Loading
Loading
De Nederlandse literatuur valt uiteen in een reeks stromingen die elk een eigen mens- en wereldbeeld hebben en die op elkaar reageren. In dit onderwerp leer je die stromingen — van de middeleeuwen tot de hedendaagse literatuur — in chronologische volgorde plaatsen, hun kenmerken herkennen en de belangrijkste auteurs en werken eraan koppelen. Zo kun je een fragment of een titel uit je leesdossier historisch situeren en uitleggen waaróm het bij een bepaalde periode hoort.
5Onderdelenca. 26min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4
basisniveau
Voor het gemeenschappelijke deel: beheers de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis — de volgorde van de stromingen en hun belangrijkste kenmerken en auteurs.
verhoogd niveau
Voor het schoolexamen: situeer de werken uit je leesdossier historisch en onderbouw met kenmerken waarom een boek bij een bepaalde stroming hoort.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tijdlijn van de Nederlandse literatuur
Zet de volgende vier stromingen in de juiste chronologische volgorde en noem bij elke een kernkenmerk: romantiek, renaissance, naturalisme, modernisme.
De renaissance en Gouden Eeuw (omstreeks 1500–1670) zijn het oudst van de vier. Kernkenmerk: de klassieke idealen, de navolging van de Griekse en Romeinse oudheid.
Na de verlichting komt de romantiek (omstreeks 1800–1860). Kernkenmerk: gevoel en verbeelding, met aandacht voor de natuur en het verleden.
Het naturalisme hoort bij het einde van de negentiende eeuw (omstreeks 1860–1900). Kernkenmerk: de mens wordt bepaald door zijn milieu en zijn erfelijkheid.
Het modernisme valt in het interbellum (omstreeks 1900–1945). Kernkenmerk: vernieuwing, experiment en twijfel. Controleer de volgorde nog even aan de tijdlijn hieronder.
Resultaat: De juiste volgorde is renaissance → romantiek → naturalisme → modernisme, met als kenmerken achtereenvolgens klassieke idealen, gevoel en verbeelding, milieu en erfelijkheid, en vernieuwing en twijfel.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem de zeven stromingen uit de tijdlijn hieronder in de juiste volgorde en schrijf bij elke één kernkenmerk en één auteur of werk dat je eraan koppelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Een toneelstuk verbeeldt de stad Amsterdam in een verheven, klassiek getint treurspel; het is geschreven door een met name bekende dichter, naar het voorbeeld van de Griekse en Romeinse tragedie. Aan welke periode, stroming en auteur koppel je dit, en waarom?
De navolging van de klassieke oudheid (de Griekse en Romeinse tragedie) is een typisch renaissancekenmerk. De middeleeuwen kenden dat klassieke model nog niet als ideaal.
Een met name genoemde, individuele dichter en een verheven, verzorgde stijl passen bij de renaissance; middeleeuwse werken zijn doorgaans anoniem. Beide aanwijzingen wijzen dus dezelfde kant op.
Een verheven treurspel over Amsterdam naar klassiek model is Gysbreght van Aemstel (1637) van Joost van den Vondel, het bekendste voorbeeld van het klassieke treurspel uit de Gouden Eeuw.
Resultaat: Renaissance en Gouden Eeuw; Vondel, Gysbreght van Aemstel — herkend aan het klassieke model, de verheven vorm en het bekende, individuele auteurschap.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies twee middeleeuwse werken en twee renaissancewerken uit deze sectie. Benoem per werk de auteur (of „anoniem”), het genre en één kenmerk waaraan je de periode herkent.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Een briefroman uit 1782 wil jonge vrouwen leren verstandig en deugdzaam te leven; de rede en het fatsoen geven de doorslag, en het gevoel wordt in toom gehouden. Welke stroming is dit, en om welk werk en welke auteurs gaat het?
Rede, deugd en opvoeding staan centraal, en het gevoel wordt beteugeld. Dat is precies het verlichtingsideaal — een tekst die de lezer verstandiger en beter wil maken.
Zou het gevoel, de verbeelding of het verleden vooropstaan, dan zou je aan de romantiek denken. Hier gebeurt het omgekeerde: het gevoel wordt juist in bedwang gehouden. Romantiek valt dus af.
Een opvoedende, oorspronkelijke Nederlandse briefroman uit 1782 is de Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken.
Resultaat: Verlichting; Wolff & Deken, Sara Burgerhart (1782) — herkend aan de centrale rol van rede en deugd en aan de opvoedende bedoeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg in een korte alinea uit waarom de romantiek als een reactie op de verlichting kan worden gezien. Noem minstens twee tegenstellingen en koppel aan elke stroming één auteur of werk.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
In een Haagse roman uit 1889 gaat de gevoelige hoofdpersoon langzaam ten onder; haar nerveuze aanleg en het verstikkende, deftige milieu waarin zij leeft, drijven haar naar de ondergang. Welke stroming, auteur en werk?
De hoofdpersoon wordt bepaald door haar aanleg (erfelijkheid) en haar omgeving (milieu). Dat deterministische samenspel, dat uitloopt op een ondergang, is hét kenmerk van het naturalisme.
Het realisme toont de werkelijkheid, maar legt niet per se de nadruk op milieu en erfelijkheid als noodlot. De onafwendbare ondergang door aanleg en omgeving verraadt dat het hier specifiek om naturalisme gaat.
Een Haagse roman uit 1889 met dit noodlotsmotief is Eline Vere van Louis Couperus, het bekendste Nederlandse voorbeeld van de naturalistische roman.
Resultaat: Naturalisme; Couperus, Eline Vere (1889) — herkend aan de bepalende rol van milieu en erfelijkheid en aan de deterministische ondergang van de hoofdpersoon.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk Max Havelaar (Multatuli) met een gedicht van de Tachtigers. Leg uit welk werk bij het realisme en welk bij de Beweging van Tachtig hoort, en noem per werk twee kenmerken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Stromingen: kenmerken en auteurs
Gebruik de tabel hieronder. Een dichter uit de jaren vijftig schrijft vormvrije, associatieve en beeldende poëzie, breekt met rijm en metrum en wordt de „keizer der Vijftigers” genoemd. Welke stroming, en welke dichter?
Vormvrij, associatief en een breuk met rijm en metrum: dat is vernieuwing, het kernkenmerk van de naoorlogse experimentele poëzie.
In de tabel hieronder horen „vernieuwing en twijfel” bij de naoorlogse literatuur. De experimentele dichters van rond 1950 binnen die periode zijn de Vijftigers.
De „keizer der Vijftigers”, het boegbeeld van die experimentele dichtersgroep, is Lucebert.
Resultaat: De Vijftigers (naoorlogse vernieuwing); Lucebert — herkend aan de vrije, associatieve vorm en de breuk met rijm en metrum.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies uit de tabel hieronder twee stromingen uit de twintigste eeuw. Benoem per stroming het kernkenmerk en een auteur, en leg uit hoe je een werk aan die stroming zou herkennen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad