Loading
Loading
Gespreksvaardigheid — het voeren van een gesprek in het Engels — is een onderdeel van het schoolexamen (SE), niet van het centraal examen. Het centraal examen Engels toetst namelijk alleen leesvaardigheid; spreken, gesprekken voeren, luisteren en schrijven worden door je eigen school getoetst. Bij gesprekken voeren laat je zien dat je in een echte interactie kunt meedoen — luisteren én reageren — op ongeveer ERK-niveau B1 tot B2. In dit onderwerp leer je wat er beoordeeld wordt, welke gespreksstrategieën je helpen en welke vaste Engelse uitdrukkingen je per taalfunctie kunt gebruiken.
3Onderdelenca. 18min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het schoolexamen: oefen korte gesprekken over vertrouwde onderwerpen, durf te spreken en gebruik vaste uitdrukkingen om je mening te geven en op de ander te reageren (ongeveer ERK B1).
verhoogd niveau
Wie verder wil (een vervolgopleiding waarin veel Engels wordt gesproken): streef naar ERK B2 — langere beurten, genuanceerder reageren en het gesprek soepel sturen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De interactiecyclus van een gesprek
De docent vraagt: ‘So, what did you do last weekend?’ Twee leerlingen reageren verschillend. Welke reactie laat echte interactie zien, en waarom?
Leerling A dreunt een ingestudeerd rijtje op: ‘I did my homework. I watched television. I went to bed.’ Het zijn losse zinnen zonder aansluiting, er komt geen reactie op de ander en er gaat geen vraag terug — het gesprek loopt meteen dood.
Leerling B reageert op de vraag én geeft de beurt terug: ‘I went to the cinema with my brother — we saw a comedy. It was really funny. How about you, did you do anything nice?’
B haakt in op de vraag (luisteren en reageren), voegt details toe (woordenschat) en geeft met een wedervraag (‘How about you?’) de beurt terug, zodat het gesprek doorloopt. Dat is precies interactie — de kern van dit onderdeel.
Resultaat: Leerling B laat gespreksvaardigheid zien: reageren op de ander, uitbreiden met details en de beurt teruggeven. Leerling A houdt een monoloog en mist de interactie waar het bij dit onderdeel om draait.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Voer met een klasgenoot een gesprek van twee minuten in het Engels over een vertrouwd onderwerp (bijvoorbeeld je weekend of een film). Let er bewust op dat je luistert en op elkaar reageert, en dat jullie niet om de beurt een monoloog houden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Tijdens een gesprek wil je vertellen dat je een paraplu nodig had, maar je weet het Engelse woord ‘umbrella’ even niet meer. De ander vraagt: ‘Why were you so wet?’ Hoe los je dit op zonder stil te vallen?
Zwijgen of ‘paraplu’ zeggen verbreekt het gesprek meteen. De juiste strategie is omschrijven: je legt met andere woorden uit wat je bedoelt.
Je zegt: ‘I didn't have… you know, the thing you hold over your head when it rains.’ Zo komt de boodschap toch over, ook zonder het precieze woord.
Vaak vult de ander dan aan: ‘Oh, an umbrella?’ — waarop jij bevestigt: ‘Yes, exactly, an umbrella!’ Je hebt het woord teruggekregen én het gesprek gaande gehouden.
Resultaat: Door te omschrijven (‘the thing you hold over your head when it rains’) en de ander te laten aanvullen, vang je het hiaat op zonder de interactie te verbreken. Communicatie boven perfectie: de boodschap komt over, en dat is wat telt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leer drie reddingszinnen uit je hoofd: één om verduidelijking te vragen (‘Could you repeat that, please?’), één om een onbekend woord te omschrijven (‘I mean the thing you use to…’) en één om door te vragen (‘Why do you think that?’). Gebruik ze daarna bewust in een oefengesprek.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Taalfuncties en bijbehorende uitdrukkingen
De stelling luidt: ‘Students should wear school uniforms.’ Twee leerlingen wisselen hun meningen uit. Welke taalfuncties gebruiken ze, en aan welke uitdrukkingen herken je dat?
‘In my opinion, school uniforms are a good idea, because they save time in the morning.’ De opener ‘In my opinion’ kondigt meteen een standpunt aan, en ‘because…’ voegt een reden toe.
‘I see your point, but I'm not so sure. I think students should be free to choose their own clothes.’ B erkent eerst het punt (‘I see your point’) en werpt dan beleefd tegen (‘but I'm not so sure’).
‘Why don't we say uniforms only on special occasions?’ Met ‘Why don't we…?’ doet B een compromisvoorstel en houdt het gesprek gaande in plaats van het op een ruzie te laten uitlopen.
Resultaat: A geeft een mening (‘In my opinion…’), B is beleefd oneens (‘I see your point, but…’) en doet een voorstel (‘Why don't we…?’). Elke beurt gebruikt een herkenbare taalfunctie met een vaste uitdrukking — precies wat een meningsgesprek soepel en beschaafd laat verlopen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leer uit de tabel hieronder bij elke taalfunctie één vaste uitdrukking uit je hoofd. Bedenk vervolgens bij elke functie een eigen Engelse voorbeeldzin, bijvoorbeeld over je favoriete film of een schoolregel, en spreek ze hardop uit.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad