Loading
Loading
Schrijfvaardigheid op de HAVO betekent dat je een heldere, goed opgebouwde zakelijke tekst kunt schrijven: een uiteenzetting die informeert, een beschouwing die een onderwerp van meerdere kanten belicht, of een betoog dat overtuigt. Je leert het schrijfproces te doorlopen, je tekst te structureren met inleiding, kern en slot, je taal af te stemmen op doel en publiek, en bronnen correct te verwerken en te vermelden. Daarmee bereid je je voor op het schoolexamen, waar je vaak een gedocumenteerde tekst schrijft.
5Onderdelenca. 30min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Gemeenschappelijk deel: leer helder, correct en goed gestructureerd te schrijven — kies de juiste tekstsoort en bouw je tekst logisch op met een inleiding, kern en slot.
verhoogd niveau
Voor het SE: schrijf een gedocumenteerde tekst waarin je meerdere bronnen verwerkt, parafraseert en correct vermeldt, en stem je betoog of beschouwing af op een duidelijk doel en publiek.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Uiteenzetting, beschouwing, betoog
Bepaal bij elk van deze drie opdrachten welke tekstsoort gevraagd wordt en motiveer je keuze: (1) „Leg uit hoe het Nederlandse stemstelsel werkt.” (2) „Bespreek de voor- en nadelen van een vierdaagse schoolweek.” (3) „Betoog of de overheid gratis openbaar vervoer moet invoeren.”
Het instructiewoord is „Leg uit”. Er wordt gevraagd iets duidelijk te maken zonder dat je een mening geeft. Dit is een uiteenzetting: het doel is informeren, de toon blijft neutraal en je eigen standpunt speelt geen rol.
Hier staat „Bespreek de voor- en nadelen”. Je moet het onderwerp van meerdere kanten belichten en afwegen, zonder per se één hard oordeel te vellen. Dit is een beschouwing: genuanceerd, verkennend en met een open einde.
Het woord „Betoog of ... moet” vraagt je partij te kiezen en de lezer te overtuigen. Dit is een betoog: je formuleert één duidelijk standpunt, onderbouwt het met argumenten en weerlegt het belangrijkste tegenargument.
Resultaat: Resultaat: (1) uiteenzetting — informeren, neutraal, geen eigen standpunt; (2) beschouwing — meerdere kanten afwegen, open einde; (3) betoog — één standpunt verdedigen met argumenten en weerlegging. Het instructiewoord in de opdracht verraadt telkens welke houding je moet aannemen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt het onderwerp „een verbod op vuurwerk voor particulieren”. Bepaal voor elk van de drie tekstsoorten (uiteenzetting, beschouwing, betoog) in één zin hoe je het onderwerp zou aanpakken, en benoem telkens het doel en de rol van je eigen standpunt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Het schrijfproces
Je krijgt de opdracht: „Schrijf een uiteenzetting over hoe het Nederlandse rechtssysteem is opgebouwd, voor klasgenoten uit 4 havo (ongeveer 400 woorden).” Beschrijf wat je in elke fase van het schrijfproces doet.
Je stelt vast dat het doel informeren is (dus een uiteenzetting, neutrale toon) en dat je publiek klasgenoten uit 4 havo zijn — dus toegankelijke taal en niet te veel voorkennis veronderstellen. Je bakent het onderwerp af tot de hoofdlijnen van het rechtssysteem en verzamelt betrouwbare informatie.
Je verdeelt het onderwerp in deelonderwerpen (bijvoorbeeld: soorten rechtbanken, de rol van de rechter, en hoger beroep) en kiest een logische volgorde. Je maakt een schema: een korte inleiding, drie kernalinea's met elk één deelonderwerp, en een samenvattend slot.
Je werkt het plan uit tot een kladversie. Je begint met een inleiding die het onderwerp introduceert, schrijft per alinea één deelonderwerp uit met een kernzin vooraan, en houdt je op de inhoud en de opbouw — perfecte formuleringen komen later.
Je herleest de tekst laag voor laag: eerst opbouw en inhoud, dan formulering, dan spelling. Merk je dat een deelonderwerp ontbreekt of onduidelijk is, dan ga je terug naar de plan- of schrijffase — daarin zit het cyclische karakter van het proces.
Resultaat: Resultaat: je doorloopt oriënteren (doel/publiek/informatie), plannen (deelonderwerpen en schema), schrijven (kladversie, inhoud eerst) en reviseren (laag voor laag verbeteren, zo nodig terug). Door de fasen te scheiden lever je een geordende, verzorgde uiteenzetting in plaats van een tekst die je in één onoverzichtelijke ruk hebt opgeschreven.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf in eigen woorden wat je in elk van de vier fasen (oriënteren, plannen, schrijven, reviseren) zou doen als je de opdracht kreeg: „Schrijf een betoog van ongeveer 500 woorden over de vraag of scholieren een maximumaantal toetsweken per jaar zouden moeten krijgen.” Leg ook uit waarom het proces cyclisch kan zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Structuur van je tekst
Je schrijft een uiteenzetting over zwerfafval. Je hebt deze bouwstenen: (1) „Wat is zwerfafval en hoe groot is het probleem?”, (2) een afsluitende samenvatting, (3) „Welke oorzaken heeft zwerfafval?”, (4) een openingsvoorbeeld van een vervuild park, (5) „Welke gevolgen heeft zwerfafval voor natuur en stad?”. Orden deze bouwstenen in inleiding, kern en slot en geef elke kernalinea een kernzin.
Bouwsteen (4), het voorbeeld van een vervuild park, trekt de aandacht en hoort vooraan. Direct daarna komt bouwsteen (1), die het onderwerp en de centrale vraag introduceert: wat is zwerfafval en hoe groot is het probleem? Samen vormen ze een korte, functionele inleiding.
De kern bestaat uit bouwsteen (3) over de oorzaken en bouwsteen (5) over de gevolgen, elk in een eigen alinea. Alinea 1 krijgt als kernzin bijvoorbeeld „Zwerfafval ontstaat vooral door onachtzaamheid en een tekort aan prullenbakken.”; alinea 2 als kernzin „De gevolgen van zwerfafval treffen zowel de natuur als het straatbeeld.” Logisch is om eerst de oorzaken en dan de gevolgen te behandelen.
Bouwsteen (2), de samenvatting, vormt het slot. Je vat de belangrijkste punten kort samen en voegt géén nieuwe informatie of nieuw deelonderwerp toe — het slot rondt alleen af.
Resultaat: Resultaat: inleiding = (4) + (1), kern = (3) en (5) als aparte alinea's met elk een kernzin, slot = (2). De tekst krijgt zo een heldere inleiding-kern-slot-structuur waarin elke alinea precies één deelonderwerp behandelt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Hieronder staan ongeordende onderdelen voor een betoog over schooluniformen: (a) herhaling van het standpunt met een advies, (b) een prikkelende vraag plus het standpunt, (c) argument dat uniformen pesten verminderen, (d) weerlegging van het kostenbezwaar, (e) argument dat uniformen ochtendstress schelen. Orden ze in een logische inleiding-kern-slot-structuur en benoem bij elk onderdeel de functie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Je schrijft een betoog over voedselverspilling en wilt deze bronzin gebruiken: „Het Voedingscentrum stelt dat ruim de helft van de weggegooide etenswaren nog goed eetbaar was.” Verwerk de informatie één keer als citaat en één keer als parafrase, telkens met bronvermelding, en geef aan welke verwerking hier het best past.
Bij een citaat neem je de woorden letterlijk over, tussen aanhalingstekens, met bronvermelding: Het Voedingscentrum stelt: „ruim de helft van de weggegooide etenswaren was nog goed eetbaar”. Je verandert niets aan de formulering en maakt duidelijk dat het een citaat is.
Bij een parafrase vertel je dezelfde gedachte in je eigen woorden na, met bronvermelding: Volgens het Voedingscentrum had meer dan vijftig procent van het weggegooide eten nog gewoon gegeten kunnen worden. De betekenis blijft gelijk, maar de zin is jouw eigen formulering.
In een lopend betoog past de parafrase meestal beter: je tekst blijft soepel en jouw stem leidend. Een citaat bewaar je voor een formulering die zo treffend of gezaghebbend is dat ze letterlijk moet blijven staan. In beide gevallen is de bronvermelding verplicht — laat je die bij de parafrase weg, dan is het plagiaat, ook al staan er geen aanhalingstekens omheen.
Resultaat: Resultaat: het citaat geeft de woorden letterlijk weer tussen aanhalingstekens; de parafrase geeft dezelfde inhoud in eigen woorden. Hier past de parafrase het best, omdat het betoog erdoor blijft lopen — maar de bron („het Voedingscentrum”) vermeld je bij beide, anders pleeg je plagiaat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees de volgende zin uit een bron: „Volgens het CBS gooien Nederlanders jaarlijks gemiddeld vijftig kilo voedsel per persoon weg.” Verwerk deze informatie op twee manieren in je eigen tekst — één keer als correct citaat met bronvermelding en één keer als parafrase met bronvermelding — en leg uit waarom een parafrase zonder bronvermelding plagiaat zou zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Maak de opzet van een betoog over de stelling „De schoolkantine zou alleen nog gezond eten moeten verkopen.” Bepaal je standpunt, kies en orden drie gevarieerde argumenten, voeg een tegenargument met weerlegging toe en bedenk een krachtig slot.
Je opent prikkelend, bijvoorbeeld met de vraag: hoeveel frisdrank drinkt een gemiddelde scholier per schoolweek? Daarna formuleer je een scherp standpunt: „De schoolkantine moet alleen nog gezond eten verkopen.” Dat is ondubbelzinnig, zodat de lezer precies weet waarvan je hem wilt overtuigen.
Je kiest verschillende argumenttypen: een pragmatisch argument (gezond eten verbetert de concentratie en gezondheid van leerlingen), een autoriteitsargument (het Voedingscentrum adviseert scholen een gezond aanbod) en een voorbeeldargument (op scholen die het al doen, eten leerlingen aantoonbaar gezonder). Je geeft elk argument een eigen alinea met een kernzin en bewaart je sterkste argument voor het laatst.
Je noemt het belangrijkste tegenargument — leerlingen willen keuzevrijheid en de kantine vreest omzetverlies — en weerlegt het met een concessie: „Het is waar dat een gezonder aanbod in het begin minder populair kan zijn, maar uit ervaring van andere scholen blijkt dat leerlingen snel wennen en de omzet op peil blijft.” Zo pak je het bezwaar inhoudelijk aan.
Je sluit af door je standpunt en je sterkste argument in andere woorden te herhalen en eindigt met een oproep aan de school om de kantine om te vormen. Je voegt geen nieuwe argumenten meer toe en vermijdt drogredenen zoals bangmakerij of een persoonlijke aanval, zodat je betoog eerlijk en overtuigend blijft.
Resultaat: Resultaat: een betoog met een prikkelende inleiding en een scherp standpunt, drie gevarieerde argumenten van sterk naar sterkst, een tegenargument met een eerlijke weerlegging via een concessie, en een krachtig slot dat het standpunt herhaalt en oproept tot actie — zonder drogredenen. Dit is de complete bouwtekening van een overtuigend betoog.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf de opzet (geen volledige tekst) voor een betoog van ongeveer 400 woorden over de stelling „Sociale media zouden verboden moeten worden voor kinderen onder de dertien jaar.” Geef je standpunt, drie gevarieerde argumenten in een logische volgorde, één tegenargument met weerlegging, en een korte slotgedachte.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad