Loading
Loading
Physical computing is een keuzethema (keuzemodule M) van HAVO-informatica: je laat een computer de fysieke wereld meten en beïnvloeden. Sensoren zetten temperatuur, licht of afstand om in signalen, een microcontroller zoals de Arduino verwerkt die en stuurt actuatoren aan zoals leds, motoren en een buzzer. Omdat informatica op de HAVO een volledig schoolexamenvak is, wordt dit keuzethema in het schoolexamen (SE) getoetst — vaak met een praktische opdracht of programmeerproject, en er is voor informatica geen landelijke eindtoets.
4Onderdelenca. 22min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Ken het schema meten–verwerken–aansturen, benoem bij een voorbeeld de sensor, de verwerking (met drempelwaarde) en de actuator, en lees de waarheidstabel van EN, OF en NIET af.
verhoogd niveau
Reken aan de resolutie van een ADC, stel waarheidstabellen van samengestelde uitdrukkingen op en beredeneer het verschil tussen een open lus en een gesloten regelkring met terugkoppeling.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Meten – verwerken – aansturen
beslisregel met drempelwaarde
De verwerking vergelijkt de gemeten temperatuur met een afgesproken drempelwaarde ; is groter dan of gelijk aan de drempel, dan wordt de actuator ingeschakeld.
Ontwerp op hoofdlijnen een systeem dat een ventilator automatisch aanzet als het te warm wordt in een kas. Benoem de sensor, de verwerking en de actuator.
Je wilt warmte meten, dus gebruik je een temperatuursensor. Die zet de temperatuur om in een elektrisch signaal op een analoge ingang van de microcontroller.
Spreek een drempelwaarde af, bijvoorbeeld 25 °C. De microcontroller vergelijkt elke meting met deze waarde: is de gemeten temperatuur groter dan of gelijk aan de drempel, dan moet er gekoeld worden.
Koelen doe je met luchtstroom, dus de actuator is een ventilator (een motor). De microcontroller zet een digitale uitgangspin HOOG om de ventilator via een transistor of relais aan te zetten, en LAAG om hem uit te zetten.
Zolang blijft de ventilator draaien; zakt onder de drempel, dan gaat hij uit. Zo herhaalt het patroon meten–verwerken–aansturen zich steeds.
Resultaat: Sensor = temperatuursensor (invoer), verwerking = vergelijken met de drempel 25 °C, actuator = ventilator/motor (uitvoer). De ventilator gaat aan zodra .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontwerp op hoofdlijnen een systeem dat een tuinlamp automatisch aandoet als het donker wordt. Benoem de sensor, de verwerking (met een drempelwaarde) en de actuator, en teken het schema meten–verwerken–aansturen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Analoog vs. digitaal
Analoog signaal (wordt bemonsterd)
aantal niveaus bij n bits
Een ADC met bits kan verschillende digitale waarden (niveaus) onderscheiden; meer bits geven een fijnere resolutie.
stapgrootte (resolutie)
De stapgrootte is het spanningsbereik gedeeld door het aantal stappen tussen de niveaus; het is het kleinste spanningsverschil dat de ADC nog kan onderscheiden.
dutycycle bij PWM
De verhouding van de aan-tijd tot de totale periodetijd; de gemiddelde uitgangsspanning is dan .
Een microcontroller heeft een 10-bits ADC met een ingangsbereik van 0 tot 5 V. Bepaal het aantal niveaus en de stapgrootte, en bereken welke digitale code hoort bij een gemeten spanning van 1,0 V.
Bij 10 bits zijn er verschillende niveaus.
Verdeel het bereik van 5 V over de 1023 stappen die tussen de 1024 niveaus liggen.
Neem de verhouding van de gemeten spanning tot het volle bereik, vermenigvuldig met 1023 en rond af op een geheel getal.
Resultaat: De ADC heeft niveaus, een stapgrootte van ongeveer 4,9 mV, en zet een gemeten spanning van 1,0 V om in de digitale code 205 (op een schaal van 0 tot 1023).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een microcontroller heeft een 8-bits ADC met een ingangsbereik van 0 tot 5 V. Bereken het aantal niveaus en de stapgrootte in millivolt, en leg uit wat er met de nauwkeurigheid gebeurt als je overstapt op een 10-bits ADC.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Waarheidstabel EN-poort
Waarheidstabel NIET-poort
EN-poort (AND)
De uitgang is 1 als beide ingangen 1 zijn, en anders 0.
OF-poort (OR)
De uitgang is 1 als minstens één ingang 1 is, en alleen 0 als beide ingangen 0 zijn.
NIET-poort (NOT)
De uitgang is de omkering van de ingang: 0 wordt 1 en 1 wordt 0.
NAND-poort
De omkering van EN: de uitgang is alleen 0 wanneer beide ingangen 1 zijn.
Waarheidstabel OF-poort
EN met schakelaars in serie
Stel de volledige waarheidstabel op van en beschrijf wanneer de uitgang 1 is.
Met twee ingangen en zijn er rijen: (0,0), (0,1), (1,0) en (1,1).
is de omkering van : bij is , en bij is .
De EN-poort geeft alleen 1 als beide waarden 1 zijn. Dus vereist én (dus ). Rij voor rij: (0,0)→0, (0,1)→0, (1,0)→1, (1,1)→0.
In alle vier de rijen is de uitgang 0, behalve in de rij waarin en .
Resultaat: De uitgang is alleen 1 wanneer en ; in alle andere gevallen is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel de volledige waarheidstabel op van de uitdrukking en geef aan bij welke combinaties van , en de uitgang gelijk is aan 1.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Gesloten regelkring (met terugkoppeling)
regelverschil
Het verschil tussen de gewenste waarde (setpoint) en de gemeten waarde ; dit stuurt de regeling aan. Bij is het doel bereikt.
proportionele regeling (verdieping)
De bijsturing is evenredig met het regelverschil; de factor bepaalt hoe sterk het systeem reageert. Dit is verdieping, buiten de kern van dit keuzethema.
Beschrijf een thermostaat als gesloten regelkring. Het setpoint is 20 °C. Leg uit wat er gebeurt als de gemeten kamertemperatuur onder het setpoint zakt naar 18 °C.
De sensor (thermometer) meet de kamertemperatuur: .
De regelaar bepaalt het regelverschil ten opzichte van het setpoint .
Omdat is het te koud. De regelaar zet de actuator (de ketel/verwarming) aan, zodat er warmte aan de kamer wordt toegevoegd.
De kamertemperatuur stijgt; de sensor blijft meten en stuurt de nieuwe waarde terug. Zodra het setpoint nadert, wordt en zet de regelaar de verwarming weer uit. De hysterese voorkomt dat de ketel vlak rond 20 °C snel blijft klikken.
Resultaat: Doordat de sensor terugkoppelt en de regelaar het regelverschil gebruikt, schakelt de verwarming aan bij 18 °C en weer uit zodra de kamer de 20 °C nadert — de gesloten kring corrigeert de afwijking vanzelf.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken de gesloten regelkring van een thermostaat en benoem alle onderdelen. Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt vanaf het moment dat de kamertemperatuur onder het ingestelde setpoint zakt, en leg uit waarom hysterese nodig is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad