Loading
Loading
Mensen worden gevormd door hun omgeving: via socialisatie leren zij de waarden en normen van hun cultuur, en zo ontwikkelen zij hun identiteit. In dit onderwerp leer je hoe socialisatie werkt en welke socialiserende instituties (gezin, school, media, vrienden) daarbij een rol spelen, hoe identiteit ontstaat en hoe groepsvorming het gedrag beinvloedt.
3Onderdelenca. 13min leestijd3VaardighedenNiveauStandaard 3
basisniveau
Beheers de kern: via socialisatie leer je de waarden en normen van je omgeving; gezin, school, vrienden en media zijn de socialiserende instituties.
verhoogd niveau
Analyseer hoe socialisatie, rollen en sociale controle samen de identiteit vormen en hoe groepsvorming vooroordelen kan voeden.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Identiteit en rollen
Een leerling met een bijbaan moet op dezelfde avond werken en een schoolopdracht afmaken. Analyseer met het begrip rol wat hier gebeurt.
De leerling vervult twee rollen tegelijk: die van werknemer (verwachting: op tijd werken) en die van leerling (verwachting: de opdracht afmaken).
De verwachtingen van beide rollen vragen tegelijk aandacht en zijn niet allebei tegelijk te vervullen: er is een rolconflict.
Het gedrag hangt hier niet alleen van de persoon af, maar van de botsende verwachtingen die bij de twee posities horen.
Resultaat: De leerling zit in een rolconflict: de verwachtingen van de rol van werknemer en die van leerling botsen. Het begrip rol laat zien dat gedrag mede wordt bepaald door de posities en verwachtingen, niet alleen door de persoon.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe dezelfde persoon in verschillende rollen (bijvoorbeeld als leerling en als werknemer) ander gedrag kan vertonen, en hoe het onderscheid tussen ingroup en outgroup vooroordelen kan voeden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Ingroup en outgroup
Supporters van twee sportclubs zien elkaar als tegenstanders en spreken elkaar negatief toe, ook buiten de wedstrijd. Analyseer dit met de begrippen ingroup, outgroup en vooroordeel.
De supporters vormen elk een groep met een sterk wij-gevoel; de eigen club is de ingroup.
De andere club is de outgroup ('zij'); de supporters beoordelen de eigen groep positiever en de andere negatiever.
Dit wij-zijdenken voedt stereotypen en vooroordelen over de andere supporters, die het gedrag ook buiten de wedstrijd sturen.
Resultaat: De supporters vormen een ingroup en zien de andere club als outgroup; het wij-zijdenken voedt vooroordelen. Contact waarbij zij elkaar als individu leren kennen, kan die vooroordelen verminderen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Twee groepen leerlingen op school hebben weinig contact en spreken negatief over elkaar. Analyseer met de begrippen ingroup, outgroup en vooroordeel hoe deze spanning ontstaat en hoe contact kan helpen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad
Socialisatie en socialiserende instituties#
●●○StandardLPexamenblad-nlKernpunten
Socialisatie en de socialiserende instituties
Sociale controle herkennen
Een leerling komt te laat en krijgt van de school een officiele waarschuwing, terwijl klasgenoten hem afkeurend aankijken. Bepaal welke vormen van sociale controle hier optreden.
De officiele waarschuwing van de school is formele sociale controle: een sanctie op grond van een regel.
De afkeurende blikken van de klasgenoten zijn informele sociale controle: een reactie uit de omgeving zonder officiele regel.
Beide vormen sporen de leerling aan zich aan de norm (op tijd komen) te houden; zo houdt sociale controle de aangeleerde normen in stand.
Resultaat: De officiele waarschuwing is formele sociale controle, de afkeurende blikken zijn informele sociale controle. Samen sturen zij het gedrag naar de norm; zo werkt sociale controle bij socialisatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe het gezin, de school en de vriendengroep elk bijdragen aan de socialisatie van een jongere, en geef een voorbeeld van formele en van informele sociale controle.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)