EuraStudy
Samenvattingen/Spaans/Woordenschat en thematische taal
Samenvattingen · SpaansNL · VWO

Woordenschat en thematische taal

Woordenschat is bij Spaans geen apart examendomein maar een voorwaardelijke, ondersteunende vaardigheid — en toch is ze doorslaggevend, want het centraal examen Spaans is een leesexamen (domein A) waarin je tekstbegrip vrijwel volledig op je woordkennis steunt. Dit onderwerp leert je de betekenis van onbekende woorden af te leiden uit de context en de woordvorm (prefijos, sufijos en las familias de palabras), en het waarschuwt voor collocaties, idioom en de beruchte falsos amigos zoals „constipado” (verkouden) en „embarazada” (zwanger). Veel basiswoordenschat is (herhaling van) onderbouwstof; de nadruk ligt hier op de strategieën en de thematische woordvelden die op B2-niveau het verschil maken.

4 Onderdelen·~19 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0444 / 15
Examenprofiel
Beseffen dat woordenschat een voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheid is — geen apart toetsdomein — maar doorslaggevend in het CE-leesexamen (domein A) en in de productieve vaardigheden van het SEDe betekenis van onbekende woorden afleiden uit contextsignalen (definitie, voorbeeld, contrast, herhaling of synoniem)Woordvorming (prefijo, raíz, sufijo) en woordfamilies (las familias de palabras) benutten om betekenis te reconstruerenCollocaties, idioom en falsos amigos herkennen, polyseme woorden contextueel juist kiezen en de woordvelden van de examenthema's beheersen
Operatoren:leid af uit de contextkies de juiste betekenisontleed in prefijo/raíz/sufijoverklaaromschrijfgeef een synoniem

basisniveau

Woordenschat ondersteunt de hele examentraining: hoe meer woorden je herkent en hoe beter je de rest uit de context afleidt, hoe vlotter en preciezer je het CE-leesexamen Spaans maakt.

verhoogd niveau

Wie naar C1 reikt, bouwt niet alleen een grotere receptieve woordenschat op, maar beheerst ook idioom, collocaties en register actief — en kiest bij het schrijven en spreken bewust het precieze, idiomatisch juiste Spaanse woord.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Woordenschat en thematische taal
    • 01Waarom woordenschat: geen apart toetsdomein, wel doorslaggevend○
    • 02Betekenis afleiden uit de context◐
    • 03Woordvorming: prefijos, sufijos en woordfamilies (familias de palabras)◐
    • 04Collocaties, idioom, falsos amigos en thematische woordvelden●
§ 01

Waarom woordenschat: geen apart toetsdomein, wel doorslaggevend#

●○○BasisLPexamenblad-nl-spaans-vwo-domein-A

Kernpunten

Woordenschat (el vocabulario) is bij Spaans geen apart examendomein en er is geen los woordenschattoetsonderdeel; het is een voorwaardelijke, ondersteunende vaardigheid. Toch is ze in de praktijk doorslaggevend: het centraal examen Spaans is een leesexamen (domein A), en of je een tekst begrijpt, hangt bijna volledig af van hoeveel woorden je herkent en hoe goed je de rest kunt afleiden. Waar grammatica je helpt de zinsstructuur te ontleden, bepaalt je woordkennis of je de inhoud überhaupt vat. Woordenschat is dus geen doel op zich met eigen puntenaftrek, maar de motor onder alle vaardigheden — lezen, luisteren, spreken en schrijven — en juist daarom loont het om haar systematisch uit te bouwen.
Voor het CE is vooral je receptieve woordenschat van belang: de woorden die je herkent wanneer je ze leest, ook al zou je ze zelf niet actief gebruiken. Het streefniveau is ERK B2, wat neerkomt op een woordenschat van enkele duizenden woordfamilies. Een woordenboek (Spaans-Nederlands) is bij het CE toegestaan, maar de examentijd is beperkt: wie elk onbekend woord opzoekt, komt niet rond. De kunst is daarom te kiezen — de meeste onbekende woorden leid je uit de context of de woordvorm af, en alleen een sleutelwoord dat je echt nodig hebt om de vraag te beantwoorden, zoek je op. Zo wordt het woordenboek een gericht hulpmiddel en geen tijdvreter.
Een groot deel van je woordenschat is opgebouwd in de onderbouw (herhaling): de hoogfrequente woorden, de basiswerkwoorden en de dagelijkse thema's ken je in principe al. In de bovenbouw verschuift de nadruk naar minder frequente, abstractere en idiomatische woorden, en naar de woorden die horen bij de gangbare examenthema's — maatschappij, milieu, media, jongeren en de Spaanstalige wereld (el mundo hispano). Het loont om je woordenschat thematisch uit te breiden en woorden niet los, maar in netwerken te leren: een nieuw woord onthoud je beter naast zijn synoniem, zijn tegenstelling en zijn woordfamilie. Zo groeit je woordkennis mee met het soort teksten dat het examen je voorlegt.
De verstandigste examenstrategie is een combinatie van context en woordvorm, met het woordenboek als sluitstuk. Lees eerst de zin (en zo nodig de alinea) rond het onbekende woord en vraag je af welke woordsoort en welke betekenis logisch passen; kijk daarna naar de vorm van het woord — herken je een prefijo, een bekende stam of een sufijo? Pas als beide je niet verder helpen én het woord cruciaal is voor het antwoord, sla je het op. Bouw daarnaast bewust aan je actieve woordenschat voor het schoolexamen (spreken, domein C, en schrijven, domein D): daar telt niet herkenning maar correcte productie, inclusief het juiste voorzetsel en de juiste collocatie.
Uitgewerkt voorbeeld

Kiezen: afleiden of opzoeken?

Je leest: „El calentamiento global amenaza la biodiversidad; numerosas especies corren el riesgo de desaparecer.” Je kent „amenaza” en „especies” niet zeker. Wat doe je?

  1. 01De context lezen

    Het thema is klimaat en biodiversiteit. „El calentamiento global” (de opwarming van de aarde) is het onderwerp; de tweede zinshelft zegt dat „numerosas especies” het risico lopen te „desaparecer” (verdwijnen).

  2. 02„especies” afleiden

    Naast „biodiversidad” en „desaparecer” past maar één betekenis: soorten (dier- of plantensoorten). Afleiden uit de context volstaat; niet opzoeken.

  3. 03„amenaza” afleiden

    Het werkwoord „amenazar” verbindt het probleem met de biodiversiteit; samen met de dreigende toon betekent het bedreigt. Ook hier is opzoeken overbodig.

Resultaat: Beide woorden zijn uit de context af te leiden: „amenazar” = bedreigen, „especies” = (dier)soorten. Je hoeft niets op te zoeken en houdt tijd over voor de vraag. Kernzin: de opwarming van de aarde bedreigt de biodiversiteit; veel soorten dreigen te verdwijnen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: beseffen dat woordenschat geen apart toetsonderdeel is, maar de doorslaggevende voorwaarde voor het CE-leesexamen (domein A) en voor de productieve vaardigheden van het SE.
  • Examendoel: onbekende woorden strategisch aanpakken — eerst uit context en woordvorm afleiden, en het woordenboek alleen inzetten voor cruciale sleutelwoorden.

Veelgemaakte fouten

  • Bij het CE elk onbekend woord opzoeken. Dat kost te veel tijd; de meeste woorden hoef je niet exact te kennen om de vraag te beantwoorden, en de echte sleutelwoorden mis je dan door tijdgebrek.
  • Woorden los uit het hoofd leren zonder context, collocatie of woordfamilie. Losse woorden zakken snel weg en leveren bij het schrijven en spreken vaak het verkeerde voorzetsel of de verkeerde combinatie op.

Actieve herhaling

Neem een Spaanstalige tekst van ongeveer een halve pagina (bijvoorbeeld een kort krantenartikel uit El País of BBC Mundo) en onderstreep alle woorden die je niet meteen kent. Bepaal per woord of je de betekenis uit de context of de woordvorm kunt afleiden, of dat je het zou moeten opzoeken. Streef ernaar dat je er hooguit drie hoeft op te zoeken.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Spaans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Betekenis afleiden uit de context#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-spaans-vwo-domein-A

Kernpunten

De belangrijkste woordenschatstrategie voor het examen is de contextraadstrategie: de betekenis van een onbekend woord afleiden uit zijn omgeving. Afb. 1 zet de vijf soorten contextaanwijzingen op een rij die je daarbij helpen — een definitie of uitleg, een voorbeeld, een contrast, een herhaling of synoniem, en de woordvorm zelf. Een tekst „verraadt” de betekenis van een moeilijk woord namelijk vaak in de directe omgeving, omdat de schrijver begrepen wil worden. Wie leert deze signalen te herkennen, hoeft veel minder op te zoeken en leest sneller. De vaardigheid bestaat uit twee stappen: eerst het signaal in de zin herkennen, en dan de betekenis die het signaal oplevert invullen en op logica controleren.

Afb. 1 — Contextaanwijzingen

ContextaanwijzingenBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Definitie/uitleg (es decir); Voorbeeld (por ejemplo); Contrast (pero, al contrario); Herhaling/synoniem; WoordvormContextaanwijzingenDefinitie/uitleg (es decir)Voorbeeld (por ejemplo)Contrast (pero, al contrario)Herhaling/synoniemWoordvorm
Afb. 1De vijf soorten contextaanwijzingen waarmee je de betekenis van een onbekend woord kunt afleiden.
Het duidelijkste signaal is een definitie of uitleg vlak bij het woord, vaak ingeleid door „es decir” of „o sea” (dat wil zeggen), een dubbele punt of een bijstelling tussen komma's. In „La sequía, es decir, un largo período sin lluvia, arruinó la cosecha” legt de tekst „sequía” (droogte) zelf uit. Een tweede signaal is het voorbeeld, ingeleid door „por ejemplo”, „como” of „tal como”: in „felinos como el gato, el león y el tigre” leid je uit de voorbeelden af dat „felinos” katachtigen zijn. Bij beide signalen hoef je het woord niet te kennen — je leest de betekenis rechtstreeks af uit wat ernaast staat. Let dus altijd op deze inleidende woorden en leestekens.
Een derde, iets lastiger signaal is het contrast: de tekst zet het onbekende woord tegenover iets bekends, ingeleid door „pero” (maar), „sin embargo” (echter), „en cambio” (daarentegen), „al contrario” (integendeel), „aunque” (hoewel) of „mientras que” (terwijl). De truc is dan dat het onbekende woord ongeveer het tégengestelde betekent van het bekende. In „No es tacaño, al contrario, es muy generoso” signaleert „al contrario” dat „tacaño” het tegenovergestelde is van „generoso” (vrijgevig): „tacaño” betekent dus gierig. Let goed op: als je het contrastsignaal over het hoofd ziet, kies je juist de verkeerde, tegengestelde betekenis. Het signaalwoord vertelt je niet alleen dát er een tegenstelling is, maar ook wélke kant je op moet denken.
Ten slotte helpen herhaling en woordvorm. Teksten hernemen een begrip vaak met een synoniem of een omschrijving: staat er verderop een bekend woord op de plek van het onbekende, dan zijn ze meestal (bijna) synoniem. In „Esta novela es apasionante; no puedes dejar de leerla” verheldert de tweede zinshelft dat „apasionante” boeiend, meeslepend betekent. Daarnaast is de woordvorm zelf een aanwijzing (zie ook Afb. 2 in het volgende onderdeel): een prefijo, een herkenbare stam of een sufijo verraadt de woordsoort en de richting van de betekenis. Combineer deze signalen altijd met je gezond verstand — controleer of de afgeleide betekenis logisch past in de hele zin, want een gok die niet met de context klopt is bijna altijd fout.
Uitgewerkt voorbeeld

Betekenis afleiden via een contrastsignaal

Wat betekent „efímero” in: „A diferencia de las montañas, eternas, la felicidad suele ser efímera.”?

  1. 01Het signaal herkennen

    „A diferencia de” (in tegenstelling tot) kondigt een contrast aan tussen de bergen en „la felicidad” (het geluk).

  2. 02Het bekende deel bepalen

    De bergen worden „eternas” (eeuwig) genoemd. Door het contrast moet „efímera” ongeveer het tegenovergestelde van eeuwig betekenen.

  3. 03De betekenis invullen en controleren

    Het tegengestelde van eeuwig is kortstondig, vluchtig. „La felicidad suele ser efímera” = het geluk is vaak vluchtig — dat past logisch in de zin.

Resultaat: „efímero” betekent kortstondig, vluchtig. Het contrastsignaal „a diferencia de” plus het bekende „eternas” (eeuwig) wijst rechtstreeks naar de tegengestelde betekenis.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de betekenis van een onbekend woord afleiden uit contextsignalen — definitie of uitleg, voorbeeld, contrast en herhaling of synoniem.
  • Examendoel: Spaanse signaalwoorden (es decir, por ejemplo, pero, al contrario) herkennen als sleutels tot de betekenis en de afleiding op logica controleren.

Veelgemaakte fouten

  • De betekenis wild raden zonder op signaalwoorden en leestekens te letten. Een gok die niet met de context klopt, levert bijna altijd het foute antwoord op.
  • Een contrastsignaal (pero, sin embargo, al contrario) negeren en daardoor juist de tegengestelde betekenis kiezen — precies de valkuil die zulke signaalwoorden zouden moeten voorkomen.

Actieve herhaling

Leid de betekenis van de cursieve woorden af en benoem het contextsignaal dat je gebruikt: (1) „Estaba taciturno, es decir, callado y triste.” (2) „A diferencia de su hermano hablador, Lucía es más bien reservada.” (3) „Los edificios, como las iglesias y los palacios, dominan el casco antiguo.” Schrijf per zin op welk signaal (definitie, contrast of voorbeeld) je op het spoor zette.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Spaans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Woordvorming: prefijos, sufijos en woordfamilies (familias de palabras)#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-spaans-vwo-domein-A

Kernpunten

Woordvorming (la formación de palabras) is een krachtig middel om de betekenis van een onbekend woord te reconstrueren. Afb. 2 laat de drie bouwstenen zien: een woord bestaat uit een raíz (de stam of kern), eventueel voorafgegaan door een prefijo (voorvoegsel) en gevolgd door een sufijo (achtervoegsel). Ken je de stam en weet je wat het voor- en achtervoegsel doen, dan kun je de betekenis vaak zelf afleiden zonder woordenboek. „Rehacer” is bijvoorbeeld re- (opnieuw) + hacer (doen, maken) = opnieuw doen, en „inútil” is in- (niet) + útil (nuttig) = nutteloos. Deze techniek werkt bovendien in twee richtingen: uit een bekend grondwoord voorspel je afleidingen, en uit een onbekende afleiding herleid je het grondwoord.

Afb. 2 — Woordvorming (la formación de palabras)

WoordvormingBoomdiagram, 4 paden, Gegevens: Prefijo (in-, des-, re-); Raíz (stam); Sufijo (-ción, -dor, -mente); Voorbeeld: in+útil = inútilWoordvorming (la formación de palabras)Prefijo (in-, des-, re-)Raíz (stam)Sufijo (−ción, −dor, −mente)Voorbeeld: in+útil = inútil
Afb. 2Een woord is opgebouwd uit een prefijo, een raíz (stam) en een sufijo; samen wijzen ze de betekenis en de woordsoort aan.
De prefijos dragen een vaste betekenis. De belangrijkste groep zijn de ontkennende voorvoegsels „in-” en zijn varianten „im-” (voor b en p) en „i-” (voor l en r, met verdubbeling): „inútil” (nutteloos), „imposible”, „ilegal” (illegaal), „irreal” (onwerkelijk). Daarnaast duidt „des-” een omkering of het ongedaan maken aan („hacer” → „deshacer” = losmaken, „orden” → „desorden” = wanorde, „aparecer” → „desaparecer” = verdwijnen), drukt „re-” een herhaling uit („hacer” → „rehacer” = opnieuw doen, „leer” → „releer” = herlezen), en betekent „mal-” slecht of verkeerd („tratar” → „maltratar” = mishandelen). Ook „sub-” (onder-: „subterráneo” = ondergronds) en „pre-” (voor-, vooraf: „prever” = voorzien) komen vaak voor. Wie „in-”, „des-” of „mal-” herkent, weet meteen dat de betekenis ontkennend of negatief gekleurd is — een grote hulp bij het snel inschatten van een onbekend woord.
De sufijos verraden vooral de woordsoort. „-ción” en „-sión” vormen zelfstandige naamwoorden (altijd vrouwelijk): „la creación” (de schepping), „la decisión” (de beslissing). Het sufijo „-mente” vormt bijwoorden, afgeleid van de vrouwelijke vorm van een bijvoeglijk naamwoord: „lento” → „lentamente” (langzaam), „fácil” → „fácilmente” (gemakkelijk). Het sufijo „-dor/-dora” (en „-tor/-tora”) duidt vaak de uitvoerder of een apparaat aan: „trabajador” (harde werker), „vendedor/vendedora” (verkoper/verkoopster), „ordenador” (computer). En „-able/-ible” drukt een mogelijkheid uit, te vergelijken met het Nederlandse „-baar”: „comestible” (eetbaar), „legible” (leesbaar), „increíble” (ongelooflijk). Herken je het sufijo, dan weet je of je met een zelfstandig naamwoord, een bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord te maken hebt.
De derde bouwsteen zijn de woordfamilies (las familias de palabras): groepen woorden die dezelfde stam delen en dus betekenisverwant zijn. Herken je de stam, dan ontsluit je meteen een hele familie. Neem de stam „terr-” (van „la tierra”, de aarde of grond): daaruit komen „el terreno” (het terrein), „subterráneo” (ondergronds), „aterrizar” (landen), „el territorio” (het grondgebied) en „terrestre” (aards). Ook al ken je „aterrizar” niet, via „tierra” en het voorvoegsel raad je „naar de grond gaan”, dus landen. Zo werkt het bij veel families, bijvoorbeeld rond „carga” („cargar” = laden, „descargar” = uitladen of downloaden, „recargar” = herladen, „encargar” = opdragen) of „poner” („componer” = samenstellen, „proponer” = voorstellen, „imponer” = opleggen). Bouw je woordenschat daarom rond stammen op: één stam levert vaak vijf of meer woorden tegelijk.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onbekend woord ontleden: „aterrizar”

Leid de betekenis van „aterrizar” af zonder woordenboek, in: „El avión va a aterrizar en diez minutos.”

  1. 01De stam zoeken

    In „aterrizar” herken je de stam „terr-”, van „la tierra” (de aarde, de grond).

  2. 02Voor- en achtervoegsel duiden

    Het voorvoegsel „a-” (van „a”, naar) geeft een richting aan, en „-izar” is een werkwoordvormend achtervoegsel. Samen: een werkwoord dat „naar de grond (gaan)” betekent.

  3. 03Controleren met de context

    Het onderwerp is „el avión” (het vliegtuig). „Naar de grond gaan” van een vliegtuig is landen — dat past perfect.

Resultaat: „aterrizar” betekent landen. De familie rond „tierra” („terreno”, „subterráneo”, „territorio”, „terrestre”) bevestigt de stam, en de context (een vliegtuig) maakt de betekenis zeker: het vliegtuig gaat over tien minuten landen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de betekenis van een onbekend woord reconstrueren via prefijo, raíz en sufijo.
  • Examendoel: woordfamilies (las familias de palabras) rond een gedeelde stam herkennen om afleidingen te ontsluiten.

Veelgemaakte fouten

  • Een ontkennend prefijo over het hoofd zien en de betekenis omdraaien: „inútil” lezen als „nuttig” of „imposible” als „mogelijk”. Het voorvoegsel „in-”/„im-” keert de betekenis juist om.
  • De woordsoort die het sufijo aangeeft negeren, bijvoorbeeld een bijwoord op „-mente” („rápidamente”) aanzien voor een zelfstandig naamwoord, waardoor de zin niet meer klopt.

Actieve herhaling

Ontleed de volgende woorden in prefijo + raíz + sufijo en leid de betekenis af: (1) „reconstruir” (2) „impensable” (3) „el enfriamiento” (4) „deshabitado”. Noem daarna bij minstens één woord nog twee andere leden van dezelfde woordfamilie.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Spaans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Collocaties, idioom, falsos amigos en thematische woordvelden#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-spaans-vwo-domein-A

Kernpunten

Op gevorderd niveau leven woorden zelden alleen: ze vormen vaste combinaties (collocaties), staan in onafscheidelijke uitdrukkingen (idioom), lijken soms bedrieglijk op een Nederlands woord (de falsos amigos), en groeperen zich rond de thema's van het examen. Afb. 3 zet die laatste dimensie op een rij: de vijf woordvelden waaruit de examenteksten Spaans vooral putten — maatschappij, milieu, jongeren, media en de Spaanstalige wereld. Juist bij de productieve vaardigheden van het SE (spreken en schrijven) maakt beheersing van deze woordnetwerken het verschil tussen begrijpelijk en idiomatisch Spaans. Dit onderdeel behandelt de vier lagen achtereen en sluit af met het thematisch opbouwen van je woordenschat.

Afb. 3 — Examenthema's en woordvelden

Examenthema's en woordveldenBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Maatschappij (la sociedad); Milieu (el medio ambiente); Jongeren (los jóvenes); Media (los medios); Spaanstalige wereld (mundo hispano)Examenthema's en woordveldenMaatschappij (la sociedad)Milieu (el medio ambiente)Jongeren (los jóvenes)Media (los medios)Spaanstalige wereld (mundo hispano)
Afb. 3De vijf woordvelden waaruit de examenteksten Spaans vooral putten; bouw je woordenschat thematisch langs deze thema's op.
Woorden vormen vaste combinaties, de collocaties (las colocaciones): woordparen die een moedertaalspreker „nu eenmaal zo zegt”, en die je daarom niet woord voor woord uit het Nederlands kunt vertalen. Zo gebruikt het Spaans vaak het werkwoord „tomar” (nemen) of „hacer” (doen, maken) waar het Nederlands een ander werkwoord kiest: „tomar una decisión” is „een beslissing nemen”, „tomar el sol” is zonnen, en „hacer una pregunta” is een vraag stellen (niet „preguntar una pregunta”). Andere vaste combinaties zijn „prestar atención” (opletten), „tener razón” (gelijk hebben), „dar un paseo” (een wandeling maken), „hacer caso” (luisteren naar, ter harte nemen) en „echar de menos” (missen). Leer zulke combinaties als één geheel, inclusief het bijbehorende voorzetsel, want juist bij het schrijven (SE) maakt de verkeerde collocatie je zin onidiomatisch — ook al klopt elk los woord.
Nog een stap verder gaan de idiomatische uitdrukkingen (las expresiones idiomáticas): vaste zegswijzen waarvan de betekenis niet uit de losse woorden volgt. „Llover a cántaros” betekent niet „met kruiken regenen”, maar het regent pijpenstelen; „tomar el pelo a alguien” (letterlijk „iemand bij het haar nemen”) betekent iemand voor de gek houden, „costar un ojo de la cara” (letterlijk „een oog uit het gezicht kosten”) betekent een vermogen kosten, en „no tener pelos en la lengua” (letterlijk „geen haren op de tong hebben”) betekent geen blad voor de mond nemen. Zulke uitdrukkingen moet je als geheel kennen — letterlijk vertalen levert onzin op. In examenteksten herken je een idioom vaak doordat de letterlijke lezing niet past bij de context; dat is dan het signaal om naar de figuurlijke, vaste betekenis te zoeken (of, als het echt nodig is, het op te zoeken).
De beruchtste valkuil zijn de falsos amigos (valse vrienden): Spaanse woorden die sterk op een Nederlands, Engels of Frans woord lijken, maar iets anders betekenen. Een paar klassiekers die je moet kennen: „constipado” betekent verkouden (niet geconstipeerd; dat is „estreñido”); „embarazada” betekent zwanger (niet beschaamd; dat is „avergonzada”); „éxito” betekent succes (niet uitgang; dat is „salida”); „largo” betekent lang (niet groot of breed; groot is „grande”, breed is „ancho”); „sensible” betekent gevoelig (niet verstandig; dat is „sensato” of „razonable”); „la librería” is de boekwinkel (niet de bibliotheek; dat is „la biblioteca”); en „realizar” betekent uitvoeren of verwezenlijken (niet zich realiseren of beseffen; dat is „darse cuenta de”). Extra examengevaarlijk is „aprobar un examen”: dat betekent slagen voor een examen, terwijl afleggen „presentarse a” of „hacer un examen” is — en „actualmente” betekent momenteel, op dit moment (niet „actueel”; dat is „de actualidad”).
Ten slotte vragen polysemie, register en de thematische woordvelden aandacht. Veel Spaanse woorden hebben meer dan één betekenis (polyseme woorden), en pas de context bepaalt welke geldt: „el tiempo” is zowel de tijd als het weer, „la cuenta” is zowel de rekening als het tellen, en „el banco” is zowel de bank (instelling) als het bankje (om op te zitten). Kies dus nooit automatisch de eerste betekenis die je kent, maar de betekenis die in de zin past. Daarnaast draagt woordkeuze register: „el curro” en „currar” zijn informele woorden voor „el trabajo” (werk) en „trabajar” (werken), en „guay” is spreektaal voor „estupendo” (geweldig); in een formele brief (SE, domein D) horen juist de neutrale of formele varianten, met de gepaste aanspreekvorm (usted). Bouw je woordenschat ten slotte thematisch op langs de woordvelden van Afb. 3 — het milieu (el medio ambiente, el cambio climático, la contaminación, el reciclaje), de maatschappij (la sociedad, la inmigración, la igualdad), de jongeren en media (los jóvenes, las redes sociales, la prensa) en de Spaanstalige wereld (el mundo hispano, Hispanoamérica) — want zo staan de woorden klaar in het netwerk waarin het examen ze bevraagt.
Uitgewerkt voorbeeld

Twee valse vrienden in één zin

Vertaal correct: „Mi prima está embarazada y estos días está muy sensible.”

  1. 01„embarazada” herkennen

    Dit lijkt op het Engelse „embarrassed” of op „beschaamd”, maar „embarazada” betekent zwanger. Beschaamd zou „avergonzada” zijn.

  2. 02„sensible” herkennen

    Dit lijkt op „sensibel” of „verstandig”, maar „sensible” betekent gevoelig. Verstandig zou „sensato” of „razonable” zijn. De context (een zwangerschap) bevestigt „gevoelig”.

  3. 03De zin opbouwen

    Met beide correcties wordt de zin logisch: de nicht is zwanger en daardoor deze dagen erg gevoelig.

Resultaat: „Mijn nicht is zwanger en is deze dagen erg gevoelig.” De twee falsos amigos „embarazada” (niet „beschaamd”) en „sensible” (niet „verstandig”) zijn allebei correct vertaald.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: collocaties en idiomatische uitdrukkingen als geheel interpreteren en niet woord voor woord vertalen.
  • Examendoel: falsos amigos herkennen, polyseme woorden in hun context de juiste betekenis geven en de woordvelden van de examenthema's beheersen — niet de schijnbetekenis kiezen.

Veelgemaakte fouten

  • Falsos amigos letterlijk vertalen: „constipado” als „geconstipeerd”, „embarazada” als „beschaamd”, „éxito” als „uitgang” of „aprobar un examen” als „een examen afleggen” in plaats van „slagen”.
  • Een collocatie of idioom woord voor woord vertalen, zoals „hacer una pregunta” als „een vraag maken” of „llover a cántaros” als „met kruiken regenen”.

Actieve herhaling

Vertaal de gemarkeerde woorden correct en let op de valse vrienden: (1) „Estoy constipado desde el lunes.” (2) „Compré esta novela en una pequeña librería.” (3) „Mi hermana está embarazada.” (4) „Es una persona muy sensible.” Leg bij elke zin uit waarom de voor de hand liggende vertaling fout zou zijn, en noem het correcte Spaanse woord voor die schijnbetekenis.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Spaans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Waarom woordenschat: geen apart toetsdomein, wel doorslaggevend○
    • 02Betekenis afleiden uit de context◐
    • 03Woordvorming: prefijos, sufijos en woordfamilies (familias de palabras)◐
    • 04Collocaties, idioom, falsos amigos en thematische woordvelden●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Woordenschat en thematische taal

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Spaans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid)

Vorig onderwerp

Communicatieve en leesstrategieën

Volgend onderwerp

Grammatica (gramática)

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.