Dit onderwerp behandelt de grondrechten: de rechten die een beschermde ruimte om de burger trekken. Je leert klassieke (vrijheids-) grondrechten van sociale grondrechten onderscheiden, kent de rol van de Grondwet en van mensenrechtenverdragen (EVRM, UVRM), en leert een casus met botsende grondrechten analyseren en afwegen.
3 Onderdelen~10 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 1 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: klassieke grondrechten beschermen je vrijheid tegen de overheid, sociale grondrechten verplichten de overheid tot zorg.
verhoogd niveau
Verdieping: analyseer botsende grondrechten en de rol van internationale verdragen bij de bescherming en begrenzing ervan.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Grondrechten op drie niveaus
Een burger vindt dat een nieuwe wet zijn privacy schendt. Kan de rechter deze wet aan de Grondwet toetsen? En zijn er andere mogelijkheden?
Nee: artikel 120 Grondwet bevat een toetsingsverbod — de rechter mag wetten niet aan de Grondwet toetsen.
Ja: de rechter mag de wet wél toetsen aan het EVRM (recht op privacy, artikel 8), want dat verdrag heeft rechtstreekse werking.
Als de wet in strijd is met het EVRM, kan de rechter haar buiten toepassing laten — via het verdrag, niet via de Grondwet.
Resultaat: De rechter mag de wet niet aan de Grondwet toetsen (toetsingsverbod), maar wél aan het EVRM; via het verdrag kan de privacyschending alsnog worden aangevochten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom het EVRM in de praktijk vaak een krachtiger bescherming biedt dan de Grondwet, en betrek daarbij het toetsingsverbod.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — Grondwet en mensenrechtenverdragen (CvTE / Examenblad)
Botsing van grondrechten
Een cabaretier maakt in een voorstelling een grove grap over een religieuze groep; leden van die groep voelen zich beledigd en gediscrimineerd. Analyseer deze botsing van grondrechten.
De cabaretier beroept zich op de vrijheid van meningsuiting; de groep op bescherming tegen discriminatie (art. 1 Gw) en op godsdienstvrijheid.
Er is geen vaste rangorde; de rechter weegt de context: is het een bijdrage aan het publieke debat of nodeloos kwetsend en aanzettend tot haat?
Artistieke en maatschappelijke uitingen genieten ruime bescherming, maar aanzetten tot haat of discriminatie kan de grens overschrijden; de afweging valt per geval anders uit.
Resultaat: Het is een botsing tussen vrijheid van meningsuiting en het discriminatieverbod; de rechter weegt beide af aan de hand van de context — er is geen automatische winnaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf een eigen voorbeeld van twee botsende grondrechten. Benoem beide rechten, de betrokken belangen en waarden, en beredeneer hoe de afweging zou kunnen uitvallen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — botsing en beperking van grondrechten (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad