Loading
Loading
Domein C draait om de vraag hoe informatie in een computer wordt voorgesteld en bewerkt: hoe je data omzet in bits en bytes, hoe tekst, getallen, beeld en geluid gecodeerd worden, hoe je bestanden kleiner maakt met compressie en hoe je informatie beschermt met versleuteling en integriteitscontrole. Je leert de begrippen data, informatie en kennis onderscheiden en rekenen met bits, bestandsgroottes en codes. Omdat informatica volledig via het schoolexamen (SE) wordt afgesloten, ligt de nadruk op begrip én op concrete berekeningen die je stap voor stap uitvoert.
4Onderdelenca. 25min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Zorg dat je vlot rekent met bits en bytes, tekens naar ASCII/binair kunt coderen en de bestandsgrootte van beeld en geluid uit resolutie en bitdiepte kunt uitrekenen.
verhoogd niveau
Kun je verliesloze en verlieslatende compressie vergelijken, codes aflezen uit een Huffman-boom, en het verschil tussen symmetrische en asymmetrische versleuteling en de rol van hashing helder uitleggen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Een stukje ASCII-codetabel
aantal mogelijke waarden met n bits
Met n bits kun je 2 tot de macht n verschillende waarden voorstellen; de kernregel van alle datarepresentatie.
byte en bit
Acht bits vormen samen één byte; een byte heeft daardoor 2 tot de macht 8 is 256 mogelijke waarden.
(a) Bereken hoeveel verschillende tekens je met 7 bits kunt coderen. (b) Codeer het woord Hoi naar ASCII: geef de decimale waarden en de 8-bits binaire codes.
ASCII gebruikt 7 bits per teken. Met 7 bits zijn er 2 tot de macht 7 mogelijke codes.
Zoek voor elke letter van het woord Hoi de decimale ASCII-waarde op (zie Afb. 1): H = 72, o = 111, i = 105.
Reken elke decimale waarde om naar een byte van 8 bits met de plaatswaarden 128, 64, 32, 16, 8, 4, 2, 1.
Resultaat: Met 7 bits kun je 2 tot de macht 7 = 128 verschillende tekens coderen. Het woord Hoi heeft ASCII-codes 72, 111 en 105, oftewel binair 01001000 01101111 01101001 — dat zijn 3 bytes, samen 24 bits.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een systeem gebruikt codes van 6 bits. (a) Bereken hoeveel verschillende codes er mogelijk zijn. (b) Leg uit of je met 6 bits alle 26 hoofdletters én alle 26 kleine letters (samen 52 tekens) kunt coderen. (c) Codeer de hoofdletter A (ASCII 65) naar 8-bits binair.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Bemonstering van een analoog geluidssignaal
bestandsgrootte van een ongecomprimeerde afbeelding
Het aantal pixels (breedte maal hoogte) maal het aantal bits per pixel geeft de grootte in bits; deel door 8 voor bytes.
bemonstering van geluid
De bemonsteringsfrequentie f_s (in hertz) maal de tijd t (in seconden) geeft het aantal geluidsmonsters.
kleuren bij 24-bit kleurdiepte
Met 24 bits per pixel (8 per kleurkanaal) zijn er ruim 16,7 miljoen verschillende kleuren mogelijk.
Een ongecomprimeerde foto is 1000 bij 800 pixels groot en gebruikt een kleurdiepte van 24 bit per pixel (echte-kleur RGB). Bereken de bestandsgrootte in bits, in bytes en in MB.
Het aantal pixels is de breedte maal de hoogte.
Elke pixel gebruikt 24 bits (de kleurdiepte). Vermenigvuldig het aantal pixels met de bitdiepte.
Deel door 8, want 1 byte is 8 bits.
Met 1 MB = 1 000 000 byte is dat 2,4 MB (met 1 MiB = 2 tot de macht 20 byte komt het neer op ongeveer 2,29 MiB).
Resultaat: De ongecomprimeerde foto is 19 200 000 bits = 2 400 000 bytes, ongeveer 2,4 MB. Zulke bestanden zijn fors; daarom worden foto's bijna altijd gecomprimeerd, bijvoorbeeld als JPEG.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een ongecomprimeerde afbeelding is 1200 × 600 pixels en gebruikt een kleurdiepte van 24 bit per pixel. (a) Bereken het aantal pixels. (b) Bereken de bestandsgrootte in bits en in bytes. (c) Leg uit wat er met de bestandsgrootte gebeurt als je de kleurdiepte halveert naar 12 bit per pixel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Huffman-boom (prefixcode)
compressieverhouding
Een verhouding groter dan 1 betekent dat het bestand kleiner is geworden; 4 : 1 betekent vier keer zo klein.
Pas verliesloze RLE-compressie (run-length encoding) toe op de tekenreeks AAAAABBBCCDAA. Codeer elke reeks gelijke tekens als het teken gevolgd door het aantal, en bereken de compressieverhouding (reken 1 teken = 1 byte).
Splits de reeks in aaneengesloten blokken van hetzelfde teken: AAAAA, BBB, CC, D en AA — dat zijn vijf runs.
Schrijf elke run als het teken gevolgd door het aantal herhalingen.
De oorspronkelijke reeks telt 13 tekens, de gecomprimeerde reeks A5B3C2D1A2 telt 10 tekens.
Deel de oorspronkelijke grootte door de gecomprimeerde grootte.
Resultaat: De 13 tekens worden 10 tekens; de compressieverhouding is 13 : 10 = 1,3. RLE loont alleen bij lange runs; bij een reeks zonder herhaling, zoals ABCDEF, wordt het bestand er juist groter van.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
(a) Pas RLE toe op de reeks WWWWWWBWWWWWW (12 tekens) en bereken de compressieverhouding (reken 1 teken = 1 byte). (b) Leg uit waarom je een tekstbestand wél verliesloos maar een foto vaak verlieslatend comprimeert. (c) Lees uit de Huffman-boom (Afb. 3) de code van de letter T af.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Versleutelen en ontsleutelen
Caesar-versleuteling
p is de plaats van de klare letter (A = 0 tot en met Z = 25), k de verschuiving en c de plaats van de cijferletter; modulo 26 zorgt voor de omloop.
Caesar-ontsleuteling
Trek de sleutel k er weer af (modulo 26) om van de cijferletter c terug te gaan naar de klare letter p.
Versleutel het woord HAVO met een Caesar-schuifcijfer met sleutel k = 3 (elke letter drie plaatsen opschuiven in het alfabet). Ontsleutel daarna de cijfertekst weer.
Geef elke letter zijn plaats in het alfabet (A = 0, B = 1, tot en met Z = 25): H = 7, A = 0, V = 21, O = 14.
Schuif elke letter 3 plaatsen op; bij een uitkomst van 26 of meer begin je weer bij A.
10 = K, 3 = D, 24 = Y, 17 = R, dus de cijfertekst is KDYR.
Trek overal 3 af (modulo 26): K wordt H, D wordt A, Y wordt V en R wordt O. Zo komt HAVO weer terug.
Resultaat: HAVO wordt versleuteld tot KDYR, en door overal 3 plaatsen terug te schuiven krijg je HAVO terug. Let op de omloop: voorbij Z begin je weer bij A, want je rekent modulo 26 — zo zou X + 3 = A worden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
(a) Versleutel het woord CODE met een Caesar-schuifcijfer met sleutel k = 4. (b) Ontsleutel de cijfertekst weer met dezelfde sleutel. (c) Leg uit waarom asymmetrische versleuteling het sleuteldistributieprobleem oplost dat bij symmetrische versleuteling speelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad