Loading
Loading
Het centraal examen Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid, en de meeste examenteksten zijn informatief of betogend van aard. In deze samenvatting leer je hoe je snel de kern uit een informatieve tekst haalt, hoe een betoog is opgebouwd, welke soorten argumenten een schrijver inzet, en hoe je feit van mening onderscheidt en de toon bepaalt. Wie deze leeshouding beheerst, beantwoordt de examenvragen sneller en preciezer.
4Onderdelenca. 20min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het centraal examen: oefen vooral het snel vinden van de hoofdgedachte en het onderscheiden van feit en mening, want de meeste vragen toetsen of je de kern en de bedoeling van een alinea begrijpt zonder elke zin te vertalen.
verhoogd niveau
Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs, leest voortdurend betogende en informatieve teksten; een vaste greep op argumentatiestructuur en op het onderscheid feit/mening helpt je ook bij Nederlandse en Engelse vakteksten.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Lees deze fait divers, beantwoord de vragen qui, quoi, où, quand en pourquoi, en bepaal daarna de hoofdgedachte: „Hier soir, un incendie s'est déclaré dans un immeuble du centre de Lyon. Les pompiers sont intervenus rapidement et ont évacué tous les habitants. Personne n'a été blessé. Selon la police, l'incendie a été provoqué par une bougie oubliée.”
Loop de journalistieke vragen langs. Quoi? un incendie (een brand). Où? dans un immeuble du centre de Lyon (in een flatgebouw in het centrum van Lyon). Quand? hier soir (gisteravond). Qui? les pompiers et les habitants (de brandweer en de bewoners). Pourquoi? une bougie oubliée (een vergeten kaars).
De hoofdzaak is dat er brand uitbrak en dat iedereen veilig is geëvacueerd zonder gewonden. De oorzaak (de vergeten kaars) en de snelle komst van de brandweer zijn bijzaken: ze vullen de kern aan, maar als je ze weglaat blijft het bericht overeind.
Combineer de hoofdzaken uit de W-vragen tot één Nederlandse zin, met de bijzaken als aanvulling erachter.
Resultaat: De hoofdgedachte is: gisteravond brak er brand uit in een flatgebouw in het centrum van Lyon, maar de brandweer evacueerde iedereen op tijd en er vielen geen gewonden. De oorzaak — een vergeten kaars — en de snelle komst van de pompiers zijn bijzaken die de kern aanvullen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees een korte Franse fait divers en beantwoord voor jezelf de vijf vragen qui? quoi? où? quand? pourquoi? Vat daarna de hele tekst samen in één Nederlandse zin, en bepaal welke gegevens hoofdzaak en welke bijzaak zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De bouw van een betoog
Ontleed de structuur van dit betoog. Benoem de thèse, de argumenten, de tegenwerping met weerlegging, en de conclusie: „Les jeunes devraient lire davantage. La lecture enrichit le vocabulaire et développe l'imagination. Certes, les écrans sont plus attirants, mais ils fatiguent les yeux. Il faut donc encourager la lecture dès l'école.”
De eerste zin „Les jeunes devraient lire davantage” (jongeren zouden meer moeten lezen) is het standpunt: dit is wat de schrijver jou wil laten geloven. In het schema is dit de bron bovenaan.
„La lecture enrichit le vocabulaire et développe l'imagination” (lezen verrijkt de woordenschat en ontwikkelt de verbeelding) is het argument: de reden waaróm jongeren meer zouden moeten lezen.
„Certes, les écrans sont plus attirants” is de tegenwerping (certes geeft toe dat schermen aantrekkelijker zijn); „mais ils fatiguent les yeux” is de weerlegging (mais ontkracht dat bezwaar: schermen vermoeien de ogen).
„Il faut donc encourager la lecture dès l'école” (men moet het lezen dus vanaf school aanmoedigen) is de conclusie: donc leidt de slotsom in, die de thèse versterkt.
Resultaat: De structuur is: thèse = „Les jeunes devraient lire davantage”; argument = „La lecture enrichit le vocabulaire et développe l'imagination”; tegenwerping = „Certes, les écrans sont plus attirants”, weerlegging = „mais ils fatiguent les yeux”; conclusie = „Il faut donc encourager la lecture dès l'école”. Het betoog volgt precies het schema: van het standpunt via argument en tegenwerping-met-weerlegging naar de conclusie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees een korte betogende alinea en benoem de onderdelen: waar staat de thèse, welke zinnen zijn argumenten, herken je een tegenwerping met weerlegging (certes … mais …), en wat is de conclusie?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Soorten argumenten
Bepaal welk soort argument in deze zin wordt gebruikt en verklaar je keuze: „Selon une étude de l'Insee, les Français passent en moyenne trois heures par jour devant un écran.”
In de zin staat „selon une étude” (volgens een onderzoek). Dat signaalwoord verwijst naar onderzoek en statistiek, en niet naar een voorbeeld of een deskundige.
„Selon une étude” plus het concrete cijfer „trois heures par jour” (drie uur per dag) wijzen samen op het feit/cijfer-argument: de bewering steunt op meetbare, statistische gegevens.
Omdat de zin een herkenbare bron noemt (l'Insee, het Franse statistiekbureau) en een controleerbaar getal geeft, is het een sterk en objectief argument.
Resultaat: Het is een feit/cijfer-argument: het signaalwoord „selon une étude” plus het concrete getal „trois heures par jour” laat zien dat de bewering op onderzoek en statistiek steunt. Doordat de bron (l'Insee) genoemd wordt, is het een sterk, controleerbaar argument.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal bij elke zin het soort argument en verklaar je keuze met het signaalwoord: „Selon une étude récente, 80 % des Français lisent moins qu'avant”, „Par exemple, ma sœur ne lit jamais”, „Selon un célèbre écrivain, la lecture est essentielle.”
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Feit of mening?
Bepaal of de volgende bewering een feit of een mening is, verklaar je keuze en benoem de toon: „Ce film est vraiment magnifique, il faut absolument le voir.”
„Magnifique” (prachtig) is een waardewoord, en „il faut” (men moet) is een aansporing. Beide wijzen op een persoonlijk oordeel van de schrijver.
Of een film „magnifique” is, kun je niet objectief bewijzen — het is een smaakoordeel, geen feit dat je kunt nagaan. Daarmee is de bewering een mening.
De toon is enthousiast en aanbevelend; door „il faut absolument le voir” wil de schrijver de lezer overtuigen om de film te gaan zien.
Resultaat: Het is een mening: het waardewoord „magnifique” en het signaalwoord „il faut” verraden een persoonlijk oordeel dat je niet objectief kunt controleren. De toon is enthousiast en de bedoeling is de lezer te overtuigen om de film te zien.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal van elke zin of het een feit of een mening is en onderbouw met een signaalwoord of waardewoord: „Le français est une langue romane”, „Le français est la plus belle langue du monde”, „À mon avis, il faut apprendre plus de langues.”
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad