Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt domein D van NLT — de biomedische technologie waarmee we ziekten opsporen, behandelen, verzorgen en voorkomen: van diagnose en medische beeldvorming, via medicijnen en bestralingstherapie, naar ondersteunende technologie en revalidatie, en ten slotte hygiëne, stralingsbescherming en preventie. NLT is een schoolexamenvak zonder centraal examen; deze stof wordt getoetst via het schoolexamen (SE) en de NLT-modules. De nadruk ligt op het doorzien van meetprincipes, terugkoppeling en veilig werken, niet op het uit het hoofd leren van medische statistieken.
4Onderdelenca. 27min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Herken de belangrijkste diagnose- en behandeltechnieken, beschrijf een regelkring en pas de drie ALARA-principes toe.
verhoogd niveau
Reken met de halfwaardetijd en de therapeutische breedte, beargumenteer techniek- en materiaalkeuzes, en beoordeel stralingsbescherming en de betrouwbaarheid van een test kritisch.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Vier technieken voor medische beeldvorming
Kies voor elk van deze drie gevallen de beste beeldvormingstechniek en leg de keuze uit met het meetprincipe: (a) een mogelijk gebroken pols, (b) controle van een ongeboren kind, (c) een mogelijk gescheurde knieband.
Bot is dicht en houdt röntgenstraling tegen, zodat het wit op de foto verschijnt en een breuk direct zichtbaar is. Röntgen is snel en goedkoop; de kleine stralingsdosis is hier aanvaardbaar.
Echografie gebruikt geluidsgolven en géén ioniserende straling, dus is het veilig voor de foetus. De echo op de weefselgrenzen levert een bewegend beeld van het kind; daarom is dit de standaardkeuze bij zwangerschap.
Een band is zacht weefsel, dat op een röntgenfoto nauwelijks te zien is. MRI geeft juist in zacht weefsel een uitstekend contrast en gebruikt geen straling, zodat een scheur in de band goed in beeld komt.
Resultaat: Resultaat: (a) röntgen voor de botbreuk (bot houdt straling tegen), (b) echografie voor het ongeboren kind (geluidsgolven, geen straling, veilig), en (c) MRI voor de knieband (scherp contrast in zacht weefsel, geen straling). Elke keuze volgt uit het weefsel dat je wilt zien en het aanvaardbare stralingsrisico.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een zwangere vrouw moet worden onderzocht op de groei van haar ongeboren kind; een voetballer heeft na een harde trap mogelijk een gescheurde kruisband in de knie; een gevallen oudere heeft mogelijk een gebroken heup. Kies voor elke situatie de meest geschikte beeldvormingstechniek en onderbouw elke keuze met het meetprincipe en het stralingsrisico.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Natuur, Leven en Technologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Bloedconcentratie van een medicijn in de tijd
bloedconcentratie via de halfwaardetijd
De concentratie c daalt vanaf de beginwaarde c₀ elke halfwaardetijd t½ tot de helft; na n halfwaardetijden is nog (½)ⁿ van de beginwaarde over.
exponentieel verval met afbraakconstante
Hetzelfde verval als continue exponentiële functie; de afbraakconstante k hangt met de halfwaardetijd samen via k = ln 2 gedeeld door t½.
geabsorbeerde stralingsdosis
De dosis D bij bestraling is de opgenomen stralingsenergie E per kilogram bestraald weefsel m, uitgedrukt in gray (Gy).
Vlak na toediening is de bloedconcentratie van een medicijn 80 mg/L. De biologische halfwaardetijd is 2 uur en de minimale werkzame concentratie is 20 mg/L. Bereken met de halveringsmethode de concentratie na 6 uur en beoordeel of er dan een nieuwe dosis nodig is.
Deel de verstreken tijd door de halfwaardetijd. In 6 uur passen precies 3 halfwaardetijden van 2 uur, dus je moet drie keer halveren.
Begin bij 80 mg/L en halveer per halfwaardetijd. Zo daalt de concentratie in drie stappen.
Dit is de beginwaarde maal (½) tot de macht 3. Omdat (½)³ = 1/8 = 0,125, blijft 12,5 % van de beginwaarde over.
10 mg/L ligt onder de minimale werkzame concentratie van 20 mg/L. Die grens werd al bij t = 4 uur bereikt (80 → 40 → 20), dus vóór 6 uur is er opnieuw een dosis nodig.
Resultaat: Resultaat: na 6 uur is nog 10 mg/L over, oftewel 1/8 (12,5 %) van de beginwaarde van 80 mg/L. Omdat 10 mg/L onder de werkzame grens van 20 mg/L ligt, moet er eerder — rond t = 4 uur, waar de concentratie de grens van 20 mg/L bereikt — opnieuw worden gedoseerd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een patiënt krijgt een medicijn waarvan de bloedconcentratie vlak na toediening 80 mg/L is, met een biologische halfwaardetijd van 2 uur. De minimale werkzame concentratie is 20 mg/L. Bereken met de halveringsmethode de concentratie na 2, 4 en 6 uur, bepaal na hoeveel uur een nieuwe dosis nodig is, en leg uit waarom je niet zomaar een veel hogere begindosis geeft om langer boven de grens te blijven.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Natuur, Leven en Technologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Regelkring van een kunstalvleesklier
Beschrijf stap voor stap hoe een kunstalvleesklier (glucosesensor plus insulinepomp) de bloedsuiker van een diabetespatiënt regelt, en beargumenteer welk type terugkoppeling het systeem gebruikt.
De glucosesensor meet continu de glucoseconcentratie in het bloed en zet die om in een elektrisch signaal. Dit is de invoer van de regelkring.
De regelaar vergelijkt de gemeten waarde met de ingestelde streefwaarde. Is de bloedsuiker te hoog, dan berekent hij hoeveel insuline nodig is om die te verlagen.
De insulinepomp — de actuator — dient de berekende hoeveelheid insuline toe. In het lichaam zorgt insuline dat glucose uit het bloed wordt opgenomen, zodat de bloedsuiker daalt.
De sensor meet de nieuwe, lagere waarde en de kring begint opnieuw. Omdat de ingreep de afwijking van de streefwaarde steeds tegenwerkt, is dit negatieve terugkoppeling.
Resultaat: Resultaat: de kring glucosesensor → regelaar → insulinepomp → bloedsuiker → glucosesensor regelt de bloedsuiker automatisch rond een streefwaarde. Doordat een te hoge waarde méér insuline oproept en zo weer daalt (de afwijking wordt tegengewerkt), is het negatieve terugkoppeling — hetzelfde stabiliserende principe waarmee een gezonde alvleesklier de bloedsuiker constant houdt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Voor een patiënt wordt een kunstheup geplaatst. Leg uit aan welke eisen het biomateriaal moet voldoen en waarom titanium een geschikte keuze is. Beschrijf daarnaast, als dezelfde patiënt diabetes heeft en een kunstalvleesklier krijgt, de regelkring van sensor tot pomp en benoem welk type terugkoppeling dat systeem gebruikt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Natuur, Leven en Technologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Afschermbaarheid van ioniserende straling
afstandswet voor een puntbron
De stralingsintensiteit I van een puntbron is omgekeerd evenredig met het kwadraat van de afstand r; twee keer zo ver geeft vier keer zo weinig intensiteit — de basis van het ALARA-principe afstand.
dosis uit dosistempo en tijd
De opgelopen dosis D is het dosistempo (dosis per tijd) maal de blootstellingstijd t; half zo lang blootgesteld betekent de helft van de dosis — de basis van het ALARA-principe tijd.
Een laborant werkt met een sterke gammabron. Pas het ALARA-beginsel toe: beschrijf per principe (afstand, tijd, afscherming) wat zij doet en waarom de dosis daalt, en geef aan welk afschermmateriaal bij alfa-, bèta- en gammastraling hoort.
Zij houdt zo veel mogelijk afstand en pakt de bron met een lange tang in plaats van met de hand. Voor een puntbron neemt de intensiteit af met het kwadraat van de afstand, dus twee keer zo ver geeft vier keer zo weinig dosistempo.
Zij werkt zo kort mogelijk bij de bron en bereidt de handelingen buiten de straling voor. De dosis is het dosistempo maal de tijd, dus de tijd halveren halveert de dosis.
Tussen haar en de gammabron plaatst zij een dikke laag lood of beton, want gammastraling is zeer doordringend. Alfastraling zou al door papier of de huid worden gestopt, en bètastraling door enkele millimeters aluminium of plexiglas.
De drie maatregelen werken samen: veel afstand, korte tijd en goede afscherming verlagen samen de dosis met een grote factor, zonder het werk onmogelijk te maken (redelijkerwijs haalbaar).
Resultaat: Resultaat: door afstand te houden (intensiteit omgekeerd evenredig met het kwadraat van de afstand), kort te werken (dosis = dosistempo × tijd) en de gammabron met lood of beton af te schermen, houdt de laborant haar dosis zo laag als redelijkerwijs haalbaar. De juiste afscherming per soort is: alfa → papier/huid, bèta → aluminium/plexiglas, gamma → lood/beton.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een laborant moet enkele minuten werken met een sterke gammabron. Leg met het ALARA-beginsel uit welke drie soorten maatregelen zij neemt om haar stralingsdosis zo laag mogelijk te houden, licht per maatregel toe waarom de dosis daalt, en geef aan welk afschermmateriaal je zou kiezen als de bron in plaats van gamma juist alfa- of bètastraling zou uitzenden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Natuur, Leven en Technologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad