Loading
Loading
Voor het schoolexamen lees je Friese literatuur en leg je je leeservaring vast, meestal in een leesdossier. In dit onderwerp leer je waarom en wat je leest, welke hoofdgenres er zijn (proza, poezie en toneel), met echte Friese voorbeelden, en hoe je je leeservaring onder woorden brengt in een boekverslag of gesprek. Zo lees je niet alleen, maar leer je ook je oordeel en beleving te verwoorden.
3Onderdelenca. 12min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het schoolexamen: lees de afgesproken Friese werken en leg per werk je leeservaring vast in het leesdossier.
verhoogd niveau
Wie meer wil, leest naast de verplichte werken extra Friese literatuur en verdiept de analyse met de literaire begrippen uit het volgende onderwerp.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Onderdelen van een leesdossier
Je hebt 'De fûke' van Rink van der Velde gelezen. Hoe bouw je het dossier-onderdeel voor dit werk op?
Noteer auteur (Rink van der Velde), titel ('De fûke'), jaar (1966) en genre (roman/proza). Zo is meteen duidelijk welk werk je bespreekt.
Vat in enkele zinnen de kern samen: een oude palingvisser komt tijdens de oorlog in de knel. Toon zo dat je het verhaal begrepen hebt, zonder alles na te vertellen.
Beschrijf wat het werk bij je opriep en kies een invalshoek voor verdieping, bijvoorbeeld het thema (verzet en trouw) of het perspectief van waaruit verteld wordt.
Resultaat: Het dossier-onderdeel bevat titelgegevens (Van der Velde, 'De fûke', 1966, roman), een bondige samenvatting, een persoonlijke reactie en een verdieping op thema of perspectief.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een Fries werk dat je gelezen hebt of gaat lezen en maak de titelgegevens en een samenvatting van maximaal tien zinnen voor je leesdossier.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Hoofdgenres met Friese voorbeelden
Bepaal van 'De fûke' (Rink van der Velde) en van het werk van Obe Postma tot welk genre ze horen, en waaraan je dat ziet.
'De fûke' is een roman: lopende tekst met een verhaal, personages en een verteller. Dat maakt het proza.
Obe Postma schreef gedichten, met versregels, strofen en beeldspraak. Dat maakt zijn werk poezie.
Proza lees je op verhaal en personages, poezie op vorm, klank en beeldspraak. Het genre bepaalt dus je leeshouding.
Resultaat: 'De fûke' is proza (een roman), het werk van Obe Postma is poezie (gedichten). Je herkent het genre aan de vorm en leest elk genre op zijn eigen aspecten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Deel drie Friese werken die je kent in bij het juiste genre (proza, poezie of toneel) en leg bij elk in een zin uit waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Van lezen naar een onderbouwd oordeel
Je vond een gelezen roman 'spannend'. Hoe maak je daar een onderbouwd oordeel van voor je leesdossier?
Stel eerst vast wat er gebeurt en waar de spanning vandaan komt. Bijvoorbeeld: de hoofdpersoon verzwijgt iets, en dat zwijgen bouwt de spanning op.
Wijs een concrete plaats aan: 'vooral in de scene waarin de hoofdpersoon niets zegt tegen zijn ondervrager, voel je de dreiging'. Zo onderbouw je je indruk.
Voeg een literair begrip toe: de spanning ontstaat mede door het perspectief, doordat je alleen weet wat de hoofdpersoon weet. Zo til je je oordeel naar inzicht.
Resultaat: Uit 'ik vond het spannend' wordt: 'de spanning komt uit het zwijgen van de hoofdpersoon, zoals in de verhoorscene, versterkt door het beperkte perspectief'. Een onderbouwd oordeel verbindt beleving, tekst en een literair begrip.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf een reactie van tien zinnen op een gelezen Fries werk waarin je je oordeel met minstens twee concrete voorbeelden uit de tekst onderbouwt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad