Loading
Loading
Spreekvaardigheid betekent dat je in het Engels een aaneengesloten spreekbeurt kunt houden: een presentatie, een betoog of een toelichting bij een onderwerp. Dit onderdeel hoort bij het schoolexamen — niet bij het centraal examen, dat alleen leesvaardigheid toetst — en wordt beoordeeld op inhoud, structuur, woordenschat, uitspraak en vlotheid. In dit onderwerp leer je wat een monoloog is, hoe je een presentatie helder opbouwt en hoe je vlot en verstaanbaar blijft spreken, ook als je even een woord kwijt bent.
3Onderdelenca. 18min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het schoolexamen: oefen een aaneengesloten spreekbeurt met een duidelijke opbouw, en zorg dat je verstaanbaar en vlot je boodschap overbrengt op ongeveer ERK-niveau B1.
verhoogd niveau
Wie naar het hoger onderwijs gaat, presenteert ook daar veel in het Engels; richt je op B2 — vlotter spreken, een rijkere woordenschat en het soepel inzetten van signposting en compensatiestrategieën.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Twee leerlingen bereiden dezelfde presentatie in het Engels voor. Leerling A schrijft de volledige tekst uit en leert die woord voor woord uit het hoofd. Leerling B maakt een kaartje met steekwoorden en oefent het verhaal een paar keer hardop. Wie levert waarschijnlijk de betere spreekbeurt, en hoe hangt dat samen met de beoordelingsaspecten?
Leerling A leunt op een exacte tekst. Raakt A halverwege één zin kwijt, dan stokt het hele verhaal, want er is geen vangnet. Leerling B praat vrij rond steekwoorden en kan altijd door, ook als de bewoording iets anders uitvalt. Op het aspect vlotheid staat B dus sterker.
Een uit het hoofd opgezegde tekst klinkt vaak vlak en gehaast — de aandacht zit bij het herinneren, niet bij de luisteraar. B kan rustiger spreken, klemtoon leggen en oogcontact maken, wat de uitspraak en de overdracht ten goede komt.
Bij beiden kan de inhoud goed zijn, maar B kan makkelijker inspelen op de situatie: een voorbeeld toevoegen of iets korter maken als de tijd dringt. Een vastgezette tekst is daar te star voor.
Resultaat: Leerling B presenteert waarschijnlijk beter. Werken met steekwoorden beschermt vooral de vlotheid en de natuurlijke overdracht: je valt niet stil bij één vergeten zin en je spreekt de luisteraar toe in plaats van een tekst op te zeggen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een onderwerp dat je goed kent en houd er hardop een spreekbeurt van ongeveer twee minuten over. Neem jezelf op en beoordeel je opname daarna op de vijf aspecten: inhoud, structuur, woordenschat, uitspraak en vlotheid. Noteer per aspect één concreet verbeterpunt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Opbouw van een presentatie
Je moet een korte presentatie in het Engels houden over het onderwerp 'why everyone should learn to cook'. Hoe bouw je die op volgens de vaste structuur, en welke Engelse signaalzinnen gebruik je?
Noem het onderwerp en geef een routekaart. Bijvoorbeeld: 'Today I'll talk about why everyone should learn to cook. I'll give three reasons: health, money and independence.' De luisteraar weet nu welke drie punten komen.
Behandel je drie punten één voor één, elk met een voorbeeld en een signaalzin bij de overgang. 'First, cooking is healthier — for example, you decide how much salt goes in.' 'Moving on to money, a home-cooked meal is much cheaper than takeaway.' 'Finally, cooking makes you independent.'
Vat de punten samen zonder nieuwe informatie: 'To sum up, learning to cook is good for your health, your wallet and your independence.' Eventueel sluit je af met 'Any questions?'
Resultaat: De presentatie heeft een herkenbare opbouw: een inleiding met overzicht, een kern van drie punten met voorbeelden en signaalzinnen, en een samenvattende conclusie. De signposting ('First', 'Moving on to', 'Finally', 'To sum up') leidt de luisteraar door het geheel.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een onderwerp en schrijf in steekwoorden een plan: een inleiding (onderwerp + overzicht), drie kernpunten met bij elk één voorbeeld, en een conclusie. Houd je presentatie daarna hardop en controleer of elk onderdeel herkenbaar is en of je telkens een signaalzin gebruikt bij de overgang.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Signposting in een presentatie
Je geeft een presentatie over koken en wilt zeggen dat je eieren klopt met een garde, maar het Engelse woord 'whisk' schiet je niet te binnen. Wat doe je, zodat je verhaal blijft lopen?
De verleiding is om stil te vallen of 'garde' te zeggen. Beide breken je verhaal: een stilte schaadt je vlotheid, en Nederlands hoort niet thuis in een Engelse spreekbeurt.
Beschrijf in het Engels waar het ding voor dient of hoe het eruitziet: 'the tool you use to mix eggs' of 'a kind of kitchen tool for beating eggs'. De luisteraar begrijpt precies wat je bedoelt, ook zonder het exacte woord.
Ga zonder aarzelen verder met je zin: '… so you take the tool you use to mix eggs and beat them for a minute.' Je vlotheid blijft intact en je hebt het probleem onzichtbaar opgelost.
Resultaat: Door 'whisk' te omschrijven als 'the thing you use to mix eggs' praat je gewoon door in het Engels. De compensatiestrategie omschrijven redt je vlotheid: een vergeten woord hoeft je verhaal niet te stoppen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Spreek één minuut hardop over een onderwerp en dwing jezelf om elk woord dat je niet weet in het Engels te omschrijven in plaats van te pauzeren of Nederlands te gebruiken. Neem jezelf op en tel achteraf hoe vaak je met een omschrijving toch bent doorgegaan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad