Het examenprogramma vraagt reflectie op ten minste drie cultuurdomeinen: de gebieden waarin de antieke cultuur zich uitdrukt. Dit onderwerp geeft een overzicht van die domeinen (verhalengoed, drama, beeldende kunst, architectuur, filosofie) en werkt de twee minst tekstuele domeinen uit: de beeldende kunst (met haar perioden en beeldhouwkunst) en de architectuur (de tempel en de drie bouworden). Daarna komt de samenhang tussen de domeinen aan bod. Deze cultuurhistorische kennis is SE-stof en ondersteunt de cultuurhistorische reflectie in het centraal examen.
4 Onderdelen~16 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
De cultuurdomeinen bieden de context om teksten cultuurhistorisch te duiden; ten minste drie domeinen worden in het SE bestudeerd.
verhoogd niveau
Wie de domeinen in samenhang ziet, herkent hoe een mythe (verhalengoed) in een tragedie (drama), op een vaas (kunst) en in een filosofisch betoog terugkeert.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — De cultuurdomeinen
Laat zien hoe de mythe van Oedipus in drie cultuurdomeinen verschijnt.
De mythe van Oedipus (die onwetend zijn vader doodt en met zijn moeder trouwt) is deel van de Thebaanse verhalencyclus — het domein van het verhalengoed.
Sophocles bewerkte de mythe tot de tragedies Koning Oedipus en Antigone — het domein van het drama, met een eigen accent (de tragische held, de botsing van wetten).
Scènes uit de mythe (bijvoorbeeld Oedipus en de Sfinx) zijn afgebeeld op vazen en in reliëf — het domein van de beeldende kunst.
Resultaat: De mythe van Oedipus verschijnt als verhaal (verhalengoed), als tragedie (drama) en als afbeelding (beeldende kunst). Dezelfde stof, in drie domeinen uitgedrukt, toont de samenhang van de antieke cultuur — en het benaderen vanuit drie domeinen is precies wat het examenprogramma vraagt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem de belangrijkste cultuurdomeinen (gebruik Afb. 1) en leg uit hoe één mythe naar keuze in drie verschillende domeinen kan verschijnen. Kies drie domeinen en beschrijf hoe je een cultuurhistorisch onderwerp vanuit die drie zou benaderen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — cultuurdomeinen (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De perioden van de Griekse kunst
Afb. 3 — Kenmerken van de kunstperioden
Aan welke periode wijs je een naakt, frontaal, stijf staand mannenbeeld met een vaste glimlach en het gewicht op beide benen toe?
Frontaal, stijf, symmetrisch, gewicht op beide benen, en een vaste glimlach zijn de kenmerken van een bepaald beeldtype.
Dit is een kouros, het staande naakte mannenbeeld met de ‘archaïsche glimlach’, kenmerkend voor de archaïsche periode.
De stijfheid en frontaliteit (nog geen contrapposto) plaatsen het beeld in de archaïsche periode (ca. 700-480 v.Chr.), vóór de klassieke natuurlijkheid.
Resultaat: Het beeld is een kouros uit de archaïsche periode (ca. 700-480 v.Chr.): frontaal, stijf, met de archaïsche glimlach en het gewicht op beide benen. De afwezigheid van contrapposto onderscheidt het van de latere klassieke beeldhouwkunst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Dateer de vier perioden van de Griekse beeldende kunst en noem bij elk een kenmerk (gebruik Afb. 2 en 3). Leg uit wat de contrapposto is en waarom die de overgang van de archaïsche naar de klassieke beeldhouwkunst markeert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — cultuurdomeinen (beeldende kunst) (CvTE / Examenblad)
Afb. 4 — De drie bouworden
Afb. 5 — De drie zuilkapitelen (schematisch)
Aan welke bouworde behoort een zuil met een basis en een kapiteel met twee krullen aan weerszijden?
Het kenmerk is het kapiteel met twee krullen of spiralen aan weerszijden; die krullen heten voluten.
Voluten zijn het herkenningsteken van de Ionische orde; de aanwezigheid van een basis past daar eveneens bij.
De Dorische orde heeft een sober kapiteel zonder voluten en geen basis; de Korinthische heeft acanthusbladeren. Dus: Ionisch.
Resultaat: De zuil is Ionisch: het kapiteel met de twee voluten (krullen) en de basis zijn de herkenningstekens van de Ionische orde, te onderscheiden van de sobere Dorische (geen basis) en de bladrijke Korinthische orde.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf de functie en de opbouw van een Griekse tempel. Onderscheid de drie bouworden aan hun kapiteel (gebruik Afb. 4 en 5) en geef bij elke orde een voorbeeld of een typering (sober, elegant, weelderig).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — cultuurdomeinen (architectuur) (CvTE / Examenblad)
Afb. 6 — De tekstuele domeinen in samenhang
Beschrijf hoe het thema ‘de verhouding tussen mens en goden’ in verhalengoed, drama en filosofie verschillend wordt behandeld.
In het epos (Homerus) zijn de goden antropomorfe machten die ingrijpen in het mensenleven; de mens is aan hen onderworpen maar handelt heroïsch (het thema wordt verteld).
In de tragedie wordt de verhouding problematisch: Euripides bevraagt de rechtvaardigheid en zelfs het bestaan van de goden, en toont de mens die met hun willekeur worstelt (het thema wordt uitgebeeld en bevraagd).
Bij Plato wordt de traditionele voorstelling van de goden bekritiseerd en vervangen door een filosofisch godsbegrip; de rede treedt in de plaats van de mythe (het thema wordt beredeneerd).
Resultaat: Hetzelfde thema — mens en goden — wordt verteld in het epos, kritisch uitgebeeld in de tragedie en beredeneerd in de filosofie. Het volgen van een thema door de drie domeinen toont hun samenhang én hun verschil, en is de kern van de cultuurhistorische reflectie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Volg één thema (bijvoorbeeld het lot, of de weergave van de goden) door het verhalengoed, het drama en de filosofie heen, en benoem de overeenkomsten en verschillen. Leg uit hoe de niet-tekstuele domeinen (kunst, architectuur) dezelfde Griekse waarden tonen als de teksten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — cultuurdomeinen (samenhang) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad