EuraStudy
Samenvattingen/Duits/Scanteksten: gericht zoeken
Samenvattingen · DuitsNL · VWO

Scanteksten: gericht zoeken

Scannen — oriënterend of zoekend lezen (suchendes/orientierendes Lesen) — is de vaardigheid om snel de juiste tekstplaats te vinden zonder de hele tekst te lezen. Het is centrale CE-stof, want het centraal examen Duits bestaat volledig uit leesvaardigheid (domein A). Je leert via de paratekst (Titel, Untertitel, Zwischenüberschriften, Quelle, Bild) en via gericht scannen op sleutelwoorden een gevraagd gegeven te lokaliseren — gericht op het vinden, niet op de diepgang van het begrip — en zo examentijd te winnen.

4 Onderdelen·~18 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0333 / 15
Examenprofiel
Oriënterend lezen: scannen en zoekend lezen om gericht relevante informatie te lokaliseren (domein A, Leesvaardigheid)De paratekst benutten (Titel, Untertitel, Zwischenüberschriften, Quelle, Bild en Bildunterschrift) om snel de juiste tekstplaats te vindenVan een vraag naar de juiste alinea navigeren zonder de hele tekst intensief te lezenOriënterend lezen inzetten bij zakelijke teksten (roosters, advertenties, brochures) en om tijd te winnen tijdens het centraal examen
Operatoren:zoek opciteerbepaalnoteerkies

basisniveau

Scannen is examenroutine: leer de paratekst lezen en met sleutelwoorden zoeken om snel te vinden wat een vraag vraagt.

verhoogd niveau

Gevorderde lezers navigeren vrijwel automatisch via paratekst en tekstopbouw en houden zo tijd over voor de moeilijkste vragen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Scanteksten: gericht zoeken
    • 01Wat is scannen: oriënterend en zoekend lezen○
    • 02De paratekst als kompas (Titel, Zwischenüberschriften, Quelle)◐
    • 03Zoekend lezen stap voor stap: van vraag naar tekstplaats◐
    • 04Scannen in het examen: tijd winnen bij zakelijke teksten●
§ 01

Wat is scannen: oriënterend en zoekend lezen#

●○○BasisLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-A

Kernpunten

Scannen is lezen om je te oriënteren: je zoekt snel je weg in een tekst om gericht de informatie te vinden die je nodig hebt. In het Duits heet deze manier van lezen suchendes of orientierendes Lesen — zoekend of oriënterend lezen. Ze staat tegenover het intensieve lezen: waar intensief lezen draait om het volledig doorgronden van een passage, draait scannen om het lokaliseren ervan. Je leest dus niet om alles te begrijpen, maar om de juiste plek te vinden. Het beeld is dat van iemand die een gebouw binnenkomt en eerst de plattegrond zoekt: waar ben ik, en waar moet ik zijn? Pas als je er bent, ga je naar binnen.
Scannen bouwt voort op de snelle strategieën uit het onderwerp leesstrategieën, maar bundelt ze tot één praktische vaardigheid: vinden. Eerst gebruik je het globale lezen (überfliegen) om een grofmazig beeld van de tekst te krijgen — het onderwerp en de indeling. Daarna daal je met het zoekende lezen (suchendes Lesen) af naar de precieze alinea of zin. Het verschil met gewoon globaal lezen is de gerichtheid: bij het scannen heb je altijd een concreet doel voor ogen — een vraag die beantwoord moet worden — en alles wat je leest, staat in dienst van het vinden van dat antwoord. Je oog beweegt sneller dan bij begrijpend lezen, want het zoekt, het verwerkt niet.
Waarom is deze vaardigheid zo belangrijk? Een examentekst Duits is lang, en het examen bevat er meerdere, met bij elkaar tientallen vragen. De tijd is krap. Zou je elke tekst volledig en nauwkeurig lezen voordat je aan de vragen begint, dan kwam je hopeloos in tijdnood. De efficiënte kandidaat draait de volgorde vaak om: hij oriënteert zich eerst globaal, leest dan de vraag, en zoekt vervolgens gericht de tekstplaats op. Zo leest hij intensief alléén wat de vraag nodig heeft. Scannen is daarmee niet zomaar een handige truc, maar de motor van een haalbaar examentempo: het bepaalt of je alle vragen haalt.
Scannen betekent dat je de tekst als een geordende ruimte behandelt in plaats van als een ononderbroken lint. Een goede tekst heeft herkenningspunten — een titel, een inleiding, tussenkopjes, alinea-indelingen, een bronregel — en die punten vertellen je waar wat staat. In de volgende sectie behandelen we deze herkenningspunten, samen de paratekst genoemd, als het kompas van de lezer. Daarna werken we de eigenlijke zoekroute stap voor stap uit, en ten slotte kijken we hoe je scannen in het examen inzet om tijd te winnen, vooral bij zakelijke teksten. De grondhouding blijft steeds dezelfde: niet alles willen lezen, maar slim navigeren naar het ene stuk dat telt.
Uitgewerkt voorbeeld

Lokaliseren of begrijpen?

Bij een reportage over een festival staan twee vragen: (1) „An welchem Datum beginnt das Festival?” en (2) „Erklären Sie, warum die Veranstalter das Programm dieses Jahr geändert haben.” Welke vraag vraagt om scannen en welke om intensief lezen?

  1. 01Vraag 1 typeren

    Er wordt om één concreet gegeven gevraagd — een datum. Dat is puur lokaliseren: scannen (zoeken naar een datum) volstaat.

  2. 02Vraag 2 typeren

    Er wordt om een reden gevraagd („erklären … warum”). Dat vereist begrip van een verband en dus intensief lezen van de betreffende passage.

  3. 03De aanpak combineren

    Ook bij vraag 2 begin je met scannen — je zoekt de alinea over de programmawijziging op — en schakel je daar over op intensief lezen.

Resultaat: Vraag 1 = scannen (een datum lokaliseren); vraag 2 = eerst scannen om te lokaliseren, dan intensief lezen om de reden te begrijpen. Scannen gaat vrijwel altijd aan het begrijpen vooraf.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: scannen (zoekend/oriënterend lezen) inzetten om gericht relevante informatie in een Duitse tekst te lokaliseren, in plaats van de tekst volledig te lezen.
  • Examendoel: onderscheiden wanneer lokaliseren (scannen) volstaat en wanneer begrijpen (intensief lezen) nodig is.

Veelgemaakte fouten

  • Elke examentekst eerst volledig en nauwkeurig lezen voordat je naar de vragen kijkt. Dat leidt tot tijdnood; oriënteer je eerst globaal en zoek dan gericht per vraag.
  • Scannen verwarren met slordig lezen. Het is niet minder zorgvuldig, maar anders gericht: je zoekt de plek nauwkeurig op en leest die pas daarna intensief.

Actieve herhaling

Oefenopgave: leg een Duitse examentekst en de bijbehorende vragen naast elkaar. Bepaal voor drie vragen of je ze oplost met scannen (lokaliseren) of met intensief lezen (begrijpen). Beschrijf per vraag in één zin welke stap je als eerste zou zetten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 02

De paratekst als kompas (Titel, Zwischenüberschriften, Quelle)#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-A

Kernpunten

Rond de eigenlijke lopende tekst staat een schil van elementen die de lezer de weg wijzen: de titel, de ondertitel, de tussenkopjes, de bronregel en het beeld met bijschrift. Samen heten ze de paratekst. Afb. 1 zet deze elementen op een rij. Ze vormen het kompas van de scannende lezer: nog voordat je één zin van de eigenlijke tekst leest, vertellen ze je waar de tekst over gaat, hoe hij is ingedeeld en waar je welke informatie kunt verwachten. Wie de paratekst overslaat en meteen in de eerste alinea duikt, gooit zijn beste navigatiehulp weg.

Afb. 1 — De paratekst als kompas

De paratekstelementenBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Titel & Untertitel; Vorspann / Lead; Zwischenüberschriften; Quelle (bron); Bild & BildunterschriftParatekstTitel & UntertitelVorspann / LeadZwischenüberschriftenQuelle (bron)Bild & Bildunterschrift
Afb. 1De paratekstelementen die de scannende lezer als kompas gebruikt: elk element vertelt iets over onderwerp, opbouw of betrouwbaarheid.
De titel (der Titel), soms met een ondertitel (der Untertitel), noemt het onderwerp en verraadt vaak al meer. Een vraagtitel als „Sollten Flugtickets höher besteuert werden?” kondigt een tweezijdig debat aan; een stellige titel verraadt een standpunt of een toon. De vetgedrukte inleiding boven of onder de titel — in het Duits der Vorspann of Lead — is misschien wel het waardevolste paratekstelement: hij vat in enkele zinnen de kern van het hele artikel samen. Een journalist schrijft die inleiding juist om de haastige lezer in één oogopslag te informeren, en die dienst bewijst hij ook jou in het examen. Lees de Vorspann daarom altijd, en zorgvuldig: het is de samenvatting die je gratis krijgt.
De tussenkopjes (die Zwischenüberschriften) delen een langere tekst op in blokken en werken als een inhoudsopgave: elk kopje benoemt het onderwerp van het stuk eronder. Voor het scannen zijn ze onmisbaar, want ze sturen je in één blik naar de alinea waar het gezochte gegeven vermoedelijk staat. Ook het beeld met zijn bijschrift (das Bild und die Bildunterschrift) hoort bij de paratekst: een foto, grafiek of kaart met onderschrift vat vaak een kernpunt of de invalshoek van de tekst samen, en het bijschrift bevat niet zelden een feit dat rechtstreeks in een vraag terugkomt. Beeld en bijschrift zijn dus geen versiering, maar informatie.
De bronregel (die Quelle) — de naam van de krant, het tijdschrift of de website, plus de datum en soms de auteur — vertelt je met wat voor tekst je te maken hebt. Komt hij uit een serieuze krant als de Süddeutsche Zeitung of de Frankfurter Allgemeine, of uit een populair jongerentijdschrift? Is hij van gisteren of van tien jaar geleden? Dat bepaalt het register, het perspectief en de betrouwbaarheid. Voor de scannende lezer is de bron vooral een laatste stukje context dat de verwachtingen scherpstelt. De gouden regel luidt: lees de paratekst als geheel éérst. Ze voedt je voorspellingen (top-down lezen) en levert de plattegrond waarmee je vervolgens gericht scant.
Uitgewerkt voorbeeld

De paratekst als kompas lezen

Boven een tekst staat: titel „Die Rückkehr des Nachtzugs”, Vorspann „Lange vernachlässigt, kehren die Nachtzüge nach Europa zurück. Eine Reportage über ein umweltfreundlicheres Verkehrsmittel.”, Zwischenüberschriften „Eine ökologische Wahl”, „Strecken, die wieder öffnen”, „Bleibt der Preis”. Quelle: Süddeutsche Zeitung, 2022. Wat leid je hieruit af vóór je de tekst leest?

  1. 01Titel en Vorspann lezen

    Onderwerp: de terugkeer van de nachttrein in Europa. De Vorspann voegt de invalshoek toe — een milieuvriendelijker vervoermiddel — en kondigt een reportage (Reportage) aan.

  2. 02De Zwischenüberschriften als inhoudsopgave lezen

    De opbouw is nu al zichtbaar: (1) het ecologische voordeel, (2) heropende lijnen, (3) het prijsnadeel. Een vraag over kosten zul je in het laatste blok vinden.

  3. 03De Quelle wegen

    De Süddeutsche Zeitung (2022) is een serieuze, recente krant: betrouwbaar en neutraal-informatief van register.

Resultaat: Nog vóór de eerste zin weet je: onderwerp = terugkeer nachttrein, invalshoek = ecologie, opbouw = voordeel–heropening–prijs, bron = betrouwbaar. Een prijsvraag stuur je meteen naar het kopje „Bleibt der Preis”.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de paratekstelementen (Titel, Untertitel, Vorspann, Zwischenüberschriften, Quelle, Bild met Bildunterschrift) herkennen en gebruiken om onderwerp, opbouw en vindplaats van informatie snel in te schatten.
  • Examendoel: de Vorspann en de Zwischenüberschriften inzetten als samenvatting en inhoudsopgave om naar de juiste alinea te navigeren.

Veelgemaakte fouten

  • De paratekst overslaan en meteen in de lopende tekst beginnen. Titel, Vorspann en Zwischenüberschriften leveren gratis een samenvatting en een plattegrond; wie ze negeert, leest stuurloos.
  • De bronregel (Quelle) als onbelangrijk beschouwen. Bron, datum en medium bepalen register, perspectief en betrouwbaarheid en kunnen een vraag rechtstreeks raken.

Actieve herhaling

Oefenopgave: neem een Duitse artikeltekst en dek de lopende tekst af, zodat alleen de paratekst zichtbaar blijft. Voorspel op grond van Titel, Vorspann, Zwischenüberschriften en Quelle: (a) het onderwerp, (b) de opbouw, (c) de vermoedelijke toon en (d) de betrouwbaarheid van de bron. Onthul daarna de tekst en controleer je voorspellingen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 03

Zoekend lezen stap voor stap: van vraag naar tekstplaats#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-A

Kernpunten

Het gericht opzoeken van een gegeven verloopt niet lukraak, maar volgens een vaste route. Afb. 2 zet die zoekroute op een rij: van de vraag, via het kiezen van een sleutelwoord (Schlüsselwort) en het scannen, naar de tekstplaats en het controleren van het antwoord. De route benadrukt het scannen (de nadruk-knoop), want dat is de scharnierstap waarin je oog de tekst afzoekt. De stappen ervoor bereiden het scannen voor; de stap erna beveiligt het resultaat. Wie deze route bewust doorloopt, vindt sneller en met minder fouten dan wie de tekst maar „ergens” begint te lezen.

Afb. 2 — De zoekroute: van vraag naar tekstplaats

De zoekroute in het examenGraaf, vraag lezen → Schlüsselwort kiezen, Schlüsselwort kiezen → scannen, scannen → tekstplaats, tekstplaats → antwoord controlerenvraag lezenSchlüsselwortkiezenscannentekstplaatsantwoordcontroleren
Afb. 2De zoekroute bij het scannen: het scannen (benadrukt) is de scharnierstap, voorbereid door het kiezen van een sleutelwoord en afgesloten met een controle.
De route begint bij de vraag, niet bij de tekst. Lees de vraag nauwkeurig: wat wordt er precies gevraagd, en staat er een verwijzing bij naar een regelbereik of alinea? Dat regelnummer is een geschenk — het lokaliseert de plek al half voor je. Kies vervolgens uit de vraag een sleutelwoord (Schlüsselwort): het meest onderscheidende, „opzoekbare” woord. Een eigennaam, een getal of een concreet zelfstandig naamwoord werkt het best, want zulke woorden vallen bij het scannen meteen op. Vermijd als sleutelwoord de algemene woorden die overal voorkomen. Bedenk ook alvast in welke Duitse vorm het woord in de tekst kan staan, want de tekst herhaalt je sleutelwoord zelden letterlijk — en let erop dat een zelfstandig naamwoord in het Duits verbogen kan zijn of in een samenstelling kan schuilen.
Nu volgt de kernstap: het scannen. Je laat je oog in verticale vegen over de tekst gaan, gestuurd door de paratekst uit de vorige sectie — de Zwischenüberschriften wijzen je naar het waarschijnlijke blok. Je zoekt niet naar betekenis, maar naar de vórm van je sleutelwoord: een cijfer, een woordbeeld, een eigennaam. Bij het Duits is hierbij één ding belangrijk: omdat élk zelfstandig naamwoord met een hoofdletter wordt geschreven, is een kapitaal alléén geen betrouwbaar baken voor een eigennaam. Steun daarom vooral op getallen, data en het woordbeeld van je concrete sleutelwoord. Zodra je oog „blijft haken”, heb je een kandidaat-tekstplaats; daar vertraag je en lees je de zin (en zo nodig de buurzinnen) echt. Vaak staat het antwoord niet in exact dezelfde woorden als de vraag: het Duits gebruikt een synoniem of een omschrijving, dus je moet herkennen dat de gevonden zin over hetzelfde gaat, ook al klinkt hij anders.
De laatste stap, het controleren, wordt vaak overgeslagen en dat kost punten. Een sleutelwoord kan meer dan eens in de tekst voorkomen, en niet elke vindplaats beantwoordt de vraag: soms stuit je op een afleider — dezelfde term in een andere context. Controleer daarom altijd of de gevonden zin echt antwoord geeft op wat er gevraagd is, en of hij binnen het eventueel opgegeven regelbereik valt. Pas als vindplaats en vraag op elkaar aansluiten, noteer je je antwoord. Deze korte controle — de sluitsteen van de route in Afb. 2 — is het verschil tussen snel én goed vinden en snel maar mis vinden.
Uitgewerkt voorbeeld

Van vraag naar tekstplaats met een sleutelwoord

De vraag luidt: „Wie viele Sprachen werden in der Schweiz offiziell gesprochen? (Absatz 3)” Werk de zoekroute uit.

  1. 01Vraag lezen en sleutelwoord kiezen

    Gevraagd wordt een aantal talen, met de hint „Absatz 3”. Het beste sleutelwoord is „Sprachen” (talen) of het getal zelf; in de tekst kan het als „vier Landessprachen” staan.

  2. 02Scannen naar de tekstplaats

    Je beperkt het scannen tot alinea 3 en zoekt naar het woord „Sprache(n)” of naar een telwoord. Je oog haakt aan „vier Landessprachen”.

  3. 03Controleren

    Je toetst of de zin echt over de officiële talen van Zwitserland gaat en binnen alinea 3 valt — niet over een ander land of een ander soort talen.

Resultaat: Antwoord: vier. Gevonden door in alinea 3 op het sleutelwoord „Sprachen” te scannen en te controleren dat de zin over de talen van Zwitserland gaat.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een geschikt sleutelwoord (Schlüsselwort) uit de vraag kiezen en daarmee gericht scannen naar de tekstplaats, ook wanneer de tekst het woord met een synoniem, een verbogen vorm of een samenstelling weergeeft.
  • Examendoel: opgegeven regelnummers benutten en de gevonden tekstplaats controleren op aansluiting bij de vraag (afleiders uitsluiten).

Veelgemaakte fouten

  • Een te algemeen sleutelwoord kiezen (bijvoorbeeld „Menschen” of „Zeit”), dat overal in de tekst voorkomt. Kies een onderscheidend, opzoekbaar woord: een naam, een getal, een concreet begrip.
  • De eerste vindplaats van het sleutelwoord meteen als antwoord nemen zonder te controleren. Hetzelfde woord kan in een andere context terugkomen; toets of de zin de vraag echt beantwoordt.

Actieve herhaling

Oefenopgave: kies bij drie vragen over een Duitse tekst telkens het beste sleutelwoord (Schlüsselwort) en noteer in welke Duitse vorm(en) je het in de tekst verwacht — ook een mogelijk synoniem, een verbogen vorm of een samenstelling. Scan, noteer de gevonden regel, en geef per vraag aan hoe je hebt gecontroleerd dat het de juiste tekstplaats is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 04

Scannen in het examen: tijd winnen bij zakelijke teksten#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-A

Kernpunten

Alle voorgaande stappen komen in het examen samen tot één doel: tijd winnen zonder aan zekerheid in te boeten. Scannen is daarvoor het krachtigste instrument, mits je het in een vaste werkvolgorde giet. Het CE Duits bestaat volledig uit leesvaardigheid (domein A) en biedt meerdere lange teksten met samen veel vragen; de tijd is de schaarste. Wie zich per tekst en per vraag doelgericht oriënteert, houdt tijd over voor de moeilijke vragen en voor een eindcontrole. Wie daarentegen elke tekst van voren af aan volledig leest, staat halverwege het examen al onder tijdsdruk.
Een beproefde werkvolgorde per tekst ziet er zo uit. Lees eerst de paratekst en overzie de hele tekst globaal (überfliegen) — één tot twee minuten om onderwerp, opbouw en toon te vatten. Lees dán de vragen, zodat je weet waarnaar je op zoek bent. Werk vervolgens de vragen één voor één af volgens de zoekroute: sleutelwoord kiezen, scannen naar de tekstplaats, die passage intensief lezen, antwoorden. Deze omgekeerde volgorde — eerst globaal, dan vraaggericht — voorkomt dat je tijd steekt in tekstdelen waar geen enkele vraag over gaat. Een gratis navigatiehulp is bovendien dat de vragen doorgaans de volgorde van de tekst volgen: het antwoord op een latere vraag staat verderop dan dat op een eerdere, zodat je zoekgebied bij elke vraag kleiner wordt.
Bij zakelijke, informatieve teksten bewijst het scannen zijn grootste dienst. Een dienstregeling of rooster (der Fahrplan), een advertentie (die Anzeige), een brochure (die Broschüre), een programma-overzicht of een tabel zijn niet gemaakt om van a tot z te lezen, maar om er gericht één gegeven uit te halen — een tijd, een prijs, een voorwaarde. Hier zou intensief lezen pure tijdverspilling zijn. Je gebruikt de structuur van zulke teksten: kopregels, kolommen, vetgedrukte trefwoorden, symbolen en getallen leiden je rechtstreeks naar de gevraagde cel of regel. Zoek je bijvoorbeeld het vertrektijdstip van een trein, dan scan je de kolom met tijden en negeer je de rest. Juist bij dit soort teksten levert scannen de meeste tijdwinst op: het antwoord staat vaak in één cel, mits je die snel weet te vinden.
Ten slotte een waarschuwing tegen doorschieten. Scannen is een middel, geen doel: het brengt je naar de juiste plek, maar het antwoord zelf komt nog altijd uit het intensieve lezen van die plek (zie het onderwerp leesstrategieën). Wie zó snel scant dat hij de gevonden zin niet meer nauwkeurig leest, ruilt tijdwinst in voor fouten — en juist in het Duits, waar een ontkenning („nicht”, „kein”), een beperking („nur”) of de naamval de betekenis kantelt, is dat gevaarlijk. Houd ook het woordenboek in toom: opzoeken kost veel tijd, dus doe het alleen voor een woord dat een antwoord blokkeert. De kunst is de balans — snel navigeren waar het kan, langzaam en zorgvuldig lezen waar het moet. Die balans, over een heel examen volgehouden, is wat sterke lezers van zwakke onderscheidt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een gegeven uit een rooster scannen

In een Duitse dienstregeling (Fahrplan) moet je vinden hoe laat de eerste trein op zondag van Köln naar Bonn vertrekt. Hoe pak je dit met scannen aan?

  1. 01De structuur lezen

    Een Fahrplan is een tabel met kolommen en rijen. Zoek eerst het juiste blok: de verbinding Köln–Bonn en de aanduiding voor zondag (vaak „So” of „Sonntag”, soms een apart symbool).

  2. 02Naar het gevraagde getal scannen

    Binnen dat blok scan je de kolom met vertrektijden (Abfahrt) en zoek je de eerste, dus de vroegste, tijd — je leest de losse cellen, niet de hele tabel.

  3. 03Controleren

    Toets of je in de juiste rij (Köln → Bonn, niet omgekeerd) en de juiste dagkolom (zondag) zit voordat je de tijd noteert.

Resultaat: Je vindt de vertrektijd door de tabelstructuur te gebruiken: eerst de rij Köln–Bonn en de zondagkolom lokaliseren, dan de vroegste tijd in de Abfahrt-kolom aflezen, en controleren dat rij en dag kloppen. Intensief lezen van de hele dienstregeling zou hier alleen maar tijd kosten.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een efficiënte werkvolgorde per tekst hanteren (paratekst en globaal lezen, dan de vragen, dan gericht zoeken en intensief lezen) om binnen de examentijd alle vragen te halen.
  • Examendoel: scannen inzetten bij zakelijke teksten (Fahrplan, Anzeige, Broschüre, tabel) om een gevraagd gegeven — tijd, prijs, voorwaarde — snel uit de structuur te lichten.

Veelgemaakte fouten

  • Een zakelijke tekst (rooster, advertentie, brochure) van begin tot eind lezen. Zulke teksten zijn gemaakt om te scannen; zoek gericht via kopregels, kolommen en getallen naar het ene gevraagde gegeven.
  • Zó snel scannen dat je de gevonden zin niet meer intensief leest. Het scannen lokaliseert alleen; het antwoord komt uit het nauwkeurige lezen, en juist een Duitse „nicht”, „kein” of „nur” kan de betekenis omdraaien.

Actieve herhaling

Oefenopgave: neem een zakelijke Duitse tekst — een Fahrplan, een Anzeige of een Broschüre — en formuleer er drie vragen bij (bijvoorbeeld naar een tijd, een prijs en een voorwaarde). Los ze op door uitsluitend te scannen: noteer per vraag hoe je via de structuur (kopregel, kolom, getal) de juiste plek vond en hoeveel seconden je nodig had.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Wat is scannen: oriënterend en zoekend lezen○
    • 02De paratekst als kompas (Titel, Zwischenüberschriften, Quelle)◐
    • 03Zoekend lezen stap voor stap: van vraag naar tekstplaats◐
    • 04Scannen in het examen: tijd winnen bij zakelijke teksten●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Scanteksten: gericht zoeken

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~18
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid

Vorig onderwerp

Leesstrategieën en tekstanalyse

Volgend onderwerp

Gatenteksten: samenhang en cohesie

EuraStudy·Samenvattingen T·03·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.