- Schoolexamen (SE) — géén centraal examen
- CKV is een verplicht vak in het gemeenschappelijk deel van alle vier de VWO-profielen. Er is géén centraal examen: het vak wordt uitsluitend met een schoolexamen afgesloten. Dat SE toetst geen reproduceerbare feitenkennis, maar of je daadwerkelijk aan cultuur hebt deelgenomen en of je daar op een steeds diepere manier op kunt reflecteren. De school legt in het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting) vast hoe en wanneer dat gebeurt. Omdat er geen CE is, geldt er ook geen jaarlijkse N-term of landelijke normering.
- Het handelingsdeel en het kunstdossier
- De kern van CKV is een handelingsdeel: een reeks culturele activiteiten en opdrachten die je „naar behoren” moet uitvoeren en vastleggen in een (vaak digitaal) kunstdossier. Het dossier is het bewijsmateriaal: het bevat je verslagen van culturele activiteiten, je reflecties, je verdiepende onderzoek, je presentatie en een eindreflectie. De beoordeling kijkt naar het proces en de kwaliteit van je reflectie, niet naar één toets op één moment.
- De vier domeinen
- Het examenprogramma bestaat uit vier samenhangende domeinen. Domein A (Verkennen) gaat over je eigen kunstervaring, interesses en opvattingen. Domein B (Verbreden) laat je kennismaken met ten minste vier kunstdisciplines en met kijk-, luister- en analysevaardigheden in verschillende contexten. Domein C (Verdiepen) vraagt zelfstandig onderzoek naar een artistiek-creatief proces of kunstwerk. Domein D (Verbinden) legt verbanden tussen de domeinen en tussen kunst, jezelf en de maatschappij. De domeinen bouwen op elkaar voort maar keren gedurende het hele traject terug.
- Beoordeling en meetellen
- Het SE-resultaat van CKV telt op de eindlijst mee als onderdeel van het combinatiecijfer — het (afgeronde) gemiddelde van een aantal kleinere onderdelen dat de school in het PTA vastlegt (doorgaans onder meer maatschappijleer, CKV en het profielwerkstuk). Punten worden toegekend voor bewezen cultuurdeelname en voor de diepgang van je reflectie: van louter beschrijven wat je zag, naar analyseren, interpreteren, waarderen en verbinden. Het handelingsdeel moet bovendien „naar behoren” zijn afgerond; zonder een afgerond handelingsdeel kun je niet slagen.