Om muziek te kunnen benoemen moet je horen wie er speelt. Dit onderwerp behandelt de instrumentfamilies van het orkest (strijkers, houtblazers, koperblazers, slagwerk, toetsen), de wetenschappelijke indeling naar klankopwekking (Hornbostel-Sachs: idiofoon, membranofoon, chordofoon, aerofoon, elektrofoon), de menselijke stemsoorten met hun toonhoogtebereik, en de standaardensembles en bezettingen (strijkkwartet, symfonieorkest, koor, bigband, popband). Bezetting herkennen is een kernvaardigheid van de luistertoets.
3 Onderdelen~10 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor iedereen: leer de vijf instrumentfamilies en de standaardensembles herkennen; dat volstaat voor de meeste bezettingsvragen.
verhoogd niveau
Verdieping: instrumenten indelen naar klankopwekking (Hornbostel-Sachs) en fijnere bezettingen (kamermuziek, bigband) op gehoor benoemen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De instrumentfamilies
Je hoort een nasaal, doordringend blaasinstrument dat een lange, zingende solo speelt. Om welke familie en welk instrument kan het gaan?
Een blaasinstrument met een rietachtige, nasale klank hoort bij de houtblazers, niet bij het koper (dat schettert of rond klinkt).
Nasaal en doordringend, geschikt voor een zingende solo, past bij de hobo.
De fluit is te zuiver/helder, de klarinet ronder, de fagot te donker en laag.
De typische hobosolo (bijvoorbeeld het stemmen van het orkest of een pastorale melodie) bevestigt de keuze.
Resultaat: Het is een houtblazer, en wel de hobo: nasaal, doordringend en zangerig. Door eerst de familie (hout) en dan het karakter te bepalen, kom je betrouwbaar bij het juiste instrument.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beluister een orkestfragment en noteer welke instrumentfamilies je hoort, met per familie minstens een concreet instrument. Geef aan welke familie de melodie draagt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — instrumentfamilies (CvTE / Examenblad)
De Hornbostel-Sachs-indeling
Deel een gong, een pauk en een harp in naar Hornbostel-Sachs.
Bij een gong trilt het metaal van het instrument zelf: een idiofoon.
Bij een pauk trilt een gespannen vel over de ketel: een membranofoon.
Bij een harp trillen gespannen snaren: een chordofoon.
Telkens is de vraag: wat trilt? Lichaam, vel of snaar bepaalt de klasse.
Resultaat: Gong = idiofoon (lichaam trilt), pauk = membranofoon (vel trilt), harp = chordofoon (snaar trilt). De vraag wat trilt er leidt betrouwbaar naar de juiste klasse, ook bij onbekende of niet-westerse instrumenten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Deel de volgende instrumenten in naar Hornbostel-Sachs: een gong, een pauk, een harp, een trompet en een synthesizer. Zeg bij elk wat er trilt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — indeling van instrumenten (CvTE / Examenblad)
De stemsoorten en hun bereik
Je hoort een klein ensemble van vier strijkers zonder dirigent, die een fijnmazig, gelijkwaardig samenspel voeren. Welke bezetting is dit en wat zegt het over genre?
Vier strijkers, geen blazers of slagwerk, geen dirigent.
Twee violen, een altviool en een cello vormen een strijkkwartet.
Het strijkkwartet is bij uitstek kamermuziek: intiem, voor een kleine ruimte.
Het strijkkwartet ontstond in de klassieke periode (Haydn) en bleef daarna een kerngenre, dus klassiek of later.
Resultaat: Het is een strijkkwartet (twee violen, altviool, cello): kamermuziek die in de klassieke periode ontstond. De bezetting alleen al verraadt genre en globale periode — vandaar dat je er bij elke luistervraag mee begint.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beluister drie fragmenten met verschillende bezettingen (bijvoorbeeld een strijkkwartet, een bigband en een popband) en benoem van elk de bezetting en het waarschijnlijke genre, met onderbouwing uit de gehoorde instrumenten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Syllabus muziek vwo — stemsoorten en ensembles (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad