Loading
Loading
Naast de westerse kunstmuziek is er een enorme wereld van jazz, populaire muziek en muziek uit andere culturen. Dit onderwerp behandelt de blues en de jazz (improvisatie, swing, het bluesschema), de populaire muziek (songvorm, couplet-refrein), en de wereldmuziek (muziek uit uiteenlopende culturen met eigen toonsystemen en instrumenten). Je leert de hoorbare kenmerken van deze genres herkennen.
3Onderdelenca. 12min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Beheers de kern: jazz = swing en improvisatie; pop = couplet-refreinvorm; wereldmuziek = andere toonsystemen en instrumenten.
verhoogd niveau
Wie zelf speelt of improviseert, ervaart de bluesvorm en de swing van binnenuit; luister van blues via jazz naar hedendaagse pop.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Het twaalfmaats bluesschema
Je hoort een klein ensemble (piano, contrabas, drums) waarover een saxofoon een vrije, telkens andere melodie speelt; het ritme voelt soepel en ongelijk, net naast de strakke tel. Plaats het fragment.
De saxofoon speelt een vrije, ter plekke bedachte melodie over de begeleiding: dat is improvisatie, een kernkenmerk van jazz.
Het soepele, ongelijke ritmegevoel (lang–kort, net naast de tel) is swing, het andere kernkenmerk van jazz.
Piano, contrabas, drums en een blazer vormen een jazzcombo, een typische kleine jazzbezetting.
Resultaat: Het fragment is jazz. De combinatie van improvisatie (vrije saxofoonsolo), swing (het ongelijke, voortstuwende ritme) en een jazzcombo maakt dat onmiskenbaar — precies de kenmerken die je op de luistertoets moet benoemen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf het twaalfmaats bluesschema in de functies T, S en D. Beluister een jazzfragment en benoem waaraan je hoort dat het jazz is (improvisatie, swing, bezetting).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — jazz en blues (CvTE / Examenblad)
De standaard songvorm
In een popsong hoor je een gezongen deel met een verhaal, dan een pakkend, herkenbaar deel met steeds dezelfde tekst, dan weer een verhaal-deel op dezelfde melodie als eerst maar met nieuwe tekst, en weer het pakkende deel. Benoem de delen en de vorm.
Het deel met wisselende tekst dat het verhaal vertelt, is het couplet.
Het herkenbare deel met steeds dezelfde tekst en melodie dat terugkeert, is het refrein.
Couplet 1 – refrein – couplet 2 (zelfde melodie, andere tekst) – refrein. Dit is de couplet-refreinvorm.
Resultaat: De song heeft de couplet-refreinvorm: wisselende coupletten (het verhaal) afgewisseld met een terugkerend refrein (het hoogtepunt). Dat de coupletten dezelfde melodie hebben ondanks andere tekst, maakt ze tot hetzelfde deel — herhaling en contrast in een moderne gedaante.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beluister een popsong en breng de vorm in kaart: markeer de coupletten, het refrein en een eventuele brug, en noteer het schema (bijvoorbeeld couplet–refrein–couplet–refrein–brug–refrein). Benoem de instrumenten van de bandbezetting.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — populaire muziek en songvorm (CvTE / Examenblad)
Enkele wereldmuziektradities
Je hoort een langhalzig snaarinstrument dat een melodie speelt met tonen die tussen de westerse toonhoogtes in glijden, boven een doorlopende grondtoon, begeleid door handtrommels met een ingewikkeld ritmisch patroon. Plaats het fragment.
De melodie gebruikt tonen die tussen onze halve tonen in liggen (microtonen, glijdend), niet het westerse twaalftoonssysteem. Dat wijst op een niet-westerse traditie.
Een langhalzig snaarinstrument boven een doorlopende grondtoon (drone), met handtrommels: dat past bij de Indiase klassieke muziek (sitar en tabla).
Het ingewikkelde, cyclische ritmische patroon van de trommels is de tala, het ritmische systeem van de Indiase muziek.
Resultaat: Het fragment is wereldmuziek, vermoedelijk Indiase klassieke muziek (sitar, tabla, raga en tala). De microtonen, de drone en het complexe ritme laten zien dat de westerse begrippen majeur/mineur en akkoorden hier niet gelden — een andere muzikale wereld.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf twee manieren waarop wereldmuziek kan verschillen van de westerse muziek (bijvoorbeeld in toonsysteem, ritme of functie). Noem één muziektraditie met een kenmerkend instrument of principe.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Muziek havo — wereldmuziek (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad