Loading
Loading
Het Fries heeft een eigen, vaste grammatica en spelling die op punten flink van het Nederlands afwijkt. In dit onderwerp leer je de lidwoorden de en it, het meervoud (meartal) van zelfstandige naamwoorden, de vervoeging van de tiidwurden (met de voor het Fries kenmerkende -je-werkwoorden), de woordvolgorde (wurdfolchoarder) en de belangrijkste spellingregels van de huidige stavering. Zo schrijf je verzorgd Fries in plaats van vernederlandst Fries.
4Onderdelenca. 16min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het schoolexamen en voor verzorgd taalgebruik: pas de lidwoorden, het meervoud, de werkwoordsvervoeging en de stavering correct toe in je eigen Friese teksten.
verhoogd niveau
Wie het Fries als thuistaal spreekt, kent de vormen vaak al passief; het gaat er dan om ze ook in geschreven, verzorgd Fries volgens de officiële stavering vast te leggen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Lidwoorden en meervoud in het Fries
Vul het juiste lidwoord in en geef het meervoud: '... hûs' (huis) en '... bern' (kind). Leg je keuzes uit.
Hûs is een onzijdig woord en krijgt dus 'it': it hûs. Bern is ook een it-woord: it bern.
Hûs krijgt -en, maar de eind-s wordt een z en de klinker verkort: hûs wordt huzen. Het lidwoord in het meervoud is altijd 'de': de huzen.
Bern heeft een nulmeervoud: het meervoud is gelijk aan het enkelvoud, dus 'de bern' (de kinderen). Alleen het lidwoord en het werkwoord verraden dat het meervoud is.
Resultaat: It hûs - de huzen; it bern - de bern. Hûs volgt de gewone -en-regel met stamverandering (s wordt z), bern heeft een onregelmatig nulmeervoud.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet de volgende woordgroepen in het meervoud en geef het juiste lidwoord: 'it boek', 'de tafel', 'it hûs', 'it bern'. Leg bij elk voorbeeld uit welke meervoudsregel je gebruikt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Vervoeging: een -je-werkwoord, wêze en hawwe
Vervoeg 'wurkje' (werken) in de tegenwoordige tijd en vorm daarna 'ik heb gewerkt'. Let op de typisch Friese vormen.
Ik wurkje, do wurkest, hy/sy/it wurket, wy/jimme/sy wurkje. De ik-vorm en het meervoud zijn gelijk aan de infinitief; do krijgt -est, hy/sy/it krijgt -et.
De voltooide tijd van wurkje maak je met 'hawwe': ik haw ... Het voltooid deelwoord van wurkje is 'wurke', zonder ge-, want dat is de Friese regel.
Ik haw wurke. Met een bepaling van tijd erbij en inversie: 'De hiele dei haw ik wurke' (De hele dag heb ik gewerkt); het vervoegde werkwoord staat op de tweede plaats.
Resultaat: Tegenwoordige tijd: ik wurkje, do wurkest, hy wurket, wy/jimme/sy wurkje. Voltooid: 'ik haw wurke' (let op: geen ge-).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vervoeg het werkwoord 'wurkje' (werken) volledig in de tegenwoordige tijd (ik, do, hy, wy, jimme, sy) en maak daarna de zin 'ik heb de hele dag gewerkt' in het Fries.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Het skelet van de Friese hoofdzin
Zet de zin 'Ik gean moarn nei Ljouwert' (ik ga morgen naar Leeuwarden) eerst met 'moarn' vooraan, en maak er dan een bijzin van na 'Hy seit dat ...'.
Zet 'moarn' vooraan. De persoonsvorm 'gean' moet op de tweede plaats blijven, dus het onderwerp 'ik' schuift erachter: 'Moarn gean ik nei Ljouwert.'
Na 'dat' begint een bijzin, dus de persoonsvorm gaat naar het eind: 'Hy seit dat ik moarn nei Ljouwert gean.'
In de hoofdzin staat 'gean' op plaats twee; in de bijzin staat 'gean' helemaal achteraan. Precies dat verschil moet je laten zien.
Resultaat: Hoofdzin met inversie: 'Moarn gean ik nei Ljouwert.' Bijzin: 'Hy seit dat ik moarn nei Ljouwert gean.' De persoonsvorm verspringt van plaats twee naar het einde.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Herschrijf 'Ik gean moarn nei Ljouwert' met 'moarn' vooraan, en maak er daarna een bijzin van die begint met 'Hy seit dat ...'. Let op waar de persoonsvorm terechtkomt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Spellingcontrasten Nederlands - Fries
Schrijf 'Mijn huis staat bij de kerk' in correct Fries en leg per woord de spellingregel uit.
De Nederlandse 'ij' wordt in het Fries 'y': mijn wordt 'myn' en bij wordt 'by'.
Huis krijgt de lange oe-klank met dakje: 'hûs'. Kerk verschuift de k naar tsj: 'tsjerke'.
Het werkwoord 'stean' (staan) is in de derde persoon 'stiet': it hûs stiet. Zo ontstaat de hele zin.
Resultaat: 'Myn hûs stiet by de tsjerke.' Je past drie regels toe: ij wordt y (myn, by), de lange oe krijgt een dakje (hûs) en de k voor een voorklinker wordt tsj (tsjerke).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Spel de Nederlandse zin 'Mijn huis staat bij de kerk' in correct Fries en benoem bij elk woord welke spellingregel je toepast.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad