Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt het muziekschrift: de notenbalk, de sleutels, de manier waarop toonhoogte en duur worden opgeschreven, en de opbouw van een partituur. Je leert hoe het notenschrift werkt en hoe je een partituur globaal leest — welke instrumenten waar staan, wie de melodie heeft. Notatie wordt hier in tekst en tabellen uitgelegd; het is de schriftelijke tegenhanger van alles wat je over toonhoogte en ritme leerde.
3Onderdelenca. 12min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 1 · Verdieping 1
basisniveau
Beheers de hoofdlijn: waarvoor dient een sleutel, hoe geeft de plaats op de balk de toonhoogte, hoe geven notenwaarden de duur.
verhoogd niveau
Wie een instrument bespeelt, leest al noten; koppel die vaardigheid aan het globaal overzien van een partituur (systemen, instrumentgroepen).
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De sleutels en waarvoor ze dienen
Een noot staat op de middelste lijn van de balk. Waarom kun je zonder de sleutel niet zeggen welke toon dit is?
De vijf lijnen geven alleen relatieve hoogte aan (hoger op de balk = hogere toon), maar niet wélke absolute tonen.
In de vioolsleutel ligt op de tweede lijn de g; de middelste (derde) lijn is dan de toon b.
In de bassleutel ligt op de vierde lijn de f; de middelste (derde) lijn is dan de toon d — een heel andere toon.
Resultaat: Dezelfde middelste lijn stelt in de vioolsleutel de b voor en in de bassleutel de d. De sleutel is dus onmisbaar: hij verankert de balk aan absolute toonhoogtes, zodat elke noot een eenduidige toon krijgt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg in eigen woorden uit waarom een notenbalk zonder sleutel geen toonhoogtes kan aangeven. Beschrijf welk instrument of welke stem je in de vioolsleutel en welke je in de bassleutel zou noteren, en waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — notatie (CvTE / Examenblad)
Notatie van notenwaarden en rusten
Aan het begin van een balk staan, na elkaar, een vioolsleutel, één kruis (Fis) en de aanduiding 3/4. Wat lees je hieruit af?
De vioolsleutel legt de toonhoogten vast: dit is een balk voor een hoger instrument of een hogere partij.
Eén kruis (Fis) hoort bij G majeur (of de paralleltoonsoort E mineur). Alle f's in het stuk klinken als fis, tenzij een herstellingsteken dat opheft.
3/4 betekent drie kwarttellen per maat: een driedelige maat, het walsmetrum.
Resultaat: Uit dit begin lees je af: een hogere partij (vioolsleutel), in G majeur of E mineur (één kruis), in een driedelige 3/4-maat. Zo geeft alleen al de kop van de balk de toonsoort en de maat prijs, nog voor de eerste noot.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit welke drie gegevens je aan het begin van een notenbalk aantreft (sleutel, voortekening, maatsoort) en wat je uit elk afleest. Bepaal welke toonsoort hoort bij een voortekening van één kruis (Fis).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — noteren van duur en toonsoort (CvTE / Examenblad)
Volgorde van de instrumentgroepen in een partituur
In een partituur zie je dat de bovenste strijkerslijn druk beweegt, terwijl de blazers lange akkoorden aanhouden. Wat vertelt dat over de muziek?
De partij met de meeste, snelst bewegende noten draagt meestal de melodie. Hier is dat de bovenste strijkerslijn (de eerste violen).
De blazers houden lange akkoorden aan: dat is geen melodie maar begeleiding, het harmonische fundament onder de melodie.
Eén duidelijke melodie (violen) met begeleidende akkoorden (blazers) eronder is een homofone textuur.
Resultaat: De eerste violen dragen de melodie, de blazers de begeleidende akkoorden — een homofone textuur. Door in de partituur te kijken waar de beweging zit en waar lange noten worden aangehouden, lees je zonder elke noot te ontcijferen af wie de melodie heeft en wie begeleidt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe je een partituur ‚leest’ in twee richtingen (de tijd horizontaal, de gelijktijdige partijen verticaal). Beschrijf in welke volgorde de instrumentgroepen in een orkestpartituur van boven naar beneden staan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — partituurlezen (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad