Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de theorie achter het kijken naar kunst: hoe een beeld via beeldtaal betekenis draagt, welke grote kunstopvattingen er zijn, wat stijl en stroming inhouden en hoe kunstkritiek en canon werken. De rode draad is de status van textiel: het aloude debat tussen kunst en ambacht en hoe de textielkunst zich tot autonome kunst ontwikkelde.
4Onderdelenca. 20min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Beeldtaal, kunstopvattingen en stijl vormen het theoretische gereedschap waarmee je op het CE elk werk analyseert en plaatst.
verhoogd niveau
Gebruik de kunstopvattingen en het kunst-ambachtdebat om je eigen textiele werk te positioneren en te verantwoorden als autonoom of toegepast.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Hoe een beeld betekenis krijgt
Een abstract weefsel zonder voorstelling toont een streng herhaald patroon in gedempte kleuren. Leg uit hoe dit werk betekenis draagt via zijn beeldtaal.
Stel vast dat er geen herkenbare voorstelling is; de dragers van betekenis zijn hier de beeldaspecten zelf - kleur, patroon, textuur en structuur.
Beschrijf ze: een streng, regelmatig herhaald patroon in gedempte, koele kleuren, met een strak geweven, gelijkmatige structuur.
Koppel er betekenis aan: regelmaat en herhaling associeren we met orde, rust en beheersing, en gedempte kleuren met ingetogenheid.
Vat samen dat het weefsel, ook zonder voorstelling, een sfeer van orde en ingetogen rust uitdraagt, opgebouwd uit patroon, kleur en structuur.
Resultaat: Het weefsel draagt betekenis niet via een voorstelling maar via zijn beeldtaal: het strenge, herhaalde patroon en de gedempte kleuren roepen orde, rust en ingetogenheid op - een bewijs dat textuur, patroon en structuur zelf betekenisdragers zijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt een abstract weefsel zonder herkenbare voorstelling, met een streng herhaald patroon in gedempte kleuren. Leg uit hoe dit werk toch betekenis kan dragen via zijn beeldtaal.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - beeldtaal, teken en symbool (CvTE / Examenblad)
De vier grote kunstopvattingen
Een abstract, kleurrijk weefsel zonder voorstelling. Bepaal vanuit welke kunstopvatting het het beste te begrijpen is en beargumenteer je keuze.
Stel vast dat het weefsel niets herkenbaars afbeeldt en geen duidelijke emotie schreeuwt, maar draait om de ordening van kleur, lijn en ritme.
Mimesis valt af (er is niets nagebootst), en zuivere expressie is onwaarschijnlijk (het gaat niet om een uitgestort gevoel maar om een strakke ordening).
Wat overblijft is het formalisme of de vormopvatting: de autonome vorm - de verhouding van kleur en ritme - is zelf het onderwerp.
Wijs op kenmerken die dit staven: het evenwicht van de compositie, de doordachte kleurverhoudingen en het regelmatige ritme, die het werk op zichzelf laten kloppen.
Resultaat: Het weefsel is het beste te begrijpen vanuit de vormopvatting (formalisme): niet nabootsing of emotie maar de autonome ordening van kleur, lijn en ritme is het onderwerp, en daarop moet je het dus ook beoordelen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt een abstract, kleurrijk weefsel zonder voorstelling. Bepaal vanuit welke kunstopvatting het het beste te begrijpen is en beargumenteer je keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - kunstopvattingen (CvTE / Examenblad)
Van stijlkenmerk naar datering
Je krijgt een geweven werk met golvende, aan planten ontleende lijnen en zachte, natuurlijke kleuren. Dateer het globaal op grond van de stijl en licht je redenering toe.
Benoem wat je ziet: vloeiende, zwierige lijnen, motieven ontleend aan planten en bloemen, asymmetrie en zachte, natuurlijke kleuren.
Deze vormentaal is kenmerkend voor de Jugendstil of Art Nouveau, de stroming rond 1900 die zich op de natuur en de golvende lijn baseerde.
Uit die stijlkenmerken volgt een datering van omstreeks 1900; je redeneert met 'omstreeks' en op grond van kenmerken, niet met een exact jaartal.
Controleer of een kenmerk typisch is voor deze ene maker of voor de hele periode; de golvende plantlijn is een periodekenmerk, geen louter persoonlijke vondst.
Resultaat: De golvende plantmotieven en natuurlijke kleuren zijn periodekenmerken van de Jugendstil, waaruit je het werk op omstreeks 1900 dateert; door individuele en periodestijl te scheiden onderbouw je die plaatsing met de gedeelde vormentaal in plaats van met een gok.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt twee textielwerken uit verschillende perioden. Beschrijf de stijlkenmerken van elk, dateer ze globaal op grond daarvan en leg uit welke rol de canon speelt in hoe we ze waarderen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - stijl, stroming en kunstkritiek (CvTE / Examenblad)
Van ambacht naar autonome textielkunst
Een groot, driedimensionaal geweven fiber-art-object hangt vrij in de ruimte. Leg uit waarom zoiets vroeger niet als 'echte' kunst zou zijn erkend en hoe het toch tot autonome kunst kon worden.
Leg uit dat textiel vroeger als 'ambacht' of kunstnijverheid gold - lager dan de vrije kunst - mede omdat het een gebruiksfunctie had en als 'vrouwenwerk' werd gezien.
Wijs erop dat dit fiber-art-object geen enkele gebruiksfunctie heeft: het bedekt of warmt niets, het bestaat alleen om ervaren te worden - dat is precies autonome kunst.
Plaats het in de ontwikkeling: Arts and Crafts (Morris, 1861) herwaardeerde het ambacht, het Bauhaus (1919) maakte weven tot kunstdiscipline en de fiber art maakte textiel ruimtelijk en vrij.
Onderbouw met kenmerken: het grote formaat, de driedimensionale vorm en het ontbreken van nut tonen dat de maker textuur, structuur en vorm als vrij beeldend middel inzet.
Resultaat: Vroeger zou het object als 'louter ambacht' terzijde zijn geschoven, mede door het gebruiks- en 'vrouwenwerk'-stempel van textiel; doordat het elk nut loslaat en vorm en materiaal vrij inzet, en dankzij de keten Arts and Crafts - Bauhaus - fiber art, geldt het vandaag als volwaardige autonome kunst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt een groot, driedimensionaal geweven fiber-art-object dat vrij in de ruimte hangt. Leg uit waarom zoiets vroeger niet als 'echte' kunst zou zijn erkend en hoe het toch tot autonome kunst kon worden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - kunst en ambacht (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen