die in het SE volgens het PTA wordt beoordeeld en samen met het CE je eindcijfer bepaalt.
Resultaat: Het werkdossier ordent bronnenonderzoek, schetsen, materiaalproeven, keuzes, eindwerk en reflectie in een logische volgorde; daardoor is het hele proces navolgbaar en vormt het dossier samen met het wandkleed de basis voor de SE-praktijkbeoordeling die met het CE tot het eindcijfer wordt gecombineerd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel de inhoudsopgave van je werkdossier op voor een geweven wandkleed. Geef per onderdeel (bronnenonderzoek, schetsen, materiaalproeven, eindwerk, reflectie) aan wat je opneemt en in welke volgorde, beredeneer hoe je textiel werk documenteert (foto's, staaltjes) en leg uit hoe dossier en eindwerk in je eindcijfer meetellen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - praktijk: werkdossier en presentatie (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen