Loading
Loading
Signaalwoorden maken het verband tussen zinnen en alinea's expliciet; verwijswoorden binden de tekst doordat ze terug- of vooruitwijzen naar een antecedent. Wie deze twee soorten functiewoorden kan herkennen en gebruiken, ontsleutelt de structuur en samenhang van een zakelijke tekst en beantwoordt verwijs- en verbandvragen snel en zeker. Dit onderwerp leert je de signaalwoorden per tekstverband, de woordsoorten waarin verwijswoorden voorkomen, en de vervangproef waarmee je in het examen het juiste antecedent aanwijst.
4Onderdelenca. 21min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het centraal examen leesvaardigheid: gebruik signaal- en verwijswoorden om de tekst te ontsleutelen — bepaal het verband tussen zinnen, herken de structuur en wijs bij verwijsvragen met de vervangproef het juiste antecedent aan.
verhoogd niveau
Voor het schoolexamen en bij eigen schrijfvaardigheid: zet signaal- en verwijswoorden zelf bewust in om samenhangend, bondig en ondubbelzinnig te formuleren, en vermijd dubbele verwijzingen en losse, niet-verbonden zinnen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Signaalwoorden per verband
Lees de volgende zinnen: „De gemeente wil het centrum autovrij maken. Daardoor moeten bewoners hun auto voortaan in een randparkeergarage zetten.” Welk tekstverband leggen deze zinnen, en aan welk signaalwoord zie je dat?
Het verbindende woord aan het begin van de tweede zin is „daardoor”. Dat is geen opsommings- of tegenstellingswoord, dus het stuurt de gedachtegang een andere kant op.
„Daardoor” hoort in de groep gevolg-signaalwoorden (samen met „dus, zodat, daarom”). De eerste zin noemt een handeling of oorzaak (de gemeente maakt het centrum autovrij); de tweede zin noemt wat daaruit voortvloeit.
Vervang „daardoor” door „met als gevolg dat”: „De gemeente wil het centrum autovrij maken, met als gevolg dat bewoners hun auto in een randparkeergarage moeten zetten.” De zin blijft logisch, dus het is inderdaad een oorzaak-gevolgrelatie en geen reden of tegenstelling.
Resultaat: De zinnen leggen een gevolg-verband (oorzaak-gevolg): de tweede zin noemt het gevolg van de maatregel in de eerste zin. Het signaalwoord is „daardoor”.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees de zin: „Veel scholen schaffen de mobiele telefoon in de klas af; daardoor zouden leerlingen zich beter kunnen concentreren.” Benoem het tekstverband tussen de twee zinsdelen en citeer het signaalwoord waaraan je dat ziet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Verwijswoord en antecedent
Soorten verwijswoorden
Naar welk woord of welke woordgroep verwijst „die” in de zin: „De onderzoekers presenteerden een nieuwe methode die de leesvaardigheid van leerlingen meet.”?
„Die” leidt hier de bijzin „... de leesvaardigheid van leerlingen meet” in en is dus een betrekkelijk voornaamwoord. Bij een betrekkelijk voornaamwoord staat het antecedent vrijwel altijd direct vóór de bijzin.
„Die” hoort bij een de-woord. De kandidaten vlak ervoor zijn „de onderzoekers” (de-woord, meervoud) en „een nieuwe methode” (de-woord, enkelvoud). Beide passen qua geslacht, dus congruentie alleen geeft nog geen uitsluitsel; nabijheid en betekenis moeten de doorslag geven.
Het woord dat direct vóór „die” staat, is „een nieuwe methode”. Inhoudelijk klopt dat ook: het is de méthode die de leesvaardigheid meet, niet de onderzoekers. „De onderzoekers” valt dus af.
Vervang „die” door de gekozen woordgroep: „... een nieuwe methode; een nieuwe methode meet de leesvaardigheid van leerlingen.” De zin klopt grammaticaal en inhoudelijk, dus het antecedent is juist gekozen.
Resultaat: „Die” verwijst naar de woordgroep „een nieuwe methode”: het is een betrekkelijk voornaamwoord dat congrueert met dit de-woord en er direct op volgt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees de zinnen: „De onderzoekers presenteerden een nieuwe lesmethode. Die zou de leesvaardigheid van havoleerlingen sterk verbeteren.” Naar welke woordgroep verwijst „Die”? Beredeneer je antwoord met behulp van de congruentieregel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Lees: „De gemeente kapte tientallen oude bomen voor een nieuwe parkeerplaats. Dit besluit leidde tot felle protesten in de buurt.” Naar welke informatie verwijst „dit besluit”?
„Dit besluit” is een aanwijzend voornaamwoord plus zelfstandig naamwoord: een samenvattende (tekstuele) verwijzing. Zulke verwijzingen wijzen niet naar één los woord, maar bundelen een voorafgaande gedachte of zin.
De hele eerste zin beschrijft één beslissing van de gemeente: het kappen van tientallen oude bomen voor een nieuwe parkeerplaats. Dát is wat met het woord „besluit” wordt samengevat — niet alleen „bomen” of „parkeerplaats”.
Vervang „dit besluit” door de voorafgaande gedachte: „De beslissing om tientallen oude bomen te kappen voor een nieuwe parkeerplaats, leidde tot felle protesten.” De zin blijft kloppen, dus de verwijzing is juist geïnterpreteerd.
Resultaat: „Dit besluit” verwijst naar de hele voorafgaande zin: de beslissing van de gemeente om tientallen oude bomen te kappen voor een nieuwe parkeerplaats. Het antwoord omvat dus een hele gedachte, niet één enkel woord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees de passage: „Steeds meer jongeren brengen hun avonden door achter een scherm in plaats van met vrienden. Deze ontwikkeling baart artsen zorgen.” Leg uit naar welke informatie „deze ontwikkeling” verwijst, en verklaar waarom het antwoord meer dan één woord omvat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
In een tekst staat (regel 8-9): „De school voerde een rookverbod op het plein in. Dit zorgde voor minder overlast voor omwonenden.” Naar welke informatie verwijst „Dit” in regel 9? Beantwoord de vraag met de vervangproef.
Het gevraagde verwijswoord is „Dit” aan het begin van de zin in regel 9. Het is een aanwijzend voornaamwoord (het-vorm) en wijst dus terug naar iets in of vóór regel 8.
Mogelijke antecedenten in de vorige zin zijn „de school”, „een rookverbod op het plein” en de hele gedachte „de school voerde een rookverbod op het plein in”. Omdat „Dit” hier de hele beschreven gebeurtenis kan samenvatten, is die hele gedachte de sterkste kandidaat.
Vervang „Dit” door de kandidaat: „Dat de school een rookverbod op het plein invoerde, zorgde voor minder overlast voor omwonenden.” De zin klopt grammaticaal én inhoudelijk — het is immers de invoering van het verbod die voor minder overlast zorgt, niet „de school” of „het plein” op zichzelf.
Geef het antecedent precies weer: „Dit” verwijst naar de hele eerste zin, namelijk het feit dat de school een rookverbod op het plein invoerde. Niet meer en niet minder dan die gedachte.
Resultaat: „Dit” (regel 9) verwijst naar de hele voorafgaande zin: het feit dat de school een rookverbod op het plein invoerde. De vervangproef bevestigt dat alleen die gedachte de zin grammaticaal en inhoudelijk kloppend maakt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In de tekst staat (regel 20-21): „De voorstanders wijzen op de lagere kosten. De tegenstanders daarentegen vrezen voor de kwaliteit. Dat argument weegt voor veel ouders zwaar.” Benoem het verband dat „daarentegen” legt, en bepaal met de vervangproef naar welke woordgroep „Dat argument” verwijst.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad