EuraStudy
Samenvattingen/Bedrijfseconomie/Marketingbeleid
Samenvattingen · BedrijfseconomieNL · HAVO

Marketingbeleid

Domein E2 werkt het marketingbeleid uit met de marketingmix: de instrumenten waarmee een organisatie haar doelgroep bewerkt — de vier (of vijf) P's: Product, Prijs, Plaats, Promotie en Personeel. Je leert per P de keuzemogelijkheden, de prijsstrategieën, de distributie- en promotiekeuzes, en hoe de instrumenten op elkaar en op de gekozen doelgroep en positionering moeten worden afgestemd. Je berekent onder meer verkoopprijzen en beoordeelt een marketingmix.

3 Onderdelen·~15 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·111111 / 16
Examenprofiel
De marketingmix (de vier/vijf P's) beschrijven en de instrumenten per P benoemen.Prijsstrategieën onderscheiden (kostprijsplus, marktgericht, penetratie, afroming) en een verkoopprijs berekenen.Distributie (plaats) en promotie-instrumenten beschrijven en kiezen.De marketingmix afstemmen op de doelgroep en positionering en de samenhang tussen de P's beoordelen.
Operatoren:berekenleg uitverklaarberedeneerbeoordeel

basisniveau

Zorg dat je de vier/vijf P's kent, per P voorbeelden kunt geven, en een verkoopprijs met een opslag op de kostprijs of vanuit een gewenste marge kunt berekenen.

verhoogd niveau

Redeneer over de samenhang: waarom moeten de P's op elkaar en op de positionering aansluiten, en waarom past een lage prijs niet bij een luxepositionering met exclusieve distributie?

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Marketingbeleid
    • 01De marketingmix: de vier en vijf P's○
    • 02Prijsstrategieën en de verkoopprijs berekenen◐
    • 03Samenhang en afstemming van de marketingmix◐
§ 01

De marketingmix: de vier en vijf P's#

●○○BasisLPexamenblad-nl

De marketingmix rond de doelgroep

De marketingmixGraaf, Product → Doelgroep, Prijs → Doelgroep, Plaats → Doelgroep, Promotie → Doelgroep, Personeel → DoelgroepDoelgroepProductPrijsPlaatsPromotiePersoneel
Afb. 1De marketingmix: de vijf instrumenten (Product, Prijs, Plaats, Promotie, Personeel) zijn alle gericht op dezelfde doelgroep en moeten op elkaar en op de positionering worden afgestemd.

Kernpunten

Zodra de organisatie haar doelgroep en positionering heeft gekozen (domein E1), bewerkt zij de markt met de marketingmix: het samenhangende geheel van instrumenten waarmee zij de doelgroep bereikt en overtuigt. Klassiek bestaat de mix uit vier P's: Product, Prijs, Plaats en Promotie. Bij diensten wordt daar vaak een vijfde P aan toegevoegd: Personeel, omdat bij dienstverlening de mensen die de dienst leveren onderdeel van het product zijn. De kracht van het model is dat het alle marketingbeslissingen ordent in een handzaam kader: wat verkoop ik (product), voor hoeveel (prijs), waar (plaats) en hoe maak ik het bekend (promotie), en met wie lever ik het (personeel).
De eerste P, Product, gaat over wat de organisatie aanbiedt en alles daaromheen. Het omvat niet alleen het fysieke product of de kernservice, maar ook de kwaliteit, het assortiment (de breedte en diepte van het aanbod), het merk, de verpakking, de vormgeving en de service en garantie. Al deze elementen bepalen samen hoe de klant het product waardeert. Een sterk merk en goede service kunnen een product onderscheiden van vergelijkbare producten van concurrenten en rechtvaardigen soms een hogere prijs. De productbeslissing is daarmee de kern van de mix: de andere drie P's zijn er om dit product bij de juiste klant te krijgen tegen de juiste voorwaarden.
De tweede P, Prijs, bepaalt wat de klant betaalt en is de enige P die direct geld binnenbrengt in plaats van kost. De prijs beïnvloedt zowel de afzet (een hogere prijs remt de vraag, afhankelijk van de prijselasticiteit) als de winst per stuk. Naast de kale verkoopprijs horen bij deze P ook kortingen, betalingsvoorwaarden en marges. De prijs moet passen bij de positionering: een premiumproduct met een lage prijs verwart de klant. De prijsstrategieën — hoe je tot een prijs komt — worden in het volgende onderdeel uitgewerkt, want juist bij bedrijfseconomie is de prijsstelling een rekenkundig onderwerp dat aansluit op de kostprijs uit domein F.
De derde P, Plaats (distributie), gaat over hoe het product bij de klant komt: via welke verkoopkanalen en tussenschakels. De organisatie kiest de distributiekanalen (directe verkoop, groothandel, detailhandel, online) en de distributie-intensiteit. Die intensiteit kent drie vormen: intensieve distributie (overal verkrijgbaar, voor massaproducten zoals frisdrank), selectieve distributie (bij een beperkt aantal geselecteerde verkooppunten, voor merkkleding) en exclusieve distributie (bij zeer weinig, zorgvuldig gekozen punten, voor luxeproducten zoals dure horloges). De keuze van de distributie moet aansluiten bij de positionering: een luxeproduct hoort niet in elke supermarkt, en een massaproduct moet juist overal te koop zijn.
De vierde P, Promotie, omvat alle communicatie waarmee de organisatie de doelgroep informeert, overtuigt en herinnert. De promotiemix bestaat uit reclame (betaalde massacommunicatie), persoonlijke verkoop (direct contact met de klant), sales promotion (tijdelijke acties zoals kortingen en spaaracties), public relations (het onderhouden van een goed imago) en direct marketing (gerichte benadering per e-mail of post). De vijfde P, Personeel, ten slotte, erkent dat bij diensten de medewerker het gezicht van de organisatie is: zijn kennis, vriendelijkheid en betrouwbaarheid bepalen mede de ervaren kwaliteit. Op het examen moet je de instrumenten per P kunnen benoemen én zien dat de P's samen één consistent geheel moeten vormen — het onderwerp van het laatste onderdeel.
Uitgewerkt voorbeeld

Een consistente marketingmix voor een luxeproduct

Een merk van luxe zonnebrillen positioneert zich als exclusief. Beschrijf per P een passende keuze en leg uit waarom een lage prijs en intensieve distributie niet passen.

  1. 01Stap 1 — Product en Prijs

    Product: hoge kwaliteit, sterk merk, luxe verpakking en garantie. Prijs: een hoge prijs die de exclusiviteit onderstreept.

    hoge kwaliteit⇒hoge prijs\text{hoge kwaliteit} \Rightarrow \text{hoge prijs}hoge kwaliteit⇒hoge prijs
  2. 02Stap 2 — Plaats en Promotie

    Plaats: exclusieve distributie bij weinig, geselecteerde verkooppunten. Promotie: stijlvolle reclame in luxe media en public relations, geen massale kortingsacties.

    exclusieve distributie+stijlvolle promotie\text{exclusieve distributie} + \text{stijlvolle promotie}exclusieve distributie+stijlvolle promotie
  3. 03Stap 3 — Waarom een lage prijs en intensieve distributie niet passen

    Een lage prijs en verkrijgbaarheid in elke winkel ondermijnen de exclusiviteit: de klant koppelt luxe aan schaarste en een hoge prijs, dus de P's zouden elkaar tegenspreken.

    lage prijs+intensief≠exclusief imago\text{lage prijs} + \text{intensief} \ne \text{exclusief imago}lage prijs+intensief=exclusief imago

Resultaat: Resultaat: een consistente mix voor een luxeproduct combineert hoge kwaliteit, een hoge prijs, exclusieve distributie en stijlvolle promotie. Een lage prijs of intensieve distributie zou de exclusieve positionering tegenspreken — de P's moeten elkaar versterken, niet ondermijnen.

Eindexamen-focus

  • Je moet de vier/vijf P's (Product, Prijs, Plaats, Promotie, Personeel) benoemen en per P de belangrijkste instrumenten geven.
  • Het examen verwacht dat je de distributie-intensiteit (intensief, selectief, exclusief) en de promotiemix herkent en bij een product een passende keuze beargumenteert.

Veelgemaakte fouten

  • De marketingmix beperken tot promotie/reclame en de andere P's vergeten.
  • De distributievormen (intensief/selectief/exclusief) verwisselen of niet aan de positionering koppelen.
  • Personeel als vijfde P over het hoofd zien bij diensten, waar de medewerker onderdeel van het product is.

Actieve herhaling

Een merk van luxe zonnebrillen wil zich als exclusief en hoogwaardig positioneren. Beschrijf voor elk van de vier P's een keuze die bij deze positionering past, en leg uit waarom een lage prijs of intensieve distributie hier niet zouden passen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Prijsstrategieën en de verkoopprijs berekenen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Prijsstrategieën vergeleken

PrijsstrategieënTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Strategie · Prijs · Wanneer passend; Kostprijsplus · kostprijs + opslag · kostenbewust; Penetratie · laag · prijsgevoelige massamarkt; Afroming · hoog · innovatief, kopgroepSTRATEGIEPRIJSWANNEER PASSENDKOSTPRIJSPLUSkostprijs + opslagkostenbewustPENETRATIElaagprijsgevoelige massamarktAFROMINGhooginnovatief, kopgroepPrijsstrategieën
Afb. 2Drie prijsstrategieën naast elkaar. De kostprijsplusmethode dekt kosten plus winst; penetratie kiest een lage prijs voor marktaandeel; afroming een hoge prijs voor de klanten die veel willen betalen.

Kernpunten

De prijs is de enige P die direct opbrengsten genereert, en er zijn verschillende manieren om tot een prijs te komen. De meest bedrijfseconomische is de kostprijsplusmethode (kostengeoriënteerd): je berekent de kostprijs per product en telt daar een winstopslag bij. De verkoopprijs is dan verkoopprijs=kostprijs×(1+opslagpercentage)\text{verkoopprijs} = \text{kostprijs} \times (1 + \text{opslagpercentage})verkoopprijs=kostprijs×(1+opslagpercentage), of gelijkwaardig de kostprijs plus een vast opslagbedrag. Deze methode garandeert dat elke verkoop de kosten dekt plus winst oplevert, maar houdt geen rekening met wat de klant wil betalen of wat de concurrent vraagt. Zij is de basisberekening die op het examen het vaakst terugkomt en die aansluit op de kostprijs uit domein F.
Tegenover de kostengeoriënteerde prijs staan de vraag- en concurrentiegeoriënteerde methoden. Bij een vraaggeoriënteerde prijs kijk je naar wat de klant maximaal wil betalen (de belevingswaarde) en zet je de prijs daarop af, ongeacht de kostprijs — mogelijk als het product zich sterk onderscheidt. Bij een concurrentiegeoriënteerde prijs richt je je op de prijzen van de concurrentie: je gaat eronder zitten, erboven, of er precies op. Welke methode passend is, hangt af van de markt en de positionering: op een markt met veel gelijke aanbieders (veel concurrentie) domineert de concurrentieprijs, bij een uniek product de vraagprijs, en bij een kostenbewuste aanpak de kostprijsplusmethode.
Bij de introductie van een nieuw product bestaan twee klassieke prijsstrategieën die tegengesteld werken. Bij penetratieprijs zet je een láge introductieprijs om snel een groot marktaandeel te veroveren; je verdient weinig per stuk maar veel door het volume, en je maakt het concurrenten moeilijk. Bij afroomprijs (skimming) zet je juist een hóge introductieprijs om eerst de klanten te bedienen die veel willen betalen (de 'kopgroep'), en verlaag je de prijs later stapsgewijs om ook prijsgevoeliger klanten te bereiken. Penetratie past bij een prijsgevoelige massamarkt, afromen bij een innovatief product waarvoor sommige klanten graag een premie betalen. De keuze hangt samen met de positionering en de prijselasticiteit van de doelgroep.
De verkoopprijs die de klant betaalt, bevat vaak ook de btw, en dat vraagt om zorgvuldig rekenen zoals in domein A. De consumentenprijs (inclusief btw) is de prijs exclusief btw maal de btw-factor: bij 21% is dat maal 1,211{,}211,21. Voor de organisatie telt de prijs exclusief btw als opbrengst, want de btw draagt zij af. Bij het rekenen aan prijzen moet je dus scherp onderscheiden of een gegeven prijs inclusief of exclusief btw is, en of je vanuit de kostprijs naar de verkoopprijs rekent (opslag erbij) of vanuit een gewenste marge terugrekent. Deze rekenlijn — kostprijs → opslag → verkoopprijs exclusief btw → prijs inclusief btw — komt op het examen regelmatig terug.
Ten slotte kan de prijs ook vanuit een gewenste marge worden bepaald in plaats van vanuit een opslag op de kostprijs, en het is belangrijk het verschil te zien. Een opslag (marge op inkoop) berekent de winst als percentage van de inkoop- of kostprijs; een marge op verkoop berekent de winst als percentage van de verkoopprijs. Een opslag van 25% op een inkoopprijs van € 80 geeft een verkoopprijs van € 100 (€ 20 winst = 25% van € 80), maar die € 20 is slechts 20% van de verkoopprijs. Wie de twee verwart, rekent de prijs verkeerd. Op het examen moet je uit de context afleiden of het percentage over de kost-/inkoopprijs of over de verkoopprijs gaat, en de verkoopprijs correct berekenen — een klassieke valkuil waarop veel punten staan.
verkoopprijs=kostprijs×(1+opslagpercentage)\text{verkoopprijs} = \text{kostprijs} \times (1 + \text{opslagpercentage})verkoopprijs=kostprijs×(1+opslagpercentage)

kostprijsplusmethode

De kostprijs vermeerderd met een winstopslag; de opslag is een percentage van de kostprijs.

Uitgewerkt voorbeeld

Verkoopprijs berekenen met opslag en btw

Een fabrikant heeft een kostprijs van € 40 per product en hanteert een winstopslag van 35% op de kostprijs. Bereken de verkoopprijs exclusief btw, de consumentenprijs inclusief 21% btw, en het winstpercentage berekend over de verkoopprijs exclusief btw.

  1. 01Stap 1 — Bereken de verkoopprijs exclusief btw

    Vermenigvuldig de kostprijs met (1 + opslagpercentage).

    40×1,35=5440 \times 1{,}35 = 5440×1,35=54
  2. 02Stap 2 — Bereken de consumentenprijs inclusief btw

    Vermenigvuldig de prijs exclusief btw met de btw-factor 1,21.

    54×1,21=65,3454 \times 1{,}21 = 65{,}3454×1,21=65,34
  3. 03Stap 3 — Bereken de winst als percentage van de verkoopprijs

    De winst is € 14 (54 − 40); uitgedrukt als percentage van de verkoopprijs exclusief btw.

    54−4054×100%=1454×100%≈25,9%\frac{54 - 40}{54} \times 100\% = \frac{14}{54} \times 100\% \approx 25{,}9\%5454−40​×100%=5414​×100%≈25,9%

Resultaat: Resultaat: de verkoopprijs exclusief btw is € 54, de consumentenprijs inclusief btw € 65,34. De winst van € 14 is 35% van de kostprijs, maar slechts ongeveer 25,9% van de verkoopprijs — precies het verschil tussen een opslag op de kostprijs en een marge op de verkoopprijs.

Eindexamen-focus

  • Je moet een verkoopprijs berekenen met de kostprijsplusmethode (kostprijs × (1 + opslag)) en het verschil tussen een opslag op de kostprijs en een marge op de verkoopprijs beheersen.
  • Het examen verwacht dat je de prijsstrategieën (kosten-, vraag-, concurrentiegeoriënteerd; penetratie versus afroming) herkent en bij een situatie beargumenteert.

Veelgemaakte fouten

  • Een opslag op de kostprijs verwarren met een marge op de verkoopprijs; dat geeft een verkeerde verkoopprijs.
  • Penetratieprijs (laag, voor marktaandeel) en afroomprijs (hoog, voor de kopgroep) verwisselen.
  • Btw vergeten of verkeerd toepassen bij het omrekenen van de verkoopprijs exclusief naar inclusief btw.

Actieve herhaling

Een fabrikant heeft een kostprijs van € 40 per product en hanteert een winstopslag van 35% op de kostprijs. Bereken de verkoopprijs exclusief btw en de consumentenprijs inclusief 21% btw. Bereken vervolgens hoeveel procent de winst bedraagt van de verkoopprijs exclusief btw.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Samenhang en afstemming van de marketingmix#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

De marketingmix afgestemd op de positionering

Positionering stuurt de mixGraaf, Positionering → Product, Positionering → Prijs, Positionering → Plaats, Positionering → PromotiePositioneringProductPrijsPlaatsPromotie
Afb. 3De positionering is de rode draad: elk van de vier P's moet de gekozen positie ondersteunen. Alleen als product, prijs, plaats en promotie in lijn liggen met de positionering, is de mix consistent en geloofwaardig.

Kernpunten

De marketingmix is meer dan de som van vier of vijf losse keuzes: de instrumenten moeten op elkaar én op de gekozen doelgroep en positionering worden afgestemd. Dit heet de interne consistentie van de mix. Een luxepositionering vraagt om een hoogwaardig product, een hoge prijs, exclusieve distributie en stijlvolle promotie; een discountpositionering juist om een sober product, een lage prijs, intensieve distributie en actiegerichte promotie. Als de P's elkaar tegenspreken — een topproduct tegen een bodemprijs, of luxe reclame voor een product dat overal goedkoop ligt — raakt de klant in verwarring en verliest het merk geloofwaardigheid. De kunst van het marketingbeleid is de P's zó te kiezen dat ze elkaar versterken.
De afstemming begint bij de positionering, de gewenste plaats in het hoofd van de klant. De positionering is als het ware de rode draad die door alle P's loopt: elke keuze moet die positie ondersteunen. Wil een merk 'de duurzaamste' zijn, dan uit zich dat in een duurzaam product, een prijs die de meerkosten dekt, distributie via kanalen die duurzaamheid uitstralen, en promotie die de duurzame boodschap vertelt. De doelgroep bepaalt vervolgens de invulling: jongeren bereik je via andere kanalen en met andere promotie dan ouderen. Zo grijpt domein E2 terug op de segmentatie, targeting en positionering van domein E1: eerst kiezen op wie en met welk imago, dan de mix daarop afstemmen.
Een organisatie kan haar marketingmix niet vrij en los van de omgeving bepalen; zij opereert binnen de grenzen van de markt, de concurrentie en de wetgeving. De prijs wordt begrensd door wat de klant wil betalen en wat de concurrent vraagt; de promotie door regels over misleidende reclame; de distributie door de beschikbare kanalen. Bovendien reageren concurrenten op de mix: een prijsverlaging kan een prijzenoorlog uitlokken. Het marketingbeleid is daarmee een voortdurende afstemming van de interne mix op de externe omgeving (domein B4), waarbij de organisatie haar sterke punten uitspeelt tegen de kansen in de markt.
De marketingmix is bovendien niet statisch, maar verandert met de levensfase van het product. In de productlevenscyclus doorloopt een product de fasen introductie, groei, volwassenheid (verzadiging) en neergang, en in elke fase past een andere mix. Bij de introductie ligt de nadruk op bekendheid (veel promotie) en een keuze tussen penetratie- of afroomprijs; in de groeifase op distributie-uitbreiding; in de volwassenheidsfase op differentiatie en prijsconcurrentie omdat de markt verzadigt; en in de neergang op afbouw of vernieuwing. Een organisatie past haar mix dus aan naarmate het product ouder wordt, en beslist wanneer zij investeert in vernieuwing of het product laat uitlopen.
Voor het examen komt het erop aan dat je een marketingmix niet alleen kunt beschrijven, maar ook kunt beoordelen op samenhang. Een goede vraag is: passen de vier P's bij elkaar en bij de positionering, of zit er een tegenstrijdigheid in? Je moet een gegeven mix kunnen analyseren, een inconsistentie kunnen aanwijzen (bijvoorbeeld een luxeproduct met een bodemprijs) en een verbetering kunnen voorstellen. Zo brengt dit onderdeel de losse instrumenten samen tot één coherent marketingbeleid, dat de klant een helder en geloofwaardig beeld geeft en daarmee de organisatiedoelen — omzet, marktaandeel, winst — het best dient.
Uitgewerkt voorbeeld

Een inconsistente marketingmix repareren

Een merk positioneert zich als 'betaalbare duurzaamheid' voor jonge gezinnen, maar kiest exclusieve distributie bij dure designwinkels en een hoge prijs. Wijs de inconsistentie aan en stel per P een aanpassing voor.

  1. 01Stap 1 — Bepaal de positionering en de doelgroep

    De positie is 'betaalbaar én duurzaam' voor jonge gezinnen — een prijsbewuste, brede doelgroep.

    positie: betaalbaar+doelgroep: jonge gezinnen\text{positie: betaalbaar} + \text{doelgroep: jonge gezinnen}positie: betaalbaar+doelgroep: jonge gezinnen
  2. 02Stap 2 — Wijs de inconsistentie aan

    Een hoge prijs en exclusieve distributie bij dure designwinkels spreken 'betaalbaar' en 'jonge gezinnen' tegen: de doelgroep komt daar niet en kan het niet betalen.

    hoge prijs+exclusief≠betaalbaar\text{hoge prijs} + \text{exclusief} \ne \text{betaalbaar}hoge prijs+exclusief=betaalbaar
  3. 03Stap 3 — Stel aanpassingen voor

    Prijs: verlagen naar een betaalbaar niveau. Plaats: intensieve of selectieve distributie via supermarkten of webwinkels waar gezinnen komen. Promotie: gericht op gezinnen, met de duurzame én betaalbare boodschap.

    prijs↓,distributie breed,promotie op gezinnen\text{prijs} \downarrow, \quad \text{distributie breed}, \quad \text{promotie op gezinnen}prijs↓,distributie breed,promotie op gezinnen

Resultaat: Resultaat: de hoge prijs en exclusieve distributie botsen met de betaalbare positionering en de doelgroep van jonge gezinnen. Een consistente mix verlaagt de prijs, kiest brede distributie via kanalen waar gezinnen komen, en richt de promotie op hen — zodat alle P's de positie 'betaalbare duurzaamheid' ondersteunen.

Eindexamen-focus

  • Je moet beoordelen of een marketingmix intern consistent is: passen de P's bij elkaar en bij de doelgroep en positionering?
  • Het examen verwacht dat je een inconsistentie in een gegeven mix aanwijst en een passende aanpassing voorstelt, en de mix aan de productlevenscyclus kunt koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • De P's los van elkaar beoordelen zonder te kijken of ze bij elkaar en bij de positionering passen.
  • De positionering negeren, waardoor een op zichzelf logische keuze toch niet bij het merk past.
  • De productlevenscyclus vergeten: dezelfde mix past niet in elke fase van het productleven.

Actieve herhaling

Een startend merk positioneert zich als 'betaalbare duurzaamheid' voor jonge gezinnen, maar kiest voor exclusieve distributie bij enkele dure designwinkels en een hoge prijs. Wijs de inconsistentie in deze marketingmix aan en stel per betrokken P een passende aanpassing voor.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01De marketingmix: de vier en vijf P's○
    • 02Prijsstrategieën en de verkoopprijs berekenen◐
    • 03Samenhang en afstemming van de marketingmix◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Marketingbeleid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO)

Vorig onderwerp

Doel en organisatie van marketingactiviteiten

Volgend onderwerp

Marketing vanuit consument en samenleving

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.