EuraStudy
Samenvattingen/Maatschappijleer/Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid
Samenvattingen · MaatschappijleerNL · HAVO

Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid

In een verzorgingsstaat neemt de overheid verantwoordelijkheid voor de bestaanszekerheid en het welzijn van haar burgers. In dit onderwerp leer je hoe de verzorgingsstaat is ontstaan, hoe het stelsel van sociale zekerheid werkt, en het verschil tussen sociale verzekeringen (waarvoor je premie betaalt) en sociale voorzieningen (betaald uit belastingen).

3 Onderdelen·~13 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 3

T·111111 / 16
Examenprofiel
Het begrip verzorgingsstaat uitleggen en het ontstaan ervan (industrialisatie, opbouw na 1945) beschrijvenHet stelsel van sociale zekerheid en het onderscheid tussen verzekeringen en voorzieningen toepassenDe grondslagen (solidariteit, bestaanszekerheid, sociale grondrechten) van de verzorgingsstaat benoemen
Operatoren:leg uitverklaarbeschrijfberedeneertoon aananalyseer

basisniveau

Beheers de kern: de overheid zorgt voor bestaanszekerheid via sociale zekerheid; verzekeringen betaal je met premie, voorzieningen uit belastingen.

verhoogd niveau

Analyseer hoe solidariteit het stelsel draagt en hoe de verzorgingsstaat samenhangt met de sociale grondrechten en de sociaal-economische benadering.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid
    • 01Het ontstaan van de verzorgingsstaat◐
    • 02Sociale zekerheid: verzekeringen en voorzieningen◐
    • 03Solidariteit als grondslag◐
§ 01

Het ontstaan van de verzorgingsstaat#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een verzorgingsstaat is een staat waarin de overheid zich medeverantwoordelijk maakt voor de bestaanszekerheid en het welzijn van de burgers, met name voor wie niet (meer) in zijn eigen inkomen kan voorzien (zie Afb. 1). De overheid biedt een sociaal vangnet via uitkeringen, verzekeringen en voorzieningen, zodat mensen bij werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid of ouderdom niet in armoede vervallen. De verzorgingsstaat is een verworvenheid van de twintigste eeuw en berust op de gedachte dat bestaanszekerheid niet alleen een zaak van het individu of van liefdadigheid is, maar een collectieve verantwoordelijkheid die de overheid via wetten en het sociale stelsel waarborgt. Zo verbindt de verzorgingsstaat de economische verdeling met de sociale grondrechten uit het thema rechtsstaat.

Ontwikkeling van de verzorgingsstaat

Ontwikkeling verzorgingsstaatTijdlijn van 1870 tot 2010, 1874: Kinderwetje (kinderarbeid), 1901: Ongevallenwet, 1957: AOW (basispensioen), 1965: Bijstand als vangnet, 1870–1940: Sociale kwestie, eerste wetten, 1945–1980: Opbouw verzorgingsstaat18702010jaarSociale kwestie,eerste wettenOpbouwverzorgingsstaat1874Kinderwetje(kinderarbeid)1901Ongevallenwet1957AOW(basispensioen)1965Bijstand alsvangnet
Afb. 1Afb. 1 — De ontwikkeling van de verzorgingsstaat in grote lijnen: van de sociale kwestie via de eerste sociale wetten naar de naoorlogse opbouw.
De verzorgingsstaat is niet plotseling ontstaan maar geleidelijk gegroeid, in reactie op de sociale kwestie van de industrialisatie. In de negentiende eeuw leefden veel arbeiders in armoede en onzekerheid, zonder bescherming bij ziekte, ongeval of werkloosheid; er was hooguit particuliere liefdadigheid. Onder druk van de arbeidersbeweging en het besef dat armoede een maatschappelijk probleem was, kwamen de eerste sociale wetten tot stand, zoals wetgeving tegen kinderarbeid en een eerste ongevallenverzekering rond 1900. Deze begonnen de bestaanszekerheid van arbeiders wettelijk te regelen. De sociale kwestie maakte duidelijk dat de vrije markt alleen geen bestaanszekerheid bood, en dat een actievere rol van de overheid nodig was; daarmee legde deze periode de basis voor de latere verzorgingsstaat.
De echte opbouw van de verzorgingsstaat kwam na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren van wederopbouw en economische groei. In een breed gedragen streven naar bestaanszekerheid voor iedereen werd een stelsel van sociale zekerheid opgebouwd: verzekeringen tegen werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid, een basispensioen voor ouderen en een bijstand als laatste vangnet. De sterke economische groei maakte deze uitbreiding betaalbaar, en de sociaaldemocratie en de christendemocratie waren belangrijke drijvende krachten. In deze decennia groeide de verzorgingsstaat uit tot een uitgebreid stelsel dat de meeste risico's van het bestaan afdekte. Deze naoorlogse opbouw geldt als de bloeitijd van de verzorgingsstaat; de latere zorgen over de betaalbaarheid (het volgende onderwerp) komen pas daarna op.
De verzorgingsstaat rust op enkele grondslagen die je voor het examen moet kennen. De belangrijkste is de solidariteit: sterkeren dragen bij aan de bescherming van zwakkeren, en gezonden en werkenden betalen mee aan wie ziek, werkloos of oud is. Daarnaast is er de bestaanszekerheid als doel: iedereen moet verzekerd zijn van een minimaal inkomen en van toegang tot zorg en onderwijs. En er is de wettelijke basis in de sociale grondrechten: de zorg van de overheid voor werkgelegenheid, bestaanszekerheid, volksgezondheid en onderwijs is grondwettelijk verankerd. Deze grondslagen verklaren waarom de verzorgingsstaat vanuit de sociaal-economische benadering wordt bekeken: het gaat om de verdeling van schaarse welvaart en om de vraag hoe je solidariteit organiseert. Bij een examenopgave kun je met deze grondslagen uitleggen waarom de verzorgingsstaat er is en welke waarde (solidariteit) hem draagt.
Uitgewerkt voorbeeld

De aanleiding verklaren

Leg uit waarom in de negentiende eeuw armoede onder arbeiders een maatschappelijk probleem werd en tot de eerste sociale wetten leidde.

  1. 01Omvang

    Door de industrialisatie leefden grote groepen arbeiders in armoede en onzekerheid zonder bescherming bij ziekte of ongeval: het trof grote groepen.

  2. 02Collectieve aanpak

    Particuliere liefdadigheid schoot tekort; er ontstond het besef dat de overheid moest ingrijpen om bestaanszekerheid te bieden.

  3. 03Eerste wetten

    Onder druk van de arbeidersbeweging kwamen de eerste sociale wetten (zoals tegen kinderarbeid en een ongevallenverzekering) tot stand.

Resultaat: De armoede trof grote groepen en vroeg om een collectieve oplossing; particuliere hulp volstond niet. Onder druk van de arbeidersbeweging kwamen de eerste sociale wetten, de basis van de latere verzorgingsstaat.

Eindexamen-focus

  • Je moet het begrip verzorgingsstaat kunnen uitleggen en het ontstaan (sociale kwestie, opbouw na 1945) kunnen beschrijven.
  • Je moet de grondslag solidariteit en de link met de sociale grondrechten kunnen toepassen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de verzorgingsstaat er altijd is geweest; hij is geleidelijk gegroeid als antwoord op de sociale kwestie en na 1945 opgebouwd.
  • De verzorgingsstaat alleen als kostenpost zien; de grondslag is solidariteit en bestaanszekerheid, verankerd in sociale grondrechten.

Actieve herhaling

Leg uit waarom de sociale kwestie van de negentiende eeuw de aanleiding vormde voor de eerste sociale wetten, en welke grondslag (waarde) aan de verzorgingsstaat ten grondslag ligt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 02

Sociale zekerheid: verzekeringen en voorzieningen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het stelsel van sociale zekerheid bestaat uit twee soorten regelingen die je scherp uit elkaar moet houden: sociale verzekeringen en sociale voorzieningen (zie Afb. 2). Het onderscheid zit in de manier van financieren en in de voorwaarden. Sociale verzekeringen worden betaald uit premies: werkenden (en werkgevers) betalen premie, en wie aan de voorwaarden voldoet, heeft recht op een uitkering, ongeacht zijn overige inkomen of vermogen. Sociale voorzieningen worden betaald uit de algemene belastingmiddelen en gelden als een laatste vangnet: je hebt er recht op als je onvoldoende eigen middelen hebt (er geldt een inkomens- of vermogenstoets). Kort gezegd: voor een verzekering heb je premie betaald en is er geen middelentoets; een voorziening komt uit de belastingpot en kent wel een toets op je middelen.

Verzekeringen en voorzieningen

Sociale zekerheidTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Kenmerk · Verzekering · Voorziening; Betaald uit · premies · algemene belastingen; Voorwaarde · premie betaald, geen middelentoets · wel een middelentoets; Functie · risico samen dragen · laatste vangnet; Voorbeeld · basispensioen, WW · bijstand, gemarkeerde cel: premiesKENMERKVERZEKERINGVOORZIENINGBetaald uitpremiesalgemene belastingenVoorwaardepremie betaald, geenmiddelentoetswel een middelentoetsFunctierisico samen dragenlaatste vangnetVoorbeeldbasispensioen, WWbijstandVerzekering of voorziening
Afb. 2Afb. 2 — Sociale verzekeringen tegenover sociale voorzieningen: financiering, voorwaarde en een voorbeeld.
De sociale verzekeringen zijn te verdelen in werknemersverzekeringen en volksverzekeringen. Werknemersverzekeringen gelden alleen voor werknemers en dekken risico's die met werk samenhangen, zoals werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; de premies worden aan het loon gekoppeld. Volksverzekeringen gelden voor alle inwoners en dekken risico's die iedereen kan treffen, zoals ouderdom (het basispensioen) en bijzondere ziektekosten. Het idee achter een verzekering is dat een grote groep samen een risico draagt: doordat velen premie betalen, kan wie door pech getroffen wordt een uitkering krijgen. Dit is het verzekeringsprincipe en tegelijk een vorm van solidariteit: de risico's worden over de hele groep verdeeld, zodat niemand een tegenslag alleen hoeft te dragen.
De sociale voorziening is het sluitstuk van het stelsel: het vangnet voor wie buiten de verzekeringen valt of onvoldoende inkomen heeft. Het bekendste voorbeeld is de bijstand: wie geen werk heeft, geen recht (meer) heeft op een uitkering en onvoldoende eigen middelen bezit, kan een bijstandsuitkering krijgen om in het bestaansminimum te voorzien. Omdat de voorziening uit de algemene belastingmiddelen wordt betaald en niet uit premies, geldt hier een inkomens- en vermogenstoets: alleen wie het echt nodig heeft, komt in aanmerking. De voorziening garandeert dat niemand onder een minimaal bestaansniveau zakt, ongeacht zijn verleden. Zo zorgen de verzekeringen voor bescherming tegen specifieke risico's en zorgt de voorziening voor een universeel vangnet daaronder.
Het onderscheid tussen verzekeringen en voorzieningen wordt op het examen vaak getoetst, omdat het de logica van het stelsel blootlegt. Bij een casus vraag je: is dit een verzekering (premie betaald, geen middelentoets, gekoppeld aan een risico) of een voorziening (uit belastingen, wel een middelentoets, laatste vangnet)? Met dat onderscheid begrijp je waarom de een recht geeft op grond van betaalde premie en de ander op grond van behoefte. Het stelsel als geheel weerspiegelt de grondslag van de verzorgingsstaat: via premies en belastingen dragen burgers samen de risico's van ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom, en garandeert de overheid een bestaansminimum voor iedereen. Bij een examenopgave laat je met dit onderscheid zien dat je de organisatie van de solidariteit doorziet, wat de kern is van de sociaal-economische analyse van de verzorgingsstaat.
Uitgewerkt voorbeeld

Regelingen indelen

Deel de volgende regelingen in als verzekering of voorziening en motiveer: (a) een uitkering bij arbeidsongeschiktheid voor werknemers, (b) een bijstandsuitkering voor iemand zonder inkomen en vermogen.

  1. 01Regeling a

    De arbeidsongeschiktheidsuitkering is een werknemersverzekering: ze wordt uit premies betaald en dekt een aan werk gekoppeld risico, zonder middelentoets.

  2. 02Regeling b

    De bijstand is een voorziening: ze wordt uit belastingen betaald en geldt als laatste vangnet, met een inkomens- en vermogenstoets.

  3. 03Onderscheid

    Het verschil zit in de financiering (premie of belasting) en de voorwaarde (wel of geen middelentoets).

Resultaat: De arbeidsongeschiktheidsuitkering is een verzekering (premie, risico, geen middelentoets); de bijstand is een voorziening (belastingen, middelentoets, vangnet). Financiering en voorwaarde bepalen de indeling.

Eindexamen-focus

  • Je moet het onderscheid tussen sociale verzekeringen (premie, geen middelentoets) en sociale voorzieningen (belastingen, wel middelentoets) kunnen toepassen.
  • Je moet het verschil tussen werknemersverzekeringen en volksverzekeringen kunnen benoemen en een regeling correct indelen.

Veelgemaakte fouten

  • Verzekeringen en voorzieningen verwarren; een verzekering betaal je met premie zonder middelentoets, een voorziening komt uit belastingen met een toets.
  • Denken dat je voor de bijstand premie hebt betaald; de bijstand is een voorziening uit de algemene middelen met een inkomens- en vermogenstoets.

Actieve herhaling

Deel de volgende regelingen in als verzekering of voorziening en licht toe: (a) een basispensioen voor alle ouderen, (b) een bijstandsuitkering voor wie geen inkomen heeft, (c) een werkloosheidsuitkering voor werknemers.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 03

Solidariteit als grondslag#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De verzorgingsstaat drijft op solidariteit: het beginsel dat mensen samen de risico's van het bestaan dragen en dat sterkeren bijdragen aan de bescherming van zwakkeren (zie Afb. 3). Deze solidariteit heeft verschillende vormen. Er is solidariteit tussen gezonden en zieken (gezonden betalen mee aan de zorg voor zieken), tussen werkenden en niet-werkenden (werkenden betalen mee aan uitkeringen), tussen jong en oud (werkenden betalen via premies mee aan het pensioen van ouderen) en tussen rijk en arm (via progressieve belastingen dragen hogere inkomens meer bij). Zonder deze solidariteit zou het stelsel niet kunnen bestaan, want de kern is dat velen bijdragen zodat wie pech heeft, wordt opgevangen. Solidariteit is daarmee de waarde die de verzorgingsstaat draagt.

Vormen van solidariteit

Vormen van solidariteitGraaf, Gezond draagt voor ziek → Verzorgingsstaat (collectief), Werkend draagt voor niet-werkend → Verzorgingsstaat (collectief), Jong draagt voor oud → Verzorgingsstaat (collectief), Rijk draagt voor arm → Verzorgingsstaat (collectief)Verzorgingsstaat(collectief)Gezond draagtvoor ziekWerkenddraagt voor …Jong draagtvoor oudRijk draagtvoor arm
Afb. 3Afb. 3 — De vormen van solidariteit die de verzorgingsstaat dragen, samenkomend in het collectieve stelsel.
Solidariteit kan verplicht of vrijwillig zijn, en in de verzorgingsstaat is zij vooral verplicht en collectief georganiseerd. Vrijwillige solidariteit is bijvoorbeeld een gift aan een goed doel; verplichte solidariteit is de premie en belasting die iedereen moet betalen, of hij nu wil of niet. De verzorgingsstaat kiest bewust voor verplichte, collectieve solidariteit, omdat vrijwillige bijdragen te onzeker zijn en omdat het risico bestaat dat mensen wel de baten willen (bescherming) maar niet de lasten (premie) willen dragen (het meeliftprobleem). Door de solidariteit wettelijk verplicht te maken via premies en belastingen, is verzekerd dat iedereen bijdraagt en dat het stelsel betaalbaar en rechtvaardig blijft. Dit verklaart waarom sociale premies en belastingen geen vrije keuze zijn maar een wettelijke plicht.
Er bestaat een verband tussen de mate van solidariteit en de omvang van de verzorgingsstaat, en daarover verschillen de politieke stromingen. Wie veel waarde hecht aan gelijkheid en solidariteit (vaak links en confessioneel), wil een ruime verzorgingsstaat met stevige uitkeringen en brede voorzieningen, gefinancierd door hogere belastingen en premies. Wie meer nadruk legt op eigen verantwoordelijkheid en een kleine overheid (vaak rechts en liberaal), wil een soberder stelsel met meer ruimte voor eigen keuzes en particuliere verzekeringen, en lagere lasten. De vraag hoeveel solidariteit de samenleving wil organiseren, is dus een politieke keuze die samenhangt met de links-rechtsdimensie. Zo verbindt de grondslag van de verzorgingsstaat zich met de politieke stromingen en het debat over de rol van de overheid in de economie.
De solidariteit van de verzorgingsstaat staat onder druk door maatschappelijke veranderingen, wat het onderwerp actueel maakt en vooruitwijst naar de praktijk van de verzorgingsstaat. De vergrijzing (steeds meer ouderen tegenover minder werkenden) maakt de solidariteit tussen jong en oud zwaarder; de individualisering vermindert soms de bereidheid om voor onbekenden te betalen; en de vraag rijst of iedereen wel evenveel bijdraagt of dat sommigen misbruik maken van het stelsel. Deze spanningen voeden het debat over de betaalbaarheid en de rechtvaardigheid van de verzorgingsstaat. Bij een examenopgave kun je met het begrip solidariteit uitleggen waarom het stelsel bijdragen van iedereen vraagt, welke vormen van solidariteit spelen, en waarom veranderingen zoals de vergrijzing de solidariteit onder druk zetten. Daarmee leg je de basis voor de analyse van het debat over de toekomst van de verzorgingsstaat.
Uitgewerkt voorbeeld

Solidariteit verklaren

Een gezonde, werkende jongere betaalt premies en belastingen waarvan vooral ouderen en zieken profiteren. Leg uit welke vormen van solidariteit hier spelen en waarom deze bijdrage verplicht is.

  1. 01Vormen benoemen

    Hier spelen de solidariteit tussen gezond en ziek, tussen werkend en niet-werkend en tussen jong en oud: de jongere draagt bij aan wie zorg of een uitkering nodig heeft.

  2. 02Waarom verplicht

    De bijdrage is verplicht omdat vrijwillige solidariteit te onzeker is en meeliften moet worden voorkomen: zonder plicht zou het stelsel onbetaalbaar worden.

  3. 03Rechtvaardiging

    De jongere kan later zelf ziek, werkloos of oud worden en dan zelf profiteren; de solidariteit werkt over het leven heen twee kanten op.

Resultaat: De jongere draagt via verplichte premies en belastingen bij aan de solidariteit tussen gezond en ziek, werkend en niet-werkend, en jong en oud. De plicht voorkomt meeliften en houdt het stelsel betaalbaar; hij kan er later zelf van profiteren.

Eindexamen-focus

  • Je moet het begrip solidariteit en verschillende vormen ervan (gezond-ziek, werkend-niet-werkend, jong-oud, rijk-arm) kunnen benoemen.
  • Je moet kunnen uitleggen waarom de solidariteit in de verzorgingsstaat verplicht is en hoe zij samenhangt met de politieke stromingen.

Veelgemaakte fouten

  • Solidariteit als vrijwillig zien; in de verzorgingsstaat is zij verplicht georganiseerd via premies en belastingen.
  • Denken dat over de omvang van de solidariteit geen verschil van mening bestaat; het is een politieke keuze op de links-rechtsdimensie.

Actieve herhaling

Leg uit waarom de solidariteit in de verzorgingsstaat verplicht is en niet aan de vrijwilligheid van burgers wordt overgelaten, en hoe de vergrijzing deze solidariteit onder druk zet.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Het ontstaan van de verzorgingsstaat◐
    • 02Sociale zekerheid: verzekeringen en voorzieningen◐
    • 03Solidariteit als grondslag◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl

Vorig onderwerp

Massamedia, beeldvorming en publieke opinie

Volgend onderwerp

Arbeid, inkomen en de rol van de overheid

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.