Dit onderwerp behandelt de rol van de overheid op de arbeidsmarkt en bij de inkomensverdeling. Je leert de taken van de overheid in de economie kennen, begrijpt de arbeidsverhoudingen en het overlegmodel (het poldermodel met werkgevers, werknemers, overheid en de SER), en kunt uitleggen hoe de overheid via belastingen en uitkeringen inkomens herverdeelt.
4 Onderdelen~12 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: de overheid beïnvloedt werkgelegenheid en inkomens, en overlegt daarover met werkgevers en werknemers.
verhoogd niveau
Verdieping: analyseer het poldermodel en de herverdeling en weeg de visies links en rechts op de rol van de overheid tegen elkaar af.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Taken van de overheid op de arbeidsmarkt
De overheid verhoogt het wettelijk minimumloon en financiert tegelijk omscholingstrajecten voor werklozen. Welke twee taken van de overheid herken je?
Het verhogen van het minimumloon beschermt werknemers en waarborgt bestaanszekerheid: de beschermende taak.
Omscholingstrajecten helpen werklozen aan nieuw werk: de taak om de werkgelegenheid te bevorderen (arbeidsmarktbeleid).
De overheid combineert bescherming (loon) met activering (omscholing) — twee kerntaken tegelijk.
Resultaat: Het minimumloon hoort bij de beschermende taak, de omscholing bij het bevorderen van werkgelegenheid — twee taken van de overheid op de arbeidsmarkt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom de overheid ingrijpt op de arbeidsmarkt en noem drie taken die zij daarbij vervult, elk met een voorbeeld.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — overheid en arbeidsmarkt (CvTE / Examenblad)
Het poldermodel
De regering wil de AOW-leeftijd wijzigen en vraagt eerst advies aan de SER, waarin werkgevers en werknemers samen een standpunt innemen. Leg uit waarom dit advies zo zwaar weegt.
De SER bestaat uit werkgevers, werknemers en onafhankelijke kroonleden — een brede vertegenwoordiging.
Als werkgevers én werknemers het eens worden, staat er een breed draagvlak achter het advies.
De regering kan zo'n breed gedragen advies moeilijk negeren zonder het overleg en het draagvlak te schaden.
Resultaat: Doordat werkgevers en werknemers zich in de SER achter één advies scharen, heeft dat advies veel gezag en kan de regering er moeilijk omheen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe het poldermodel de ongelijke machtsverhouding tussen werkgever en werknemer helpt te corrigeren, en noem de rol van de SER daarin.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — arbeidsverhoudingen en poldermodel (CvTE / Examenblad)
Progressieve inkomstenbelasting (illustratief)
Iemand verdient 40 000 euro loon, betaalt 9 000 euro belasting en ontvangt 1 000 euro aan toeslagen. Bepaal het primaire en het secundaire inkomen en leg uit hoe de herverdeling werkt.
Het inkomen uit de markt vóór ingrijpen: het loon van 40 000 euro.
Na herverdeling: 40 000 − 9 000 (belasting) + 1 000 (toeslag) = 32 000 euro besteedbaar.
De belasting neemt inkomen af (meer bij hoge inkomens), toeslagen voegen toe (meer bij lage inkomens); zo verkleint de overheid de verschillen.
Resultaat: Primair inkomen 40 000 euro, secundair inkomen 32 000 euro; via belasting en toeslagen herverdeelt de overheid het inkomen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe progressieve belasting en uitkeringen samen de inkomensverschillen verkleinen, en noem één argument voor en één tegen sterke herverdeling.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — inkomensverdeling en herverdeling (CvTE / Examenblad)
Twee visies op de rol van de overheid
Partij X wil de bijstand verlagen en de belastingen verlagen om werken lonender te maken; partij Y wil het minimumloon en de uitkeringen juist verhogen. Plaats beide standpunten bij de juiste visie.
Lagere uitkeringen en belastingen, nadruk op prikkels en eigen verantwoordelijkheid: de rechtse (liberale) visie.
Hogere uitkeringen en minimumloon, nadruk op bescherming en gelijkheid: de linkse (sociaaldemocratische) visie.
X leunt op vrijheid en doelmatigheid, Y op gelijkheid en solidariteit — de tegenstelling uit de stromingen.
Resultaat: Partij X vertegenwoordigt de rechtse visie (kleine overheid, prikkels), partij Y de linkse visie (actieve overheid, bescherming).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk de linkse en rechtse visie op de verzorgingsstaat en beredeneer welke waarde (gelijkheid of vrijheid) elk het zwaarst laat wegen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — visies op de rol van de overheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad