Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de natuurkunde van het zonnestelsel en het heelal. Je leert hoe de gravitatiekracht twee massa's aantrekt en met het kwadraat van de afstand afneemt, hoe diezelfde kracht als middelpuntzoekende kracht planeten en satellieten in hun baan houdt, en hoe je met de lichtsnelheid de enorme afstanden in het heelal meet. Ten slotte zie je aan de roodverschuiving van sterren dat het heelal uitdijt.
4Onderdelenca. 23min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Reken de gravitatiekracht en de afstanden in het heelal foutloos uit, met G en c uit BINAS en met correcte eenheden en machten van tien.
verhoogd niveau
Beredeneer met de verbanden en hoe kracht en baansnelheid van de afstand afhangen, en verklaar de roodverschuiving als bewijs voor een uitdijend heelal.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De gravitatiekracht neemt af met 1/r²
gravitatiekracht (algemene zwaartekracht)
De aantrekkende kracht tussen twee massa's; evenredig met beide massa's en omgekeerd evenredig met het kwadraat van hun onderlinge afstand. G = 6,67·10⁻¹¹ N·m²·kg⁻² is de gravitatieconstante uit BINAS.
zwaartekracht op aarde (plaatselijk geval)
De gravitatiekracht van de aarde op een voorwerp aan het oppervlak, met g ≈ 9,81 m/s² de valversnelling. Het is de gravitatiewet met de aardmassa en de aardstraal ingevuld.
Bereken de gravitatiekracht tussen twee massa's van elk die op afstand staan. Gebruik .
Schrijf de twee massa's, de afstand en de gravitatieconstante op.
Zet de waarden in F = G·m₁·m₂/r²; let op het kwadraat in de noemer.
Werk teller en noemer uit: (1,0·10³)² = 1,0·10⁶ en (2,0)² = 4,0.
Resultaat: Resultaat: de gravitatiekracht is ongeveer — een minuscule kracht, ondanks de massa's van 1000 kg elk. Dat laat zien hoe zwak gravitatie is: pas bij massa's zo groot als planeten wordt de kracht merkbaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Twee bollen van elk staan met hun middelpunten op afstand. Bereken de gravitatiekracht tussen de bollen en leg uit hoeveel keer kleiner die kracht wordt als je de afstand verdubbelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De baansnelheid neemt af met 1/√r
middelpuntzoekende kracht
De naar het middelpunt gerichte nettokracht die nodig is voor een eenparige cirkelbeweging met snelheid v en straal r. Bij een baan levert de gravitatie precies deze kracht.
baansnelheid en baanstraal
In een cirkelbaan neemt de baansnelheid af met de wortel van de baanstraal: verder weg is trager. Het volgt uit het gelijkstellen van de gravitatie aan de middelpuntzoekende kracht.
Een satelliet beweegt in een eenparige cirkelbaan om de aarde (massa ). (a) Leg uit dat de gravitatiekracht de middelpuntzoekende kracht levert. (b) Beredeneer dat een satelliet in een viermaal zo grote baan de helft van de baansnelheid heeft.
De aarde trekt de satelliet langs de verbindingslijn naar zich toe. Die gravitatiekracht wijst precies naar het middelpunt van de baan en is dus de middelpuntzoekende kracht; er is geen andere kracht nodig.
Vul de twee formules in en vereenvoudig; de satellietmassa m en één r vallen weg.
Uit v = √(G·M/r) volgt v ~ 1/√r. Bij r → 4r wordt v dus √4 = 2 keer zo klein, wat klopt met de grafiekpunten (1; 8) en (4; 4).
Resultaat: Resultaat: de gravitatie is de middelpuntzoekende kracht, en omdat geldt . Een viermaal zo grote baan geeft dus een half zo grote baansnelheid — precies wat de grafiek laat zien.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een satelliet draait in een cirkelbaan om de aarde. Leg uit welke kracht als middelpuntzoekende kracht optreedt, en beredeneer met het verband hoeveel keer kleiner de baansnelheid wordt als de baanstraal negen keer zo groot wordt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Afstanden in het heelal
afstand uit lichtsnelheid en tijd
De afgelegde afstand van licht is de lichtsnelheid maal de reistijd. Vul c = 3,00·10⁸ m/s en t in seconden in. Een lichtjaar is de afstand bij t gelijk aan één jaar.
(a) Bereken hoe ver één lichtjaar in meter is. (b) Bereken hoe lang zonlicht erover doet om de aarde te bereiken; de zon staat op . Gebruik .
Een jaar telt 365 dagen van 24 uur van 3600 seconden.
Vermenigvuldig de lichtsnelheid met die tijd.
Nu is de afstand gegeven en zoek je de tijd: draai de formule om naar t = s/c.
Resultaat: Resultaat: één lichtjaar is ongeveer , en zonlicht doet er (ruim 8 minuten) over om de aarde te bereiken. Je ziet de zon dus altijd zoals ze 8,3 minuten geleden was.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De planeet Mars staat op een bepaald moment op van de aarde. Bereken hoeveel minuten een radiosignaal, dat met de lichtsnelheid reist, erover doet om van de aarde naar Mars te gaan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Roodverschuiving van een spectraallijn
roodverschuiving
De relatieve verschuiving van een spectraallijn: het verschil tussen de waargenomen en de rustgolflengte, gedeeld door de rustgolflengte. Positief (naar rood) betekent dat de bron zich verwijdert.
Een spectraallijn heeft een rustgolflengte van , maar wordt bij een ver sterrenstelsel waargenomen bij . Bereken de roodverschuiving en leg uit wat je hieruit over de beweging van het stelsel besluit.
Trek de rustgolflengte af van de waargenomen golflengte.
De roodverschuiving is de relatieve verschuiving; deel door de rústgolflengte, niet door de waargenomen.
De golflengte is toegenomen (verschoven naar rood), wat hoort bij een bron die zich van ons verwijdert.
Resultaat: Resultaat: de roodverschuiving is . Omdat de waargenomen golflengte groter is dan de rustgolflengte, is de lijn naar het rode uiteinde verschoven en beweegt het sterrenstelsel zich van ons af — precies wat je bij een uitdijend heelal verwacht.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een spectraallijn van waterstof heeft in het laboratorium een rustgolflengte van . Bij een ver sterrenstelsel wordt dezelfde lijn waargenomen bij . Bereken de roodverschuiving en leg uit wat de verschuiving zegt over de beweging van het stelsel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad