EuraStudy
Samenvattingen/Maatschappijwetenschappen/Staatsvorming, democratisering en globalisering
Samenvattingen · MaatschappijwetenschappenNL · VWO

Staatsvorming, democratisering en globalisering

Naast de deelprocessen op micro- en mesoniveau kent modernisering drie grote deelprocessen op macroniveau. Dit onderwerp behandelt staatsvorming (het ontstaan van de moderne staat met een geweldsmonopolie en een gedeelde natie), democratisering (de geleidelijke uitbreiding van de politieke zeggenschap, zoals de uitbreiding van het kiesrecht) en globalisering (de wereldwijde vervlechting van economie, cultuur en politiek). Het onderwerp sluit af met de samenhang tussen deze veranderingsprocessen, zodat je een concrete verandering aan het juiste proces kunt koppelen.

4 Onderdelen·~13 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 3 · Verdieping 1

T·131313 / 16
Examenprofiel
Staatsvorming herkennen (geweldsmonopolie, natievorming) en historisch plaatsen.Democratisering beschrijven aan de hand van de uitbreiding van politieke zeggenschap.De dimensies van globalisering (economisch, cultureel, politiek) onderscheiden.De samenhang tussen de macro-veranderingsprocessen aanwijzen.
Operatoren:leg uitbeschrijfonderscheidverklaarberedeneer

basisniveau

Voor iedereen: staatsvorming, democratisering en globalisering zijn de grote veranderingsprocessen op macroniveau die de moderne samenleving hebben gevormd.

verhoogd niveau

Verdieping: de drie processen onderling verbinden en globalisering genuanceerd wegen (vervlechting én tegenbewegingen, zoals glokalisering).

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Staatsvorming, democratisering en globalisering
    • 01Staatsvorming◐
    • 02Democratisering◐
    • 03Globalisering◐
    • 04Samenhang van veranderingsprocessen●
§ 01

Staatsvorming#

●●○StandaardLPexamenblad-mw-verandering-macro

Kernpunten

Staatsvorming is het langlopende proces waarin de moderne staat is ontstaan: een organisatie met het hoogste, gecentraliseerde gezag over een afgebakend grondgebied en een bijbehorende bevolking. Waar de macht in de middeleeuwen versnipperd was over vorsten, edelen, steden en de kerk, is die in de loop van de eeuwen gecentraliseerd in één staat. Het beslissende kenmerk van die moderne staat is, in de woorden van Max Weber, het geweldsmonopolie: alleen de staat mag legitiem geweld gebruiken of toestaan, via leger, politie en rechtspraak. Afb. 1 toont hoe versnipperde macht en het geweldsmonopolie samen tot de moderne staat leiden.

Van versnipperde macht naar de moderne staat

Opbouw van de staatGraaf, versnipperde macht → centralisatie van gezag, centralisatie van gezag → geweldsmonopolie, geweldsmonopolie → moderne staat, natievorming → moderne staatversnipperdemachtcentralisatievan gezaggeweldsmonopoliemoderne staatnatievorming
Afb. 1Afb. 1 — Staatsvorming: gecentraliseerd gezag met een geweldsmonopolie schept interne orde; natievorming voegt een gedeelde identiteit en binding toe.
Het geweldsmonopolie is de kern van staatsvorming omdat het interne orde schept. Zolang meerdere partijen geweld mogen gebruiken, heerst er onveiligheid en willekeur; door het geweld te monopoliseren en aan regels te binden, maakt de staat vreedzaam samenleven mogelijk. De socioloog Norbert Elias verbond dit met het civilisatieproces: naarmate de staat het geweld naar zich toetrok, leerden mensen hun agressie te beheersen en verinnerlijkten zij zelfbeheersing. Zo hangt de opbouw van de staat samen met een verandering in het gedrag en de beleving van mensen zelf.
Naast de opbouw van bestuur en geweldsmonopolie hoort bij staatsvorming ook de natievorming: het ontstaan van een gedeeld gevoel van saamhorigheid onder de bevolking van een staat — het besef één natie te vormen. Via een gemeenschappelijke taal, geschiedenis, symbolen (vlag, volkslied) en onderwijs werd een bevolking tot een natie gesmeed die zich met „haar” staat identificeert. Natievorming levert de staat legitimiteit en binding: burgers aanvaarden het gezag mede omdat zij zich met de natie verbonden voelen. Staat en natie versterken elkaar zo, al vallen ze niet altijd samen (er zijn naties zonder eigen staat en staten met meerdere naties).
Staatsvorming verbindt het hoofdconcept verandering met verhouding en binding: de moderne staat is de drager van het rationeel-legale gezag (verhouding), en de natie is een krachtige bron van collectieve identiteit en binding. Ook op internationaal niveau werkt staatsvorming door: het is de opkomst van de soevereine staten die het internationale toneel bevolken. Bij het examen moet je staatsvorming kunnen omschrijven, het geweldsmonopolie en de natievorming kunnen benoemen, en het proces historisch kunnen plaatsen als onderdeel van de modernisering.
Uitgewerkt voorbeeld

Het geweldsmonopolie herkennen

In een gebied waar de centrale overheid zwak is, nemen gewapende milities de macht in eigen wijken over en heffen ze zelf „belasting”. Analyseer dit met de begrippen staatsvorming en geweldsmonopolie.

  1. 01Kenmerk toetsen

    Het beslissende kenmerk van de moderne staat is het geweldsmonopolie: alleen de staat mag legitiem geweld gebruiken.

  2. 02Situatie duiden

    Hier gebruiken meerdere partijen (milities) geweld en heffen ze zelf geld; het geweldsmonopolie ontbreekt of is verbrokkeld.

  3. 03Conclusie

    Er is sprake van een zwakke of falende staatsvorming: zonder geweldsmonopolie ontbreekt de interne orde en veiligheid die de moderne staat kenmerkt.

Resultaat: Doordat milities geweld gebruiken en heffen, ontbreekt het geweldsmonopolie; dit is een geval van zwakke staatsvorming, waar de staat de kern van zijn functie mist.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: staatsvorming omschrijven en het geweldsmonopolie (Weber) en de natievorming benoemen.
  • Examendoel: staatsvorming historisch plaatsen als deelproces van modernisering en verbinden met gezag en binding.

Veelgemaakte fouten

  • De staat gelijkstellen aan de regering van het moment; staatsvorming gaat over het ontstaan van gecentraliseerd, blijvend gezag met een geweldsmonopolie.
  • Staat en natie verwarren; de staat is de bestuurlijke organisatie, de natie het gedeelde saamhorigheidsgevoel — ze vallen niet altijd samen.

Actieve herhaling

Leg uit waarom het geweldsmonopolie de kern van de moderne staat is. Beschrijf daarna hoe natievorming (via bijvoorbeeld taal en onderwijs) de binding met de staat versterkt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — staatsvorming (CvTE / Examenblad)

§ 02

Democratisering#

●●○StandaardLPexamenblad-mw-verandering-macro

Kernpunten

Democratisering is het proces waarin de politieke zeggenschap geleidelijk over steeds meer mensen wordt verspreid: van bestuur door enkelen (een vorst, een kleine elite) naar bestuur waarin uiteindelijk de hele volwassen bevolking meetelt. De kern ervan is de uitbreiding van politieke rechten, met als duidelijkste maatstaf het kiesrecht: wie mag stemmen en gekozen worden? De geschiedenis van het Nederlandse kiesrecht, weergegeven in Afb. 2, laat die uitbreiding stap voor stap zien — van een klein deel van de gegoede mannen naar algemeen kiesrecht voor mannen én vrouwen.

Uitbreiding van het kiesrecht in Nederland

Democratisering van het kiesrechtTijdlijn van 1840 tot 1930, 1848: grondwet Thorbecke, 1917: algemeen mannenkiesrecht, 1919: vrouwenkiesrecht, 1848–1917: censuskiesrecht, 1919–1930: algemeen kiesrecht18401930jaartalcensuskiesrechtalgemeen kiesrecht1848grondwetThorbecke1917algemeenmannenkiesrecht1919vrouwenkiesrecht
Afb. 2Afb. 2 — De democratisering in Nederland aan de hand van het kiesrecht: van beperkt censuskiesrecht (1848) via algemeen mannenkiesrecht (1917) naar algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen (1919).
In Nederland verliep de democratisering in herkenbare stappen. De grondwetsherziening van 1848 (onder Thorbecke) legde de basis voor rechtstreekse verkiezingen en ministeriële verantwoordelijkheid, maar het kiesrecht bleef beperkt tot mannen die genoeg belasting betaalden (censuskiesrecht). In 1917 kwam het algemeen mannenkiesrecht, samen met het passief kiesrecht voor vrouwen (vrouwen mochten gekozen worden). In 1919 volgde het actief vrouwenkiesrecht: ook vrouwen mochten stemmen, voor het eerst toegepast bij de verkiezingen van 1922. Zo werd de kring van politiek volwaardige burgers in enkele decennia sterk verbreed.
Democratisering is meer dan alleen kiesrecht. Ze omvat ook de uitbreiding van andere politieke rechten en vrijheden (vrijheid van vergadering, vereniging en meningsuiting), de opkomst van politieke partijen en belangenorganisaties, en de erkenning van de gelijkwaardigheid van burgers. Democratisering hangt bovendien samen met andere moderniseringsprocessen: de toegenomen scholing en welvaart, de opkomst van massamedia en de emancipatie van arbeiders en vrouwen droegen alle bij aan de uitbreiding van de zeggenschap. Democratisering is dus geen op zichzelf staand juridisch feit, maar de politieke kant van een bredere maatschappelijke verandering.
Democratisering is bovendien geen voltooid of onomkeerbaar proces. De politicoloog Samuel Huntington beschreef hoe democratisering wereldwijd in golven verliep, met telkens ook terugslagen waarin democratieën weer in autoritair bestuur vervielen. Ook binnen bestaande democratieën blijft de vraag naar zeggenschap actueel, zoals bij de representatiekloof bleek. Bij het examen moet je democratisering kunnen omschrijven, de uitbreiding van politieke rechten (met het kiesrecht als maatstaf) kunnen beschrijven en historisch plaatsen, en het proces kunnen verbinden met de bredere modernisering.
Uitgewerkt voorbeeld

Democratisering aan het kiesrecht aflezen

Leg uit hoe de uitbreiding van het kiesrecht in Nederland tussen 1848 en 1919 het proces van democratisering laat zien, en waarom kiesrecht een goede maatstaf daarvoor is.

  1. 01Beginpunt

    In 1848 was er rechtstreeks kiesrecht, maar alleen voor mannen met voldoende belasting (censuskiesrecht): de zeggenschap lag bij een kleine, gegoede groep.

  2. 02Uitbreiding

    In 1917 kwam algemeen mannenkiesrecht, in 1919 ook actief vrouwenkiesrecht: de kring van kiesgerechtigden werd verbreed tot vrijwel de hele volwassen bevolking.

  3. 03Waarom een goede maatstaf

    Kiesrecht bepaalt wie meetelt in de politieke besluitvorming; de uitbreiding ervan is daarom een directe, meetbare indicator van de spreiding van politieke zeggenschap — de kern van democratisering.

Resultaat: De stap van censuskiesrecht (1848) naar algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen (1917–1919) toont de democratisering; kiesrecht is een goede maatstaf omdat het direct aangeeft wie politiek meetelt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: democratisering omschrijven en de uitbreiding van politieke rechten (kiesrecht) beschrijven en plaatsen.
  • Examendoel: democratisering verbinden met bredere moderniseringsprocessen en de mogelijkheid van terugslag herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Democratisering beperken tot het kiesrecht; ook andere politieke rechten, partijen en de gelijkwaardigheid van burgers horen erbij.
  • Democratisering als onomkeerbaar zien; er zijn historisch ook terugslagen naar autoritair bestuur geweest.

Actieve herhaling

Beschrijf drie stappen in de uitbreiding van het Nederlandse kiesrecht en leg uit hoe ze samen democratisering laten zien. Noem één andere ontwikkeling (naast kiesrecht) die bij democratisering hoort.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — democratisering (CvTE / Examenblad)

§ 03

Globalisering#

●●○StandaardLPexamenblad-mw-verandering-macro

Kernpunten

Globalisering is het proces waarin de wereld steeds sterker met elkaar vervlochten raakt, zodat gebeurtenissen op de ene plek snel gevolgen hebben op de andere en afstanden er steeds minder toe doen. Het is de schaalvergroting van de modernisering doorgetrokken tot wereldschaal. Globalisering is geen enkelvoudig verschijnsel maar heeft, zoals Afb. 3 laat zien, verschillende dimensies: een economische, een culturele en een politieke. Samen maken zij dat mensen, goederen, geld, informatie en ideeën in ongekend tempo over de hele wereld bewegen.

De dimensies van globalisering

Drie dimensiesGraaf, globalisering → economisch, globalisering → cultureel, globalisering → politiekglobaliseringeconomischcultureelpolitiek
Afb. 3Afb. 3 — Globalisering kent drie dimensies: economisch (handel, productie, kapitaal), cultureel (beelden, producten, ideeën) en politiek (grensoverschrijdende vraagstukken).
De economische dimensie is de meest zichtbare: de wereldwijde verwevenheid van productie, handel en financiën. Bedrijven produceren via ketens die zich over vele landen uitstrekken, kapitaal stroomt razendsnel de wereld rond, en economieën zijn sterk van elkaar afhankelijk geworden. De culturele dimensie betreft de wereldwijde verspreiding van beelden, producten, stijlen en ideeën: dezelfde films, merken en sociale media zijn overal aanwezig, wat kan leiden tot culturele vermenging maar ook tot zorgen over het verdwijnen van lokale eigenheid. De politieke dimensie betreft het feit dat veel vraagstukken (klimaat, migratie, veiligheid) grensoverschrijdend zijn geworden en om internationale samenwerking en organisaties vragen.
Globalisering roept overal ook tegenkrachten en aanpassingen op. Tegenover de wereldwijde vervlechting staat een hernieuwde nadruk op het lokale en nationale: mensen hechten juist meer aan hun eigen identiteit, taal en gemeenschap als reactie op de mondiale schaal. Dit samengaan van mondiaal en lokaal wordt wel glokalisering genoemd: mondiale producten en ideeën worden lokaal aangepast, en globalisering en lokalisering versterken elkaar in plaats van elkaar simpelweg uit te sluiten. Ook zijn er politieke tegenbewegingen die zich tegen (aspecten van) globalisering keren. Globalisering is dus geen eenrichtingsproces naar één wereldcultuur, maar een complex samenspel van vervlechting en verzet.
Globalisering verbindt alle hoofdconcepten en werkt door op alle niveaus: ze verandert de verhoudingen tussen staten (verhouding), zet lokale bindingen onder druk en schept nieuwe (binding), en beïnvloedt identiteit en socialisatie (vorming). Ze brengt winst (welvaart, uitwisseling, kansen) en verlies (ongelijkheid, kwetsbaarheid, verlies van eigenheid), die je genuanceerd moet wegen. Bij het examen moet je globalisering kunnen omschrijven, de drie dimensies kunnen onderscheiden en met voorbeelden kunnen illustreren, en het samenspel van globalisering en lokalisering (glokalisering) kunnen toepassen.
Uitgewerkt voorbeeld

Dimensies van globalisering onderscheiden

Analyseer de volgende verschijnselen naar de dimensie van globalisering: (a) een smartphone wordt met onderdelen uit tien landen gemaakt, (b) jongeren wereldwijd kijken dezelfde series, (c) landen sluiten een klimaatverdrag.

  1. 01Verschijnsel a

    Productie via ketens over vele landen is de economische dimensie: wereldwijde verwevenheid van productie en handel.

  2. 02Verschijnsel b

    Dezelfde series wereldwijd is de culturele dimensie: mondiale verspreiding van beelden en producten.

  3. 03Verschijnsel c

    Een klimaatverdrag is de politieke dimensie: een grensoverschrijdend vraagstuk dat om internationale samenwerking vraagt.

Resultaat: (a) economische, (b) culturele, (c) politieke dimensie van globalisering; samen tonen ze de wereldwijde vervlechting van economie, cultuur en politiek.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: globalisering omschrijven en de economische, culturele en politieke dimensie onderscheiden en illustreren.
  • Examendoel: het samenspel van globalisering en lokalisering (glokalisering) en tegenbewegingen herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Globalisering beperken tot economie; ze heeft ook een culturele en politieke dimensie.
  • Denken dat globalisering het lokale simpelweg wegvaagt; vaak leidt ze juist tot een hernieuwde nadruk op het eigene (glokalisering).

Actieve herhaling

Geef voor elke dimensie van globalisering (economisch, cultureel, politiek) een eigen voorbeeld. Leg daarna met het begrip glokalisering uit hoe globalisering en het lokale samen kunnen gaan.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — globalisering (CvTE / Examenblad)

§ 04

Samenhang van veranderingsprocessen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-mw-verandering-macro

Kernpunten

De grote veranderingsprocessen staan niet los van elkaar, maar vormen een samenhangend geheel waarin het ene proces het andere mogelijk maakt of versterkt, zoals Afb. 4 samenvat. Staatsvorming schiep de gecentraliseerde, geordende ruimte waarbinnen democratisering kon plaatsvinden: pas toen er een staat met een geweldsmonopolie en instituties was, kon de strijd om zeggenschap over die staat worden gevoerd. Rationalisering leverde de bureaucratie en de kennis waarmee moderne staten en economieën konden groeien. Zo bouwen de processen op elkaar voort.

Samenhangende veranderingsprocessen

Processen die elkaar versterkenGraaf, staatsvorming → democratisering, rationalisering → globalisering, globalisering → rationaliseringstaatsvormingrationaliseringdemocratiseringglobaliseringmaakt mogelijkmaakt mogelijkversnelt
Afb. 4Afb. 4 — De veranderingsprocessen versterken elkaar: staatsvorming maakt democratisering mogelijk, rationalisering en schaalvergroting voeden globalisering, en globalisering versnelt weer rationalisering en individualisering.
Ook de wisselwerking met globalisering is wederzijds. Rationalisering en schaalvergroting (betere techniek, transport, communicatie, organisatie) maakten globalisering mogelijk; omgekeerd versnelt globalisering weer de rationalisering en de individualisering, doordat mondiale concurrentie tot efficiëntie dwingt en mondiale media en mobiliteit vaste lokale bindingen losser maken. En democratisering en globalisering beïnvloeden elkaar: mondiale ideeën over rechten en vrijheid voeden democratiseringsbewegingen, terwijl mondiale problemen de nationale democratie voor nieuwe uitdagingen stellen (veel besluitvorming verschuift naar het internationale niveau).
De samenhang verklaart waarom modernisering zo'n ingrijpende, wereldwijde verandering is: het is geen optelsom van losse trends, maar een web van elkaar versterkende processen dat vrijwel elk aspect van het samenleven heeft omgevormd. Dat verklaart ook waarom veranderingen zelden op zichzelf staan: individualisering hangt samen met secularisering en welvaartsgroei, democratisering met scholing en emancipatie, globalisering met technologische rationalisering. Wie een maatschappelijke verandering analyseert, doet er daarom goed aan te zoeken naar de samenhangende processen erachter.
Deze samenhang is precies wat het volgende onderwerp verder uitwerkt: hoe de veranderingsprocessen doorwerken in concrete maatschappelijke vraagstukken. Een enkel vraagstuk — bijvoorbeeld druk op de sociale cohesie of groeiende ongelijkheid — is vaak het gevolg van meerdere, samenhangende veranderingen tegelijk. Bij het examen moet je de samenhang tussen de veranderingsprocessen kunnen aanwijzen, kunnen uitleggen hoe het ene proces het andere versterkt of mogelijk maakt, en een concrete verandering kunnen terugvoeren op de onderliggende, met elkaar verweven processen.
Uitgewerkt voorbeeld

Samenhang tussen processen aanwijzen

Leg uit hoe rationalisering en globalisering elkaar versterken, en hoe globalisering op haar beurt de individualisering kan bevorderen.

  1. 01Rationalisering → globalisering

    Rationalisering leverde efficiënte techniek, transport, communicatie en organisatie; die maakten wereldwijde productie, handel en informatiestromen — dus globalisering — mogelijk.

  2. 02Globalisering → rationalisering

    Omgekeerd dwingt mondiale concurrentie bedrijven en organisaties tot nog meer efficiëntie, wat de rationalisering verder versterkt.

  3. 03Globalisering → individualisering

    Mondiale media, mobiliteit en keuzemogelijkheden maken mensen minder gebonden aan de vaste lokale groep, wat de individualisering bevordert.

Resultaat: Rationalisering maakte globalisering mogelijk en wordt er zelf door versterkt; globalisering bevordert bovendien de individualisering — de processen grijpen wederzijds in elkaar.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de samenhang tussen de veranderingsprocessen aanwijzen en uitleggen hoe ze elkaar versterken of mogelijk maken.
  • Examendoel: een concrete verandering terugvoeren op de onderliggende, met elkaar verweven processen.

Veelgemaakte fouten

  • De veranderingsprocessen als losse, onafhankelijke trends behandelen; ze vormen een web van elkaar versterkende processen.
  • Een enkelvoudige oorzaak voor een verandering aanwijzen, terwijl er meestal meerdere samenhangende processen spelen.

Actieve herhaling

Kies een maatschappelijke verandering uit het nieuws. Wijs twee onderliggende veranderingsprocessen aan en leg uit hoe die met elkaar samenhangen en elkaar versterken.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — samenhang van veranderingsprocessen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Staatsvorming◐
    • 02Democratisering◐
    • 03Globalisering◐
    • 04Samenhang van veranderingsprocessen●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Staatsvorming, democratisering en globalisering

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — staatsvorming

Vorig onderwerp

Verandering: rationalisering, individualisering en institutionalisering

Volgend onderwerp

Effecten van veranderingen op maatschappelijke vraagstukken

EuraStudy·Samenvattingen T·13·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.