Loading
Loading
Een argumentatieschema brengt de structuur van een betoog in beeld: welk standpunt wordt verdedigd en hoe de argumenten dat doen. In dit onderwerp leer je de vier basisvormen — enkelvoudige, meervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie — herkennen, met de standaardnotatie uittekenen en gebruiken om een redenering te beoordelen. Zo zie je in één oogopslag waar een betoog sterk staat en waar de zwakke schakels zitten.
5Onderdelenca. 25min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4
basisniveau
Voor het CE: herken in zakelijke teksten de argumentatiestructuur — standpunt, argumenten en hun onderlinge verband — en geef die in een eenvoudig schema weer.
verhoogd niveau
Voor het SE: gebruik deze kennis om zélf gelaagd te betogen — combineer meervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie tot een doordachte, sluitende structuur.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Enkelvoudige argumentatie
Geef van de volgende passage het argumentatieschema: „De gemeente moet meer laadpalen plaatsen, want anders schaffen inwoners geen elektrische auto aan.” Benoem standpunt en argument met de juiste nummers en teken de structuur.
Vraag je af wat de schrijver wil dat je vindt. Dat is „de gemeente moet meer laadpalen plaatsen” — een voorschrijvend standpunt. Het krijgt nummer 1.
Het signaalwoord „want” leidt de reden in: „anders schaffen inwoners geen elektrische auto aan.” Dat is het enige argument; het krijgt nummer 1.1.
Omdat er maar één reden is, is dit enkelvoudige argumentatie. Zet 1 bovenaan en 1.1 eronder, en trek één pijl van 1.1 naar 1. Lees ter controle: „1, want 1.1” — dat klopt.
Resultaat: Resultaat: 1 (standpunt) „de gemeente moet meer laadpalen plaatsen” ← 1.1 (argument) „anders schaffen inwoners geen elektrische auto aan.” Eén standpunt, één argument, één pijl: dat is de kale vorm van enkelvoudige argumentatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees de zin „Onze school zou gratis schoolfruit moeten aanbieden, want gezond eten helpt leerlingen zich beter te concentreren.” Benoem het standpunt en het argument, geef ze de juiste schemanummers en teken het schema met de pijl in de goede richting.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Meervoudige argumentatie
Bepaal het argumentatieschema van: „De stad zou het centrum autovrij moeten maken. Ten eerste wordt de lucht er schoner van. Ten tweede ontstaat er meer ruimte voor terrassen en winkels. Ten derde wordt het veiliger voor fietsers en voetgangers.” Nummer de argumenten en bewijs met de wegstreeptoets dat het meervoudig is.
De bewering die verdedigd wordt, is „de stad zou het centrum autovrij moeten maken.” Dat is standpunt 1.
De signaalwoorden „ten eerste / ten tweede / ten derde” leiden drie losse redenen in: schonere lucht (1.1), meer ruimte voor terrassen en winkels (1.2) en meer veiligheid voor fietsers en voetgangers (1.3).
Schrap 1.2: het standpunt wordt nog steeds gedragen door 1.1 en 1.3. Schrap in plaats daarvan 1.1: ook dan blijft het standpunt overeind. Elk argument steunt het standpunt dus zelfstandig — dit is meervoudige argumentatie, met drie aparte pijlen naar standpunt 1.
Resultaat: Resultaat: 1 ← 1.1, 1 ← 1.2 en 1 ← 1.3, drie onafhankelijke pijlen. Omdat het standpunt na het wegstrepen van elk willekeurig argument blijft staan, is bewezen dat de argumentatie meervoudig is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een betoog staat: „Een schooltuin is een goed idee. Leerlingen leren er waar voedsel vandaan komt, ze bewegen meer in de buitenlucht én de tuin maakt het schoolplein groener.” Teken het argumentatieschema, nummer de argumenten en leg met de wegstreeptoets uit waarom het meervoudige argumentatie is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Nevenschikkende argumentatie
Bepaal het argumentatieschema van: „Pieter moet voor dit vak een herkansing maken, want voor wie lager dan een 5,5 staat is de herkansing verplicht, en Pieter staat op een 4,8.” Nummer de argumenten en leg met de wegstreeptoets uit welk schematype dit is.
Het standpunt is „Pieter moet voor dit vak een herkansing maken.” Dat wordt nummer 1.
Na „want” volgt eerst een algemene regel — „voor wie lager dan een 5,5 staat is de herkansing verplicht” — en daarna een concreet feit — „Pieter staat op een 4,8”.
Schrap het concrete feit: de regel alleen zegt niets over Pieter. Schrap de regel: dat Pieter een 4,8 staat, leidt op zichzelf niet tot een verplichte herkansing. De delen kunnen dus niet zonder elkaar; ze vormen samen één argument. Nummer ze daarom 1.1a (de regel) en 1.1b (het feit).
Resultaat: Resultaat: 1.1a en 1.1b komen samen in 1.1, en 1.1 steunt met één pijl standpunt 1. Omdat het wegstrepen van één deel de onderbouwing laat instorten, is dit nevenschikkende (samengestelde) argumentatie — geen meervoudige.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees: „Deze maatregel is onrechtvaardig, want hij treft alleen de laagste inkomens en een maatregel die alleen de armsten raakt, is per definitie oneerlijk.” Nummer de deelargumenten, teken het schema en leg uit waarom dit nevenschikkende en geen meervoudige argumentatie is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Onderschikkende argumentatie
Geef het argumentatieschema van: „De gemeente moet de oude brug vervangen, want de brug is onveilig, want het staal is op meerdere plekken doorgeroest.” Nummer de lagen en teken de keten van pijlen.
Het standpunt is „de gemeente moet de oude brug vervangen.” Dat is nummer 1.
Het eerste „want” geeft de directe reden: „de brug is onveilig.” Dat steunt het standpunt rechtstreeks en wordt 1.1.
Het tweede „want” onderbouwt niet het standpunt maar het argument 1.1: „het staal is op meerdere plekken doorgeroest” legt uit wáárom de brug onveilig is. Het zit dus een laag dieper en wordt 1.1.1.
Resultaat: Resultaat: 1.1.1 naar 1.1 naar 1, een verticale ketting. Het doorgeroeste staal (1.1.1) onderbouwt de onveiligheid (1.1), die op haar beurt het standpunt (1) draagt — dat is onderschikkende argumentatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees: „We moeten zuiniger omgaan met water, want de zomers worden steeds droger, want door de klimaatverandering valt er in ons land minder regen in de zomermaanden.” Nummer standpunt en argumenten met de juiste schemalagen en teken de keten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Schematiseer en beoordeel: „Onze gemeente moet investeren in een nieuw zwembad. Het oude bad is dringend aan vervanging toe, want de installaties zijn verouderd en de energiekosten rijzen de pan uit. Daarnaast trekt een modern zwembad meer bezoekers uit de regio.” Nummer alle onderdelen, benoem de typen en wijs de zwakste schakel aan.
Standpunt 1: „de gemeente moet investeren in een nieuw zwembad.” Twee directe argumenten steunen het: „het oude bad is dringend aan vervanging toe” (1.1) en „een modern zwembad trekt meer bezoekers uit de regio” (1.2). De wegstreeptoets laat zien dat beide het standpunt zelfstandig steunen — dus meervoudig.
Achter 1.1 staat een eigen onderbouwing met „want”: de installaties zijn verouderd én de energiekosten rijzen de pan uit. Deze twee gegevens verklaren samen waaróm het bad aan vervanging toe is; ze liggen een laag dieper dan 1.1. Omdat ze gezamenlijk dat ene punt onderbouwen, nummer je ze 1.1.1a en 1.1.1b.
De structuur is: 1.1.1a en 1.1.1b komen samen naar 1.1, en 1.1 en 1.2 wijzen elk naar 1. Beoordeling: 1.2 (meer bezoekers) is een voorspelling die nog bewezen moet worden en is daarmee de zwakste schakel; maar omdat het schema meervoudig is, blijft het standpunt ook zonder 1.2 staan op de stevig onderbouwde 1.1.
Resultaat: Resultaat: een gemengd schema — meervoudig (1.1 en 1.2 naar 1) met een nevenschikkende onderbouwing onder 1.1 (1.1.1a en 1.1.1b samen naar 1.1). De zwakste schakel is de onbewezen voorspelling 1.2, maar dankzij de meervoudige opbouw ondermijnt dat het standpunt niet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken het volledige argumentatieschema van: „De school moet een schoolkrant oprichten. Het is goed voor de schrijfvaardigheid van leerlingen, want wie regelmatig schrijft, wordt daar beter in. Bovendien versterkt een schoolkrant het gevoel van samenhorigheid.” Nummer alle onderdelen, benoem per cluster het type en licht je keuze toe.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad