EuraStudy
Samenvattingen/Maatschappijleer/Vaardigheden: bronnen, argumentatie en onderzoek
Samenvattingen · MaatschappijleerNL · HAVO

Vaardigheden: bronnen, argumentatie en onderzoek

Bij maatschappijleer moet je niet alleen kennis reproduceren, maar ook bronnen beoordelen, argumenteren en klein onderzoek doen. In dit onderwerp leer je hoe je de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van bronnen toetst, hoe je feiten en meningen onderscheidt, hoe een deugdelijke redenering is opgebouwd en welke stappen een onderzoek doorloopt (Domein A).

3 Onderdelen·~12 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 3

T·0222 / 16
Examenprofiel
De betrouwbaarheid en bruikbaarheid van bronnen beoordelen en feiten van meningen onderscheidenEen standpunt, argumenten en de aanvaardbaarheid van een redenering herkennen en beoordelenDe stappen van een maatschappijwetenschappelijk onderzoek toepassen (vraag, methode, verwerking, conclusie)
Operatoren:beoordeelleg uitverklaarberedeneeronderzoekinterpreteer

basisniveau

Beheers de kern: hoe toets je of een bron betrouwbaar en bruikbaar is, en hoe onderscheid je een feit van een mening.

verhoogd niveau

Beoordeel de deugdelijkheid van een hele redenering, inclusief de vraag of het bewijs de conclusie draagt en of er sprake is van vertekening.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Vaardigheden: bronnen, argumentatie en onderzoek
    • 01Bronnen en informatievaardigheden◐
    • 02Argumentatie en redeneren◐
    • 03Maatschappijwetenschappelijk onderzoek◐
§ 01

Bronnen en informatievaardigheden#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Wie een maatschappelijk vraagstuk onderzoekt, gebruikt bronnen, en de eerste vaardigheid is het beoordelen van die bronnen op twee eigenschappen: betrouwbaarheid en bruikbaarheid (zie Afb. 1). Betrouwbaar betekent dat de informatie waarschijnlijk juist en controleerbaar is; bruikbaar betekent dat de informatie past bij jouw onderzoeksvraag. Een bron kan betrouwbaar zijn maar onbruikbaar (een correcte statistiek over een ander land dan je onderzoekt), of bruikbaar lijken maar onbetrouwbaar (een pakkende bewering zonder bewijs). Je moet dus altijd apart nagaan of je een bron kunt vertrouwen en of hij antwoord geeft op jouw vraag.

Een bron beoordelen: betrouwbaar en bruikbaar

Betrouwbaar en bruikbaarTabel met 2 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Eigenschap · Vraag die je stelt; Betrouwbaar · Wie is de afzender en is die deskundig?; Betrouwbaar · Heeft de afzender een belang bij de uitkomst?; Betrouwbaar · Is de bron actueel en controleerbaar?; Bruikbaar · Past de informatie bij mijn onderzoeksvraag?; Bruikbaar · Is de groep (steekproef) representatief?, gemarkeerde cel: Heeft de afzender een belang bij de uitkomst?EIGENSCHAPVRAAG DIE JE STELTBetrouwbaarWie is de afzender en is diedeskundig?BetrouwbaarHeeft de afzender een belangbij de uitkomst?BetrouwbaarIs de bron actueel encontroleerbaar?BruikbaarPast de informatie bij mijnonderzoeksvraag?BruikbaarIs de groep (steekproef)representatief?Bron beoordelen
Afb. 1Afb. 1 — Twee eigenschappen van een bron, elk met de vragen die je stelt om ze te beoordelen.
De betrouwbaarheid van een bron beoordeel je met een aantal vaste vragen. Wie is de auteur of afzender, en heeft die deskundigheid en gezag (een wetenschapper, het CBS, een kwaliteitskrant tegenover een anonieme website)? Heeft de afzender een belang bij een bepaalde uitkomst, waardoor de informatie gekleurd of eenzijdig kan zijn (een bedrijf dat zijn eigen product prijst, een partij die haar standpunt verdedigt)? Hoe actueel is de bron, en klopt de informatie met wat andere, onafhankelijke bronnen zeggen? Een betrouwbare bron is deskundig, controleerbaar, actueel genoeg en zonder verzwegen belang; ontbreekt een van die kenmerken, dan is voorzichtigheid geboden.
Een centrale vaardigheid is het onderscheid tussen een feit en een mening. Een feit is een bewering die (in principe) controleerbaar juist of onjuist is: het kan met bewijs worden vastgesteld, zoals 'in 2023 telde Nederland ruim 17 miljoen inwoners'. Een mening is een waardeoordeel of standpunt dat niet waar of onwaar is maar meer of minder goed onderbouwd, zoals 'Nederland is te vol'. Meningen herken je vaak aan waardewoorden (te veel, mooi, oneerlijk) en aan het ontbreken van controleerbaarheid. Bij een bron moet je feiten en meningen kunnen scheiden, want een sterk gebrachte mening is geen bewijs; alleen feiten kunnen een bewering staven.
Naast betrouwbaarheid en het feit-meningonderscheid let je op vertekening en representativiteit. Een bron kan selectief of suggestief zijn: door alleen bepaalde cijfers te tonen, door een grafiek misleidend te schalen of door emotioneel taalgebruik stuurt een afzender jouw oordeel (dit sluit aan bij beeldvorming en framing bij de media). Bij cijfers en onderzoek vraag je of de gegevens representatief zijn: is de onderzochte groep (de steekproef) groot en gevarieerd genoeg om iets over het geheel te zeggen? Een enquete onder alleen de eigen achterban van een partij is niet representatief voor alle kiezers. Kritisch lezen betekent dus ook: letten op wat een bron weglaat en op wie er onderzocht is.
Uitgewerkt voorbeeld

Feit of mening

Beoordeel van de volgende twee beweringen of het een feit of een mening is en leg je oordeel uit: (a) 'Het aantal geregistreerde misdrijven daalde vorig jaar met 5 procent.' (b) 'De straffen in Nederland zijn veel te laag.'

  1. 01Bewering a analyseren

    Bewering (a) noemt een controleerbaar cijfer dat met politiestatistieken juist of onjuist kan worden vastgesteld: dit is een feit.

  2. 02Bewering b analyseren

    Bewering (b) bevat het waardewoord 'te laag' en is een oordeel dat niet controleerbaar waar of onwaar is: dit is een mening.

  3. 03Gevolg voor gebruik

    Het feit kan een bewering onderbouwen; de mening moet met argumenten en feiten worden gestaafd voordat je haar overneemt.

Resultaat: Bewering (a) is een feit (controleerbaar cijfer), bewering (b) is een mening (waardeoordeel). Alleen het feit levert bewijs; de mening is een standpunt dat onderbouwing vraagt.

Eindexamen-focus

  • Je moet de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van een bron kunnen beoordelen met concrete argumenten (auteur, belang, actualiteit, controleerbaarheid).
  • Je moet in een bron feiten van meningen kunnen onderscheiden en vertekening (eenzijdigheid, suggestie) kunnen aanwijzen.

Veelgemaakte fouten

  • Betrouwbaarheid en bruikbaarheid door elkaar halen; betrouwbaar gaat over juistheid, bruikbaar over de aansluiting op je vraag.
  • Een mening als bewijs behandelen; alleen controleerbare feiten kunnen een bewering onderbouwen.

Actieve herhaling

Een belangenorganisatie publiceert op haar eigen website een onderzoek waaruit blijkt dat haar standpunt breed wordt gesteund. Beoordeel de betrouwbaarheid van deze bron met twee argumenten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 02

Argumentatie en redeneren#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een redenering (argumentatie) bestaat uit een standpunt en een of meer argumenten die dat standpunt ondersteunen (zie Afb. 2). Het standpunt is de mening die je verdedigt ('de leeftijd om te stemmen moet omlaag'); een argument is een reden die je daarvoor geeft ('want zestienjarigen zijn goed geinformeerd'). Een goede argumentatie maakt duidelijk welk standpunt wordt verdedigd en met welke redenen. Bij maatschappijleer moet je in een tekst het standpunt en de argumenten kunnen aanwijzen, en zelf een standpunt met argumenten kunnen onderbouwen. Signaalwoorden als 'omdat', 'daarom', 'want' en 'immers' helpen om argumenten en standpunt te herkennen.

Opbouw van een redenering

Opbouw redeneringGraaf, Feiten (bewijs) → Argument (reden), Waarden (wat telt) → Argument (reden), Argument (reden) → Standpunt (conclusie), Drogreden = ondeugdelijke stap → Standpunt (conclusie)Feiten (bewijs)Waarden (wattelt)Argument (reden)Standpunt(conclusie)Drogreden = ondeugdelijkestapschijnbaar
Afb. 2Afb. 2 — De opbouw van een argumentatie: van feiten en waarden via argumenten naar een standpunt; een drogreden is een ondeugdelijke stap.
Argumenten verschillen in soort en in kwaliteit. Een sterk argument steunt op controleerbare feiten of aanvaarde waarden en is direct van toepassing op het standpunt; een zwak argument steunt op een losse mening, een uitzondering of een onjuiste aanname. Belangrijk is het onderscheid tussen argumenten die op feiten steunen (bewijs) en argumenten die op waarden steunen (wat we belangrijk vinden). In een maatschappelijk debat botsen vaak niet de feiten maar de waarden: voor- en tegenstanders van een rookverbod zijn het eens over de gezondheidscijfers, maar verschillen over het gewicht van vrijheid tegenover gezondheid. Een goede redenering maakt haar waarden expliciet.
Een redenering kan formeel ondeugdelijk zijn: dan klopt de stap van argument naar conclusie niet, ook al lijkt hij overtuigend. Zulke denkfouten heten drogredenen. Veelvoorkomende drogredenen zijn: de persoon aanvallen in plaats van het argument (een tegenstander belachelijk maken zegt niets over zijn standpunt), een beroep op de massa ('iedereen vindt het, dus het klopt'), een beroep op onterecht gezag (een bekende noemen die geen deskundige is), en het hellend vlak (beweren dat een kleine stap onvermijdelijk tot een ramp leidt). Het herkennen van drogredenen hoort bij het kritisch beoordelen van teksten: een drogreden is geen geldig bewijs, hoe overtuigend hij ook klinkt.
De aanvaardbaarheid van een redenering beoordeel je met twee vragen: zijn de argumenten juist (waar en relevant), en volgt de conclusie er logisch uit? Een redenering kan waar zijn in de premissen maar toch niet kloppen als de conclusie er niet uit voortvloeit; omgekeerd kan een geldige redeneervorm onjuist zijn omdat een argument feitelijk niet klopt. Bij een examenopgave wordt vaak gevraagd om een gegeven redenering te beoordelen: benoem het standpunt, ga na of de argumenten deugen (feit of mening, relevant of niet), controleer op drogredenen en oordeel of het geheel de conclusie draagt. Zo pas je de logische denkvaardigheid van het vak concreet toe.
Uitgewerkt voorbeeld

Een redenering beoordelen

Beoordeel de redenering: 'We moeten cameratoezicht in de hele stad invoeren, want alle grote steden doen het al en anders wordt onze stad onveilig.' Benoem het standpunt en beoordeel de argumenten.

  1. 01Standpunt benoemen

    Het standpunt is: er moet cameratoezicht in de hele stad komen.

  2. 02Eerste argument

    'Alle grote steden doen het al' is een beroep op de massa: dat anderen het doen, bewijst niet dat het goed of nodig is (drogreden).

  3. 03Tweede argument

    'Anders wordt onze stad onveilig' is een hellend vlak: het beweert zonder bewijs dat het uitblijven van camera's onvermijdelijk tot onveiligheid leidt.

  4. 04Oordeel

    Beide argumenten zijn drogredenen; de redenering onderbouwt het standpunt niet deugdelijk. Er is bewijs (bijvoorbeeld criminaliteitscijfers) nodig.

Resultaat: Het standpunt (overal cameratoezicht) steunt op een beroep op de massa en een hellend vlak; beide zijn drogredenen. De redenering is niet aanvaardbaar zonder feitelijk bewijs over het effect van cameratoezicht.

Eindexamen-focus

  • Je moet in een tekst het standpunt en de argumenten kunnen aanwijzen en het onderscheid tussen feit- en waarde-argumenten kunnen maken.
  • Je moet veelvoorkomende drogredenen kunnen herkennen en de aanvaardbaarheid van een redenering kunnen beoordelen.

Veelgemaakte fouten

  • Elk zwak argument een drogreden noemen; een drogreden is een specifieke denkfout in de stap van argument naar conclusie.
  • Alleen naar de conclusie kijken; beoordeel ook of de argumenten juist en relevant zijn.

Actieve herhaling

In een discussie zegt iemand: 'Je hoeft niet naar die klimaatwetenschappers te luisteren, want zij vliegen zelf ook.' Benoem het standpunt dat wordt aangevallen, en leg uit welke drogreden hier wordt gebruikt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 03

Maatschappijwetenschappelijk onderzoek#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Bij maatschappijleer voer je soms zelf klein onderzoek uit, en dat verloopt volgens een vaste onderzoekscyclus met opeenvolgende stappen (zie Afb. 3). Je begint met een aanleiding en formuleert een heldere onderzoeksvraag, eventueel met deelvragen. Vervolgens kies je een methode om gegevens te verzamelen, verzamel je die gegevens, verwerk je ze (ordenen, in een grafiek of tabel zetten) en interpreteer je ze. Ten slotte trek je een conclusie die antwoord geeft op de onderzoeksvraag en beoordeel je hoe betrouwbaar je conclusie is. Deze stappen zorgen ervoor dat je conclusie niet op een losse indruk berust maar op systematisch verzamelde informatie.

De onderzoekscyclus

OnderzoekscyclusGraaf, Onderzoeksvraag → Methode kiezen, Methode kiezen → Gegevens verzamelen, Gegevens verzamelen → Verwerken en interpreteren, Verwerken en interpreteren → Conclusie, Conclusie → Reflectie en vervolg, Reflectie en vervolg → OnderzoeksvraagOnderzoeksvraagMethode kiezenGegevensverzamelenVerwerken eninterpreterenConclusieReflectie envervolg
Afb. 3Afb. 3 — De stappen van een maatschappijwetenschappelijk onderzoek als cyclus: van vraag tot conclusie en reflectie.
De kwaliteit van een onderzoek staat of valt met de onderzoeksvraag en de methode. Een goede onderzoeksvraag is duidelijk afgebakend, onderzoekbaar en niet sturend (ze bevat geen verborgen mening die het antwoord al vastlegt). De methode moet passen bij de vraag: voor cijfermatige gegevens over veel mensen gebruik je een enquete of bestaande statistieken (kwantitatief onderzoek), voor diepere motieven en beleving gebruik je interviews of observatie (kwalitatief onderzoek). Bij een enquete let je op de steekproef: die moet groot en representatief genoeg zijn om iets over de hele groep te kunnen zeggen, anders zijn de uitkomsten niet te generaliseren.
Betrouwbaarheid en validiteit zijn de twee maatstaven voor de kwaliteit van gegevens. Betrouwbaarheid gaat over de nauwkeurigheid en herhaalbaarheid: zou een herhaling van het onderzoek dezelfde uitkomst geven, of zit er veel toeval of meetfout in? Validiteit gaat over de vraag of je meet wat je wilt meten: meet je vraag echt wat je bedoelt, of meet ze iets anders (een vraag over 'geluk' die eigenlijk inkomen meet)? Een onderzoek kan betrouwbaar zijn (steeds dezelfde uitkomst) maar niet valide (het verkeerde meten). Bij het beoordelen van andermans onderzoek let je op beide, en op mogelijke vertekening door de manier van vragen of door de onderzochte groep.
De laatste stap is de conclusie en de reflectie. In de conclusie geef je op basis van de verwerkte gegevens een onderbouwd antwoord op de onderzoeksvraag, zonder meer te beweren dan de gegevens toelaten: een steekproef onder honderd scholieren zegt iets over die school, niet per se over alle jongeren in Nederland. Bij de reflectie beoordeel je de beperkingen van je onderzoek (was de steekproef groot genoeg, waren de vragen neutraal, welke storende factoren speelden mee) en doe je eventueel aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Deze eerlijke reflectie hoort bij goed onderzoek: ze laat zien dat je de reikwijdte en de zwakke plekken van je eigen conclusie kent.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onderzoek opzetten

Je wilt onderzoeken of leerlingen op jouw school tevreden zijn over de schoolkantine. Beschrijf een goede onderzoeksvraag, een passende methode en een aandachtspunt voor de betrouwbaarheid.

  1. 01Onderzoeksvraag

    Formuleer een neutrale, afgebakende vraag: 'In welke mate zijn de leerlingen van onze school tevreden over het aanbod en de prijzen van de schoolkantine?'

  2. 02Methode

    Kies een enquete (kwantitatief) onder een representatieve steekproef uit alle leerjaren, zodat je een cijfermatig beeld van de hele school krijgt.

  3. 03Aandachtspunt

    Zorg voor een voldoende grote en gevarieerde steekproef en neutrale vragen, zodat de uitkomst betrouwbaar en niet sturend is.

Resultaat: Een neutrale, afgebakende onderzoeksvraag gecombineerd met een enquete onder een representatieve steekproef geeft een betrouwbaar beeld van de tevredenheid; de vragen moeten neutraal zijn om vertekening te voorkomen.

Eindexamen-focus

  • Je moet de stappen van de onderzoekscyclus kunnen benoemen en een goede onderzoeksvraag en passende methode kunnen kiezen.
  • Je moet de begrippen betrouwbaarheid, validiteit en representativiteit kunnen toepassen bij het beoordelen van onderzoek.

Veelgemaakte fouten

  • Betrouwbaarheid en validiteit verwarren; betrouwbaar is nauwkeurig/herhaalbaar, valide is het juiste meten.
  • Een conclusie te breed trekken; een kleine of eenzijdige steekproef mag je niet zomaar generaliseren naar de hele bevolking.

Actieve herhaling

Een leerling onderzoekt de politieke voorkeur van jongeren en vraagt dit alleen aan de leden van de eigen debatclub. Leg uit waarom deze conclusie niet naar alle jongeren mag worden gegeneraliseerd.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Bronnen en informatievaardigheden◐
    • 02Argumentatie en redeneren◐
    • 03Maatschappijwetenschappelijk onderzoek◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Vaardigheden: bronnen, argumentatie en onderzoek

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl

Vorig onderwerp

Wat is maatschappijleer: de drie benaderingswijzen

Volgend onderwerp

Rechtsstaat: grondbeginselen en machtenscheiding

EuraStudy·Samenvattingen T·02·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.