Loading
Loading
Een vaste greep op de Spaanse grammatica (gramática) maakt je Spaans correct, helder en natuurlijk, én ze helpt je om examenteksten sneller en preciezer te lezen. Belangrijk om eerlijk te zijn over de plaats in het examen: de grammatica wordt niet als apart onderdeel op het centraal examen getoetst, want het CE Spaans toetst uitsluitend leesvaardigheid. Je oefent haar vooral voor het schoolexamen, bij schrijf- en spreekvaardigheid, terwijl een zeker gevoel voor vormen en zinsbouw je leesbegrip op het CE ondersteunt.
6Onderdelenca. 30min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het schoolexamen: beheers de lidwoorden, de concordancia, ser/estar, por/para, de voornaamwoorden en de ontkenning en vraagzinnen zo dat je correct en begrijpelijk Spaans schrijft en spreekt.
verhoogd niveau
Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs leest en schrijft veel Spaans; een vaste greep op de vormen, ser/estar, por/para en de zinsbouw blijft daar onmisbaar en ondersteunt tegelijk je leesbegrip op het centraal examen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Lidwoorden (los artículos)
Vul de juiste vormen in en pas waar nodig de samentrekking en het geslacht toe: ‘Vamos ___ (a + el) cine, pero primero veo ___ foto y ___ mapa.' (= We gaan naar de bioscoop, maar eerst bekijk ik de foto en de kaart.)
De combinatie ‘a + el' trekt in het Spaans verplicht samen tot ‘al'. ‘Vamos a el cine' is dus fout; het wordt ‘Vamos al cine'.
‘foto' eindigt op ‘-o' maar is vrouwelijk: het is een afkorting van ‘la fotografía'. Het lidwoord is dus ‘la': ‘la foto'.
‘mapa' eindigt op ‘-a' maar is mannelijk (een van de vaste uitzonderingen, net als ‘el día' en ‘el problema'). Het lidwoord is dus ‘el': ‘el mapa'.
Resultaat: De juiste zin is ‘Vamos al cine, pero primero veo la foto y el mapa.' ‘al' is de verplichte samentrekking van ‘a + el'; ‘foto' en ‘mapa' zijn de bekende geslachtsuitzonderingen — ‘la foto' (vrouwelijk ondanks -o) en ‘el mapa' (mannelijk ondanks -a).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vul het juiste lidwoord in en pas waar nodig de samentrekking toe: ‘Por la mañana bebo ___ café', ‘Vamos ___ (a + el) parque', ‘Me duele ___ mano', ‘___ problema es difícil.'
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Het bijvoeglijk naamwoord: de concordancia
Zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm en op de juiste plaats: ‘unas casas (blanco)' en ‘un (bueno) libro'.
‘casas' is vrouwelijk meervoud. ‘blanco' krijgt dus ‘-a' voor het vrouwelijke en ‘-s' voor het meervoud: ‘blancas'.
Kleuradjectieven staan ná het zelfstandig naamwoord. ‘blancas' komt dus achter ‘casas': ‘unas casas blancas'.
‘bueno' hoort tot de korte groep die vóór het zelfstandig naamwoord mag staan, en verliest dan vóór een mannelijk enkelvoud de ‘-o' (de apócope): ‘bueno' → ‘buen'. Het komt dus vóór ‘libro': ‘un buen libro'.
Resultaat: De juiste vormen zijn ‘unas casas blancas' en ‘un buen libro'. ‘blanco' congrueert in geslacht én getal (vrouwelijk meervoud ‘blancas') en staat als kleur áchter het zn.; ‘bueno' staat vóór het mannelijk enkelvoud en wordt dan door apócope ‘buen'.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm en op de juiste plaats, en maak waar gevraagd de vergelijkende trap: ‘unas flores (blanco)', ‘un (bueno) día', ‘Ana es (alto, + vergelijkend) que Pablo.'
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Ser en estar: gebruik en voorbeeld
Vul ‘ser' of ‘estar' in de juiste vorm in en beredeneer elke keuze: ‘Madrid ___ en España, pero hoy yo ___ muy cansado.' (= Madrid ligt in Spanje, maar vandaag ben ik erg moe.)
‘Madrid ___ en España' gaat over de ligging van een plaats. Plaats en ligging gaan altijd met ‘estar' — ook bij een stad, hoewel die niet verhuist. De vorm bij ‘Madrid' (3e persoon enkelvoud) is ‘está': ‘Madrid está en España'.
‘cansado' (moe) is een tijdelijke toestand, een gevoel van dat moment. Toestand en gevoel gaan met ‘estar'. Bij ‘yo' is dat ‘estoy': ‘yo estoy muy cansado'.
Vul beide vormen in: ‘Madrid está en España, pero hoy estoy muy cansado' (het tweede ‘yo' mag wegvallen omdat de uitgang ‘-oy' al „ik” aangeeft).
Resultaat: De juiste zin is ‘Madrid está en España, pero hoy estoy muy cansado.' Plaats (waar iets ligt) gaat altijd met estar — ook bij een stad — en een tijdelijke toestand als „moe zijn” eveneens; vandaar tweemaal estar (‘está', ‘estoy').
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vul ser of estar in de juiste vorm in: ‘Yo ___ de los Países Bajos', ‘El libro ___ en la mesa', ‘Hoy mi hermana ___ enferma', ‘___ las tres de la tarde.'
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Por en para: gebruik en voorbeeld
Kies ‘por' of ‘para' en beredeneer elke keuze: ‘Este regalo es ___ ti, y te doy las gracias ___ tu ayuda.' (= Dit cadeau is voor jou, en ik bedank je voor je hulp.)
Een cadeau is bestemd vóór iemand: ‘ti' is de ontvanger of begunstigde. De ontvanger en de bestemming gaan met ‘para': ‘Este regalo es para ti'.
‘las gracias ___ tu ayuda' geeft de reden aan waarvóór je dankt. Reden gaat met ‘por', en bovendien is ‘gracias por' een vaste verbinding: ‘por tu ayuda'.
Vul beide voorzetsels in: ‘Este regalo es para ti, y te doy las gracias por tu ayuda'.
Resultaat: De juiste zin is ‘Este regalo es para ti, y te doy las gracias por tu ayuda.' De ontvanger of bestemming vraagt ‘para' (‘para ti'); de reden waarvoor je dankt vraagt ‘por', zoals in de vaste verbinding ‘gracias por' (‘por tu ayuda').
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies por of para: ‘Estudio mucho ___ aprobar el examen', ‘Te doy las gracias ___ el regalo', ‘Paseamos ___ el centro', ‘Este café es ___ ti.'
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Persoonlijke voornaamwoorden: onderwerp, CD en CI
Vervang het onderstreepte zinsdeel door één voornaamwoord (CD of CI) en plaats het correct: a) ‘Veo la película.' b) ‘Doy el libro a María.'
‘ver' neemt zijn voorwerp zonder voorzetsel, dus ‘la película' is een lijdend voorwerp → CD. ‘película' is vrouwelijk enkelvoud, dus de vorm is ‘la'.
Het voornaamwoord staat in het Spaans vóór het vervoegde werkwoord: ‘La veo' (niet ‘Veo la').
‘a María' is de ontvanger (aan wie?) → meewerkend voorwerp → CI = ‘le'. Het staat vóór het werkwoord; het lijdend voorwerp ‘el libro' mag blijven staan: ‘Le doy el libro'.
Resultaat: De juiste zinnen zijn a) ‘La veo.' en b) ‘Le doy el libro.' Zonder voorzetsel kies je een CD (‘la'); de ontvanger ‘a María' is een CI (‘le'). Beide voornaamwoorden staan vóór het vervoegde werkwoord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vervang het onderstreepte zinsdeel door het juiste voornaamwoord (CD of CI) en plaats het: ‘Leo el libro', ‘Compro las manzanas', ‘Escribo a mi madre.'
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Vraagwoorden (las palabras interrogativas)
Zinsbouw: Sujeto – Verbo – Objeto
Maak de zin ontkennend en verklaar je keuze: ‘Veo algo.' (= Ik zie iets.) moet worden „Ik zie niets.”
De gewone ontkenning begint met ‘no' direct vóór het vervoegde werkwoord: ‘No veo …'.
‘algo' (iets) wordt in de ontkenning ‘nada' (niets). ‘nada' komt ná het werkwoord te staan.
In het Spaans staan ‘no' én ‘nada' samen in dezelfde zin (de dubbele ontkenning, anders dan in het Nederlands): ‘No veo nada'.
Resultaat: De juiste zin is ‘No veo nada.' Het Spaans gebruikt een dubbele ontkenning: ‘no' vóór het werkwoord én het ontkennende woord ‘nada' erna. Letterlijk staat er „ik zie niet niets”, maar het betekent gewoon „ik zie niets”.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet om en vul aan: maak ‘Veo algo' ontkennend met ‘no … nada', maak ‘Viene alguien' ontkennend met ‘no … nadie', en maak van ‘Tú hablas español' een vraagzin met de juiste vraagtekens.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad