Loading
Loading
Domein E gaat over de bouw van een computer: hoe processor, geheugen en invoer/uitvoer via de bus samenwerken tot één rekenmachine die programma's uitvoert. Je leert de von-neumann-architectuur en het opgeslagen-programma-principe, volgt de fetch-decode-execute-cyclus in de processor, doorziet waarom geheugen in lagen is geordend, en krijgt een globaal beeld van wat een besturingssysteem doet en hoe computers in lagen met elkaar communiceren. Architectuur is een kerndomein van het schoolexamenvak informatica.
4Onderdelenca. 25min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Zorg dat je de vaste onderdelen (processor met ALU en besturingseenheid, geheugen, invoer/uitvoer, bus), de drie stappen van de instructiecyclus, de lagen van de geheugenhiërarchie en de kerntaken van een besturingssysteem uit het hoofd kunt benoemen en in een eenvoudig schema kunt plaatsen.
verhoogd niveau
Redeneer in onbekende contexten met de architectuur: verklaar het von-neumann-knelpunt, reken met kloksnelheid en geheugengroottes, beredeneer keuzes in de geheugenhiërarchie en leg uit hoe het besturingssysteem en gelaagde netwerkcommunicatie samenwerken.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Von-neumann-architectuur
Adresruimte van de adresbus
Met een adresbus van lijnen kan de processor verschillende geheugenplaatsen aanspreken. Bij zijn dat adressen, oftewel ongeveer 4 gigabyte direct adresseerbaar geheugen.
Een programma telt twee getallen op die al in het werkgeheugen staan en toont de uitkomst op het scherm. Benoem stap voor stap welke onderdelen van de von-neumann-architectuur betrokken zijn en hoe de gegevens over de bus stromen.
De besturingseenheid vraagt via de adresbus de volgende instructie ('tel op') op. Die instructie reist van het werkgeheugen over de databus naar de processor; de besturingsbus geeft aan dat het om lezen gaat.
De besturingseenheid ontcijfert de opgehaalde instructie en bepaalt dat de ALU een optelling moet doen en op welke twee geheugenadressen de getallen staan.
De processor zet de adressen van de twee getallen op de adresbus; de getallen komen via de databus uit het werkgeheugen naar de registers in de processor.
De ALU telt de twee getallen bij elkaar op. Het resultaat blijft eerst in een register in de processor staan.
Het resultaat gaat via de databus terug naar het werkgeheugen of rechtstreeks naar de invoer/uitvoer: het scherm zet het via de bus aangeleverde getal om in beeld.
Resultaat: De besturingseenheid regisseert, de ALU rekent, het werkgeheugen levert en bewaart de getallen, en alle gegevens reizen over de bus (adres-, data- en besturingslijnen) tussen processor, geheugen en invoer/uitvoer.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken de von-neumann-architectuur met de processor (met ALU en besturingseenheid), het geheugen en de invoer/uitvoer, verbonden door de bus. Leg met dit schema uit wat het opgeslagen-programma-principe inhoudt, en beschrijf in eigen woorden wat het von-neumann-knelpunt is en waarom het ontstaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De fetch-decode-execute-cyclus
Duur van één kloktik
De periodetijd (de duur van één kloktik) is het omgekeerde van de kloksnelheid . Bij GHz Hz is nanoseconde.
Kloksnelheid in gigahertz
Eén gigahertz staat voor één miljard klokpulsen per seconde. Zo is 2,5 GHz gelijk aan tikken per seconde.
Een processor draait op 2,5 GHz. Bereken hoeveel kloktikken hij per seconde geeft, hoe lang één tik duurt, en schat hoeveel eenvoudige instructies hij per seconde ongeveer aankan als één instructie ongeveer één tik kost. Beschrijf daarna één instructiecyclus stap voor stap.
GHz Hz. De processor geeft dus kloktikken per seconde, oftewel 2,5 miljard tikken per seconde.
s nanoseconde per tik.
Kost één eenvoudige instructie ongeveer één tik, dan verwerkt de processor in de orde van instructies per seconde: ongeveer 2,5 miljard. Dit is een schatting van de grootteorde, geen exact getal.
Fetch — de besturingseenheid haalt via het adres in de programmateller de volgende instructie uit het geheugen; de programmateller telt daarna één op.
Decode — de besturingseenheid ontcijfert de instructie. Execute — de ALU voert de bewerking uit (bijvoorbeeld de optelling) en het resultaat komt in een register; daarna begint de cyclus opnieuw.
Resultaat: Bij 2,5 GHz: tikken per seconde, ns per tik, en in de orde van 2,5 miljard eenvoudige instructies per seconde — elk via de vaste rondgang ophalen → decoderen → uitvoeren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een processor heeft een kloksnelheid van 2,0 GHz. (a) Hoeveel kloktikken geeft hij per seconde? (b) Hoe lang duurt één tik? (c) Als een eenvoudige instructie gemiddeld één tik kost, ongeveer hoeveel van zulke instructies verwerkt hij dan per seconde? Beschrijf ten slotte in eigen woorden wat er in de drie stappen van de instructiecyclus gebeurt bij de instructie 'tel twee getallen op'.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Geheugenhiërarchie
Rangschik de geheugensoorten harde schijf, register, RAM, cache en SSD van snel naar langzaam. Beredeneer daarna waarom een computer niet volledig uit (het snelste) registergeheugen is opgebouwd.
Van snel naar langzaam: register → cache → RAM (werkgeheugen) → SSD → harde schijf. Dit is precies de volgorde van boven naar beneden in de geheugenhiërarchie.
Snelheid gaat gepaard met hoge kosten per byte en kleine capaciteit. Registers zijn het snelst, maar samen slechts enkele tientallen tot honderden bytes groot en per byte extreem duur.
Een programma en zijn gegevens beslaan al gauw vele megabytes tot gigabytes. Dat past onmogelijk in de paar honderd bytes registergeheugen, en geheugen ter grootte van gigabytes volledig zo snel én zo duur maken zou onbetaalbaar zijn.
Daarom combineert de computer een klein beetje supersnel geheugen (registers, cache) met veel goedkoop, trager geheugen (RAM, schijf), zodat het geheel bijna zo snel voelt als de bovenlaag maar zo groot is als de onderlaag.
Resultaat: Volgorde snel → langzaam: register, cache, RAM, SSD, harde schijf. Alleen registers gebruiken kan niet, want ze zijn te klein en te duur voor de gigabytes aan programma en data; de hiërarchie verenigt snelheid en capaciteit tegen aanvaardbare kosten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet de geheugensoorten register, harde schijf (HDD), werkgeheugen (RAM), SSD en cache in volgorde van snel naar langzaam. Geef bij elke soort aan of hij vluchtig of niet-vluchtig is, en beredeneer in enkele zinnen waarom een computer niet gewoon volledig uit registers is opgebouwd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Bestandssysteem
Je dubbelklikt in de verkenner op het bestand verslag.docx om het in een tekstverwerker te openen. Leg stap voor stap uit welke taken van het besturingssysteem daarbij in actie komen.
De grafische gebruikersinterface merkt je dubbelklik op en zet die om in een verzoek aan het besturingssysteem: 'open dit bestand' (een systeemaanroep).
Het bestandssysteem zoekt via de mapstructuur (/gebruikers/anna/documenten/verslag.docx) op waar de gegevens van het bestand fysiek op de schijf staan, en controleert dat het bestand bestaat en dat je leesrechten hebt.
Apparaatbeheer vraagt via het stuurprogramma (de driver) van de SSD of harde schijf de betreffende blokken op. Omdat schijftoegang traag is, zet het besturingssysteem het proces zolang in de toestand 'wachtend'.
Zodra de gegevens binnen zijn, plaatst geheugenbeheer ze in een stuk werkgeheugen (RAM) van de tekstverwerker, meestal via de cache; het proces wordt weer 'gereed' en daarna 'lopend'.
De tekstverwerker leest de gegevens uit het werkgeheugen en geeft, opnieuw via de gebruikersinterface en het scherm, de inhoud van verslag.docx weer.
Resultaat: Vrijwel elke kerntaak doet mee: de gebruikersinterface neemt het verzoek aan, het bestandssysteem lokaliseert het bestand en bewaakt de rechten, apparaatbeheer haalt de gegevens van de opslag, geheugenbeheer zet ze in het RAM, en procesbeheer schuift het proces van 'wachtend' naar 'lopend' — waarna het bestand op je scherm verschijnt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem vier kerntaken van een besturingssysteem en beschrijf elk in één zin. Leg vervolgens uit wat er stap voor stap gebeurt — en welke OS-taken daarbij in actie komen — vanaf het moment dat je een bestand opent tot het op je scherm verschijnt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma informatica (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad